Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:1753

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-02-2019
Datum publicatie
11-03-2019
Zaaknummer
C/10/543398 / HA ZA 18-82
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Derdenbeslag. Verklaring derde. Artikel 476a Rv. Verklaring moet gelijk worden gesteld met achterwege laten daarvan. Veroordeling derde tot betaling van bedrag waarvoor beslag ten laste van schuldenaar was gelegd als ware de derde zelf de schuldenaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/543398 / HA ZA 18-82

Vonnis van 13 februari 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EMOOV B.V., voorheen Move4U Solutions B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

eiseres,

advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HAPPYTOSERVE NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. M.A.D. Bol te Rotterdam,

2. [gedaagde],

wonende te Schiedam,

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna Emoov, Happytoserve en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 15 november 2017, met producties;

  • -

    akte inbreng producties tevens naamswijziging;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    de brief van de rechtbank van 18 april 2018 waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    akte wijziging van naam eiseres, tevens vermeerdering van eis, tevens inbreng producties;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 24 mei 2018;

  • -

    de brief van 19 juni 2018 namens Emoov met een reactie op het proces-verbaal.

1.2.

Tegen gedaagde sub 2 is verstek verleend.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald. Krachtens het bepaalde in artikel 140 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) word één vonnis gewezen dat tussen alle partijen als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd.

2. De feiten

2.1.

Emoov is een dochtervennootschap van Raedarius B.V. en maakt onderdeel uit van het internationale Voerman-concern dat zich op verhuizingen toelegt.

2.2.

Happytoserve is een Nederlandse vennootschap met als enig aandeelhouder de buitenlandse vennootschap Bunabu Inc, geregistreerd in de staat Delaware, Verenigde Staten. De activiteiten van Happytoserve bestaan blijkens het uittreksel van de Kamer van Koophandel uit “het voorzien in financiële, administratieve en personele ondersteuning voor bedrijven”.

2.3.

[gedaagde] is per 1 januari 2016 in dienst getreden bij Happytoserve in de functie van [naam functie] tegen een bruto salaris van € 4.000,00 per maand.

2.4.

Bij vonnis van 1 februari 2017 van de rechtbank Rotterdam is [gedaagde] hoofdelijk veroordeeld (met Tellus Holding B.V.) tot betaling aan Move4U Solutions B.V. (thans dus: Emoov) van een bedrag van € 500.000,00 met rente en kosten.

2.5.

Aan voornoemde veroordeling is niet voldaan.

2.6.

Emoov heeft op basis hiervan op 21 augustus 2017 derdenbeslag gelegd onder Happytoserve ten laste van [gedaagde] .

2.7.

Happytoserve heeft naar aanleiding van het gelegde derdenbeslag op 15 september 2017 een (derden)verklaring afgelegd. Deze derdenverklaring is ondertekend door [naam 1] (hierna: [naam 1] ) van de afdeling human resources van Happytoserve en luidt - voor zover relevant - als volgt:

zijnde de ondergetekende, die verklaart:

(…)

B dat er tussen ondergetekende en de schuldenaar een rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan, uit hoofde waarvan de schuldenaar op het tijdstip van het beslag nog iets van ondergetekende had te vorderen, nu te vorderen heeft of nog te vorderen kan krijgen. Deze rechtsverhouding betreft:

een dienstverband (arbeidsovereenkomst, ambtenaar), waarbij loonbelasting wordt ingehouden (nadere invulling onder 2)

(…)

2. Bruto-loon/uitkering per …. € 4000,-

in te houden belasting en sociale lasten € 1261,08

(…)

beslagvrije voet beloopt volgens tabel € zie bovenaan pag. 1 beslag € 634,19

zodat onder het beslag valt € 2104,73

Het vakantiegeld bedraagt 8% van het jaarloon en wordt jaarlijks uitgekeerd in de maand…..

Verder heeft de schuldenaar recht op tantième, bonussen, zoals 13e maand, provisie, overwerkvergoeding of anderszins, gespecificeerd als volgt: geen

Bijzonderheden: medewerker heeft zijn arbeidsovereenkomst per 1 september 2017 opgezegd.

(…)

Bijlagen: loonstrook augustus 2017

2.8.

