Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:2371

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-03-2019
Datum publicatie
28-03-2019
Zaaknummer
10/682178-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring openlijk in vereniging geweld plegen. Noodweersituatie niet aannemelijk geworden. Schuldig verklaring zonder oplegging van straf (art. 9a Sr).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/682178-17

Datum uitspraak: 15 maart 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] (Irak) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte]

gemachtigd raadsman Y. Taghi, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 1 maart 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. P. Wijnands heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, alsmede tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, een behandelverplichting en een contactverbod met: [naam slachtoffer 1] , [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] .

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering (primair tenlastegelegde)

4.1.1.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de aan hem primair ten laste gelegde openlijke geweldpleging. Het bestanddeel ‘in vereniging’ kan niet bewezen worden verklaard, omdat de zaken tegen de andere verdachten zijn geseponeerd.

4.1.2.

Beoordeling

De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier vast dat er op 18 mei 2017 in Gorinchem, voor (en deels in) de woning van aangever een vechtpartij is geweest tussen twee families: de familie van de verdachte ( [naam familie 1] ) en de familie van aangever ( [naam familie 2] ). De verdachte is met zijn twee broers naar de woning van aangever gegaan om verhaal te halen over een onenigheid/ruzie tussen aangever en de moeder van de verdachte. De verdachte en zijn broers waren op dat moment boos. Aldaar hebben zij op de deur van de woning van aangever gebonkt, zich opgedrongen bij aangever en zijn in de woning aanwezige familieleden, waaronder de zoon van aangever: [naam slachtoffer 3] . Vervolgens hebben zij de zoon van aangever [naam slachtoffer 3] naar buiten getrokken waarna een vechtpartij is ontstaan.

Bij deze vechtpartij zijn door leden van beide families klappen uitgedeeld, waarbij geslagen en gestompt is. Verschillende mensen hebben bij die vechtpartij verwondingen opgelopen, zo ook aangever en zijn zoon [naam slachtoffer 3] . De verdachte is in zijn onderrug gestoken en had een snijwond op zijn rechter schouderblad.

De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, bewezen dat de verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan openlijk geweldpleging jegens aangever [naam slachtoffer 1] en zijn zoon [naam slachtoffer 3] .

Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

De rechtbank acht niet bewezen dat aangever in zijn keel en in zijn geslachtsdeel is geknepen, nu slechts de verklaring van aangever als bewijsmiddel voorhanden is en deze verklaring overigens geen steun vindt in de overige bewijsmiddelen, en evenmin wordt gestaafd door medische gegevens.

4.1.3.

Conclusie

Bewezen is het aan de verdachte primair ten laste gelegde.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 18 mei 2017 te Gorinchem, op de openbare weg, de Kabeljauwenlaan, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] ,

welk geweld bestond uit het

- ( met kracht) slaan op (de deur van) de woning van voornoemde [naam slachtoffer 1] of (daarbij) (hard) schreeuwen en

- vervolgens zich opdringen aan die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] en

- ( vervolgens) (daarbij) trekken aan die [naam slachtoffer 2] en

- slaan tegen het gezicht van die [naam slachtoffer 1] en

- slaan/stompen tegen het gezicht en lichaam van die [naam slachtoffer 2] .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit en verdachte

5.1.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte heeft gehandeld uit zelfverdediging. De verdachte kreeg een klap, waarop hij als reactie zelf een klap heeft uitgedeeld. Er was daarmee sprake van een noodweersituatie, waarbij de verdachte zich moest verdedigen tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. Nu er geen sprake is geweest van wederrechtelijk handelen dient vrijspraak te volgen.

Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens noodweerexces.

5.2.

Beoordeling

Hetgeen door de verdediging namens de verdachte is aangevoerd, vindt zijn weerlegging in hetgeen door de rechtbank (onder 4.1.2) is vastgesteld voor wat betreft de feitelijke toedracht van de vechtpartij, en vindt ook overigens zijn weerlegging in de bewijsmiddelen. Kort gezegd: de verdachte heeft, terwijl hij boos was, de confrontatie met aangever en zijn familie opgezocht. Een noodweersituatie is dan ook niet aannemelijk geworden.

Het verweer van de raadsman wordt reeds om die reden verworpen.

5.3.

Conclusie

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit en de verdachte uitsluit.

De verdachte en het feit zijn dus strafbaar.

Het bewezen feit levert op:

Primair

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

6 Motivering schuldig verklaring zonder oplegging van straf

De rechtbank heeft bij de straftoemeting gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte is samen met zijn tante, zijn moeder en zijn twee broers naar het huis van aangever gegaan om verhaal te halen. Aldaar is er een confrontatie geweest tussen de familie van de verdachte en de familie van het slachtoffer en is een vechtpartij ontstaan, waarbij over en weer is geslagen. De verdachte heeft zich met zijn familieleden schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Verdachte zelf heeft ook een steekwond aan zijn onderrug opgelopen bij dit incident waarvoor hij medisch is behandeld.

