Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:2119

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-02-2019
Datum publicatie
19-03-2019
Zaaknummer
C/10/531358 / HA ZA 17-707
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Internationaal wegvervoer. CMR. Nederlands recht toepasselijk. Actieflegitimatie. Geen vervoerdersovermacht. Art. 17 CMR. Art. 18 CMR. Eigen schuld. Aansprakelijkheidslimiet van art. 23 lid 3 CMR niet doorbroken. Stelplicht. Eventueel overeengekomen aansprakelijkheidsbeperking van de vervoerder is ingevolge art. 41 CMR nietig. Uitleg overeenkomst. Eventuele verplichting tot het afsluiten van een transportgoederenverzekering valt buiten de reikwijdte van de CMR.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2019/63
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/531358 / HA ZA 17-707

Vonnis van 13 februari 2019

in de zaak van

de vennootschap naar buitenlands recht

AXA CORPORATE SOLUTIONS ASSURANCE SA,

gevestigd te Parijs, Frankrijk, en Keulen, Duitsland,

eiseres,

advocaat mr. R.W.J.M. te Pas te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BERNAARDS TRANSPORT B.V.,

gevestigd te Halsteren,

gedaagde,

advocaat mr. J. Mulder te Hoogeveen.

Partijen zullen hierna AXA en Bernaards genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:

  • -

    de dagvaarding van 7 juli 2017;

  • -

    de akte houdende overlegging producties A1 tot en met A20 van AXA;

  • -

    de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 7;

  • -

    de brief van 10 januari 2018 waarin de rechtbank partijen oproept voor een comparitie van partijen;

  • -

    de akte houdende overlegging producties A21 en A22 van AXA;

  • -

    de zittingsagenda van 4 juni 2018;

  • -

    de brief van mr. Mulder van 7 juni 2018 met productie 8 van Bernaards;

  • -

    de twee sets aantekeningen mondelinge behandeling van AXA;

  • -

    de samenvatting standpunten van Bernaards;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 19 juni 2018.

1.2.

Op de comparitie hebben partijen vonnis gevraagd.

2 De feiten

Ten behoeve van de beoordeling stelt de rechtbank de volgende feiten vast, als enerzijds gesteld en anderzijds niet voldoende betwist, of gebleken uit niet betwiste producties waarop beroep is gedaan.

2.1.

De Logista groep van vennootschappen verzorgt onder andere de opslag en het vervoer van tabaksproducten. Van deze groep maken deel uit onder meer Logesta Gestión de Transporte S.A. te Madrid (hierna: LGdT) en Logista France S.A.S. te Lognes (hierna: Logista France).

AXA is de (transportgoederen)verzekeraar van Logista France.

2.2.

Op 1 februari 2006 heeft LGdT een raamovereenkomst gesloten met Bernaards met betrekking tot door Bernaards in opdracht van LGdT te verrichten transportwerkzaamheden.

2.3.

In op 10 april 2006 gedateerde, door [naam chauffeur 1] , als chauffeur in dienst bij Bernaards (hierna: [naam chauffeur 1] ), ondertekende “Compulsory Regulations for the Transport of Manufactured Tobacco” staat - voor zover voor deze beoordeling relevant - het volgende vermeld:

“4. If a convoy has been planned, the vehicles have to be in sight and the convoy must never be broken. In each convoy, one of the drivers will be appointed head of the convoy, who will have to organize the running of the journey. Convoy drivers always have to cooperate in relation to their tachometers, their halts, lunch breaks and overnight stay.

[..]

6. If there is any incident that prevents the above from being executed, SECURITAS must be informed immediately, calling on (0034) 902 101 742. Push the security button on the dashboard in case of a serious incident (theft, threat, illness, etc.)”.

2.4.

In op 4 maart 2011 gedateerde en door [naam chauffeur 1] ondertekende stukken staat onder meer het volgende.

In het stuk “Mandatory Instructions for High Value Goods Transport by a Trailer with Installed GPS”:

“1. The driver once loaded with high value goods should call Monitoring Station. After data verification, they will activate remotely safe mode and confirm the activation. (this operation must be done inside the loading centre before beginning the trip)”.

In het stuk “Compulsory Regulations for the Transport of Manufactured Tobacco & Other Valuable Merchandise”:

“9. If a convoy has been planned, the vehicles have to be in sight of each other until the final destination and the convoy must never be broken”.

In het stuk “Test Driver 1” heeft [naam chauffeur 1] vraag 7 “If I must go in convoy, how must I proceed?” correct beantwoord door antwoord b aan te kruisen, te weten:

“I must respect it always and call Monitoring Station or Logesta if a break happens or if we have some problem”.

2.5.

Op of omstreeks 2 oktober 2013 heeft Philip Morris Holland B.V. (hierna: Philip Morris) aan LGdT opdracht gegeven voor het vervoer over de weg van een partij sigaretten van Bergen op Zoom naar Lognes, Frankrijk, ter aflevering aan Logista France.

LGdT heeft die opdracht tot vervoer doorgegeven aan Bernaards. Bernaards heeft de partij sigaretten in Bergen op Zoom ten vervoer in ontvangst genomen. Tijdens het vervoer, bij de afslag van de A1 naar de A104, moest chauffeur [naam chauffeur 2] , in dienst van Bernaards, afremmen en stoppen voor een wit busje. Uit het witte busje zijn gewapende mannen gestapt die de chauffeur hebben overmeesterd en de vrachtwagen met de chauffeur hebben meegenomen naar een zijweg naast de snelweg. Daar is een groot deel van de partij sigaretten uit de vrachtwagen gehaald.

2.6.

Bij e-mail van 3 oktober 2013 heeft Bernaards naar aanleiding van dat incident het volgende aan LGdT geschreven:

“I send out a message to the “PM” drivers with a explanation of the incident yesterday and the question if they want to continue the transport of cigarettes.

At this moment I have confirmation of some drivers with no objection, so we can continue the transports.

Remark concerning safety from the drivers is the matter of driving in convoy ! They all prefer driving in convoy.”.

Met “the “PM” drivers” werd daarbij bedoeld: de chauffeurs die met partijen sigaretten voor Philip Morris rijden.

2.7.

Bij e-mail van 4 oktober 2013 heeft LGdT aan Bernaards het volgende geschreven:

“As you speak with my colleague [naam chauffeur 3] , next Monday we have available 2 PARIS, (delivery time 1 and 2 pm Monday)

Please, we need to have under control the situation:

1.- Trucks will leave the factory in convoy.

2.- Absolutely obligatory activate the safe mode before leave the factory. Your drivers has call to Alert Services to activate this mode.

This action has to be done every day, with every truck which are going to load tobacco

If you have doubts, or some clarifications, do not hesitate to contact me.

Please confirm this email.”.

