Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:1957

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-03-2019
Datum publicatie
05-04-2019
Zaaknummer
7322399 CV EXPL 18-46926
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

huurovereenkomst aangegaan met v.o.f., procespartij na ontbinding v.o.f.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Zaaknummer: 7322399 CV EXPL 18-46926

Uitspraak: 15 maart 2019

vonnis in verzet van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[eiser] , hierna: ‘ [eiser] ’,

wonende te Rotterdam,

eiser bij exploot van dagvaarding van 9 juli 2018,

gedaagde in verzet, tevens verweerder in (deels voorwaardelijke) reconventie,

gemachtigde: mr. A. Dinç te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ALYUVA BELEGGINGS MAATSCHAPPIJ B.V., hierna: ‘Alyuva’,

gevestigd te ‘s-Gravenhage,

gedaagde,

eiseres in verzet, tevens eiseres in (deels voorwaardelijke) reconventie,

gemachtigde: mr. E. Lolcama te ’s-Gravenhage.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Het procesverloop blijkt uit de volgende processtukken:

  • -

    de (oorspronkelijke) dagvaarding, met producties;

  • -

    het verstekvonnis van 3 augustus 2018;

  • -

    de verzetdagvaarding van 18 oktober 2018 tevens houdende een eis in (deels voorwaardelijke) reconventie, met producties;

  • -

    de conclusie van repliek in conventie tevens houdende een vermeerdering van eis in conventie tevens conclusie van antwoord in reconventie, met producties;

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie, met producties;

  • -

    de akte van [eiser] , met productie.

1.2

De datum van de uitspraak van dit vonnis is door de kantonrechter op heden bepaald.

2 De vaststaande feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten, nu deze enerzijds zijn gesteld danwel blijken uit de overgelegde stukken en anderzijds zijn erkend of niet (voldoende) gemotiveerd zijn betwist:

2.1

Met ingang van 1 juli 2011 heeft Alyuva aan de vennootschap onder firma ‘ [naam firma] ’ verhuurd de bedrijfsruimte te ( [postcode] ) Rotterdam, aan het adres [adres] (hierna: ‘het gehuurde’). De huurovereenkomst is na ommekomst van de bepaalde termijn waarvoor deze initieel werd aangegaan verlengd.

2.2

In de huurovereenkomst, die namens [naam firma] werd ondertekend door [eiser] , werd opgenomen dat het gehuurde uitsluitend bestemd is te worden gebruikt als bedrijfsruimte.

2.3

Ten tijde van het sluiten van de huurovereenkomst kende [naam firma] twee vennoten, te weten [eiser] en mevrouw [naam] (hierna ‘ [naam] ’).

2.4

Bij op 3 augustus 2018 onder zaaknummer 7068660 CV EXPL 18-29331 bij verstek gewezen vonnis werd het door [eiser] bij zijn oorspronkelijke dagvaarding gevorderde, als hierna onder 3.1 weergegeven, integraal toegewezen. Ook werd Alyuva daarbij veroordeeld in de proceskosten, daarbij aan de zijde van [eiser] vastgesteld op € 311,79 aan verschotten en € 300,- aan salaris voor haar gemachtigde, vermeerderd met wettelijke rente.

3 Het geschil

in conventie en in reconventie

3.1

Bij (oorspronkelijke) dagvaarding heeft [eiser] -in conventie- gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. voor recht te verklaren dat [eiser] jegens Alyuva het recht heeft om de in het lichaam van de dagvaarding bedoelde gebreken voor het bedrag van € 12.220,09 inclusief btw, blijkende uit de in het lichaam van de dagvaarding bedoelde offerte, in overeenstemming met die offerte te (laten) verhelpen en om dat bedrag inclusief btw ten laste van Alyuva te brengen en eventueel met machtiging aan [eiser] op de voet van artikel 3:299 BW om zulks in overeenstemming hiermee te (doen) verrichten en dat bedrag inclusief btw ten laste van Alyuva te brengen, desgewenst door dat bedrag inclusief btw in mindering op de huurprijs te brengen,

