Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:1823

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-02-2019
Datum publicatie
11-03-2019
Zaaknummer
C/10/528092 / HA ZA 17-548
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Internationaal wegvervoer. CMR. Nederlands recht toepasselijk. Verrekening. Expertisekosten. Buitengerechtelijke incassokosten. Eventueel overeengekomen aansprakelijkheidsbeperking van de vervoerder is ingevolge art. 41 CMR nietig. Uitleg overeenkomst. Eventuele verplichting tot het afsluiten van een transportgoederenverzekering valt buiten de reikwijdte van de CMR.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2019/64
NTHR 2019, afl. 4, p. 212
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/528092 / HA ZA 17-548

Vonnis van 13 februari 2019

in de zaak van

de vennootschap naar buitenlands recht

[eiseres] ,

gevestigd te Parijs, Frankrijk, en Keulen, Duitsland,

eiseres,

advocaat mr. R.W.J.M. te Pas te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BERNAARDS TRANSPORT B.V.,

gevestigd te Halsteren,

gedaagde,

advocaat mr. J. Mulder te Hoogeveen.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Bernaards genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 22 mei 2017 met productie 1 tot en met 7

  • -

    de conclusie van antwoord met productie 1 tot en met 3

  • -

    de brief van 16 augustus 2017 waarin de rechtbank partijen oproept voor een comparitie

van partijen

  • -

    de zittingsagenda van 23 november 2017

  • -

    de akte houdende samenvatting standpunten van [eiseres]

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 11 januari 2018.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald. Aan partijen is laten weten dat het vonnis gelijktijdig zal worden gewezen met het vonnis in de tussen partijen aanhangige (meervoudige) zaak onder nummer C/10/531358 HA ZA 17-707.

2 De feiten

2.1.

De Logista groep van vennootschappen verzorgt onder andere de opslag en het vervoer van tabaksproducten. Van deze groep maken deel uit onder meer Logesta Gestión de Transporte S.A. te Madrid (hierna: LGdT) en Logista France S.A.S. te Lognes (hierna: Logista France).

2.2.

[eiseres] is de (transportgoederen)verzekeraar van Logista France.

2.3.

Op 1 februari 2006 heeft LGdT een raamovereenkomst gesloten met Bernaards met betrekking tot door Bernaards in opdracht van LGdT te verrichten transportwerkzaamheden.

2.4.

Op of omstreeks 2 oktober 2013 heeft Philip Morris Holland B.V. (hierna: Philip Morris) aan LGdT opdracht gegeven voor het vervoer over de weg van een partij sigaretten van Bergen op Zoom naar Lognes, Frankrijk, ter aflevering aan Logista France.

LGdT heeft die opdracht tot vervoer doorgegeven aan Bernaards. Bernaards heeft de partij sigaretten in Bergen op Zoom ten vervoer in ontvangst genomen. Tijdens het vervoer, bij de afslag van de A1 naar de A104, moest chauffeur [naam] , in dienst van Bernaards, afremmen en stoppen voor een wit busje. Uit het witte busje zijn gewapende mannen gestapt die de chauffeur hebben overmeesterd en de vrachtwagen met de chauffeur hebben meegenomen naar een zijweg naast de snelweg. Daar is een groot deel van de partij sigaretten uit de vrachtwagen gehaald.

2.5.

[eiseres] heeft de schade als gevolg van de diefstal en de beschadiging van de partij sigaretten aan Logista France vergoed en is op 30 januari 2014 in de rechten van Logista France gesubrogeerd.

2.6.

Bij vonnis van 19 oktober 2016, gewezen onder kenmerk C/02/277145 / HA ZA 14-111 in een zaak tussen Bernaards als eiseres en onder anderen LGdT en Logista France als gedaagden, heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant, op vordering van Bernaards voor recht verklaard dat Bernaards jegens de gedaagden beperkt aansprakelijk is overeenkomstig het bepaalde in artikel 23 lid 3 CMR voor de schade die de gedaagden hadden geleden als gevolg van het incident van 2 oktober 2013. Deze beperkte aansprakelijkheid komt neer op een bedrag van € 59.121,38. Voorts heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant gedaagden veroordeeld in de kosten van de procedure, begroot op € 4.063,68. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld, waardoor het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.

2.7.

[eiseres] heeft buiten rechte verzocht om betaling van € 59.121,38. Bernaards, althans haar verzekeraar TVM Zakelijk N.V., heeft geweigerd het gehele bedrag te voldoen.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert samengevat - veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Bernaards tot betaling van € 59.121,38, vermeerderd met CMR-rente vanaf 25 november 2013, althans een door de rechtbank te bepalen dag, en tot betaling van € 4.740,00 aan expertisekosten, vermeerderd met rente vanaf 18 november 2013, althans een door de rechtbank te bepalen dag, en tot betaling van € 1.465,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van Bernaards in de (na)kosten van de onderhavige procedure.

