Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:1955

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-03-2019
Datum publicatie
13-03-2019
Zaaknummer
10/228794-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden met aftrek van voorarrest voor diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd. De verdachte, die als ongewenst vreemdeling in Nederland verblijft, heeft zich in een tijdsbestek van een aantal uur schuldig gemaakt aan drie woninginbraken, waarbij verschillende goederen zijn weggenomen. Hij heeft de voordeuren van de woningen met geweld opengebroken en de woningen overhoop gehaald tijdens het doorzoeken ervan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/228794-18

Datum uitspraak: 5 maart 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te Mellila (Spanje) op [geboortedatum verdachte] ,

niet ingeschreven in de basisregistratie personen,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Ter Apel,

raadsman mr. B.P.J.H. van de Luijtgaarden, advocaat te Roosendaal.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 19 februari 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. B.M. van Heemst heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde geweld en/of bedreiging met geweld;

  • -

    bewezenverklaring van het overige onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

Het in de plastic tas aangetroffen breekijzer is niet uniek. Uit het werktuigonderzoek blijkt niet dat de veiliggestelde afdruksporen afkomstig zijn van dit specifieke breekijzer. In de fietstassen van de fiets waarop de verdachte wilde wegrijden zijn weliswaar goederen aangetroffen, maar de verdachte heeft verklaard dat die fiets niet van hem was. De verdachte dient daarom te worden vrijgesproken van het onder 2 en 3 ten laste gelegde. Ten aanzien van feit 1 wordt referte bepleit, met uitzondering van de geweldshandelingen.

4.1.2.

Beoordeling

Op 15 november 2018 om 13.10 uur ziet aangeefster [naam slachtoffer 1] dat de deurpost van haar woning aan de [adres delict 1] in Rotterdam zodanig is beschadigd, dat zij de deur niet open krijgt. Terwijl ze beneden in het portiek op de politie wacht, ziet ze een man met een plastic tas in het portiek naar beneden lopen. Als de man weigert om haar de inhoud van de plastic tas te laten zien, probeert ze tevergeefs om de man in het portiek te houden. De man rent weg in de richting van de Straatweg, waarop de vrouw begint te roepen. Zij ziet dat de man een fiets met fietstassen pakt. Ook ziet ze dat er een andere man, die buiten aan het werk is, achter de man uit het portiek aangaat.

Getuige [naam getuige 1] is rond 13.00 uur buiten aan het werk als hij een vrouw hoort roepen dat een man -die ze probeert tegen te houden- bij haar heeft ingebroken. [naam getuige 1] zet de achtervolging in. Hij ziet dat de man een fiets neergooit en wegrent. Hij ziet ook dat de man een plastic tas bij zich heeft en dat hij deze tas achter de woning aan [adres] in het water gooit. In de plastic tas, die door [naam getuige 1] uit het water is gehaald, worden niet alleen goederen aangetroffen, die door aangeefster [naam slachtoffer 1] als haar eigendom worden herkend, maar ook een breekijzer.

Getuige [naam getuige 2] ziet dat er een man wordt achtervolgd en rent ook achter deze man aan. Hij ziet dat de man zich verschuilt in een tuin. Als de politie ter plaatse komt, wijst hij de man aan, waarop deze wordt aangehouden. De aangehouden man is de verdachte. In de tuin aan [adres] treft de politie verschillende sieraden aan en in het water achter deze woning drijft het paspoort van de heer [naam] , ingeschreven aan de [adres delict 1] te Rotterdam.

De verdachte verklaart ter terechtzitting dat hij in de tuin is aangehouden. Uiteindelijk verklaart hij ook dat hij in het portiek van de [adres delict 1] is geweest en dat hij een plastic tas bij zich had die hij in het water heeft gegooid.

In de fietstassen van de fiets, die door verdachte is bereden en achtergelaten aan de [adres delict 1] , worden onder meer een laptop en een jas aangetroffen. De jas blijkt te zijn weggenomen bij een woninginbraak aan de [adres delict 2] te Rotterdam op 15 november 2018 en de laptop bleek eveneens te zijn weggenomen bij een woninginbraak op diezelfde dag aan de [adres delict 3] .

