Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:1959

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-03-2019
Datum publicatie
13-03-2019
Zaaknummer
10/662119-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Taakstraf van 240 uren met aftrek voor zware mishandeling. De verdachte heeft op het terras van een café een glas met kracht in het gezicht van aangeefster geslagen, waardoor het glas kapot is gegaan. Hierdoor zijn bij aangeefster blijvende littekens in haar gezicht ontstaan, waaraan zij al meerdere keren is geopereerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2019-0489
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/662119-16

Datum uitspraak: 5 maart 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

niet ingeschreven in de basisregistratie personen, (feitelijk) verblijvende op het adres [verblijfadres verdachte] , [verblijfplaats verdachte] ,

raadsvrouw mr. J.M. Veldman, advocaat te Breda.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 19 februari 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A. Ekiz heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 240 uren en een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest met een proeftijd van 2 jaar.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

Door de verdediging is bepleit de verdachte vrij te spreken van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde. Daartoe is aangevoerd dat het opzet van de verdachte niet gericht was op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, maar dat het letsel is ontstaan als gevolg van de mishandeling.

4.1.2.

Beoordeling

Aangeefster heeft verklaard dat de verdachte een glas in een van zijn handen had en dit met kracht tegen haar gezicht gooide, waardoor zij blijvende littekens in haar gezicht heeft opgelopen. Op de terechtzitting zijn de camerabeelden van de gebeurtenis in [naam horecagelegenheid] bekeken, die door verbalisant [naam verbalisant] zijn beschreven in het proces-verbaal van bevindingen met nummer [nummer proces-verbaal] . De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij vermoedelijk een duwende beweging maakt, waarbij de mogelijkheid bestaat dat hij aangeefster heeft geraakt. Voorts heeft hij verklaard dat hij een wijnglas in zijn rechterhand vasthield. De rechtbank stelt vast dat op de camerabeelden - die zij ter zitting heeft bekeken - te zien is dat de verdachte met zijn rechterarm vanuit stilstand met een glas een slaande beweging maakt naar aangeefster en het glas uiteenspat bij het in contact komen met aangeefster.

Inherent aan het slaan met een glas in iemands gezicht is de aanmerkelijke kans dat iemand daaraan zwaar lichamelijk letsel overhoudt. De rechtbank is van oordeel dat de gedraging van de verdachte naar haar uiterlijke verschijningsvorm kan worden aangemerkt als zozeer gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans op dat gevolg ook heeft aanvaard.

Zwaar lichamelijk letsel heeft zich in dit geval ook verwezenlijkt. Aangeefster, een jonge vrouw, heeft - zoals door de rechtbank ter zitting is vastgesteld - een goed zichtbaar ontsierend litteken in het gezicht overgehouden aan de klap. Zij heeft in haar vordering als benadeelde partij aangegeven dat zij inmiddels meerdere operaties heeft ondergaan en nog niet is uitbehandeld en dat zij geen fotomodellenwerk meer kan doen.

4.1.3.

Conclusie

Het primair tenlastegelegde kan wettig en overtuigend bewezen worden.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 23 juli 2016 te Rotterdam

aan [naam slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (blijvende littekens in het gezicht )

heeft toegebracht door voornoemde [naam slachtoffer] met dat opzet met een glas in het gezicht te slaan ;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

zware mishandeling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

De verdachte heeft zich op het terras van een café schuldig gemaakt aan zware mishandeling van aangeefster, door met een glas met kracht in haar gezicht te slaan, waardoor het glas kapot is gegaan. Hierdoor zijn bij aangeefster blijvende littekens in haar gezicht ontstaan, waaraan zij al meerdere keren is geopereerd en die haar dagelijks aan dit voorval herinneren. De verdachte heeft door zo te handelen geen enkel respect getoond voor de persoonlijke integriteit en gezondheid van aangeefster.

De rechtbank houdt rekening met het feit dat de verdachte zijn spijt heeft betuigd richting aangeefster.

7.2.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.2.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 28 januari 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.2.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 29 mei 2018. Dit rapport houdt het volgende in:

Het recidiverisico wordt ingeschat als laag-gemiddeld. De reclassering adviseert een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf op te leggen, zonder oplegging van bijzondere voorwaarden. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is gelet op de huidige leefomstandigheden ongewenst.