2.8.

Bij e-mail van 9 oktober 2013 heeft LGdT aan Bernaards het volgende geschreven:

“Thanks for your time today, as per our conversation today just please confirm me that starting Monday your drivers carrying out tobacco products are calling the monitoring station Alert Services before leaving the tobacco factory and pressing the procedure button to start up the monitoring by Securitas during the trip until final deatination.”.

2.9.

Bij e-mail van 14 oktober 2013 heeft Bernaards aan LGdT het volgende geschreven:

“According to your instructions form last week, we started the procedure to press the button before leaving. ”

2.10.

In een op 20 oktober 2013 gedateerde, door [naam chauffeur 4] , bij Bernaards in dienst als chauffeur (hierna: [naam chauffeur 4] ), ondertekende “Driver’s Training Instructions” staat - voor zover hier relevant - het volgende vermeld:

“5. The driver will never leave the loading centre with high value goods without the security system being activated and checked by the AMC to assure systems correct functioning.

(…)

10. If a convoy has been planned, the vehicles have to be in sight of each other until they reach the final destination. The convoy must never be broken. In case driver loses visual contact with his convoy, Alarm Monitoring centre must be immediately informed. Breaking a convoy without permission from the alarm monitoring centre or not informing about loss of sight of convoy colleague will be considered as a serious negligence.”

(…)

Trailer Instructions:

1. The driver once loaded with high value goods should call Monitoring Station (+34 914819117). After data verification, they will activate remotely safe mode and confirm it. If the trailer is equipped with remote locking bar system, doors will be blocked too. Please follow instruction in order to make pre-checks needed to ensure security devices work properly.

(…)

Threat Situation:

At current trade prices cigarettes in transit are becoming an ever more desirable target for theft and robbery including “Highway Robbery”

In case of attack or suspicion of an imminent attack press the panic button”.

2.11.

In een eveneens op 20 oktober 2013 gedateerde, door [naam chauffeur 4] ingevulde “Test Driver 2” heeft deze chauffeur vraag 6 “If I must drive in convoy because Logesta has planned this route so, how I must act:” correct beantwoord door antwoord A aan te kruisen, te weten:

“To go always together with my colleague of convoy and inform Monitoring Station of any incident or break of the convoy.”

2.12.

Op of omstreeks 28 oktober 2013 heeft Philip Morris aan LGdT opdracht gegeven voor het vervoer over de weg van een partij van 2080 dozen Marlboro Red sigaretten met een brutogewicht van 14.386,80 kg (hierna: de partij sigaretten) van Bergen op Zoom naar Lognes, Frankrijk, ter aflevering aan Logista France. LGdT heeft die opdracht tot vervoer doorgegeven aan Bernaards. Op 28 oktober 2013 heeft [naam chauffeur 4] de partij sigaretten bij Philip Morris in Bergen op Zoom in ontvangst genomen ten vervoer in een trekker met oplegger van Bernaards. Ter zake van dat vervoer is een vrachtbrief opgemaakt met kenmerk [kenmerk vrachtbrief] . Logista France staat als geadresseerde op de vrachtbrief.

Tegelijkertijd heeft Bernaards met chauffeur [naam chauffeur 1] in opdracht van LGdT bij Philip Morris een andere partij sigaretten in ontvangst genomen ten vervoer over de weg naar Lognes ter aflevering aan Logista France.

Beide chauffeurs zijn in konvooi richting Lognes vertrokken. Na een stop in de buurt van Arras, Frankrijk, zijn de chauffeurs verder gereden, maar is na enige tijd het konvooi verbroken. Bij de afslag van de A1 naar de A104 moest [naam chauffeur 4] afremmen en stoppen voor een wit busje. Uit het witte busje zijn gewapende mannen gestapt die [naam chauffeur 4] hebben overmeesterd en de trekker met oplegger met de chauffeur hebben meegenomen naar een afgelegen plek in de buurt van vliegveld Charles de Gaulle. Daar zijn 1600 dozen sigaretten uit de oplegger verwijderd.

Het restant van de partij sigaretten is bij Logista France in Lognes afgeleverd.

2.13.

Bij vonnis van 19 oktober 2016, gewezen onder kenmerk C/02/277145 / HA ZA 14-111 in een zaak tussen Bernaards als eiseres en onder anderen LGdT en Logista France als gedaagden, heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant, op vordering van Bernaards voor recht verklaard dat Bernaards jegens de gedaagden beperkt aansprakelijk is overeenkomstig het bepaalde in artikel 23 lid 3 CMR voor de schade die de gedaagden hadden geleden als gevolg van het incident van 2 oktober 2013. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld.

3 Het geschil

3.1.

AXA vordert – samengevat weergegeven – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Bernaards zal veroordelen tot betaling van € 2.027.430,00 te vermeerderen met de CMR-rente van 5% vanaf 25 november 2013, althans een door de rechtbank te bepalen dag, en tot betaling van € 5.702,40 aan expertisekosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2014, althans een door de rechtbank te bepalen dag, en tot betaling van € 6.775,00 aan buitengerechtelijke incassokosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, met veroordeling van Bernaards in de (na)kosten van de onderhavige procedure, te verneerderen met de wettelijke rente vanaf de veertiende dag na datum vonniswijzing.

AXA legt daaraan ten grondslag dat Bernaards niet heeft voldaan aan haar hoofdverplichting om de met het door [naam chauffeur 4] bestuurde vervoermiddel ten vervoer ontvangen partij sigaretten af te leveren op de plaats van bestemming in Lognes in de staat waarin zij deze heeft ontvangen. Bernaards is onbeperkt aansprakelijk voor schade ten gevolge van het incident van 28 oktober 2013. De schade van € 2.027.430,00 bestaat uit een bedrag van € 309.590,00 aan waarde van de niet-afgeleverde dozen sigaretten en een bedrag van € 1.717.840,00 aan daarover door de Franse douane gevorderde accijnzen.

AXA is door subrogatie getreden in de rechten van de geadresseerde Logista France (en andere onderdelen van de Logista groep van vennootschappen), zodat zij actief is gelegitimeerd om van Bernaards schadevergoeding te vorderen.

3.2.

Bernaards concludeert tot afwijzing van de vordering met veroordeling van AXA bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de kosten van de procedure.

Bernaards betwist primair dat AXA (volledig) vorderingsgerechtigd is, subsidiair doet zij een beroep op vervoerdersovermacht, meer subsidiair op beperking van aansprakelijkheid en nog meer subsidiair op eigen schuld van de afzender en de geadresseerde, die zij telkens als “Logesta” aanduidt. Bernaards betwist voorts dat de accijnzen, de expertisekosten en de buitengerechtelijke incassokosten voor vergoeding in aanmerking komen, ongeacht de vraag naar (de mate van) schuld aan de zijde van Bernaards.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

internationaal geval

4.1.