  2. Alyuva te gelasten de hieraan verbonden kosten op vertoon van (een kopie respectievelijk kopieën van) de factuur c.q. facturen voor het verhelpen van voormelde gebreken in overeenstemming met de voormelde offerte tot de daarbij in rekening gebrachte bedragen inclusief btw aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen, voor zover deze kosten nog niet met de huurprijs verrekend mochten zijn,

  3. te bepalen dat de door Alyuva op grond van een contractueel boetebeding in rekening gebrachte boete van € 300,- per maand, gerekend over november 2017 tot juni 2018, wordt gematigd tot nihil, althans tot een substantieel lager bedrag dan door Alyuva in rekening is gebracht met een door de kantonrechter te bepalen maximum, en

  4. Alyuva te veroordelen tot het vergoeden van de door [eiser] geleden schade, waaronder gederfde winst, tot een bedrag van € 4.000,- per maand, gerekend over de periode november 2017 tot aan de dag der dagvaarding, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de veertiende dag na dagtekening van het vonnis tot aan de dag van algehele voldoening,

met veroordeling van Alyuva in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de veertiende dag na dagtekening van het vonnis tot aan de dag van algehele voldoening.

Bij conclusie van repliek heeft [eiser] de eis vermeerderd in die zin dat hij thans ook vordert (e) Alyuva bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen aan hem te betalen € 1.893,80.

3.2

Ter toelichting daarop heeft [eiser] -samengevat en voor zover thans van belang- gesteld dat Alyuva ondanks herhaald verzoek in gebreke is gebleven met het verhelpen van een aantal gebreken aan het gehuurde. In verband daarmee heeft [eiser] vanaf november 2017 zijn huurbetalingsverplichting deels opgeschort en dit ook aan Alyuva medegedeeld. Ten onrechte heeft Alyuva vervolgens aanspraak gemaakt op een door haar gestelde contractuele boete. Inmiddels heeft [eiser] van een derde een offerte verkregen voor het verhelpen van de gebreken aan het gehuurde, voor een bedrag van € 12.220,09 inclusief btw, welke kosten door Alyuva dienen te worden gedragen. Daarnaast dient zij [eiser] een schadevergoeding van € 4.000,- per maand te betalen wegens gederfde winst, nu hij door het verzuim van Alyuva de gebreken te verhelpen genoodzaakt was zijn ondernemingsactiviteiten te staken. Ook dient zij hem een bedrag van € 1.893,80 aan teveel betaalde huur te vergoeden.

3.3

Alyuva heeft gevorderd haar te ontheffen van de bij voormeld verstekvonnis tegen haar uitgesproken veroordeling, dat verstekvonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, [eiser] niet-ontvankelijk te verklaren in het door hem gevorderde althans die vordering af te wijzen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten alsook in de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de veertiende dag na dagtekening van het vonnis tot aan de dag van algehele voldoening.

Daarbij heeft zij ook een (deels voorwaardelijke) tegenvordering ingesteld. In reconventie heeft zij gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. voorwaardelijk, namelijk voor het geval [verweerder] niet vrijwillig aan de in de verzetdagvaarding opgenomen sommatie zou voldoen, [verweerder] te veroordelen het gehuurde enkel overeenkomstig de expliciet overeengekomen bestemming en dus als bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW te gebruiken en zich en al de zijnen op de kortst mogelijke termijn, doch uiterlijk binnen vijf werkdagen na betekening van het te wijzen vonnis, van het adres van het gehuurde uit de Basisadministratie Personen (‘BRP’) te doen uitschrijven, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag per werkdag dat na die datum nog personen in de BRP staan ingeschreven, zulks tot een maximum van € 50.000,-,

  2. de huurovereenkomst tussen partijen op grond van wanprestatie door [verweerder] per onmiddellijk, althans op de kortst mogelijke termijn, te ontbinden, dit met veroordeling van [verweerder] het gehuurde per datum ontbinding met al de zijnen en het zijne te verlaten en leeg en ontruimd aan Alyuva op te leveren,

