Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:2005

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-02-2019
Datum publicatie
14-03-2019
Zaaknummer
TUL: 10/811325-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Op vordering van de officier van justitie en op verzoek van de verdachte wordt de proeftijd verlengd met 2 jaar, met daaraan verbonden de (algemene en bijzondere) voorwaarden zoals genoemd in het vonnis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer TUL: 10/811325-16

Beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam in de zaak tegen de veroordeelde

[naam veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats veroordeelde] op [geboortedatum veroordeelde] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres veroordeelde] , [woonplaats veroordeelde] ,

raadsman mr. L.E.J. Vleesenbeek, advocaat te Rotterdam.

Vordering

Op 29 januari 2019 heeft de officier van justitie een vordering ingediend om de proeftijd, opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam d.d. 20 januari 2017, te verlengen met 24 maanden.

Bij de vordering is overgelegd het rapport d.d. 17 januari 2019 opgemaakt door Fivoor, afdeling reclassering (hierna ook: de reclassering).

Feiten

Bij voornoemd vonnis, dat op 4 februari 2017 onherroepelijk is geworden, is aan de veroordeelde een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) dagen met aftrek van voorarrest. Daarbij is met vaststelling van een proeftijd van 2 (twee) jaar bepaald dat een gedeelte van deze straf, groot 140 (honderdveertig) dagen, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de veroordeelde de gestelde algemene en bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Als bijzondere voorwaarden zijn daarbij gesteld:

1. de veroordeelde zal zich melden bij Bouman GGZ, afdeling reclassering, zo lang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

2. de veroordeelde zal zich voor behandeling van psychiatrische- en verslavingsproblematiek klinisch laten opnemen in GGZ NHN FPA Intensief, althans een door het NIFP te indiceren soortgelijke instelling, en zal zich houden aan de aanwijzingen die door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling worden gegeven, gedurende maximaal 12 maanden, of zoveel korter als de (geneesheer-)directeur van die instelling verantwoord vindt;

3. de veroordeelde zal zich onder ambulante behandeling stellen bij de ambulante verslavingszorg/psychiatrie of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, voor zijn psychiatrische- en verslavingsproblematiek, gedurende de proeftijd na de klinische opname, of zoveel korter als de reclassering in overleg met de instelling/behandelaar verantwoord vindt;

4. de veroordeelde zal verblijven in een nader door de reclassering te bepalen instelling voor begeleid wonen/maatschappelijke opvang, en zal zich houden aan de aanwijzingen die door of namens de directeur van die instelling worden gegeven, en zal zich houden aan het (dag-)programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt.

De mededeling voorwaardelijke veroordeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering is aan de veroordeelde verzonden.

Procedure

De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 19 februari 2019. De officier van justitie mr. B.M. van Heemst, de veroordeelde en zijn raadsman zijn gehoord.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft op de terechtzitting gepersisteerd bij de ingediende vordering.

Standpunt veroordeelde

De raadsman heeft op de terechtzitting bepleit om de proeftijd -overeenkomstig de vordering van de officier van justitie- met twee jaar te verlengen. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de veroordeelde de afgelopen twee jaar hard heeft gewerkt aan verschillende problemen en dat hij in het zicht van de finish is teruggevallen in middelengebruik. De raadsman deelt mee dat de veroordeelde erg gemotiveerd is om nog twee jaar door de reclassering begeleid te worden.

Bevoegdheid

De meervoudige kamer van deze rechtbank is bevoegd van de vordering kennis te nemen, aangezien deze kamer de straf waarvan de tenuitvoerlegging wordt gevorderd, heeft opgelegd.

Ontvankelijkheid

De proeftijd van 2 jaar is ingegaan op 4 februari 2017.

De vordering is ingediend op 29 januari 2019.

De vordering is dus niet later dan drie maanden na het verstrijken van de proeftijd ingediend.

Het openbaar ministerie is daarom ontvankelijk in de vordering.

Gegrondheid vordering

Het rapport van de reclassering houdt onder meer in:

De veroordeelde heeft meegewerkt aan de voorwaarden, maar de proeftijd is niet voldoende om het traject positief te kunnen afsluiten. Er zal nog een lange periode nodig zijn om hem te stabiliseren en vervolgens de gewenste gedragsverandering in te laten slijten. Ook zal er opnieuw een uitstroomtraject moeten worden ingezet. Geadviseerd wordt om de termijn van het toezicht te verlengen met 24 maanden.

De veroordeelde heeft op de terechtzitting verklaard:

Ik raakte in oktober volledig ontregeld doordat ik 7 dagen in de week meer dan 12 uur per dag als chefkok werkte en een nieuwe relatie kreeg. Ik kreeg veel prikkelingen, waardoor ik terugviel in mijn verslaving. Ik ben door een overdosis zelfs in het ziekenhuis beland. Het huurcontract van mijn woning is door de woningbouw per april 2019 opgezegd. Ik ben inmiddels drie weken opgenomen geweest bij Brijder voor een detox. Ik heb vorige week woensdag weer een terugval gehad in drugsgebruik. Ik heb toen twee dagen achter elkaar cocaïne gebruikt, maar voor de rest is het op het moment redelijk stabiel. In overleg met Fivoor en de GGZ Noord-Holland-Noord ben ik gestart met een behandeling om te leren omgaan met stress en spanningen. Ik ben aangemeld voor een soort EMDR voor traumaverwerking. Op momenten dat mijn trauma’s boven komen, ga ik gebruiken. Met behulp van Fivoor wil ik mij aanmelden voor begeleid wonen bij Exodus. Ik ben zelf ook van mening dat ik het alleen niet red en daarom heb ik een half jaar geleden bij de reclassering aangegeven dat ik graag een verlenging van het reclasseringstoezicht zou willen. Ik ben mij ervan bewust dat de algemene en bijzondere voorwaarden -zoals genoemd in het vonnis van 20 januari 2017- dan ook twee jaar langer doorlopen, maar als de begeleiding nu helemaal wegvalt dan weet ik zeker dat het fout gaat. Ik heb liever een stok achter de deur met goede begeleiding dan dat het helemaal mis gaat. Ik hoop dat de proeftijd met twee jaar zal worden verlengd. Ik ben zeer gemotiveerd om verder te gaan. Ik wil een goede toekomst opbouwen, maar ik heb hulp nodig bij de trauma’s die ik dagelijks met me meedraag.

De rechtbank ziet in het voorgaande aanleiding om de proeftijd met twee jaar te verlengen, met daaraan verbonden de (algemene en de bijzondere) voorwaarden zoals genoemd in het vonnis van 20 januari 2017.

Beslissing

De rechtbank

verlengt de bij voormeld vonnis vastgestelde proeftijd met twee jaar.

Deze beslissing is genomen door mr. A.M.G. van de Kragt, voorzitter,

en mrs. D. Visser en F.J. Koningsveld, rechters,

in tegenwoordigheid van M.M. Cerpentier, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 februari 2019.

De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.