Happytoserve heeft op 19 september 2017 een bedrag van € 2.104,73, alsmede een bedrag van € 487,78 ter zake door het beslag getroffen vakantiegeld, overgemaakt aan de deurwaarder die het beslag had gelegd.

2.9.

Bij brief van 6 november 2017 heeft mr. Schutte namens Emoov een brief met - voor zover relevant - de volgende inhoud aan Happytoserve geschreven.

Bij deze deel ik namens cliënt mede dat zij de inhoud en de rechtsgeldigheid van de afgelegde verklaring betwist. Nergens blijkt dat de verklaring is afgelegd door een persoon die daartoe bevoegd is. Verder ontbreken bescheiden waaruit blijkt dat de heer [gedaagde] zijn arbeidsovereenkomst heeft opgezegd, terwijl ook niet hieruit blijkt dat [gedaagde] niet langer werkzaam is in een andere hoedanigheid en uw vennootschap uit dien hoofde niets aan hem verschuldigd is. Het ‘toeval’ dat de arbeidsverhouding zou zijn beëindigd precies nadat de beslagen zijn gelegd, vraagt om een gespecificeerde schriftelijke toelichting die door een bevoegd persoon is opgesteld.

Bij deze verzoek en desnoods sommeer ik u om binnen 5 dagen na dagtekening alsnog een juiste en volledige verklaring af te leggen en deze te doen vergezellen van alle stukken waartoe u wettelijk verplicht bent op grond van onder meer art. 476a lid 2 Rv bij gebreke waarvan ik namens cliënte rechtsmaatregelen zal treffen.”

2.10.

Op deze brief heeft Happytoserve niet gereageerd.

3 Het geschil

3.1.

Emoov vordert na wijziging eis samengevat - dat bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

  1. Happytoserve op de voet van artikel 477a lid 1 Rv wordt veroordeeld tot betaling aan Emoov van het bedrag waarvoor het beslag is gelegd, als ware zij daarvan zelf schuldenaar;

  2. op de voet van artikel 477a lid 2 Rv - zo nodig met toepassing van artikel 479a Rv - wordt vastgesteld hetgeen Happytoserve van [gedaagde] onder zich heeft en/of al dan niet uit een reeds bestaande rechtsverhouding aan hem verschuldigd is of verschuldigd zal worden en Happytoserve te bevelen tot betaling en/of afgifte van hetgeen zij volgens die gerechtelijke vaststelling aan Emoov verschuldigd is, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van verschuldigdheid;

  3. Happytoserve wordt veroordeeld tot het doen van een schriftelijke gerechtelijke verklaring, met inachtneming van hetgeen Emoov in deze dagvaarding heeft gesteld en met bevel krachtens artikel 843a en/of artikel 22 Rv tot overlegging van alle in deze dagvaarding gevorderde stukken die de rechtbank dienstig acht ter staving van de gerechtelijke verklaring en vaststelling van de door Happytoserve aan Emoov verschuldigde gelden;

  4. de redelijke vergoeding die Happytoserve aan [gedaagde] verschuldigd wordt vastgesteld krachtens artikel 479a Rv op ten minste een bedrag van € 4000,00 per maand in ieder geval vanaf 1 september 2017, te vermeerderen met wettelijke rente en dat Happytoserve wordt veroordeeld tot het betalen van die vastgestelde redelijke vergoeding aan Emoov;

  5. subsidiair: de rechtshandeling(en) bestaande uit de beweerde opzegging van de arbeidsovereenkomst op grond van ziekte (alsmede de beweerde afspraak afstand te doen van de opzeggingstermijn) door de rechtbank word(t)(en) vernietigd;

  6. [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen aan Emoov van alle schade, waaronder alle werkelijke beslagkosten c.a. en alle werkelijke proceskosten van deze procedure, die Emoov heeft geleden en lijdt als gevolg van diens ondeugdelijke verklaringen en onrechtmatig gedrag;

met hoofdelijke veroordeling van Happytoserve en [gedaagde] in de kosten van het geding, inclusief nasalaris en de wettelijke rente te rekenen vanaf 14 dagen vanaf de datum van het te wijzen vonnis.

3.2.