Deze zaak betreft een internationaal geval, aangezien AXA in Frankrijk en Duitsland is gevestigd en Bernaards in Nederland, terwijl de zaak gaat over wegvervoer van Nederland naar Frankrijk. Daarom dient de rechtbank eerst haar bevoegdheid (rechtsmacht) en het toepasselijk recht te bepalen.

bevoegdheid

4.2.

De vordering is ingesteld bij dagvaarding uitgebracht op 7 juli 2017, derhalve na de inwerkingtreding van de Brussel Ibis-Vo. Bernaards heeft woonplaats in de zin van de Brussel Ibis-Vo in Nederland, een lidstaat van de Europese Unie. De zaak betreft grensoverschrijdend wegvervoer van Nederland naar Frankrijk als bedoeld in artikel 1 CMR. Blijkens de dagvaarding en de conclusie van antwoord gaan beide partijen ervan uit dat de eis van AXA een burgerlijke of handelszaak betreft, zoals bedoeld in de Brussel Ibis-Vo, en een vordering betreft als bedoeld in artikel 31 CMR. De vraag of de Nederlandse rechter, dan wel deze rechtbank internationaal bevoegd is om van de vorderingen van AXA kennis te nemen dient daarom aan de hand van de Brussel Ibis-Vo en de CMR te worden beantwoord.

4.3.

AXA stelt dat de internationale bevoegdheid is gegrond op een forumkeuze voor deze rechtbank. Bernaards heeft die stelling niet bestreden en evenmin beroep gedaan op de onbevoegdheid van de Nederlandse rechter, dan wel deze rechtbank. Derhalve is deze rechtbank (internationaal) bevoegd, hetzij op grond van een forumkeuzebeding als bedoeld in artikel 25 Brussel Ibis-Vo in samenhang met artikel 31 lid 1 CMR, hetzij op grond van een stilzwijgende forumkeuze als bedoeld in artikel 26 lid 1 Brussel Ibis-Vo.

toepasselijk recht

4.4.

Ter comparitie hebben partijen bevestigd dat hun rechtsverhouding wordt beheerst door de CMR, aangevuld door Nederlands recht.

AXA actief gelegitimeerd?

4.5.

Over het verweer dat AXA niet (volledig) vorderingsgerechtigd is overweegt de rechtbank het volgende.

4.5.1.

De door LGdT gegeven opdracht tot vervoer hield in dat Bernaards de partij sigaretten diende af te leveren in Lognes aan Logista France. Dat staat ook op de vrachtbrief (zie bij 2.12).

Ingevolge de CMR zijn tot het instellen van een vordering tot schadevergoeding jegens de vervoerder gelijkelijk gerechtigd de afzender en de geadresseerde na toetreding tot de vervoerovereenkomst tussen afzender en vervoerder; met dat stelsel verdraagt zich niet dat de vervoerder aan de tot het instellen van een vordering formeel gelegitimeerde het ontbreken van een niet aan de vervoerovereenkomst ontleend belang kan tegenwerpen (vgl. Hof Den Haag, 19 september 1995, ECLI:NL:GHSGR:1995:AL8953 - Nippress).

Als geadresseerde is Logista France daarom gerechtigd om van Bernaards schadevergoeding te vorderen wegens niet volledige aflevering van de door deze ten vervoer ontvangen partij sigaretten.

Tussen partijen staat vast dat AXA de transportgoederenverzekeraar van de partij sigaretten is (zie bij 2.1). Bernaards heeft bij comparitie erkend dat AXA door subrogatie is getreden in de rechten van Logista France. Uit (de door Bernaards niet betwiste) productie A 18 blijkt dat AXA ter zake van dit incident € 1.997.430 aan Logista France heeft uitgekeerd; in dat document wordt de subrogatie bevestigd.

Derhalve is AXA als gesubrogeerde verzekeraar gerechtigd om van Bernaards schadevergoeding te vorderen wegens niet volledige aflevering van de door deze ten vervoer ontvangen partij sigaretten. Hetzelfde heeft te gelden voor eventuele gevolgschade.

4.5.2.

Volgens Bernaards beperken twee overeenkomsten het vorderingsrecht van AXA, te weten één in een vervoerovereenkomst (of raamovereenkomst) tussen “Altadis” en “Logesta” op grond waarvan “Logesta” niet verder aansprakelijk zou zijn dan € 30.000, en één in de raamovereenkomst tussen LGdT en Bernaards op grond waarvan Bernaards niet verder aansprakelijk zou zijn dan € 30.050.

De rechtbank kan Bernaards in haar betoog niet volgen.

Zoals hiervoor overwogen, is AXA als transportgoederenverzekeraar door subrogatie in de rechten van Logista France getreden.

Omdat Bernaards niet stelt (en het ook niet uit de dossierstukken blijkt) dat de bedoelde overeenkomsten de relatie tussen Logista France en AXA betreffen, kan geen van die overeenkomsten de verplichting van AXA tot schadevergoeding onder de transportgoederenverzekering, evenmin de subrogatie van AXA in de rechten van Logista France beperken.

De door Bernaards bedoelde overeenkomsten leveren mogelijk een beperking van aansprakelijkheid op van de bedoelde “Logesta” of van Bernaards, maar dat vormt geen beperking van het vorderingsrecht van Logista France of AXA. De rechtbank komt hierop terug bij de behandeling van eventueel beperkte aansprakelijkheid.

4.5.3.

De conclusie is dat AXA als gesubrogeerde verzekeraar de rechten van de geadresseerde Logista France ten opzichte van Bernaards kan uitoefenen.

Bernaards aansprakelijk?

4.6.

Zoals eerder gezegd, vordert AXA vergoeding van de (gevolg)schade voortvloeiend uit de niet-aflevering door Bernaards van een gedeelte van de partij sigaretten.

Ingevolge de hoofdregel van artikel 17 lid 1 CMR is de vervoerder aansprakelijk voor geheel of gedeeltelijk verlies en voor beschadiging van de goederen, welke ontstaan tussen het ogenblik van de inontvangstneming van de goederen en het ogenblik van de aflevering, alsmede voor vertraging in de aflevering.

Tussen partijen staat vast dat een deel van de door Bernaards in de door [naam chauffeur 4] bestuurde trekker met oplegger ten vervoer ontvangen partij sigaretten niet ter bestemming aan Logista France is afgeleverd. Bernaards is daarom in beginsel aansprakelijk voor de daardoor ontstane schade, tenzij haar beroep op de ontheffingen van artikel 17 lid 2 CMR slaagt.

4.7.