[eiseres] legt daaraan ten grondslag dat Bernaards op grond van artikel 23 lid 4 CMR jegens Logista France (beperkt) aansprakelijk is voor schade die Logista France heeft geleden als gevolg van de diefstal en beschadiging van de partij sigaretten.

3.2.

Bernaards concludeert tot afwijzing van de vordering met veroordeling, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, van [eiseres] in de kosten van de procedure.

Bernaards doet ten aanzien van de schade een beroep op verrekening. Verder doet Bernaards een beroep op nietigheid van het beding in artikel 7 van de raamovereenkomst. Voorts betwist Bernaards dat sprake is van expertisekosten, buitengerechtelijke incassokosten en rente.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

internationaal geval

4.1.

Deze zaak betreft een internationaal geval, aangezien [eiseres] in Frankrijk en Duitsland is gevestigd en Bernaards in Nederland. Daarom dient de rechtbank eerst haar bevoegdheid (rechtsmacht) en het toepasselijk recht te bepalen.

bevoegdheid

4.2.

De vordering is ingesteld bij dagvaarding uitgebracht op 22 mei 2017, derhalve na de inwerkingtreding van de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking) (hierna: Brussel Ibis-Vo). Bernaards heeft woonplaats in de zin van de Brussel Ibis-Vo in Nederland, een lidstaat van de Europese Unie. De zaak betreft grensoverschrijdend wegvervoer van Nederland naar Frankrijk. Blijkens de dagvaarding en de conclusie van antwoord gaan beide partijen ervan uit dat de eis van [eiseres] een burgerlijke of handelszaak betreft, zoals bedoeld in de Brussel Ibis-Vo, en een vordering betreft als bedoeld in artikel 31 CMR. De vraag of de Nederlandse rechter, dan wel deze rechtbank internationaal bevoegd is om van de vorderingen van [eiseres] kennis te nemen dient daarom aan de hand van de Brussel Ibis-Vo en de CMR te worden beantwoord.

4.3.

Ter zitting is vast komen te staan dat partijen een forumkeuze hebben gedaan voor de rechtbank Rotterdam. Derhalve is deze rechtbank (internationaal) bevoegd op grond van het forumkeuzebeding als bedoeld in artikel 25 Brussel Ibis-Vo in samenhang met artikel 31 lid 1 CMR.

toepasselijk recht

4.4.

Ter comparitie hebben partijen bevestigd dat hun rechtsverhouding wordt beheerst door de CMR, aangevuld door Nederlands recht.

verrekening

4.5.

Vast staat dat Bernaards beperkt aansprakelijk is overeenkomstig het bepaalde in artikel 23 lid 3 CMR voor de schade ad € 59.121,38 (de CMR-limiet) die Logista France heeft geleden als gevolg van de hiervoor onder 2.4 genoemde diefstal en beschadiging van de partij sigaretten. In beginstel dient Bernaards de schade van € 59.121,38 dan ook te betalen, tenzij haar beroep op verrekening slaagt.

4.6.

Voor een geslaagd beroep op verrekening moet vast staan dat Bernaards een tegenvordering heeft op [eiseres] . Bernaards onderbouwt deze tegenvordering als volgt. Bernaards heeft aan LGdT drie facturen gestuurd ter zake van vervoer van sigaretten met een totaalbedrag van € 52.000,01. LGdT heeft dit bedrag verrekend met twee bedragen van € 30.050,00 (twee bedragen omdat op 28 oktober 2013 een soortgelijke overval als die van 2 oktober 2013 heeft plaatsgevonden) die Bernaards volgens LGdT aan haar moet vergoeden op grond van artikel 7 van de raamovereenkomst (zie 2.3). Hiervoor was het bedrag van de openstaande vrachtpenningen niet toereikend, waardoor effectief een bedrag van

€ 52.000,01 is verrekend. Omdat Bernaards in het kader van de aan LGdT te betalen schadevergoeding op deze wijze al een bedrag van € 52.000,01 heeft betaald, mag Bernaards dit bedrag in mindering brengen op het gevorderde bedrag van € 59.121,38. Volgens Bernaards resteert er dus nog een bedrag van € 4.623,10 dat zij aan [eiseres] moet betalen. Met [eiseres] volgt de rechtbank Bernaards hierin niet, gelet op het volgende.

4.7.