Happytoserve voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Emoov bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de kosten van de procedure.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Ten aanzien van de stelling dat het verweer van [naam advocaat] moet worden gepasseerd

4.1.

Emoov stelt zich op het standpunt dat het door [naam advocaat] in deze zaak gevoerde verweer misbruik van (proces)recht oplevert en daarom gepasseerd moet worden. Emoov legt hieraan - samengevat - ten grondslag dat [naam advocaat] onbevoegd is om Happytoserve te vertegenwoordigen en zich laat lenen om de ware identiteit en de onrechtmatige praktijken van Happytoserve te verhullen.

4.2.

De rechtbank begrijpt het verweer van Happytoserve op dit punt als volgt. [naam advocaat] treedt in deze op als procesadvocaat van Happytoserve en heeft - bij gebreke van een bestuurder van Happytoserve - deze opdracht gekregen van de heer [naam 2] (hierna: [naam 2] ), die aandeelhouder is van Bunabu Inc., welke vennootschap op haar beurt aandeelhouder is van Happytoserve. Het door Emoov gestelde is aldus onjuist.

4.3.

Mede gelet op het verweer van Happytoserve heeft Emoov onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld ter onderbouwing van haar stelling dat [naam advocaat] niet bevoegd is om Happytoserve te vertegenwoordigen. Evenmin zijn er aanwijzingen die de conclusie zouden kunnen rechtvaardigen dat hij zich laat lenen om de ware identiteit en de onrechtmatige praktijken van Happytoserve te verhullen. Het door [naam advocaat] namens Happytoserve gevoerde verweer zal derhalve niet worden gepasseerd.

Ten aanzien van de derdenverklaring

4.4.

Ingevolge het bepaalde in de artikelen 720 jo 476a, 476b, 477a en 479a Rv en de daarop betrekking hebbende (vaste) jurisprudentie heeft het volgende te gelden:

- (476 (476a lid 1 Rv) De derde is verplicht binnen vier weken na het leggen van het beslag verklaring te doen van de vorderingen en zaken die door het beslag zijn getroffen.

- (476 (476a lid 2 Rv) De verklaring bevat:

  1. de met redenen omklede opgave of hij al dan niet iets aan de geëxecuteerde verschuldigd is of uit een ten tijde van het beslag reeds bestaande rechtsverhouding zal worden, dan wel of hij al dan niet iets voor deze onder zich heeft;

  2. de aard en het beloop van de door het beslag getroffen vorderingen en eventueel de tijdsbepalingen of voorwaarden die daaraan zijn verbonden;

  3. een gespecificeerde opgave van de door het beslag getroffen zaken;

  4. een opgave van eventuele andere, onder de derde-beslagenen ten laste van de geëxecuteerde liggende beslagen;

  5. en opgave van de aan de derde-beslagenen bekende pandrechten die op door het beslag getroffen goederen rusten, met vermelding van de pandhouders;

  6. de verdere gegevens die voor het vaststellen van de rechten van partijen dienstig mochten zijn.

  • -

    (476b Rv) De verklaring wordt gericht tot de deurwaarder die het beslag heeft gelegd of tot de advocaat die voor de beslaglegger optreedt en gaat zo veel mogelijk vergezeld van afschrift van tot staving dienende bescheiden.
    Dit betekent niet dat deze derde in een betwistingsprocedure de bewijslast heeft.
    De bewijslast berust bij de beslaglegger waar deze aanvoert dat - in weerwil van de verklaring - de derde wel degelijk een vordering heeft op de schuldenaar. Wel rust krachtens HR 13 februari 2009, NJ 2009/106 (Bos/Ontvanger) op deze derde - bij betwisting door de derde - een verzwaarde motiveringsplicht.

  • -

    (477a lid 1 Rv) Indien de derde-beslagene in gebreke blijft verklaring te doen, wordt hij op vordering van de executant veroordeeld tot betaling van het bedrag waarvoor het beslag is gelegd als ware hij daarvan zelf schuldenaar, onverminderd zijn verplichting tot vergoeding van de schade, zo daartoe gronden zijn. De derde-beslagene tegen wie deze vordering wordt ingesteld, wordt toegelaten alsnog een gerechtelijke verklaring te doen. De kosten die in dat geval nodeloos zijn veroorzaakt, worden voor zijn rekening gebracht.
    Een in rechte (alsnog) afgelegde verklaring die niet voldoet aan de eisen als bedoeld in de artikelen 476a lid 2 Rv en 476b Rv kan in haar gevolgen gelijk worden gesteld aan het geval dat in het geheel geen verklaring is afgelegd (ECLI:NL:RBGEL:2017:1271 en ECLI:NL:RBMNE:2017:1784).