Ingevolge artikel 17 lid 2 CMR is de vervoerder ontheven van de aansprakelijkheid van artikel 17 lid 1, indien het verlies, de beschadiging of de vertraging is veroorzaakt door schuld van de rechthebbende, door een opdracht van deze, welke niet het gevolg is van schuld van de vervoerder, door een eigen gebrek van de goederen of door omstandigheden, die de vervoerder niet heeft kunnen vermijden en waarvan hij de gevolgen niet heeft kunnen verhinderen.

Ingevolge artikel 18 lid 1 CMR en de hoofdregel van artikel 150 Rv liggen stelplicht en bewijslast van zodanige omstandigheid en van het causale verband bij Bernaards.

4.8.

De rechtbank leest het beroep van Bernaards op “eigen schuld” als een beroep op schuld van de rechthebbende, of door een opdracht van deze welke niet het gevolg is van schuld van de vervoerder, en haar beroep op overmacht als een beroep op omstandigheden, die de vervoerder niet heeft kunnen vermijden en waarvan hij de gevolgen niet heeft kunnen verhinderen.

“eigen schuld”

4.9.

Volgens Bernaards is sprake van schuld van de afzender LGdT, omdat LGdT onzorgvuldig is geweest bij het implementeren van de beveiligingsprocedure. Volgens Bernaards heeft zij hierover “hulpkreten” verzonden aan LGdT, maar heeft dat slechts geresulteerd in een Franstalige gebruiksaanwijzing van de bedieningsfunctionaliteiten in de cabine.

4.9.1.

Zoals hiervoor overwogen, is de maatstaf voor de beoordeling van het beroep op deze ontheffing van aansprakelijkheid: of het verlies of de schade is veroorzaakt door de schuld of een opdracht van de rechthebbende in de zin van artikel 17 lid 2 CMR, waar nodig aangevuld door artikel 6:101 BW (“wanneer de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend”). Stelplicht en bewijslast van zodanige omstandigheid en van het causale verband liggen bij Bernaards.

4.9.2.

Gelet op de overgelegde e-mailwisseling tussen Bernaards en LGdT doelt Bernaards hier kennelijk op de onduidelijkheid over de beveiligingsprocedure die er nog was in 2009. Vast staat echter dat Bernaards ten tijde van de incidenten van oktober 2013 beschikte over een Nederlandse handleiding met daarin alle belangrijke onderdelen van het beveiligingssysteem. Bernaards heeft die handleiding zelf in het geding gebracht.

4.9.3.

Verder staat vast dat Bernaards nadere instructies heeft gekregen en dat de chauffeurs [naam chauffeur 4] en [naam chauffeur 1] in 2011 en 2013, mede naar aanleiding van de diefstal van 2 oktober 2013 (en vóór het incident van 28 oktober 2013) instructies hebben ondertekend en toetsen hebben afgelegd over hoe te handelen overeenkomstig de beveiligingsprocedures bij “high value goods” (zie 2.3, 2.4, 2.7, 2.8, 2.10 en 2.11). Daaruit valt af te leiden dat Bernaards en deze chauffeurs met de te volgen beveiligingsprocedure en de voorschriften bij rijden in konvooi bekend waren.

4.9.4.

Bernaards heeft praktisch niets gesteld over de causaliteit (“veroorzaakt door”) tussen de gestelde onzorgvuldigheden aan de zijde van LGdT en het verdwijnen van een gedeelte van de door haar op 28 oktober 2013 vervoerde partij sigaretten.

4.9.5.

Tegen deze achtergrond heeft Bernaards onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld die het oordeel zouden kunnen dragen dat de door de niet-aflevering van een gedeelte van de partij sigaretten ontstane schade (mede) een gevolg is van een omstandigheid die aan LGdT kan worden toegerekend. Aan bewijslevering komt de rechtbank daarom niet toe.

vervoerdersovermacht

4.10.

Over het beroep van Bernaards op overmacht overweegt de rechtbank het volgende.

4.10.1.

Ingevolge artikel 17 lid 2 jo 18 lid 1 CMR geldt als uitgangspunt dat de vervoerder zich slechts dan met succes op deze ontheffing kan beroepen, indien hij aantoont dat hij alle in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van een zorgvuldig vervoerder, daaronder begrepen de personen van wier hulp hij bij de uitvoering van de overeenkomst gebruikmaakt, te vergen maatregelen heeft genomen om het verlies te voorkomen (zie HR 17 april 1988, NJ 1988, 602).

4.10.2.

Het gaat hier om het incident van 28 oktober 2013 waarbij chauffeur [naam chauffeur 4] werd overvallen en vervolgens een groot deel van de partij sigaretten werd gestolen.

Vast staat dat de chauffeurs [naam chauffeur 4] en [naam chauffeur 1] van Bernaards – van wie in ieder geval [naam chauffeur 4] kwalificeert als persoon van wiens hulp Bernaards bij de uitvoering van de onderhavige vervoerovereenkomst gebruikmaakte – Securitas niet hebben gebeld (al dan niet met gebruikmaking van de “groene knop”) toen zij uit Bergen op Zoom vertrokken, respectievelijk nadat zij bij Arras hadden gerust en zij niet meer in konvooi reden, terwijl dat wel was afgesproken of geïnstrueerd (zie 2.3, 2.4, 2.6 - 2.11).

Zou chauffeur [naam chauffeur 4] Securitas bij aanvang van de reis vanuit Bergen op Zoom hebben opgebeld, dan zou zijn gebleken hetzij dat het door hem bestuurde vervoermiddel werd gemonitord door Securitas zodat de daders geen (in ieder geval aanmerkelijk minder) tijd zouden krijgen om de sigaretten over te laden, hetzij dat het vervoermiddel niet werd gemonitord – zoals AXA gemotiveerd en onderbouwd stelt – en zou de monitoring alsnog in werking zijn gesteld. Vast staat ook dat de beide chauffeurs kort voor de overval noch op het moment van de overval in konvooi reden en zij bij het verbreken van het konvooi niet naar Securitas hebben opgebeld, terwijl dat wel was afgesproken of geïnstrueerd (2.3, 2.4, 2.6 - 2.11). Vast staat ook dat chauffeur [naam chauffeur 4] de “panic button” niet heeft ingedrukt, terwijl hij daartoe bij een training wel was geïnstrueerd (zie 2.10). Zouden de chauffeurs wel in konvooi zijn blijven rijden, dan zou chauffeur [naam chauffeur 1] dadelijk hebben kunnen waarnemen dat chauffeur [naam chauffeur 4] hem niet meer volgde en zou hij via de middelen in zijn trekker meteen alarm hebben kunnen slaan waardoor de daders geen (in ieder geval aanmerkelijk minder) tijd zouden krijgen om de sigaretten uit het door [naam chauffeur 4] bestuurde vervoermiddel te stelen en over te laden.