Omdat partijen van mening verschillen over de uitleg en strekking van artikel 7 van de raamovereenkomst dient de rechtbank die bepaling uit te leggen. Nu [eiseres] niet in de rechten is getreden van LGdT – vast staat dat [eiseres] in de rechten van Logista France is gesubrogeerd – vormt de raamovereenkomst niet een geschrift waarin de rechtsverhouding tussen de procespartijen of hun rechtsvoorgangers is geregeld. Daarom komt het bij die uitleg aan op de zin die onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs moet worden toegekend aan de betreffende bepalingen van artikel 7, gelezen in de context van de raamovereenkomst als geheel.

Op grond van de Engelse en Spaanse teksten van de overeenkomst komt de rechtbank tot de volgende uitleg.

4.8.

De raamovereenkomst bevat regelingen tussen LGdT en Bernaards, waarbij LGdT optreedt als opdrachtgever tot vervoer ten opzichte van Bernaards. Uit de artikelen 5, 13, 14, 16, 17 en 18 blijkt dat LGdT zelf als vervoerder of expediteur optreedt ten opzichte van haar opdrachtgevers (“clients”; “clientes”) en dat Bernaards als ondervervoerder van LGdT optreedt.

Noch uit de stellingen van partijen, noch uit de bepalingen van de raamovereenkomst blijkt dat Bernaards ten opzichte van LGdT dient te worden aangemerkt als opvolgend vervoerder in de zin van artikel 34 e.v. CMR.

4.9.

In het eerste gedeelte van artikel 7 is beschreven dat Bernaards als de “Transport Company” of “El Transportista” gedurende het vervoer verantwoordelijk is voor de ten vervoer meegegeven zaken. Aan het slot van het eerste gedeelte worden de volgende verbintenissen op Bernaards gelegd, te weten in de Engelste taal:

“to have the following signed under its responsibility and to maintain them in force and updated during the whole of the term of the Agreement:

- An insurance policy that covers the value of the load or merchandise, including processed tobacco, high technology and medications, in accordance with the legislation in force at any time (CMR/LOTT).

- An insurance policy with a minimum capital of thirty thousand and fifty Euros (€ 30,050), at first risk, for the transporting of processed tobacco. Above this capital figure, LOGESTA will, under its own assurance system, assume the rest of the liabilities, provided that these are not caused by serious fault, misrepresentation or negligence by the Transport Company, in which case it will be liable for the full value of the load or merchandise.”

en in het Spaans:

“a tener suscritas a su cargo y mantener vigentes y actualizados, durante toda la vigencia del Contrato:

- Una póliza de seguros que cubra el valor de la carga o mercancia, incluyendo tabaco elaborado, alta tecnología y medicamentos, de acuerdo con la legislación vigente en cada momento (CMR/LOTT).

- Una póliza de seguros con un capital minimo de treinta mil cincuenta euros (30.050 €), a primer riesgo para transporte de tabaco elaborado, capital a partir del cuál LOGESTA asumirá, en régimen de aseguriamento propio, el resto de las responsabilidades, siempre que éstas no vengan causadas por culpa grave, dolo o negligencia del Transportista, en cuyo caso éste responderá del valor total de la carga o mercancia.”.

4.10.

De verwijzing aan het slot van het gedeelte na het eerste gedachtestreepje “CMR/LOTT” leest de rechtbank als verwijzingen naar het wegvervoerverdrag CMR en de Spaanse wet inzake wegvervoer Ley de Ordenación de los Transportes Terrestres. Aldus gelezen gaat het hier om een verzekering ter dekking van de aansprakelijkheid van de vervoerder, dus van Bernaards als vervoerder.

Het eerste gedeelte van artikel 7 en het gedeelte na het eerste gedachtestreepje brengen voor Bernaards daarom de verbintenis mee om zorg te dragen voor een verzekering ter dekking van haar aansprakelijkheid als vervoerder.

4.11.

De bewoordingen van het gedeelte na het tweede gedachtestreepje zijn niet eenduidig. Het eerste gedeelte daarvan lijkt te duiden op een transportgoederenverzekering voor bewerkte tabak tot het beloop van € 30.050 à premier risque, maar het vervolg lijkt te zien op aansprakelijkheid van de (onder)vervoerder, Bernaards.

Voor zover het bepaalde in het eerste gedeelte van artikel 7 en het gedeelte na het tweede gedachtestreepje een aansprakelijkheidsbeperking van de vervoerder zou inhouden – zoals Bernaards betoogt – zou dat neerkomen op een middellijke of onmiddellijke afwijking van het aansprakelijkheidsregime van de CMR, die ingevolge artikel 41 lid 1 CMR nietig zou zijn.

Voor zover het bepaalde in het eerste gedeelte van artikel 7 en het gedeelte na het tweede gedachtestreepje een verplichting tot het afsluiten van een transportgoederenverzekering voor bewerkte tabak zou inhouden – zoals [eiseres] betoogt – valt de bepaling buiten de reikwijdte van de CMR.