De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

Gezien de ernst van het feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Gelet op het advies van de reclassering, het tijdsverloop en de eis van de officier van justitie zal de rechtbank afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. In plaats daarvan zal de rechtbank een taakstraf van na te noemen duur opleggen.

De rechtbank ziet geen aanleiding daarnaast een voorwaardelijke straf op te leggen, omdat de verdachte sinds dit voorval geen geweldsincidenten meer heeft gepleegd.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Vordering benadeelde partij/schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd mr. B.A.A. Postma, advocaat te Amersfoort, als gemachtigde van [naam benadeelde] ter zake van het tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 1.862,00 aan materiële schade (bestaande uit een bedrag van € 362,00 aan reeds geleden materiële schade en een bedrag van € 1.500,00 voor toekomstige materiële schade) en een vergoeding van € 10.000,00 aan immateriële schade.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De materiële schade kan worden toegewezen tot een bedrag van € 362,00. De benadeelde partij dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in het overige gedeelte van de materiële vordering.

De immateriële schade is geheel toewijsbaar. Voorts wordt gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

8.2.

Standpunt verdediging

Bepleit wordt om de gevorderde materiële schade toe te wijzen tot een bedrag van € 362,00 en de benadeelde partij ten aanzien van de toekomstige materiële schade niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering. Ten aanzien van de immateriële schade refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank, met daarbij het verzoek om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het bedrag te matigen.

8.3.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks de reeds geleden materiële schade ter hoogte van € 362,00 is toegebracht en die gevorderde schadevergoeding de rechtbank ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal de vordering worden toegewezen voor dit bedrag.

Ten aanzien van de gevorderde toekomstige schade wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard. Dit betreft (een) mogelijke, toekomstige medische behandeling(en) waarvan op dit moment nog niet kan worden vastgesteld of deze zal/zullen worden uitgevoerd en wat daarvan de daadwerkelijke kosten zullen zijn. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal, rekening houdend met alle omstandigheden van het geval, naar billijkheid worden vastgesteld op € 5.000,00, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen, met afwijzing van hetgeen meer is gevorderd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 23 juli 2016.

Nu de vordering van de benadeelde partij in overwegende mate zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 5.362,00, vermeerderd met de wettelijke rente.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 63 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het primair tenlastegelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 236 uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 118 dagen;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde] , te betalen een bedrag van € 5.362,00 (zegge: vijfduizenddriehonderdtweeën-zestig euro), bestaande uit € 362,00 aan materiële schade en € 5.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 23 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de materiële vordering;

bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

wijst af de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de overige gevorderde immateriële schade;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 5.362,00 (hoofdsom, zegge: vijfduizenddriehonderdtweeënzestig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 juli 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van

€ 5.362,00 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 61 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M.G. van de Kragt, voorzitter,

en mrs. D. Visser en F.J. Koningsveld, rechters,

in tegenwoordigheid van M.M. Cerpentier, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 maart 2019.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 23 juli 2016 te Rotterdam

aan [naam slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (één of meer (grote)

sne(e)den/wond(en) en/of blijvend(e) litteken(s) in/op het gezicht en/of het

hoofd), heeft toegebracht door

voornoemde [naam slachtoffer] met dat opzet een glas in/op/tegen het gezicht, althans het

hoofd, te slaan en/of te duwen en/of te gooien,

althans een glas in de richting van het gezicht/hoofd van die [naam slachtoffer] te gooien

en/of die [naam slachtoffer] daarbij in het gezicht te raken/treffen;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 23 juli 2016 te Rotterdam

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

aan [naam slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

voornoemde [naam slachtoffer] met dat opzet een glas in/op/tegen het gezicht, althans het

hoofd, heeft geslagen en/of geduwd en/of gegooid,

althans een glas in de richting van het gezicht/hoofd van die [naam slachtoffer] heeft

gegooid en/of die [naam slachtoffer] daarbij in het gezicht heeft geraakt/getroffen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 23 juli 2016 te Rotterdam

[naam slachtoffer] heeft mishandeld door

die [naam slachtoffer] een glas in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd, te slaan en/of

te duwen en/of te gooien,

althans een glas in de richting van het gezicht/hoofd van die [naam slachtoffer] te gooien

en/of die [naam slachtoffer] daarbij in het gezicht te raken/treffen,

terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, (te weten één of meer (grote)

sne(e)den/wond(en) en/of blijvend(e) litteken(s) in/op het gezicht en/of het

hoofd) voor die [naam slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;