Met AXA oordeelt de rechtbank dan ook dat Bernaards om deze redenen niet alle hiervoor bedoelde maatregelen heeft genomen om het verlies te voorkomen. Daarop strandt het beroep op overmacht.

4.10.3.

Over het verweer dat de schade niet is veroorzaakt doordat chauffeur [naam chauffeur 4] zich niet (telefonisch of met de “groene knop”) bij Securitas had aangemeld, omdat nu [naam chauffeur 4] wel de knop “slotje dicht” had geactiveerd Securitas de voertuigen sowieso volgde (en waar nodig zou kunnen ingrijpen), overweegt de rechtbank het volgende.

Op de zitting heeft Bernaards gewezen op diverse feiten en omstandigheden op grond waarvan zij sterk de indruk heeft dat Securitas haar vrachtwagens voortdurend volgde. AXA heeft als productie A19 een overzicht van Securitas overgelegd, waarop is aangegeven dat bij de voertuigen van Bernaards waaruit op 2, respectievelijk 28 oktober 2013 partijen sigaretten werden ontvreemd, het beveiligings- “système opérationnel” was, “mais non utilisé”. Uit die bewoordingen valt veeleer af te leiden dat Securitas de betreffende voertuigen niet volgde.

Wat daarvan ook zij, zelfs als de indruk van Bernaards juist zou zijn, dan ontslaat haar dat niet van de verplichting om ook van haar kant alles te doen om verlies van de goederen te voorkomen. De rechtbank komt daarom, ondanks het bewijsaanbod van Bernaards, niet toe aan een bewijsopdracht over dit onderwerp.

4.11.

De tussenconclusie is derhalve dat Bernaards aansprakelijk is en geen beroep toekomt op de ontheffingen van aansprakelijkheid.

beperking van aansprakelijkheid

4.12.

Bernaards doet beroep op beperking van haar aansprakelijkheid, enerzijds ingevolge overeenkomsten en anderzijds ingevolge de CMR.

beperking van aansprakelijkheid overeengekomen?

4.13.

De rechtbank verwijst naar hetgeen zij onder 4.5.2 heeft overwogen en leest de betreffende verweren van Bernaards in de sleutel van een beroep op een overeengekomen beperking van aansprakelijkheid.

Bernaards beroept zich op twee contractuele beperkingen van aansprakelijkheid, naast die ingevolge de CMR, te weten één in een vervoerovereenkomst (of raamovereenkomst) tussen “Altadis” en “Logesta” op grond waarvan “Logesta” niet verder aansprakelijk zou zijn dan € 30.000, en één in de raamovereenkomst tussen LGdT en Bernaards op grond waarvan Bernaards niet verder aansprakelijk zou zijn dan € 30.050.

4.14.

De rechtbank kan Bernaards niet volgen in haar stellingen over een vervoerovereenkomst (of raamovereenkomst) tussen “Altadis” en “Logesta”.

Bernaards heeft zodanige overeenkomst niet in het geding gebracht. Als bijlage 27 bij het expertiserapport van Seet s.a.r.l. (hierna: rapport Seet; productie A14) is in het geding gebracht een overeenkomst tussen “Seita, Group Altadis” en LGdT gedateerd 2 februari 2006. Voor zover Bernaards daarop duidt heeft het volgende te gelden.

Gesteld noch gebleken is dat en op welke wijze zodanige overeenkomst in dit geval een rol speelt. Zo is onder meer niet gesteld of gebleken op welke wijze Seita, Group Altadis gezien dient te worden in de (contractuele) relatie waarbij Bernaards, Logista France en AXA betrokken zijn. Onder 2.12 heeft de rechtbank bepaald welke partijen bij het onderhavige geval betrokken zijn, Seita, Group Altadis is daar niet bij. Indien in de stellingen van Bernaards onder nr. 4 van haar conclusie van antwoord besloten ligt dat Seita, Group Altadis in dit geval de opdrachtgever was van LGdT – en zodanige stelling juist zou zijn – brengt dat nog niet mee dat Bernaards daarom jegens Logista France c.q. AXA beroep toekomt op de gestelde beperking van aansprakelijkheid. Logista France c.q. AXA zijn immers geen partijen in de relatie tussen Seita, Group Altadis en LGdT.

De rechtbank ziet dan ook niet in op grond waarvan en op welke wijze enige afspraak over beperking van aansprakelijkheid in de relatie met Seita, Group Altadis in het onderhavige geval een rol kan spelen, om maar te zwijgen op welke grond Bernaards daarop een beroep zou toekomen.

4.15.

Over de stellingen over beperking van aansprakelijkheid in de relatie tussen Bernaards en LGdT overweegt de rechtbank het volgende.

4.15.1.

Bernaards stelt dat in artikel 7 van de raamovereenkomst tussen haar en LGdT een beperking van haar aansprakelijkheid tot het bedrag van € 30.050 is overeengekomen.

AXA betwist dat.

4.15.2.

Omdat partijen van mening verschillen over de uitleg en strekking van artikel 7 van de raamovereenkomst dient de rechtbank die bepaling uit te leggen. Nu niet aannemelijk is geworden dat AXA is getreden in de rechten van LGdT – zoals onder 4.5 is overwogen is AXA in de rechten van Logista France gesubrogeerd – vormt de raamovereenkomst niet een geschrift waarin de rechtsverhouding tussen de procespartijen of hun rechtsvoorgangers is geregeld. Daarom komt het bij die uitleg aan op de zin die onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs moet worden toegekend aan de betreffende bepalingen van artikel 7, gelezen in de context van de raamovereenkomst als geheel.

Op grond van de Engelse en Spaanse teksten van de overeenkomst komt de rechtbank tot de volgende uitleg.

4.15.3.

De raamovereenkomst bevat regelingen tussen LGdT en Bernaards, waarbij LGdT optreedt als opdrachtgever tot vervoer ten opzichte van Bernaards. Uit de artikelen 5, 13, 14, 16, 17 en 18 blijkt dat LGdT zelf als vervoerder of expediteur optreedt ten opzichte van haar opdrachtgevers (“clients”; “clientes”) en dat Bernaards als ondervervoerder van LGdT optreedt.

Die gang van zaken spoort met de vermeldingen van LGdT en Bernaards in de vakjes 16 en 17 op de eerdergenoemde vrachtbrief voor het vervoer in kwestie.

Noch uit de stellingen van partijen, noch uit de bepalingen van de raamovereenkomst blijkt dat Bernaards ten opzichte van LGdT dient te worden aangemerkt als opvolgend vervoerder in de zin van artikel 34 e.v. CMR.

4.15.4.