  3. [verweerder] te veroordelen tot betaling aan Alyuva van de huurachterstand ten bedrage van € 20.202,20, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente per de respectieve vervaldata van de huurtermijnen, althans per de datum van dagvaarding, en

  4. voorwaardelijk, namelijk voor het geval de kantonrechter de huurovereenkomst niet wegens wanprestatie zijdens [verweerder] zou ontbinden, [verweerder] , althans [naam firma] , te veroordelen het gehuurde per 1 december 2018, althans per een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum, met al de zijnen en het zijne (althans al het hare en de haren) te verlaten en het gehuurde leeg en ontruimd aan Alyuva op te leveren,

met veroordeling van [verweerder] in de proceskosten alsook in de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de veertiende dag na dagtekening van het vonnis tot aan de dag van algehele voldoening.

3.4

Ter toelichting daarop heeft Alyuva -ook samengevat en voor zover thans van belang- gesteld dat zij heeft geconstateerd dat het gehuurde inmiddels tevens in gebruik is genomen als woonruimte terwijl als bestemming uitsluitend bedrijfsruimte werd overeengekomen. Verder is het zo dat [verweerder] voor een bedrag van € 20.206,20 aan huur onbetaald gelaten heeft zodat Alyuva om die reden, naast veroordeling van [verweerder] tot betaling van dat bedrag, recht en belang heeft bij ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeling van [verweerder] tot ontruiming van het gehuurde. Voor het geval de ontbinding van de huurovereenkomst niet wegens die wanprestatie wordt uitgesproken, heeft Alyuva, door middel van een door haar ter zake gedane mededeling in de verzetdagvaarding, de huurovereenkomst opgezegd, en de ontruiming van het gehuurde aangezegd, tegen 1 december 2018. Daarbij heeft zij gesteld dat die opzegging en die aanzegging tevens gelden als te zijn gedaan jegens [naam firma] , waarvan [verweerder] vennoot was of is, zodat de vordering tot ontruiming van het gehuurde met ingang van 1 december 2018 toewijsbaar is.

3.5

Op hetgeen partijen overigens nog hebben aangevoerd ter onderbouwing van de eigen vordering danwel ter afwering van die van de ander, wordt hierna, voor zover voor uitkomst van de procedure van belang, teruggekomen.

4 De beoordeling

in conventie

ontvankelijkheid verzet

4.1

[eiser] heeft op dit onderdeel aangevoerd dat het hem bevreemdt dat Alyuva, naar zij heeft aangevoerd, eerst op 24 september 2018 kennis heeft genomen van het verstekvonnis terwijl dat al op 31 augustus 2018 werd betekend.

4.2

Op grond van artikel 143 lid 2 Rv moet het verzet worden gedaan binnen vier weken na betekening van het vonnis of van enige uit kracht daarvan opgemaakte of ter uitvoering daarvan strekkende akte aan de veroordeelde in persoon, of na het plegen van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen ten uitvoerlegging aan hem bekend is. In overige gevallen vangt de verzettermijn aan, zo bepaalt het derde lid van dit artikel, op de dag waarop het vonnis ten uitvoer is gelegd (als bedoeld in artikel 144 Rv).

4.3

In dit geval werd, zo blijkt uit de door Alyuva overgelegde stukken, het verstekvonnis op 31 augustus 2018 betekend, echter niet ‘in persoon’ maar door achterlating van een gesloten envelop aan het adres van Alyuva. Daarmee heeft de verzettermijn dan ook geen aanvang genomen. Ook overigens is gesteld noch gebleken dat Alyuva eerder dan de datum waarop zij de verzetdagvaarding heeft doen uitbrengen een daad van bekendheid als bedoeld in artikel 143 lid 2 Rv heeft gepleegd. Zij is dan ook ontvankelijk in het verzet.

nietigheid dagvaarding

4.4

Voorts heeft Alyuva betoogd dat de door [eiser] uitgebrachte dagvaarding nietig is omdat deze op 9 juli 2018 aan een adres is betekend waarvan Alyuva al een week eerder was uitgeschreven, met als gevolg dat het exploot haar niet heeft bereikt. Daarbij merkt zij op dat dit adres slechts korte tijd als nevenvestiging heeft ingeschreven gestaan in het handelsregister. In reactie hierop heeft [eiser] gemotiveerd betwist dat de dagvaarding aan het verkeerde adres werd betekend en daarbij aangevoerd dat mogelijk is dat door de Kamer van Koophandel met terugwerkende kracht een adreswijziging is doorgevoerd.

