Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:2077

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-03-2019
Datum publicatie
26-03-2019
Zaaknummer
10/555111 HA ZA 18-705
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige overlast van buren? Artikel 5:37 BW. Akoestisch rapport naar oordeel van de rechtbank objectief. De overschrijding van de te accepteren geluidshinder is in casu onrechtmatig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RVR 2019/40
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Zaak-/rolnummer: C/10/555111 / HA ZA 18-705

Uitspraak: 13 maart 2019

Vonnis van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

1 [eiser 1] ,

2. [eiser 2],

beiden wonende te Rotterdam,

eisers, hierna te noemen ‘ [eiser 1] c.s.’,

advocaat mr. M.J. Willemsen, werkzaam bij ARAG SE,

- tegen -

1 [gedaagde 1] ,

2. [gedaagde 2],

beiden wonende te Rotterdam,

gedaagden, hierna te noemen ‘ [gedaagde 1] c.s.’,

advocaat mr. G.A. Soebhag.

1 Het verloop van het geding

1.1

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- de dagvaarding van 11 juli 2018 en de door [eiser 1] c.s. overgelegde producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    de brief van deze rechtbank van 14 november 2018, waarin aan partijen is medegedeeld dat de rechtbank een comparitie van partijen heeft gelast;

- de akte indienen producties van de zijde van [eiser 1] c.s.;

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 21januari 2019 en de daaraan gehechte productie.

1.2

De rechtbank heeft de uitspraak van het vonnis bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

De rechtbank gaat uit van de volgende vaststaande feiten.

2.1

[eiser 1] c.s. wonen sinds lange tijd op het adres [adres 1] te Rotterdam.

2.2

Medio 2011 zijn [gedaagde 1] c.s. op het adres [adres 2] te Rotterdam gaan wonen. [gedaagde 1] c.s. wonen samen met hun 5 kinderen in de woning.

2.3

De woningen van [eiser 1] c.s. en [gedaagde 1] c.s. zijn naast elkaar gelegen en worden gescheiden door een betonnen muur.

2.4

Bij brief van 6 mei 2013 hebben [eiser 1] c.s. aan de wijkagent kenbaar gemaakt dat zij overlast ervaren van [gedaagde 1] c.s. In de brief is aangegeven dat het gaat om muziek, televisie en visite met een onacceptabel hoog volume.

2.5

Op voorstel van de wijkagent hebben partijen zich tot een mediator gewend.

Op 20 juni 2013 heeft het bemiddelingsgesprek met de mediator plaatsgevonden. Van het gesprek is een verslag gemaakt, dat met toestemming van [gedaagde 1] c.s. door [eiser 1] c.s. is overgelegd. In dit verslag is voor zover van belang het volgende opgenomen.

“(…)

De bewoners stemmen in met de onderstaande afspraken:

  • -

    Feest vieren door familie [gedaagde 1] is geen probleem (moet kunnen volgens familie [eiser 1] ). Het is wenselijk dat familie [gedaagde 1] een feest organiseert op zaterdag tot 22.00 uur.

  • -

    Familie [eiser 1] acht het wenselijk dat er op vrijdagavond geen feest wordt gevierd. Dit vanwege lange werkweek en de behoefte aan rust.

  • -

    In geval van een feest zal familie [gedaagde 1] 1 week van te voren familie [eiser 1] op de hoogte stellen, zodat familie [eiser 1] tijdig een programma buitenshuis kan regelen (bijv. op bezoek gaan of naar de bioscoop).

  • -

    Familie [gedaagde 1] kan visites die onverwachts op bezoek komen niet weigeren. Dat begrijpt familie [eiser 1] en wenst in dat soort gevallen dat de volume van geluid (muziek en praten) laag wordt gehouden.

  • -

    Meneer [gedaagde 1] zal binnen een redelijke termijn de muur in zijn woning (laten) isoleren. Meneer [eiser 1] heeft er alle begrip voor dat de werkzaamheden niet binnen korte tijd kan worden uitgevoerd, dit vanwege de financiële situatie in deze tijd van economische crisis.

  • -

    Handtekeningenactie die familie [eiser 1] was gestart, zal geen gevolgen hebben. Meneer [eiser 1] staakt de handtekeningenactie.