In het eerste gedeelte van artikel 7 is beschreven dat Bernaards als de “Transport Company” of “El Transportista” gedurende het vervoer verantwoordelijk is voor de ten vervoer meegegeven zaken. Aan het slot van het eerste gedeelte worden de volgende verbintenissen op Bernaards gelegd, te weten in de Engelste taal:

“to have the following signed under its responsibility and to maintain them in force and updated during the whole of the term of the Agreement:

- An insurance policy that covers the value of the load or merchandise, including processed tobacco, high technology and medications, in accordance with the legislation in force at any time (CMR/LOTT).

- An insurance policy with a minimum capital of thirty thousand and fifty Euros (€ 30,050), at first risk, for the transporting of processed tobacco. Above this capital figure, LOGESTA will, under its own assurance system, assume the rest of the liabilities, provided that these are not caused by serious fault, misrepresentation or negligence by the Transport Company, in which case it will be liable for the full value of the load or merchandise.”

en in het Spaans:

“a tener suscritas a su cargo y mantener vigentes y actualizados, durante toda la vigencia del Contrato:

- Una póliza de seguros que cubra el valor de la carga o mercancia, incluyendo tabaco elaborado, alta tecnología y medicamentos, de acuerdo con la legislación vigente en cada momento (CMR/LOTT).

- Una póliza de seguros con un capital minimo de treinta mil cincuenta euros (30.050 €), a primer riesgo para transporte de tabaco elaborado, capital a partir del cuál LOGESTA asumirá, en régimen de aseguriamento propio, el resto de las responsabilidades, siempre que éstas no vengan causadas por culpa grave, dolo o negligencia del Transportista, en cuyo caso éste responderá del valor total de la carga o mercancia.”.

4.15.5.

De verwijzing aan het slot van het gedeelte na het eerste gedachtestreepje “CMR/LOTT” leest de rechtbank als verwijzingen naar het wegvervoerverdrag CMR en de Spaanse wet inzake wegvervoer Ley de Ordenación de los Transportes Terrestres. Aldus gelezen gaat het hier om een verzekering ter dekking van de aansprakelijkheid van de vervoerder, dus van Bernaards als vervoerder.

Het eerste gedeelte van artikel 7 en het gedeelte na het eerste gedachtestreepje brengen voor Bernaards daarom de verbintenis mee om zorg te dragen voor een verzekering ter dekking van haar aansprakelijkheid als vervoerder.

4.15.6.

De bewoordingen van het gedeelte na het tweede gedachtestreepje zijn niet eenduidig. Het eerste gedeelte daarvan lijkt te duiden op een transportgoederenverzekering voor bewerkte tabak tot het beloop van € 30.050 à premier risque, maar het vervolg lijkt te zien op aansprakelijkheid van de (onder)vervoerder, Bernaards.

Voor zover het bepaalde in het eerste gedeelte van artikel 7 en het gedeelte na het tweede gedachtestreepje een aansprakelijkheidsbeperking van de vervoerder zou inhouden – zoals Bernaards betoogt – zou dat neerkomen op een middellijke of onmiddellijke afwijking van het aansprakelijkheidsregime van de CMR, die ingevolge artikel 41 lid 1 CMR nietig zou zijn.

Voor zover het bepaalde in het eerste gedeelte van artikel 7 en het gedeelte na het tweede gedachtestreepje een verplichting tot het afsluiten van een transportgoederen verzekering voor bewerkte tabak zou inhouden – zoals AXA betoogt – valt de bepaling buiten de reikwijdte van de CMR.

Daarom en omdat met de door de rechtbank gegeven uitleg van het gedeelte na het eerste gedachtestreepje al een verbintenis voor Bernaards tot het afsluiten van een vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering is gegeven, ligt het in de rede in het gedeelte na het tweede gedachtestreepje een verplichting tot een transportgoederenverzekering te lezen.

Bernaards stelt dat zij voor de betreffende transportgoederenverzekering heeft gezorgd. AXA heeft die stelling niet betwist. Bernaards stelt dat het bedrag van € 30.050 aan LGdT is betaald. De rechtbank laat dat laatste in het midden, omdat AXA geen betaling van dat bedrag vordert.

4.15.7.

De conclusie is dat artikel 7 van de raamovereenkomst geen beperking van aansprakelijkheid van Bernaards als (onder)vervoerder ten opzichte van LGdT inhoudt. Dan komt Bernaards evenmin op die gestelde beperking een beroep toe jegens Logista France, respectievelijk AXA. Het beroep van Bernaards op artikel 7 van de raamovereenkomst baat haar dan ook niet.

4.16.

Daarom is in dit geval louter de beperking van aansprakelijkheid ingevolge de CMR van toepassing.

Bernaards beperkt aansprakelijk?

4.17.

Bernaards doet een beroep op de aansprakelijkheidsbeperking van artikel 23 lid 3 CMR. Dat artikel bepaalt voor een geval als het onderhavige dat de door de vervoerder verschuldigde schadevergoeding niet meer bedraagt dan 8.33 SDR per niet-afgeleverde kilogram brutogewicht.

Volgens AXA komt Bernaards geen beroep toe op deze aansprakelijkheidsbeperking omdat de schade voortspruit uit schuld van Bernaards die naar Nederlands recht gelijkgesteld wordt gesteld met opzet in de zin van artikel 29 CMR.

4.18.

Ingevolge Nederlandse rechtspraak is sprake van schuld die gelijk wordt gesteld met opzet bij gedrag dat moet worden aangemerkt als roekeloos en met de wetenschap dat de schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien. Van zodanig gedrag is sprake wanneer degene die zich aldus gedraagt het aan de gedraging verbonden gevaar kent en zich ervan bewust is dat de kans dat het gevaar zich zal verwezenlijken aanzienlijk groter is dan de kans dat dit niet zal gebeuren, maar zich door dit een en ander niet van dit gedrag laat weerhouden (zie HR 5 januari 2001 ECLI:NL:HR:2001:AA9308 en ECLI:NL:HR:2001:AA9309 en HR 10 augustus 2012 ECLI:NL:HR:2012:BW6747).

De stelplicht en, bij een voldoende gemotiveerde betwisting, bewijslast van opzet of daarmee gelijk te stellen gedrag berust bij de partij die zich op doorbreking van de aansprakelijkheidslimiet beroept, in dit geval AXA.

4.19.