  • -

    (477a lid 2 Rv) Indien de derde-beslagene wel een verklaring heeft afgelegd, is de executant bevoegd deze geheel of ten dele te betwisten dan wel aanvulling daarvan te eisen door de derde binnen twee maanden na zijn verklaring te dagvaarden tot het doen van gerechtelijke verklaring en tot betaling of afgifte van hetgeen volgens de vaststelling door de rechter aan de executant zal blijken toe te komen.

  • -

    (479a lid 1 Rv) Ingeval een schuldeiser voor een vordering verhaal zoekt op een schuldenaar, die om niet of tegen een onevenredig lage vergoeding geregeld werkzaamheden of diensten voor een derde verricht - of vóór het beslag verrichtte - welker aard en omvang zodanig zijn, dat zij gewoonlijk slechts tegen betaling worden verricht, wordt ten behoeve van die schuldeiser aangenomen dat daarvoor een redelijke vergoeding verschuldigd is.

  • -

    (479a lid 2 Rv) Bij de hier bedoelde beoordeling worden alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, in het bijzonder de aard van de verrichte werkzaamheden of diensten, de betrekkingen van verwantschap of van andere aard tussen de schuldenaar en de derde en de financiële draagkracht van deze laatste.

4.5.

Op grond van het voorgaande zijn bij de beoordeling van de vorderingen van Emoov de volgende - kort weergegeven - uitgangspunten relevant.
De bewijslast ter zake van het bestaan van een vordering van [gedaagde] op Happytoserve en de omvang daarvan berust op Emoov. Daar staat evenwel tegenover dat de derde-beslagene gehouden is haar verklaring zoveel mogelijk te staven met gegevens en bescheiden en dat op haar - bij betwisting van haar verklaring - een verzwaarde motiveringsplicht rust.
De derde-beslagene dient in de gelegenheid te worden gesteld haar verklaring te wijzigen of aan te vullen.
Een gebrekkige verklaring kan in haar gevolgen worden gelijkgesteld met het geval dat in het geheel geen verklaring is afgelegd.
Of dit zo is hangt af van alle omstandigheden van het geval.
Bezien in dat licht heeft het volgende te gelden.

4.6.

Emoov heeft de door Happytoserve als derde-beslagene afgelegde verklaring gemotiveerd betwist.

Emoov betwist in de eerste plaats dat de verklaring is afgegeven door een daartoe bevoegde persoon. Het is niet duidelijk, aldus Emoov, op grond waarvan [naam 1] bevoegd was om deze verklaring af te geven. In dit verband wordt erop gewezen dat Happytoserve sinds 1 februari 2016 geen bestuur heeft en dat het onder deze omstandigheden op de weg van Happytoserve ligt om te onderbouwen dat [naam 1] op 15 september 2017 bevoegd was tot het afleggen van de derdenverklaring.

Voorts betwist Emoov de inhoud van de verklaring. Daartoe voert zij - samengevat - het volgende aan.

In Happytoserve worden de activiteiten voortgezet met (een deel van) de activa (waardevolle domeinnamen/websites) die van de Tellus Holding B.V. waren. De belangrijkste domeinnamen/websites staan thans op naam van Bunabo Inc. en/of op naam van [naam 2] .

[gedaagde] , die middels Fenna Holding B.V. bestuurder was van Tellus Holding B.V. in de periode dat de domeinnamen/websites van Tellus Holding B.V. waren, is de enige die deze activiteiten kon en kan uitvoeren. Nu nergens uit blijkt dat iemand anders dan [gedaagde] de feitelijk bestuurder, beleidsbepaler of uiteindelijk rechthebbende (UBO) van Happytoserve is, kan het niet anders zijn dan dat [gedaagde] dit nog steeds is. In dit verband wijst Emoov er ook op dat uit het handelsregister van 6 november 2017 blijkt dat er één medewerker werkzaam is bij Happytoserve en dat er met het vertrek van [gedaagde] geen medewerkers meer zouden zijn terwijl Happytoserve blijkens haar website nog wel actief is. Ook dit wijst er op, zo begrijpt de rechtbank Emoov, dat het ongeloofwaardig is dat [gedaagde] geen werkzaamheden meer voor Happytoserve verricht.