(…)”

2.6

Bij brief van 14 januari 2016 heeft de gemachtigde van [eiser 1] c.s. [gedaagde 1] c.s. aangemaand de geluidsoverlast te verminderen en het huis te isoleren zoals tijdens de mediation is afgesproken.

2.7

Per e-mailbericht van 19 februari 2016 heeft de gemachtigde van [gedaagde 1] c.s. betwist dat sprake is van stelselmatige geluidshinder.

2.8

In opdracht van de gemeente Rotterdam, directie veiligheid, team woonoverlast, heeft Geluidconsult b.v. (hierna: Geluidconsult) een akoestisch onderzoek naar burenlawaai in de woning van [eiser 1] c.s. uitgevoerd. In het akoestisch rapport van 4 januari 2018 is voor zover van belang het volgende opgenomen:

“(…)

1. INLEIDING

In de woning (…) hebben de bewoners (…) geluidshinder van de buren (…).

Het betreft geluiden als schreeuwen, gillen, stampen, muziek, slaan met de deur etc.

Het doel van het onderzoek is vast stellen of de klachten kunnen worden bevestigd door metingen, de mate van ernst, wat de oorzaak is en wat er aan gedaan zou kunnen worden.

2 SITUATIE

De woning (…) is gelegen op de begane grond. Het pand is gebouwd rond 1984 (…)

De scheidingsconstructie met de buren bestaat uit een betonnen muur van circa 20 cm dikte.

(…)

3. Normen

3.1.

Normen voor burenlawaai

Er zijn in Nederland geen wettelijke grenswaarden voor burenlawaai van kracht. Omdat er toch behoefte is aan geluidsnormen voor dit soort lawaai, is een stelsel van grenswaarden afgeleid van de bestaande wettelijke grenswaarden voor andere soorten lawaai als horecalawaai en bedrijfslawaai.

(…)

Tabel 2 Normwaarden maximum continue geluidsniveau LAeq tengevolge van burenlawaai

Beschrijving

07:00 -19:00

19:00-23:00

23:00-07:00

LAeq in woon- of slaapkamer

35

30

25

LAeq op de gevel van de woning, woonwijk in de stad

50

45

40

LAeq op de gevel, rustige woonwijk

45

40

35

Laeq op de gevel, landelijke omgeving

40

35

30

(…)

3.2.

Klassenindeling burenlawaai

Op grond van de waarnemingen kan bepaald worden welke mate van geluidsoverlast er wordt veroorzaakt. Dit wordt in 3 klassen van 5 decibel uitgedrukt afhankelijk van de mate van overschrijding van het normniveau.

Tabel 4. Klassenindeling burenlawaai

KLASSE

BURENLAWAAI

OMSCHRIJVING

OVERSCHRIJDING VAN HET NORMNIVEAU

0

Buren wel hoorbaar maar normaal niet hinderlijk

Geen

1

Buren tamelijk vaak duidelijk hoorbaar.

Vaak enige geluidoverlast, soms ernstige geluidshinder

0-5 dB

2

Vaak ernstige geluidshinder

5-10 dB

3

Ontoelaatbaar veel geluidoverlast

Meer dan 10 dB

(…)

Er is in de volgende periode gemeten:

Tabel 5 Meetperiode

START DATUM

EINDDATUM

AANTAL MEETDAGEN

27-11-2017

11-12-2017

14

(…)

Gedurende de hele periode wordt het geluid gemeten (…)

Daarnaast is via een tweede meetkanaal het trillingsniveau van de scheidingsconstructie per 1/3 octaafband opgenomen. (…)

Er is gemeten in de woonkamer op de begane grond. De meethoogte van de microfoon bedroeg circa 1.2 m. Er is gemeten op minimaal 0,5 m vanaf de muur.

De trillingsopnemer was bevestigd tegen de muur naar nr. 11

(…)

Tijdens de meetperiode is door de bewoners regelmatig een geluidopname gemaakt tijdens een periode waarin het burenlawaai goed hoorbaar was. (…)

Daarnaast is een logboek bijgehouden waarin opgetekend is wanneer de opname werd gemaakt en welke geluiden hoorbaar waren.

(…)

8 ANALYSE EN BEOORDELING VAN DE MEETRESULTATEN

Op grond van de resultaten kan de volgende beoordeling worden gegeven.

8.1.

