Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:2227

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-02-2019
Datum publicatie
05-04-2019
Zaaknummer
6817943
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 128 Rv. Verweer in conclusie van dupliek verschilt nogal van verweer in conclusie van antwoord. Verweer uit conclusie van dupliek voor zover dit verschilt met verweer in conclusie van antwoord daarom buiten beschouwing gelaten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2019/371
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 6817943 CV EXPL 18-12954

uitspraak: 1 februari 2019

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Libertas Corporate Defense Lawyers B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: Agin Timmermans Gerechtsdeurwaarders te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Eye Catchers B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. N. Adrichem te Rotterdam.

Partijen worden hierna ‘Libertas’ en ‘Eye Catchers’ genoemd.

1 De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

  • -

    de dagvaarding met producties van 4 april 2018;

  • -

    de conclusie van antwoord van 31 juli 2018;

  • -

    de conclusie van repliek met producties van 25 september 2018;

  • -

    de conclusie van dupliek met producties van 20 november 2018;

  • -

    de akte van Libertas van 18 december 2018.

2 Het geschil

2.1

Libertas stelt in opdracht en voor rekening van Eye Catchers juridische werkzaamheden verricht te hebben. Libertas heeft Eye Catchers hiervoor bij factuur van 5 juli 2017 € 3.901,04 in rekening gebracht en bij factuur van 4 augustus 2017 € 5.851,56, bij elkaar dus € 9.752,60. Eye Catchers heeft op deze facturen € 901,04 betaald en € 8.851,56 onbetaald gelaten. Libertas vordert veroordeling van Eye Catchers tot betaling van dit laatstgenoemde bedrag, met wettelijke handelsrente tot 20 maart 2018 – een bedrag van € 434,89 – en € 817,58 aan buitengerechtelijke incassokosten. De vordering bedraagt daarmee in totaal € 10.104,03, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 8.851,56 vanaf 20 maart 2018 totdat de vordering volledig is voldaan.

2.2

Eye Catchers voert verweer tegen de vordering.

2.3

Voor zover voor de beoordeling van belang, wordt hierna ingegaan op waarmee Libertas en Eye Catchers de vordering en het verweer daartegen (verder) onderbouwen.

3 De beoordeling

3.1

Het verweer dat Eye Catchers in de conclusie van antwoord voert verschilt grondig van het verweer tegen de vordering dat in haar conclusie van dupliek staat. Omdat het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in artikel 128 lid 3 bepaalt dat het verweer tegen een vordering in één keer naar voren gebracht moet worden (in de conclusie van antwoord), gaat de kantonrechter uit van het verweer dat in de conclusie van antwoord staat en gaat zij voorbij aan wat Eye Catchers pas voor het eerst in de conclusie van dupliek naar voren brengt.

3.2

De kantonrechter acht zich bevoegd kennis te nemen van dit geschil, ondanks de klacht die Eye Catchers bij de Deken van de Orde van Advocaten heeft ingediend tegen Libertas. In het verleden was het weliswaar zo dat geschillen over de hoogte van een factuur van een advocaat níet door een rechter behandeld konden worden, maar die regel bestaat niet meer.

3.3

Eye Catchers erkent in haar conclusie van antwoord een overeenkomst met Libertas gesloten te hebben. Eye Catchers voert weliswaar aan dat zij hiertoe gedwongen is maar waar die dwang (van Libertas) dan precies uit bestaan heeft, vermeldt zij niet. Het kan zo zijn dat een en ander op korte termijn geregeld moest worden, maar het ging om een spoedeisende zaak en dan moet nu eenmaal op korte termijn gehandeld worden. Eye Catchers is wellicht door de omstandigheden gedwongen juridische hulp (van Libertas) in te schakelen maar dit betekent niet dat Libertas haar gedwongen heeft met háár de gesloten overeenkomst aan te gaan.