AXA voert in dit verband het volgende aan. De “gedraging” van Bernaards is het niet naleven van beveiligingsafspraken en dan met name het niet inschakelen van het beveiligingssysteem door de chauffeurs [naam chauffeur 4] en [naam chauffeur 1] , althans chauffeur [naam chauffeur 4] . De chauffeurs hebben niet op de knop (“toets 1” ofwel “slotje dicht”) gedrukt en niet met het monitoring station van Securitas gebeld. Ter onderbouwing verwijst AXA naar een overzicht in het expertiserapport Seet. Voorts verwijst AXA naar het expertiserapport van TVM (productie 8 van Bernaards) waarin de experts - voor zover hier relevant - het volgende schrijven: “Na een identieke diefstal op 2 oktober 2013 (...) had Logesta, Bernaards verzocht om voor vertrek de alarmknop die zich in deze 13 trekkers bevinden, voor vertrek te activeren. Nadat verbinding tot stand is gekomen met de meldkamer van Securitas dient de chauffeur aan te geven dat er vertrokken wordt. In het onderhavige geval heeft chauffeur [naam chauffeur 4] bij vertrek verzuimd aan deze instructie gehoor te geven.” Pas als het beveiligingssysteem is ingeschakeld wordt het voertuig door Securitas in de gaten gehouden en kan Securitas in geval van een verdachte situatie onafhankelijk van de chauffeur ingrijpen. De chauffeurs [naam chauffeur 4] en [naam chauffeur 1] hebben zich evenmin gehouden aan het rijden in konvooi en geen van de chauffeurs heeft contact openomen met Securitas toen het konvooi was verbroken. Ook uit het gedrag van Bernaards zelf volgt dat Bernaards onbeperkt aansprakelijk is, omdat zij geen enkele controle op haar chauffeurs heeft uitgeoefend of op enige wijze ervoor heeft gezorgd dat haar chauffeurs de beveiligingsafspraken zouden naleven, terwijl de afspraken en de noodzaak daarvan haar duidelijk waren.

Het “aan de gedraging verbonden gevaar” bestaat volgens AXA eruit dat de dieven na de overval op chauffeur [naam chauffeur 4] en zijn voertuig de partij sigaretten fysiek uit dat vervoermiddel hebben verwijderd. Het gaat niet om de overval op zichzelf (het doen afremmen en stoppen van het voertuig op de snelweg en daar overmeesteren van de chauffeur), maar om het vervolgens ontvreemden van de sigaretten als gevolg van die overval.

Bernaards en haar chauffeurs kenden dit gevaar, omdat op 2 oktober 2013 tijdens een soortgelijk transport, op dezelfde plaats en dezelfde wijze een vrachtwagen van Bernaards met een lading sigaretten was overvallen, waarbij Bernaards de beveiligingsafspraken en -instructies niet had nageleefd. Bovendien is het algemeen bekend dat een lading sigaretten diefstalgevoelig is en dat in de regio Parijs veel diefstallen voorkomen en staat dit ook in de door chauffeur [naam chauffeur 4] ondertekende beveiligingsafspraken. Tot slot heeft Bernaards de eerdere overval met haar chauffeurs besproken. Zij waren zich er dus van bewust dat de kans dat bij een overval de sigaretten zouden worden ontvreemd wanneer de beveiligingsafspraken niet zijn nageleefd groter is dan de kans dat de sigaretten niet zouden worden ontvreemd in die situatie. De chauffeurs van Bernaards hebben desondanks het beveiligingssysteem niet ingeschakeld, het konvooi verbroken en niet naar het monitoring station van Securitas opgebeld, aldus AXA.

4.20.

Bernaards betwist dat zij het beveiligingssysteem niet heeft ingeschakeld. Bernaards voert aan dat chauffeur [naam chauffeur 4] het beveiligingssysteem heeft geactiveerd door de knop “slotje dicht” bij vertrek uit Bergen op Zoom in te drukken. Bovendien zijn de chauffeurs van Bernaards in de gerechtvaardigde veronderstelling dat zij altijd tijdens de sigarettentransporten worden gemonitord door Securitas. Daar mochten zij gerechtvaardigd op vertrouwen om de redenen die zijn opgesomd in de conclusie van antwoord onder randnummer 7. In rechte moet dan ook worden aangenomen dat Securitas volledig op de hoogte was van het onderhavige transport en dat zij dit monitorde. Er is geen verhoogde kans op diefstal door het niet telefonisch aanmelden van het transport. Als dit wel zo is, dan geldt vanuit objectief perspectief dat de kans op een overval als de onderhavige niet groter is dan 50%. Het is “ridicuul” om te stellen dat de chauffeur zich van deze kans bewust was en toch het transport niet telefonisch heeft aangemeld bij Securitas.

Voorts ontbreekt volgens Bernaards het causaal verband tussen het (niet) inschakelen van het beveiligingssysteem en de schade. Het systeem was door het activeren van de knop “slotje dicht” wel ingeschakeld en dit houdt in dat Securitas een melding ontvangt wanneer de portieren van de cabine van de vrachtwagen meer dan tien seconden zijn geopend. De portieren zijn echter maar één seconde open geweest en dan zou Securitas dus nooit een melding hebben ontvangen. Securitas zou de melding pas krijgen nadat de deuren van de oplegger langer dan tien seconden waren geopend en dat vond pas plaats op de locatie waar de sigaretten zijn overgeladen. Bernaards betwist dan ook dat de lokale autoriteiten de diefstal hadden kunnen voorkomen.

4.21.

De rechtbank overweegt als volgt.

4.21.1.

Met AXA gaat de rechtbank ervan uit dat het “gevaar” in dit geval is: de diefstal (of verdwijning, of niet-aflevering ter bestemming) van de partij sigaretten (en niet de overval op [naam chauffeur 4] en zijn trekker met oplegger).

4.21.2.

Bij de beoordeling van het beroep van Bernaards op artikel 23 lid 3 CMR gaat de rechtbank uit van de volgende feiten.

Op 2 oktober 2013 heeft zich op precies dezelfde plaats en wijze een overval gevolgd door diefstal voorgedaan van (een groot deel van) de lading sigaretten die Bernaards in opdracht van LGdT van Bergen op Zoom naar Lognes vervoerde, waarbij de chauffeur ( [naam chauffeur 2] ) van Bernaards voor of bij vertrek uit Bergen op Zoom wellicht het beveiligingssysteem in de trekker/vrachtwagen in werking had gesteld door het knopje “slotje dicht’ in te drukken, maar de werking daarvan niet had geverifieerd door middel van een telefoongesprek met Securitas. Daarom staat in het overzicht van Securitas bij dit transport (productie A19): “Système opérationnel mais non utilisé”.

LGdT heeft vervolgens met Bernaards afgesproken, althans aan Bernaards de instructies gegeven om voor of bij vertrek uit Bergen op Zoom het beveiligingssysteem in de trekker/vrachtwagen in werking te stellen én de werking te verifiëren door middel van een telefoongesprek tussen de chauffeur en Securitas (zie producties A3, A4, A5, A7 en A8).

De rechtbank laat in het midden of chauffeur [naam chauffeur 4] voor of bij vertrek uit Bergen op Zoom op 28 oktober 2013 al dan niet de knop “slotje dicht” heeft ingedrukt.