Beoordeling volgends de normen burenlawaai

Bevestiging klachten

1 De klachten over schreeuwen worden bevestigd. Er is tien maal een overschrijding van de grenswaarden gemeten tengevolge van schreeuwen resp. te luide stem en gillen van een van de kinderen.

2 De klachten over luidruchtig traplopen worden bevestigd. Gedurende de meetperiode is minstens 45 maal een overschrijding gemeten van de grenswaarden door rennen en bonken op de trap. Vermoedelijk is er geen bekleding van de traptreden aangebracht.

3 De klachten over enkelvoudige en meervoudig bonken worden bevestigd. Er is minstens vierentwintig maal een of meervoudige bonken gemeten die de grenswaarden overschrijden.

4 De klachten over te harde muziek worden bevestigd. Er is 10 maal een overschrijding van de grenswaarden voor muziek gemeten.

5 Er is 2 maal overdag en 2 maal ’s avonds een overschrijding van het geluid van de centrifugerende wasmachine gemeten. Kennelijk staat deze verkeerd opgesteld waardoor er contactgeluid ontstaat.

Alles tezamen is er sprake van 63 piekgeluiden die hoorbaar zijn maar 1 tot 10 dB onder de grenswaarde liggen, 45 pieken van 0 tot 12 decibel boven de grenswaarden en totaal 5 decibel overschrijding van de normen voor piekgeluiden en 11 decibel overschrijding van de grenswaarden voor continue geluiden.

De eindbeoordeling luidt burenlawaai klasse 3 van 3: ontoelaatbaar veel geluidsoverlast

8.2

Geluidklachten en geluidgevoeligheid

De geluidhinderklachten zijn terecht omdat zij overeen komen met overschrijdingen van de grenswaarden. Er is geen reden om te veronderstellen dat de klagers buitengewoon geluidgevoelig zijn.

8.3.

Kwaliteit van het gebouw

Het gebouw is van redelijke kwaliteit en is bijna gelijkwaardig aan de kwaliteit van nieuwbouwwoningen. Er is geen aanwijzing dat hier een oorzaak van de hinder ligt.

8.4

Gedrag lawaaimaker

De buren veroorzaken onnodig veel geluidhinder. Regelmatig wordt er zo hard gegild door een kind dat dit bij de buren goed hoorbaar is. Bij visite wordt er zeer, luid gepraat. Meermalen wordt er met speelgoed, knikkers of balletjes op de vloer gestuiterd, hetgeen bij de buren goed hoorbaar is. Er wordt te hard met de deuren geslagen. Kortom vaak geluiden die vermijdbaar zijn. Samengevat vertoont dit gezin een erg lawaaiig gedrag dat te veel hinder bij de buren veroorzaakt. (…)”

2.9

Bij brief van 4 juni 2018 heeft de gemachtigde van [eiser 1] c.s. [gedaagde 1] c.s. gesommeerd binnen 14 dagen de geluidshinder te stoppen, geluidsisolerende maatregelen te treffen en aan [eiser 1] c.s. een schadevergoeding van € 22.829,46 te betalen.

2.10.

[gedaagde 1] c.s. hebben aan Strooming opdracht gegeven een geluidsonderzoek uit te voeren. Strooming heeft op 17 september 2018 haar rapport uitgebracht. In het rapport is voor zover van belang het volgende opgenomen:

“(…)

1.1

Situatie

De woning is onderdeel van een rijtje van meerdere woningen van gelijke type. Nummer 11 is een zogenaamde hoekwoning (…)

1.2

Opdracht

De opdracht is door middel van een meting bepalen wat het gemiddelde geluidsniveau is in huis bij een normaal gezinsleven.

(…)

2.1

Meetmethode

(…)

Om dit vast te leggen is er een meetset geplaatst die gedurende een aantal dagen (7) de gehele dag (24 uur) de geluidswaarde meet die dan in de ruimte aanwezig is. Deze geluiden worden in hardheid (in decibel-waarde) gemeten en vastgelegd in een datalogger. (…)

2.3.

Meetsituaties

De meetset in de woonkamer geplaatst nabij de deur die naar de tuin leidt. Dit om reden dat de woonkamer het focuspunt is van het gezin en hier de meeste activiteiten plaats vinden zoals het gezamenlijk tv kijken en de gezamenlijke maaltijd gebruiken.