4.5

De kantonrechter overweegt dat, wat hiervan ook zij, in een geval als dit, waarin een bij verstek veroordeelde partij in verzet komt en zich vervolgens beroept op nietigheid van de (oorspronkelijke) dagvaarding, op grond van artikel 122 lid 1 Rv een dergelijk beroep wordt verworpen indien die partij naar het oordeel van de kantonrechter door het gebrek aan de dagvaarding niet onredelijk in haar belangen is geschaad. Nu gesteld noch gebleken is dat Alyuva door het door haar gestelde gebrek aan de dagvaarding in haar belangen is geschaad, en zelfs in onredelijke mate, wordt het door haar gedane beroep op nietigheid verworpen.

ontvankelijkheid [eiser]

4.6

Daarnaast heeft Alyuva erop gewezen dat zij de huurovereenkomst met [naam firma] is aangegaan en dat de partijen bij die overeenkomst nimmer zijn gewijzigd. Inmiddels heeft Alyuva geconstateerd dat [naam firma] in oktober 2012 zou zijn ontbonden maar in een dergelijk geval blijft de vennootschap voortbestaan voor zover dit voor vereffening van haar vermogen, daaronder begrepen onderhavige huurovereenkomst, noodzakelijk is. De hier aan de orde zijnde procedure had daarom dienen te worden ingesteld door ofwel ‘ [naam firma] in liquidatie’ ofwel haar vennoten [eiser] en [naam] gezamenlijk en dat is hier niet gebeurd. Ook hierom moet het gevorderde volgens Alyuva reeds worden afgewezen.

4.7

De kantonrechter stelt vast dat niet in geschil is dat [naam firma] , bestaande uit haar vennoten [eiser] en [naam] , zich destijds als contractuele wederpartij van Alyuva ter zake van de onderhavige huurovereenkomst heeft verbonden. De omstandigheid dat enkel [eiser] de huurovereenkomst, volgens hem als onbeperkt bevoegd vennoot, namens [naam firma] heeft ondertekend destijds, maakt dat niet anders. Overigens is zijn bevoegdheid daartoe in deze procedure geen onderwerp van geschil. Verder is van belang vast te stellen dat gesteld noch gebleken is dat nadien in deze contractuele verhouding enige wijziging heeft plaatsgehad door een rechterlijke uitspraak of een daartoe strekkende afspraak tussen partijen.

4.8

Terecht heeft Alyuva aangevoerd dat, uitgaande van de niet weersproken ontbinding van [naam firma] in 2012, deze vennootschap ook nadien is blijven voortbestaan voor zover dit voor de vereffening van haar vermogen noodzakelijk is en gesteld noch gebleken is dat ter zake van (de rechten en plichten uit) deze huurovereenkomst vereffening heeft plaatsgehad. Het moet er in deze procedure dan ook voor gehouden worden dat [naam firma] nadien, zij het als [naam firma] ‘in liquidatie’, is blijven voortbestaan.