De verdachte heeft hiermee inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Dergelijke misdrijven versterken gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 13 februari 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 22 maart 2018. Dit rapport houdt het volgende in.

De heer [naam verdachte] woont bij zijn moeder en twee oudere broers. Hij wordt begeleid door

de ASVZ voor gemiddeld 2,5 uur per week. Hij heeft dagbesteding voor gemiddeld 16-

20 uur per week. Betrokkene heeft een Wajonguitkering.

Er is sprake van een functioneren op het grensgebied van zwakbegaafd en licht

verstandelijk beperkt. Er is voorts sprake van PPD-NOS en epilepsie.

Wij adviseren het jeugdstrafrecht toe te passen.

De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport en is, gelet op de persoon van de verdachte, met de reclassering van oordeel dat in dit geval het jeugdstrafrecht van toepassing is.

Gezien de ernst van het feit zou daarop in beginsel met een straf, in dit geval gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte en zijn zeer beperkte strafblad mogelijk met een taakstraf, dienen te worden gereageerd.

Zoals hiervoor al aan de orde is gekomen, heeft de verdachte tijdens de vechtpartij zelf ook ernstig letsel opgelopen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte daardoor in voldoende mate de gevolgen van zijn handelen ondervonden. Nadere strafoplegging dient geen redelijk doel.

Aan de verdachte zal daarom geen straf of maatregel worden opgelegd.

7 Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [naam benadeelde] ter zake van het primair bewezen verklaarde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 847,- aan materiële schade en een vergoeding van € 1.000,- aan immateriële schade.

7.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij in de vordering nu niet kan worden vastgesteld dat de gevorderde schade rechtstreeks is toegebracht door het ten laste gelegde feit.

7.2.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering nu de verdachte vrijgesproken dient te worden.

Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de materiële schade onvoldoende is onderbouwd en ook overigens niet is vast te stellen dat het rechtstreekse schade betreft.

7.3.

Beoordeling

Immateriële schade

De behandeling van de vordering van de benadeelde partij levert, gelet op de ‘eigen schuld vraag’, een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij zal in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Materiële schade

Door de benadeelde partij is onvoldoende onderbouwd dat de gevorderde materiële schade rechtsreeks verband houdt met het bewezen verklaarde feit en de vordering is door de verdediging gemotiveerd betwist, zodat de vordering in zoverre zal worden afgewezen.

Proceskosten

De rechtbank zal de proceskosten tussen de verdachte en de aangever compenseren nu zij over en weer deels in het gelijk en deels in het ongelijk worden gesteld.

7.4.

Conclusie

Over een deel van de gevorderde schadevergoeding wordt in deze procedure geen inhoudelijke beslissing genomen. Voor het overige wordt de vordering afgewezen.

Uit dit vonnis vloeit voor de verdachte dan ook geen betalingsverplichting voort.

8 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

9 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

bepaalt dat ten aanzien van het primair bewezenverklaarde feit geen straf of maatregel wordt opgelegd;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering voor wat betreft de immateriële schade;

wijst af de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde] voor wat betreft de materiële schade;

bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.A.M.J. Janssen-Timmermans, voorzitter,

en mrs. N. Doorduijn en P.E. van Althuis, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A-L.H. Wilkens, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij

op of omstreeks 18 mei 2017 te Gorinchem, op of aan de openbare weg, de Kabeljauwenlaan, in elk geval op of aan (een) openbare weg(en), openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2]

welk geweld bestond uit het

- ( met kracht) slaan/bonken op (de deur van) de woning van voornoemde [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of (daarbij) (hard) roepen/schreeuwen en/of schelden en/of

- vervolgens zich opdringen aan die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of

- ( vervolgens) (daarbij) (met kracht) beetpakken en/of vastpakken van en/of

rukken en/of trekken aan die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of

- slaan en/of stompen op/tegen het gezicht en/of het lichaam en/of knijpen in

de keel/hals en/of het geslachtsdeel van die [naam slachtoffer 1] en/of

- slaan/stompen op/tegen het gezicht en/of lichaam en/of schoppen/trappen op/tegen het lichaam van die [naam slachtoffer 2] ;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij

op of omstreeks 18 mei 2017 te Gorinchem [naam slachtoffer 1] heeft mishandeld door (met kracht)

- die [naam slachtoffer 1] beet te pakken en/of vast te pakken en/of

- te rukken en/of trekken aan die [naam slachtoffer 1] en/of

- te slaan en/of stompen op/tegen het gezicht en/of het lichaam van die [naam slachtoffer 1] en/of

- te knijpen in de keel/hals en/of het geslachtsdeel van die [naam slachtoffer 1] ;

en/of [naam slachtoffer 2] heeft mishandeld door (met kracht)

- die [naam slachtoffer 2] beet te pakken en/of vast te pakken en/of n-

- te rukken en/of trekken aan die [naam slachtoffer 2] en/of

- te slaan en/of stompen op/tegen het gezicht en/of het lichaam van die [naam slachtoffer 2] en/of

- te schoppen en/of trappen op/tegen het lichaam van die [naam slachtoffer 2] .