2.4.

Meetresultaten

(…)

Bij het bepalen van de gemiddelde kan gesteld worden dat het gemiddelde geluidsniveau op circa 40 dB(A) bevindt. Natuurlijk zijn er uitschieters naar boven.

(…)

2.4

Conclusies

In het algemeen gesteld kan worden dat de geluidsbelasting normaal is voor een gezin van deze samenstelling. De meetwaardes laten een normaal beeld zien (…)

Op sommige momenten zijn piekwaardes zichtbaar, de hoogste gemeten waarde is ruim 70 dB(A) geweest. Maar de gemiddelde geluidswaarde in de woonkamer is ongeveer 40dB(A) wat normaal is.

Als we kijken naar de wet Geluidshinder is aangegeven dat de maximale geluidswaarde in de woonkamer 48 dB(A) mag bedragen indien er een bron van buiten aanwezig is. Dit geeft aan dat een waarde onder de 48 dB(A) als normaal en toelaatbaar mag worden gezien.

(…)”

3 De vordering

De vordering luidt om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1) [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk te verbieden om de geluidswaarden, zoals die zijn vastgelegd in het rapport van Geluidconsult in de onder punt 14 van de dagvaarding weergegeven tabel, niet te overschrijden, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde 1] c.s. in gebreke zijn aan de inhoud van het vonnis te voldoen te betalen aan [eiser 1] c.s.;

2) [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk te verbieden om vanaf 22:00 uur tot 8:00 uur in de ochtend muziek aan te zetten en feesten te geven, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde 1] c.s. in gebreke zijn aan de inhoud van het vonnis te voldoen te betalen aan [eiser 1] c.s.;

3) [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk te veroordelen tot het binnen 2 maanden na betekening van het vonnis treffen van geluidsisolerende maatregelen in hun woning, zoals bekleden van de trap, het neerleggen van vloerkleden en het aanbrengen van een goed isolerende ondervloer, op en onder de stenen vloer en het plaatsen van de wasmachine op een vlonder of in elke geval zodanig dat deze bij het centrifugeren niet de grenswaarden van het geluid overschrijdt, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde 1] c.s. in gebreke zijn aan de inhoud van het vonnis te voldoen te betalen aan [eiser 1] c.s.;

4) [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser 1] c.s. te voldoen ter zake schadevergoeding wegens gebruik van oxazepam een bedrag van € 169, 80 te vermeerderen met de wettelijke rente 19 juni 2018 althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

5) [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser 1] c.s. te voldoen ter zake schadevergoeding wegens gederfd woongenot een bedrag van € 12.659,66 netto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 juni 2018 althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

6) [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser 1] c.s. te voldoen ter zake schadevergoeding wegens immateriële schade een bedrag van € 10.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 juni 2018 althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

7) [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser 1] c.s. te voldoen ter zake buitengerechtelijke kosten een bedrag van € 1.312,36 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

8) [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser 1] c.s. te voldoen de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van het vonnis tot aan de dag der algehele betaling en eveneens vermeerderd met nakosten voor een bedrag van € 131,00 dan wel, indien betekening plaatsvindt, van 199,00.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten hebben [eiser 1] c.s. aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

Sinds 2013 is er sprake van onrechtmatige hinder die door [gedaagde 1] c.s. wordt veroorzaakt. De geluidsoverlast bestaat onder meer uit veel te harde muziekgeluiden, harde geluiden vanaf 22.00 tot in de vroege ochtend, schreeuwen, harde loop- en bonkgeluiden op de stenen vloeren en trappen, geluiden van de wasmachine, zomaar bonkgeluiden op de muren en harde muziek- en praatgeluiden in de achtertuin. Uit het akoestisch rapport blijkt dat er stelselmatig sprake is van een overschrijding van de grenswaarden van de decibelnormen. [gedaagde 1] c.s. dienen de grenswaarden zoals vastgelegd in tabel 2 van het akoestisch rapport niet te overschrijden. Voorts is een verbod om vanaf 22:00 uur tot 08:00 in de ochtend muziek aan te zetten en feesten te geven noodzakelijk omdat [gedaagde 1] c.s. zich niet aan de eerder gemaakte afspraken houden. De huisarts heeft aan [eiser 2] vanaf mei 2013 kalmerende middelen voorgeschreven. Voordat [gedaagde 1] c.s. naast [eiser 1] c.s. woonde had [eiser 2] deze medicijnen niet nodig. Vanaf mei 2013 bedraagt de schade wegens het aanschaffen van deze middelen € 169,80. Als gevolg van de geluidshinder kunnen [eiser 1] c.s. de woning niet vrij en onbelemmerd gebruiken en derven zij woongenot. De materiele schade hiervan bedraagt € 12.659,66 zijnde 50% van de hypotheeklasten over de periode 2013 tot en met april 2018. Voorts heeft de geluidsoverlast tot gevolg dat [eiser 1] c.s. in hun persoon zijn aangetast, met name is [eiser 2] in haar persoon aangetast. Naast de materiele schade als gevolg van het gederfde woongenot is er ook sprake van immateriële schade. [eiser 1] c.s. begroten de immateriële schade op € 10.000,00. [eiser 1] c.s. hebben ook aanspraak op vergoeding van € 1.312,36 aan buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente.

