Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:1885

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-03-2019
Datum publicatie
12-03-2019
Zaaknummer
C/10/558545 / FA RK 18-7327
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Vrouw verzoekt haar alleen met het gezag te belasten en ontzegging omgang voor duur van één jaar.

Man stemt in met verzoeken van de vrouw, desondanks onderzoek raad voor de kinderbescherming noodzakelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2019/56
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie

zaaknummer / rekestnummer: C/10/558545 / FA RK 18-7327

Beschikking van 8 maart 2019 betreffende het ouderlijk gezag en de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

in de zaak van:

[naam moeder] , de moeder,

wonende te [woonplaats moeder] , gemeente Nissewaard, [adres moeder] ,

advocaat mr. V.S. Waterval te Spijkenisse,

t e g e n

[naam vader] , de vader,

wonende te [woonplaats vader] , gemeente Nissewaard, [adres vader] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met bijlagen van de moeder, ingekomen op 14 september 2018;

  • -

    het F9-formulier van de zijde van de moeder, ingekomen op 19 februari 2019.

1.2.

De behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 22 februari 2019.

Bij die gelegenheid zijn verschenen:

  • -

    de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

  • -

    de vader;

  • -

    de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), ter zitting vertegenwoordigd door [naam vertegenwoordiger] .

2 De vaststaande feiten

2.1.

Partijen zijn de ouders van de minderjarige:

[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2014 te [geboorteplaats minderjarige] .

2.2.

Het ouderlijk gezag over [naam minderjarige] wordt door de ouders gezamenlijk uitgeoefend.

2.3.

Bij beschikking van 5 februari 2016 is een kinderbijdrage vastgesteld van € 200,- per maand en een voorlopige zorgregeling vastgesteld.

2.4.

Bij beschikking van 15 juli 2016 is het door partijen ondertekende ouderschapsplan in de beschikking opgenomen. In het ouderschapsplan is opgenomen:

“(…) Omgangsregeling:

Om het weekend * in de (even weken) verblijft [naam minderjarige] het weekend bij vader van vrijdag 15.00 uur tot en met zondag 18.30 uur.

Iedere week op donderdag verblijft [naam minderjarige] van 9.00 uur tot 17.00 uur bij zijn vader.

*In principe gaat het weekend in op vrijdag tot en met zondag, echter in verband met het werkrooster van vader zou dit ook van zaterdag tot en met maandag kunnen zijn. (…)

Ouderschap (…)

Signalen van [naam minderjarige] omtrent de andere ouder of diens leefsituatie worden door en tussen de ouders afgestemd zonder [naam minderjarige] daar verder mee te belasten. (…)

Mocht er een oppas nodig zijn voor langer dan 4 uur zullen de ouders altijd eerst bij elkaar navragen of hij/zij de opvang van [naam minderjarige] kan verzorgen.

Rol nieuwe partner en familie: (…)

Ouders accepteren elkaar nieuwe partners en zij zich ervan bewust dat zij tevens een rol vervullen in het leven van [naam minderjarige] . (…).”

3 De beoordeling

3.1.

De moeder verzoekt haar alleen met het gezag over [naam minderjarige] te belasten en de vader de omgang met [naam minderjarige] voor de duur van één jaar te ontzeggen.

Ter zitting voert de moeder aan dat zij met haar verzoeken hoopt te bereiken dat de vader alsnog met haar in gesprek wil gaan over de voortgang van de zorgregeling, omdat [naam minderjarige] graag contact heeft met zijn vader en de vader de overeengekomen zorgregeling niet meer nakomt.

3.2.

De vader stelt dat de omgangsregeling goed liep, totdat [naam minderjarige] tijdens een omgangsweekend leeftijdsinadequate opmerkingen maakte over hoe de vader het weekend invult. De vader is naar de zitting gekomen met de intentie akkoord te gaan met de verzoeken van de moeder. Hij wil dat [naam minderjarige] niet langer last heeft van het getouwtrek tussen partijen.

Desgevraagd stelt hij dat hij graag de overeengekomen zorgregeling van eenmaal per veertien dagen zou willen hervatten op voorwaarde dat hij in dat weekend dan zelf en alleen verantwoordelijk is voor [naam minderjarige] .

3.3.

De raad stelt ter zitting voor een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheden om de zorgregeling te hervatten, omdat [naam minderjarige] anders de verliezer is. Hij heeft dan geen contact meer met zijn vader door toedoen van de houding van zijn ouders.

3.4.

De rechtbank acht zich, gelet op de door partijen ingenomen standpunten, onvoldoende ingelicht om nu een beslissing te nemen over de wijziging van het ouderlijk gezag over [naam minderjarige] en het verzoek van de moeder de vader voor de duur van één jaar de omgang met [naam minderjarige] te ontzeggen. Alvorens te beslissen, acht de rechtbank het noodzakelijk dat de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht onderzoek doet en de rechtbank van advies dient.

Bij dat onderzoek kan de raad betrekken dat een of beide partijen al heeft/ hebben geprobeerd om tot een goede omgangsregeling te komen via (in willekeurige volgorde):

a: mediation,

b: onderlinge afspraken,

c: inzet van grootouders,

d: JOT,

e: gezinscoach.

De behandeling ter zitting geeft het beeld dat tussen partijen een patstelling is ontstaan omdat het de moeder dwars zit dat de vader niet met haar wil praten over wat zij belangrijk vindt voor [naam minderjarige] en het de vader dwars zit dat de moeder hem ter verantwoording roept en niet als gelijkwaardige ouder benadert.

3.5.

Omdat nog geen eindbeslissing wordt gegeven, wordt nu ook nog geen beslissing genomen over de proceskosten.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

bepaalt dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden tot 1 oktober 2019 pro forma;

4.2.

verzoekt de raad voor de kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht om onderzoek of andere bemoeienis met betrekking tot het ouderlijk gezag over [naam minderjarige] en de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en tegen bedoelde datum aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;

4.3.

bepaalt dat zodra de rechtbank in de onderhavige zaak de verzochte rapportage heeft ontvangen de mondelinge behandeling van de zaak zal worden voortgezet op een dan te bepalen datum en tijdstip;

4.4.

bepaalt dat de moeder met haar advocaat, de vader en de raad voor de kinderbescherming op genoemde pro forma-datum niet ter zitting behoeven te verschijnen.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J. Klomp, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier J.C. de Kok op 8 maart 2019.

Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, staat tegen deze beschikking hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.

Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden voor het instellen van hoger beroep.