Uit een vergelijkend werktuigsporenonderzoek volgt -anders dan de raadsman bepleit- dat de afgevormde werktuigsporen van de woninginbraak aan zowel de [adres delict 1] als aan de [adres delict 3] zijn veroorzaakt door het breekijzer, dat is aangetroffen in de plastic tas, die door de verdachte in het water is gegooid.

Gelet op bovenstaande oordeelt de rechtbank dat de verklaring van de verdachte, dat hij niets weet van de in de tassen van de fiets, waarmee hij probeerde weg te komen van de [adres delict 1] , aangetroffen spullen, onaannemelijk.

4.1.3.

Conclusie

Het verweer wordt verworpen.

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 tenlastegelegde geweld en/of bedreiging met geweld niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1

hij op 15 november 2018 te Rotterdam

sieraden, die aan een ander toebehoorden, te weten aan [naam slachtoffer 1] ,

heeft weggenomen, uit een woning gelegen aan de [adres delict 1]

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen

en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

2

hij op 15 november 2018 te Rotterdam

een laptop die aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 2] ,

heeft weggenomen, uit een woning gelegen aan de [adres delict 3]

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft door middel van braak;

3

hij op 15 november 2018 te Rotterdam

een bruinejas Tommy Hilfiger, die aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 3] , heeft weggenomen, uit een woning gelegen aan de [adres delict 2]

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft door middel van braak;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

De verdachte, die als ongewenst vreemdeling in Nederland verblijft, heeft zich in een tijdsbestek van een aantal uur schuldig gemaakt aan drie woninginbraken, waarbij verschillende goederen zijn weggenomen. Hij heeft de voordeuren van de woningen met geweld opengebroken en de woningen overhoop gehaald tijdens het doorzoeken ervan. Woninginbraken veroorzaken niet alleen de nodige materiële schade maar maken ook een inbreuk op het gevoel van veiligheid en de privacy van de bewoners. Een van de aangeefster heeft ook verklaard dat ze na de inbraak bang is om alleen in haar eigen woning te blijven slapen, terwijl een woning bij uitstek een plek is waar men zich veilig moet kunnen voelen. Het is voor de betrokkenen bovendien bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat een vreemde in hun woning is geweest en hun persoonlijke bezittingen heeft doorzocht. De verdachte neemt, gezien zijn ontkennende houding, ten onrechte geen verantwoordelijkheid voor zijn handelen.

7.2.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.2.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 28 januari 2019, waaruit blijkt dat de verdachte vele malen eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. De gevangenisstraf van 4 jaar, die aan de verdachte is opgelegd voor het plegen van 9 woninginbraken en 2 diefstallen uit een woning, had hij op 11 juni 2018 uitgezeten, nog geen half jaar vóór de onderhavige feiten.

Gezien de ernst van de feiten en de documentatie van de verdachte op het gebied van vermogensdelicten, kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Anders dan de raadsman ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van de LOVS-oriëntatiepunten voor veelvuldige recidive en een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M.G. van de Kragt, voorzitter,

en mrs. D. Visser en F.J. Koningsveld, rechters,

in tegenwoordigheid van M.M. Cerpentier, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 maart 2019.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1

hij op of omstreeks 15 november 2018 te Rotterdam

één of meer sieraden, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan

een ander toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 1] ,

heeft weggenomen, in/uit een woning (gelegen aan de [adres delict 1]

)

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of

dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft/hebben

gebracht door middel van braak, verbrekking en/of inklimming,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [naam slachtoffer 4] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk

te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat verdachte

(onverhoeds en met kracht)op/tegen het hoofd van die [naam slachtoffer 4]

heeft gestompt en/of geslagen, waardoor die [naam slachtoffer 4] ten val kwam

en/of

bij ontdekking de woorden heeft geroepen: "houd me niet tegen, ik ga

schieten", althans woorden van dreigende aard en/of strekking ;

2

hij op of omstreeks 15 november 2018 te Rotterdam

een laptop en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of

ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 2] ,

heeft weggenomen, in/uit een woning (gelegen aan de [adres delict 3] )

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft en/of dat /die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3

hij op of omstreeks 15 november 2018 te Rotterdam

een (bruine)jas (Tommy Hilfinger), in elk geval enig goed, dat geheel of

ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 3] ,

heeft weggenomen, in/uit een woning (gelegen aan de [adres delict 2] )

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;