4 Het verweer

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van [eiser 1] c.s. in de kosten van het geding.

[gedaagde 1] c.s. hebben daartoe het volgende aangevoerd:

[gedaagde 1] c.s. veroorzaken geen onrechtmatige hinder. Gelet op de verschillende opmerkingen en stellingen van [eiser 1] c.s. in de overgelegde logboeken hebben [gedaagde 1] c.s. het vermoeden dat sprake is van een ander onderliggend probleem, namelijk dat [eiser 1] c.s. moeite hebben met het feit dat [gedaagde 1] c.s. dingen anders doen dan zij. De logboeken bevatten diverse onjuistheden en kunnen niet als objectief bewijs worden gezien. Evenmin kan het akoestisch rapport tot bewijs dienen. Volgens de door [gedaagde 1] c.s. ingeschakelde deskundige Strooming schiet het akoestisch rapport op diverse vlakken te kort. Uit de conclusie van het door Strooming opgestelde rapport blijkt dat er geen sprake is van door [gedaagde 1] c.s. veroorzaakte overlast. Het enkele feit dat [eiser 2] voor de bewoning door [gedaagde 1] c.s. geen kalmerende middelen gebruikte, wil niet zeggen dat de bewoning door [gedaagde 1] c.s. tot gevolg heeft gehad dat [eiser 2] kalmerende middelen is gaan gebruiken.

5 De beoordeling

5.1

Tussen partijen is in geschil of [gedaagde 1] c.s. onrechtmatige hinder veroorzaken.

5.2

Ingevolge artikel 5:37 BW mag de eigenaar van een erf niet in een mate of op een wijze die volgens artikel 6:162 BW onrechtmatig is, aan de eigenaars van andere erven hinder toebrengen, zoals door het verspreiden van rumoer.

5.3

Het antwoord op de vraag of het toebrengen van hinder onrechtmatig is, is blijkens vaste rechtspraak van de Hoge Raad afhankelijk van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor veroorzaakte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval waaronder de plaatselijke omstandigheden. Daarbij is mede van belang of degene die zich beklaagt over hinder, zich ter plaatse heeft gevestigd vóór dan wel ná het tijdstip waarop de hinder veroorzakende activiteiten een aanvang hebben genomen.

5.4

Het ligt op de weg van [eiser 1] c.s. om de door hen gestelde aard, ernst en duur van de hinder en andere relevante omstandigheden voor het oordeel dat de hinder onrechtmatig is met bescheiden te onderbouwen en tegenover de betwisting van [gedaagde 1] c.s. aannemelijk te maken.

5.5

Gelet op de erkenning van [gedaagde 1] c.s., tijdens de comparitie van partijen, staat vast dat er in het verleden overlast door feestjes aan de zijde van [gedaagde 1] c.s. is geweest. Eveneens staat vast dat [eiser 1] c.s. en [gedaagde 1] c.s. een andere leefwijze hebben. Het verschil in leefwijze biedt echter geen rechtvaardiging om overlast aan een ander te veroorzaken. Voorts dienen buren in bepaalde mate leefgeluiden van elkaar te accepteren.