3.4

In de gesloten overeenkomst staat, voor zover nu van belang:

Voorwaarden en uurtarief

Aangehecht zijn de algemene voorwaarden die van toepassing zijn op deze opdracht waarin een beperking van de aansprakelijkheid is opgenomen. Met u is besproken dat deze opdracht zal worden uitgevoerd door [naam advocaat 1] en [naam advocaat 2] . Het uurtarief van deze advocaten bedraagt op dit moment € 250,- (excl. B.T.W.) Ter zake van kantoorkosten wordt 4% van het gedeclareerde honorarium (excl. B.T.W.) in rekening gebracht. In het kader van een goede belangenbehartiging is het mogelijk dat in uw zaak andere kantoorgenoten worden ingeschakeld. Dit zal in overleg met u geschieden. De door derden aan ons in rekening gebrachte kosten worden doorberekend. Libertas Corporate Defense Lawyers declareert maandelijks.

3.5

Eye Catchers heeft de overeenkomst ondertekend. Er mag van uitgegaan worden dat zij de inhoud van de overeenkomst kende en dat zij dus wist dat er algemene voorwaarden van toepassing zijn, dat zij wist hoe hoog het uurtarief was en dat zij wist dat de zaak door twee advocaten behandeld zou worden (én dat mogelijk andere kantoorgenoten ingeschakeld zouden worden). Als Eye Catchers het hier niet mee eens was, had zij geen handtekening onder de overeenkomst moeten zetten. Als Eye Catchers de overeenkomst, zoals zij aanvoert, ongelezen ondertekend heeft, komt dit voor haar risico, niet voor dat van Libertas.

3.6

De algemene voorwaarden die op de overeenkomst van toepassing zijn bepalen in artikel 33 dat als Eye Catchers zich niet kan verenigen met wat bij haar in rekening is gebracht, zij dit, vrij vertaald, binnen drie maanden na de ontvangst van de factuur aan Libertas kenbaar moet maken. De facturen zijn van 5 juli 2017 en 4 augustus 2017. Nu Eye Catchers de ontvangst van de facturen in de conclusie van antwoord niet heeft betwist, gaat de kantonrechter ervan uit dat zij deze (in ieder geval) daags na datering en verzending ervan heeft ontvangen. Eye Catchers had dus op zijn laatst op of omstreeks 5 oktober 2017 en 4 november 2017 bezwaar moeten maken tegen de facturen als zij het niet eens was met de hoogte ervan. Eye Catchers voert aan dit gedaan te hebben maar het blijkt uit niets. Er moet daarom van uitgegaan worden dat Eye Catchers ingestemd heeft met de hoogte van de facturen en zij wordt er daarom toe veroordeeld het nog openstaande bedrag van € 8.851,56 alsnog aan Libertas te betalen. Uit de opmerking onder randnummer 4 van haar conclusie van dupliek dat Eye Catchers op 18 januari 2018 kopieën van de facturen ontvangen heeft, leidt de kantonrechter af dat Eye Catchers de originele facturen al eerder ontvangen heeft.

3.7

Als een geldbedrag niet op tijd betaald wordt moet de schuldenaar rente betalen over het openstaande bedrag en als de schuldeiser buiten de rechter om moeite doet de vordering te incasseren, moet de schuldenaar de daaraan verbonden kosten betalen. Eye Catchers heeft de facturen niet (volledig) op tijd betaald en Libertas heeft buiten de rechter om moeite gedaan om de vordering te incasseren. Dit betekent dat de rente die Libertas vordert, waaronder de tot 20 maart 2018 berekende rente van € 434,89, en de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van € 817,58 ook toewijsbaar zijn.

3.8

Eye Catchers is de in het ongelijk gestelde partij. Zij wordt daarom veroordeeld in de kosten van de procedure. Aan salaris voor de gemachtigde van Libertas worden hele punten toegekend voor de dagvaarding en de conclusie van repliek en een halve punt voor de akte van 18 december 2018. Eén punt aan gemachtigdensalaris bedraagt gelet op het financiële belang van deze zaak € 360,00.

3.9

Dit vonnis wordt zoals Libertas vordert ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat Eye Catchers aan de veroordelingen moet voldoen, ook als in hoger beroep wordt gegaan tegen dit vonnis.

4 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Eye Catchers om € 10.104,03 aan Libertas te betalen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente op grond van artikel 6:119a BW over € 8.851,56 vanaf 20 maart 2018 tot aan de dag van de algehele betaling;

veroordeelt Eye Catchers in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de kant van Libertas vastgesteld op € 85,79 aan kosten voor de dagvaarding, € 476,00 aan griffierecht en € 900,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

686