4.9

Artikel 3:170 BW, dat ook op de ontbonden vennootschap onder firma van toepassing is, behelst als hoofdregel dat het beheer van de gemeenschap, waaronder het instellen van rechtsvorderingen, door de deelgenoten tezamen geschiedt. Dat betekent voor dit geval dat de vorderingen van [eiser] door hem en [naam] samen, in hun hoedanigheid van vennoten van [naam firma] in liquidatie ingesteld hadden dienen te worden en dat is niet gebeurd. Artikel 3:171 BW biedt overigens (weliswaar) de mogelijkheid dat een deelgenoot op eigen naam een rechtsvordering instelt ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap. Ingevolge deze bepaling, die er onder meer op berust dat een deelgenoot bij het instellen van een dergelijke rechtsvordering niet afhankelijk dient te zijn van de andere deelgenoten, zal die deelgenoot kenbaar moeten maken dat hij in zijn hoedanigheid voor de gezamenlijke deelgenoten, hier dus ook voor [naam] , optreedt (ECLI:NL:HR:2000:AA7044). Hiervan is in dit geval evenmin sprake. [eiser] is deze procedure blijkens de dagvaarding enkel uit eigen naam (volgens het exploot handelend onder de namen ‘ [handelsnaam 1] ’, ‘ [handelsnaam 2] ’ en ‘ [handlesnaam] ’) gestart, waarbij hij, sterker nog, zichzelf als huurder ingevolge de huurovereenkomst heeft gepresenteerd en daarin kan hij, blijkens het voorgaande, niet worden gevolgd.

4.10

Op het voorgaande stuiten de vorderingen van [eiser] derhalve (reeds) af. Dat betekent dat het verstekvonnis hierna zal worden vernietigd en dat, opnieuw rechtdoende, het door [eiser] gevorderde wordt afgewezen. Aan een (verdere) inhoudelijke beoordeling van het geschil (in conventie) komt de kantonrechter derhalve niet toe.

in reconventie

4.11

Dit alles heeft ook gevolgen voor de door Alyuva ingestelde tegenvorderingen. Daar waar zij immers in conventie vurig heeft betoogd dat de verkeerde procespartij de procedure is gestart, is diezelfde ‘verkeerde procespartij’ haar processuele wederpartij in reconventie.

4.12

Nu dat niet ‘ [verweerder] in zijn hoedanigheid van vennoot van [naam firma] in liquidatie’ is, stranden haar vorderingen sub a (voorwaardelijk) en sub c. Deze vorderingen zijn immers gegrond op verplichtingen ten aanzien van het gebruik van het gehuurde en de huurbetaling waartoe [naam firma] , toen bestaande uit haar vennoten [verweerder] en [naam] , zich destijds heeft verbonden en ter zake waarvan op hen op de voet van artikel 18 Wetboek van Koophandel (ten dele) een hoofdelijke verbondenheid geldt. Om vorderingen ter zake jegens [verweerder] te gelde te kunnen maken, is echter wel vereist dat hij in die hoedanigheid, dus als vennoot van [naam firma] in liquidatie, in de procedure is betrokken en dat is hier niet het geval.

4.13

De door Alyuva sub b gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst kan evenmin worden toegewezen. Om de huurovereenkomst te (kunnen) ontbinden, is immers vereist dat de contractuele wederpartij van Alyuva als procespartij in deze procedure is betrokken, dat wil zeggen ofwel [naam firma] in liquidatie ofwel [verweerder] en [naam] in hun hoedanigheid van vennoten van [naam firma] in liquidatie, en dat is hier niet het geval. Om diezelfde reden treft

de sub d door Alyuva (voorwaardelijk) ingestelde vordering strekkende tot ontruiming van het gehuurde wegens een door haar (op pagina 15 van het verzetexploot) gedane opzegging hetzelfde lot (dit overigens nog daargelaten de vraag of de (in werkelijkheid) tussen haar en [naam firma] aangegane huurovereenkomst op deze wijze kan eindigen).

4.14

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het door Alyuva gevorderde wordt afgewezen. Aan een verdere inhoudelijke beoordeling wordt daarom niet toegekomen.

in conventie en in reconventie

4.15

Gezien de uitkomst van de procedure in conventie en in reconventie alsook gelet op de onderlinge inhoudelijke verwevenheid tussen beide procedures ziet de kantonrechter in de gegeven omstandigheden aanleiding de proceskosten te compenseren partijen elk de eigen kosten dragen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

- vernietigt het op 3 augustus 2018 onder zaaknummer 7068660 CV EXPL 18-29331 gewezen vonnis;

en opnieuw rechtdoende:

- wijst het gevorderde af;

in reconventie:

- wijst het gevorderde af;

in conventie en in reconventie:

- compenseert de kosten van de procedure zodat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.I. Mentink en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

654