5.6

[eiser 1] c.s. hebben ter onderbouwing van de door hen gestelde onrechtmatig hinder verwezen naar het in opdracht van de gemeente Rotterdam opgestelde akoestisch rapport. Uit dit rapport blijkt dat gedurende een meetperiode van 14 dagen op verschillende geluidsoorten zoals schreeuwen, traplopen, bonken, muziek en centrifugeren sprake is geweest van een overschrijding van de grenswaarden. Volgens het rapport zijn deze overschrijdingen tezamen zodanig dat sprake is van ontoelaatbaar veel geluidsoverlast.

5.7

Naar aanleiding van de door [gedaagde 1] c.s. geuite kritiek op het akoestisch rapport, hebben [eiser 1] c.s. voorafgaand aan de comparitie van partijen, als productie 19 bij akte indienen producties een reactie van Geluidconsult in het geding gebracht. In deze reactie heeft Geluidconsult een heldere toelichting gegeven en gereageerd op de kritiek afkomstig van de door [gedaagde 1] c.s. ingeschakelde deskundige Strooming. Zo heeft Geluidconsult naar aanleiding van de opmerking dat niet duidelijk is met wat voor apparatuur is gemeten, aangegeven “Onder hoofdstuk 4.15 meetapparatuur is vermeld welke meetapparatuur is gebruikt. Tevens staat hier dat de meetcomputer voldoet aan de eisen van Type 1 volgens de IEC norm.” Voorts heeft Geluidsconsult in de toelichting aangegeven dat in paragraaf 4.1.2 is uitgelegd hoe onderscheid wordt gemaakt tussen geluiden van de buren en geluiden van uit andere richting en voorts toegelicht “Er is een trillingsopnemer op de muur geplakt die hetzelfde signaal opneemt als de microfoon. Als het geluid van uit de woning nr 11 richting nr 9 komt wordt de scheidingsmuur in trilling gebracht die vervolgens geluid afstraalt in de woonkamer van nr 9. Daarentegen, als het geluid in de woonkamer van nr 9 door de bewoner zelf of van andere buren komt of van buiten, ontstaat eerst geluid in de woonkamer, daarna wordt de scheidingsmuur met nr 11 in trilling gebracht. Dat geeft een onderscheid tussen het geluid en trillingsniveau. Als het geluid van nr 11 komt richting nr 9 is het verschil trilling- geluid groter dan wanneer het geluid uit een andere richting komt zoals bij eigen geluid of geluid van nr 7. (…)”. Naar aanleiding van de opmerking van Strooming dat haar de noodzaak van tabel 7 en 8 over wanden en de vloer ontgaat, heeft Geluidconsult aangegeven dat “Tabel 7 en 8 bevatten beide geluidisolatiewaarden van zowel de wanden als de vloer. Het nut daarvan is dat rekening gehouden moet worden met de kwaliteit van het gebouw. Als een woning een slechte geluidisolatie heeft moet klager meer geluid tolereren van zijn/haar buren. Dat wordt verrekend via de zgn oudbouwtoeslag in tabel 9. In dit geval is die correctie 0 omdat de kwaliteit van de onderhavige scheidingsmuur nagenoeg gelijk is aan de kwaliteit van nieuwbouwwoningen.” Naar aanleiding van de opmerking dat 45 x de trap oplopen in 14 dagen tijd iets meer dan 3 x per dag is en dat met een gezin van 7 personen wel mee valt, heeft Geluidconsult toegelicht dat “Er staat niet dat er 45 maal de trap is opgelopen, maar dat er 45 maal de grenswaarden werden overschreden. Er is waarschijnlijk veel meer de trap opgelopen, maar niet zo luid. Er wordt er 45 maal te luid de trap op gelopen”. [gedaagde 1] c.s. hebben tijdens de comparitie van partijen daarop niet meer gereageerd, althans geen nieuwe inhoudelijke punten aangevoerd tegen de conclusies van het akoestisch rapport. Met de inhoudelijke reactie van Geluidconsult is de kritiek van [gedaagde 1] c.s. op het akoestisch rapport, nu zij geen nieuwe inhoudelijke punten meer hebben aangevoerd, weerlegd.