Vast staat dat [naam chauffeur 4] bij vertrek uit Bergen op Zoom de werking van het beveiligingssysteem niet heeft geverifieerd door middel van het indrukken van de “groene knop” dan wel een telefoongesprek met Securitas.

Anders dan tussen Bernaards en LGdT afgesproken en door laatstgenoemde geïnstrueerd, hebben [naam chauffeur 4] en zijn collega [naam chauffeur 1] niet steeds in konvooi gereden. Toen zij het konvooi na de rustpauze bij Arras hadden verbroken, heeft [naam chauffeur 4] in strijd met de instructies nagelaten dat telefonisch aan Securitas te melden.

Vervolgens heeft - op dezelfde plaats en wijze als op 2 oktober 2013 - een witte bestelwagen [naam chauffeur 4] met zijn trekker met oplegger op een afrit gedwongen te stoppen, waarna [naam chauffeur 4] is overmeesterd en de oplegger naar een andere plaats is gebracht waar een deel van de partij sigaretten daaruit is gehaald.

Het afvoeren van de trekker met oplegger en het leeghalen ervan kostte aanmerkelijk meer tijd dan de responstijd die Securitas aanhield. Immers staat vast dat de overval, het afvoeren en het leeghalen in totaal anderhalf uur heeft geduurd en volgt uit het expertiserapport Seet dat de politie circa 25 minuten na de eerste melding van 11:54 uur ter plaatse was. Ook als de politie 45 minuten na de eerste melding ter plaatse geweest zou zijn, zoals Bernaards aanvoert, zou de schade door de diefstal naar kan worden aangenomen geheel of gedeeltelijk zijn voorkomen. Op grond van voornoemde feiten is de rechtbank van oordeel dat Bernaards het gevaar van diefstal op een dergelijke wijze kende, omdat een diefstal op identieke wijze zich bijna minder dan vier weken eerder had voorgedaan en dat Bernaards zich ervan bewust was dat het gevaar van zodanige diefstal zich zou kunnen voordoen, indien de beveiliging op de trekker niet in werking was. Als (een van) de chauffeurs had(den) gebeld met Securitas op het moment van het verbreken van het konvooi zou, gelet op de responstijd, de diefstal naar alle waarschijnlijkheid zijn verijdeld (causaal verband). Zoals ook de rechtbank Zeeland-West-Brabant in rechtsoverweging 3.13 van het vonnis van 19 oktober 2016 heeft geoordeeld, mocht Bernaards er niet vanuit gaan dat Securitas alle transporten volgt. Dit kan redelijkerwijs niet van Securitas worden verlangd.

De rechtbank is evenwel niet van oordeel dat Bernaards of [naam chauffeur 4] zich ervan bewust was dat het verbreken van het konvooi met collega chauffeur [naam chauffeur 1] , dan wel het niet-opbellen naar Securitas met de mededeling dat het konvooi was verbroken (de gedraging) de kans dat het bedoelde gevaar van diefstal zich zou verwezenlijken aanzienlijk groter maakte dan de kans dat dit niet zou gebeuren. Over zodanige bewustheid heeft AXA geen feiten of omstandigheden gesteld.

Derhalve is geen sprake van opzet of daaraan gelijk te stellen gedrag.

4.22.

Derhalve kan Bernaards zich met succes op de aansprakelijkheidslimiet van artikel 23 lid 3 CMR beroepen. Als niet betwist staat vast dat het gewicht van het gestolen deel van de partij sigaretten 11.067 kg is en het beperkingsbedrag (8,33 SDR x 11.067 kg =) SDR 92.188,11 bedraagt. De tegenwaarde in euro’s van dit bedrag zal dan ook worden toegewezen als na te noemen.

accijnzen, expertisekosten en buitengerechtelijke incassokosten

4.23.

Op grond van artikel 23 lid 4 CMR worden de vrachtprijs, de douanerechten en de overige met betrekking tot het vervoer der goederen gemaakte kosten, in geval van geheel verlies volledig terugbetaald en is verdere schadevergoeding niet verschuldigd. Het strookt met het doel en de strekking van artikel 23 lid 4, zoals dat mede tegen de achtergrond van het systeem van (limitering van) door de vervoerder verschuldigde schadevergoeding in de CMR moet worden begrepen, om aan te nemen dat de kosten waarop in artikel 23 lid 4 wordt gedoeld, de kosten betreffen die voor de ladingbelanghebbende rechtstreeks aan (de normale uitvoering van) het vervoer als zodanig zijn verbonden (zie HR 14 juli 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW3041 – Van der Graaf/Philip Morris). Bij de begroting van schade volgens de CMR moet derhalve worden uitgegaan van de afzendwaarde, vermeerderd met de kosten van vervoer naar de bestemming plus de kosten onderweg. Daarbij komen andere kosten, zoals accijnzen, expertisekosten (als deze niet hebben gestrekt ter beperking van de schade) en buitengerechtelijke incassokosten in beginsel niet aan de orde. Een aanvullend gekozen rechtstelsel dat daarin verandering brengt (zoals bijvoorbeeld een beroep op artikel 6:96 van het BW), zou indruisen tegen de regeling van artikel 41 lid 1 CMR, dat afwijkende regelingen met nietigheid bedreigt.

Nu niet gesteld of gebleken is waarom in het onderhavige geval zou moeten worden afgeweken van voornoemde uitgangspunten, komen de gevorderde kostenposten niet voor vergoeding in aanmerking.

rente

4.24.

De gevorderde rente zal worden toegewezen overeenkomstig artikel 27 CMR vanaf 25 november 2013, de datum waarop de vordering jegens Bernaards aanhangig is gemaakt bij de rechtbank van Meaux in Frankrijk. Anders dan Bernaards kennelijk voorstaat, kan ook de in de rechten van Logista France gesubrogeerde AXA op zodanige rente aanspraak maken.

proceskosten

4.25.

Bernaards zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat een aanzienlijk deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van AXA op basis van het toe te wijzen bedrag op:

- dagvaarding € 97,31

- griffierecht 1.924,00

- salaris advocaat 1.390,00 (2,0 punten × tarief € 695,00)

Totaal € 3.411,31

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt Bernaards om aan AXA te betalen de tegenwaarde in euro’s van SDR 92.188,11, om te rekenen volgens de waarderingsmethode van het Internationaal Monetair Fonds volgens de koers van de datum van dit vonnis, vermeerderd met de CMR rente van 5% per jaar over dat bedrag te berekenen met ingang van 25 november 2013 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt Bernaards in de proceskosten, aan de zijde van AXA tot op heden begroot op € 3.411,31, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van veertien dagen na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt Bernaards in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Bernaards niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.P. Sprenger, mr. P.C. Santema en mr. C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2019.

Bij afwezigheid van de voorzitter, is het vonnis ondertekend door de oudste rechter.

615/1928/32/1573