Daarom en omdat met de door de rechtbank gegeven uitleg van het gedeelte na het eerste gedachtestreepje al een verbintenis voor Bernaards tot het afsluiten van een vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering is gegeven, ligt het in de rede in het gedeelte na het tweede gedachtestreepje een verplichting tot een transportgoederenverzekering te lezen.

4.12.

Bernaards heeft ook daadwerkelijk twee verzekeringen afgesloten. De vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering heeft zij afgesloten bij TVM Zakelijk N.V. en de transportgoederenverzekering bij HDI.

4.13.

De conclusie is dat artikel 7 van de raamovereenkomst geen beperking van aansprakelijkheid van Bernaards als (onder)vervoerder ten opzichte van LGdT inhoudt. Dan komt Bernaards evenmin op die gestelde beperking een beroep toe jegens Logista France, respectievelijk [eiseres] .

4.14.

Anders dan Bernaards van mening is, kunnen de door HDI uit te keren bedragen van twee keer € 30.050,00 niet worden gezien als een voorschot op de te betalen CMR-limiet van € 59.121,38. De CMR is niet van toepassing op de separate commerciële afspraak tussen LGdT en Bernaards dat Bernaards, naast de (CMR) aansprakelijkheidsverzekering, ook een (aanvullende) goederentransportverzekering zou afsluiten. Het gaat om twee separate verplichtingen jegens LGdT, die beide dienen te worden vervuld door Bernaards. Logista France komt dus in totaal een bedrag toe van € 119.221,38. [eiseres] is alleen gesubrogeerd in de vordering van Logista France jegens Bernaards tot betaling van schadevergoeding van € 59.121,38 ex artikel 23 lid 3 CMR .

4.15.

Aangezien Bernaards dus geen tegenvordering heeft op [eiseres] , kan van verrekening geen sprake zijn. De vordering zal dan ook worden toegewezen.

expertisekosten en buitengerechtelijke incassokosten

4.16.

Op grond van artikel 23 lid 4 CMR worden de vrachtprijs, de douanerechten en de overige met betrekking tot het vervoer der goederen gemaakte kosten, in geval van geheel verlies volledig terugbetaald en is verdere schadevergoeding niet verschuldigd. Het strookt met het doel en de strekking van artikel 23 lid 4 CMR, zoals dat mede tegen de achtergrond van het systeem van (limitering van) door de vervoerder verschuldigde schadevergoeding in de CMR moet worden begrepen, om aan te nemen dat de kosten waarop in artikel 23 lid 4 CMR wordt gedoeld, de kosten betreffen die voor de ladingbelanghebbende rechtstreeks aan (de normale uitvoering van) het vervoer als zodanig zijn verbonden (zie HR 14 juli 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW3041). Bij de begroting van schade volgens het CMR-verdrag moet derhalve worden uitgegaan van de afzendwaarde, vermeerderd met de kosten van vervoer naar de bestemming plus de kosten onderweg. Daarbij komen andere kosten, zoals expertisekosten (als deze niet in een geval van waardevermindering zijn gemaakt ter beperking van de schade) en buitengerechtelijke incassokosten in beginsel niet aan de orde. Een aanvullend gekozen rechtstelsel dat daarin verandering brengt (zoals bijvoorbeeld een beroep op artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek), druist in tegen het bepaalde in artikel 41 lid 1 CMR, dat, behoudens de bepalingen van artikel 40 CMR (dat bepaalt dat vervoerders onderling een van de artikelen 37 en 38 CMR afwijkende regeling kunnen bedingen), ieder beding dat middellijk of onmiddellijk afwijkt van de bepalingen van het CMR-verdrag nietig is. Gesteld noch gebleken is waarom in het onderhavige geval dient te worden afgeweken van voornoemd uitgangspunt.

CMR rente

4.17.

Op grond van artikel 27 CMR is Bernaards rente verschuldigd. De CMR rente zal dan ook als gevorderd worden toegewezen vanaf 25 november 2013.

proceskosten

4.18.

Bernaards zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden begroot op:

- dagvaarding € 97,31

- griffierecht 1.924,00

- salaris advocaat 2.148,00 (2,0 punten × tarief € 1.074,00)

Totaal € 4.169,31

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt Bernaards om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 59.121,38 (negenenvijftig duizendéénhonderdéénentwintig euro en achtendertig eurocent), vermeerderd met de CMR rente van 5% per jaar over het toegewezen bedrag met ingang van 25 november 2013 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt Bernaards in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 4.169,31, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van veertien dagen na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt Bernaards in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Bernaards niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2019.

615/1573