5.8

Het rapport van Strooming, dat [gedaagde 1] c.s. in het geding hebben gebracht, kan evenmin de conclusies van het akoestisch rapport weerleggen. De metingen van het rapport van Strooming hebben immers plaatsgevonden op verzoek van [gedaagde 1] c.s., in de woning van [gedaagde 1] c.s. en op een moment dat [gedaagde 1] c.s. daarvan op de hoogte waren. Gedurende de meting van 7 dagen was er aldus sprake van voorkennis bij [gedaagde 1] c.s.. De metingen van het rapport van Strooming zijn daarom niet objectief. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de metingen van het akoestisch rapport van Geluidconsult wel objectief. De metingen van dit rapport hebben immers plaatsgevonden zonder voorkennis van [gedaagde 1] c.s. en bestrijken een periode van 14 dagen. Dat de periode waarin is gemeten niet representatief is, zoals door [gedaagde 1] c.s. aangevoerd omdat deze heeft plaatsgevonden rond het kerstseizoen en de kinderen dan vrij zijn van school, volgt de rechtbank niet. Uit het rapport blijkt dat in de periode van 27 november 2017 tot 11 december 2017 is gemeten, in deze weken is over het algemeen geen sprake van schoolvakanties. Gelet op de conclusies van het akoestisch rapport staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat sprake is van overschrijding van de te accepteren geluidshinder.

5.9

Vervolgens is aan de orde of de overschrijding in de gegeven omstandigheden onrechtmatig is binnen het in rechtsoverweging 5.3 vermelde kader. Gelet op het feit dat [eiser 1] c.s. al sinds mei 2013 klagen over geluidsoverlast, dat ondanks de afspraken die bij de mediation in juni 2013 zijn gemaakt [eiser 1] c.s. aanvoeren dat zij geluidshinder blijven ondervinden van [gedaagde 1] c.s., dat deze geluidshinder door het akoestisch rapport is bevestigd, dat het gaat om geluidshinder in de woning van [eiser 1] c.s. en dat niet is gebleken dat [gedaagde 1] c.s. geluid reducerende maatregelen hebben genomen, is de rechtbank van oordeel dat de overschrijding in dit geval onrechtmatig is en hiermee sprake is van onrechtmatige hinder. Daarbij neemt de rechtbank mee dat [gedaagde 1] c.s. ter zitting te kennen hebben gegeven dat zij de bij de mediation gemaakte afspraak om binnen redelijke termijn de muur te isoleren niet zijn nagekomen en ook niet meer bereid zijn om die afspraak na te komen.

5.10

Gelet op het vorenstaande komt de vordering van [eiser 1] c.s. om [gedaagde 1] c.s. te verbieden de geluidswaarden, zoals die zijn vastgelegd in het rapport van Geluidconsult in de onder punt 14 van de dagvaarding weergegeven tabel niet te overschrijden, onder verbeurte van een dwangsom voor toewijzing in aanmerking. De rechtbank acht een dwangsom van € 250,00 per dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde 1] c.s. zich niet aan dit gebod houden passend met een maximum van € 15.000,00.

5.11

Gelet op het feit dat de vordering om [gedaagde 1] c.s. te verbieden de geluidswaarden van de tabel zoals opgenomen in het rapport van Geluidconsult te overschrijden wordt toegewezen, hebben [eiser 1] c.s. geen zelfstandig belang meer bij toewijzing van de vordering om [gedaagde 1] c.s. te verbieden om vanaf 22:00 uur tot 08:00 uur muziek aan te zetten en feesten te geven op straffe van een dwangsom, nu de geluidswaarden van deze tabel onverminderd gelden in het geval [gedaagde 1] c.s. een feest geven en in het geval zij muziek aanzetten.

5.12

De vordering om [gedaagde 1] c.s. te veroordelen om binnen 2 maanden na betekening van het vonnis geluidsisolerende maatregelen in de woning te treffen op straffe van een dwangsom zal niet worden toegewezen. Van [gedaagde 1] c.s. kan niet worden verlangd dat zij de door [eiser 1] c.s. voorgestelde maatregelen treffen, nu van deze maatregelen (nog) niet is gebleken dat zij tot het gewenste effect zullen leiden. Het is aan [gedaagde 1] c.s. om te bepalen op welke wijze zij hun woning wensen in te richten. Zij dienen daarbij echter wel rekening te houden met de geconstateerde geluidsoverlast, de wijze waarop deze zou kunnen worden beperkt en de geluidswaarden die op grond van rechtsoverweging 5.10 zullen gelden.

5.13

Tegenover de betwisting van [gedaagde 1] c.s. dat sprake is van causaal verband tussen het feit dat [gedaagde 1] c.s. naast [eiser 1] c.s. zijn komen wonen en het gebruik van kalmerende middelen, lag het op de weg van [eiser 1] c.s. nadere feiten en omstandigheden te stellen ter onderbouwing van het causale verband. Nu [eiser 1] c.s. dat hebben nagelaten komt de gevorderde schadevergoeding van € 169,80 niet voor toewijzing in aanmerking.

5.14

Dat [eiser 1] c.s. ten gevolge van de onrechtmatige geluidsoverlast woongenot derven is door [gedaagde 1] c.s. niet betwist. Gederfd woongenot kan bestaan uit materiële schade.

De materiële schade ten gevolge van het gederfde woongenot kan echter niet worden gewaardeerd op het bedrag van € 12.659,66 zoals door [eiser 1] c.s. begroot. De enkele tabel met daarin niet nader onderbouwde bedragen betreffende hypotheek- en erfpachtkosten, die als productie 15 bij dagvaarding in het geding is gebracht, is een onvoldoende onderbouwing van de gestelde schade. De gevorderde betaling van € 12.659,66 zal daarom worden afgewezen.

5.15

Voorts hebben [eiser 1] c.s. een bedrag van € 10.000,00 aan immateriële schade gevorderd wegens gederfd woongenot. Op grond van artikel 6:106 lid 1 sub b BW bestaat onder meer aanspraak op vergoeding van immateriële schade indien sprake is van aantasting in de persoon. De als productie 14 overgelegde verklaring van de huisarts is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om daaruit gelet op de omstandigheden te kunnen afleiden dat een psychische beschadiging is ontstaan op grond waarvan naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel zou kunnen worden vastgesteld. Nu [eiser 1] c.s. onvoldoende concrete gegevens hebben gesteld, komt de gevorderde betaling van € 10.000,00 niet voor toewijzing in aanmerking.

5.16

De gevorderde buitengerechtelijke kosten van € 1.312,36 zullen worden toegewezen. Voldoende gebleken is dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. De gevorderde wettelijke rente komt niet voor toewijzing in aanmerking nu niet gesteld of gebleken is dat [eiser 1] c.s. de buitengerechtelijke kosten reeds aan hun gemachtigde hebben voldaan.

5.17

Als de overwegend in het ongelijk gestelde partij zullen [gedaagde 1] c.s. worden veroordeeld in de proceskosten. De aan de zijde van [eiser 1] c.s. gevallen kosten zal de rechtbank begroten op:

- dagvaardingskosten € 109,57

- griffierecht € 895,00

- salaris advocaat € 1.390,00 (2 punten in liquidatietarief III)

totaal € 2.394,57

De veroordeling in de proceskosten omvat tevens een veroordeling in de nakosten.

De rechtbank zal, als gevorderd en niet bestreden, bepalen dat de proceskosten binnen veertien dagen na betekening van het vonnis moeten zijn betaald en voorts de over de proceskosten gevorderde wettelijke rente toewijzen.

6 De beslissing

De rechtbank,

1) verbiedt [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk om de geluidswaarden van onderstaande tabel

Tabel 2 Normwaarden maximum continue geluidsniveau LAeq tengevolge van burenlawaai

Beschrijving

07:00 -19:00

19:00-23:00

23:00-07:00

LAeq in woon- of slaapkamer

35

30

25

LAeq op de gevel van de woning, woonwijk in de stad

50

45

40

LAeq op de gevel, rustige woonwijk

45

40

35

Laeq op de gevel, landelijke omgeving

40

35

30

te overschrijden, zulks op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde 1] c.s. in gebreke zijn met nakoming van dit verbod met een maximum van € 15.000,00;

2) veroordeelt [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk, des de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser 1] c.s. te voldoen een bedrag van € 1.312,36 aan buitengerechtelijke kosten;

3) veroordeelt [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk, des de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser 1] c.s. te voldoen de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser 1] c.s. bepaald op € 2.394,57 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van het vonnis tot aan de dag van algehele voldoening en begroot het nasalaris op € 157,00, te verhogen met een bedrag van € 82,00 ingeval van betekening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund.

Uitgesproken in het openbaar.

2170