4.7.

Happytoserve heeft in reactie hierop gesteld dat Happytoserve en Bunabu Inc. het goed hebben gevonden dat [naam 1] de derdenverklaring heeft afgelegd, alsmede dat [naam 1] in dienst was van Happytoserve (zie proces-verbaal), althans een medewerkster van “de groep” was (zie conclusie van antwoord). Voor zover nodig heeft [naam advocaat] de derdenverklaring bekrachtigd.

Happytoserve heeft voorts aangevoerd dat er 7 of 8 personen in dienst zijn bij Happytoserve en dat de werkzaamheden die [gedaagde] bij Happytoserve uitvoerde nu niet door een ander worden uitgevoerd omdat Happytoserve pas op de plaats maakt gelet op de huidige procedure. Voorts is bij gebrek aan wetenschap betwist dat de domeinnamen waarop Emoov doelt door Happytoserve worden geëxploiteerd.

4.8.

De rechtbank overweegt als volgt.

4.9.

Bij de aanvankelijk door Happytoserve verstrekte derdenverklaring waren geen arbeidsovereenkomst en opzeggingsbrief van [gedaagde] als bijlagen gevoegd. Een kopie van de arbeidsovereenkomst d.d. 1 januari 2016 en van de opzeggingsbrief van [gedaagde] van 20 augustus 2017 zijn bij conclusie van antwoord alsnog verstrekt. Hiermee voldeed de derdenverklaring op dat moment in beginsel aan de (formele) eisen die aan een derdenverklaring worden gesteld.

Emoov heeft de juistheid van deze verklaring gemotiveerd betwist. Dit heeft zij onder meer gedaan door, onderbouwd met stukken, feiten en omstandigheden aan te voeren waaruit in haar visie voortvloeit dat het niet waar kan zijn dat [gedaagde] , zoals Happytoserve in haar verklaring stelt, vanaf 1 september 2017 geen werkzaamheden meer voor Happytoserve verricht. Hiertegenover heeft Happytoserve volstaan met blote stellingen dan wel blote betwistingen van het door Happytoserve gestelde dan wel betwistingen bij gebrek aan wetenschap. De rechtbank is van oordeel dat - als gevolg van deze gemotiveerde betwisting - op Happytoserve een verzwaarde motiveringsplicht rustte. Bezien in dat licht kon Happytoserve niet volstaan met een betwisting bij gebrek aan wetenschap van de gemotiveerde stelling van Emoov dat de domeinnamen/websites die eerst toebehoorden aan Tellus Holding B.V. door Happytoserve worden geëxploiteerd. Het is ongeloofwaardig dat Happytoserve niet weet welke activiteiten zij zelf exploiteert, zodat het ervoor moet worden gehouden dat zij - zoals Emoov stelt - de domeinnamen/websites die eerst toebehoorden aan Tellus Holding B.V. exploiteert. In dat geval kan het niet anders dan dat [gedaagde] nog werkzaamheden voor Happytoserve verricht nu [gedaagde] - zoals onbetwist is gesteld - de enige is die de op deze domeinnamen/websites betrekking hebbende werkzaamheden kon verrichten.

Ook lag het naar het oordeel van de rechtbank op de weg van Happytoserve om haar stelling dat er 8 werknemers bij haar in dienst zijn (in plaats van de in het uittreksel KvK genoemde ene medewerker) nader te onderbouwen zodat verklaard zou kunnen worden dat ondanks het vertrek van [gedaagde] de vennootschap nog actief is.

4.10.

Happytoserve handelt aldus in strijd met de op haar rustende - verzwaarde - motiveringsplicht en is aldus met het afleggen van haar verklaring als bedoeld in artikel 476a Rv in gebreke. Hiervan uitgaande kan in het midden blijven of [naam 1] , zoals Emoov stelt, bevoegd was om de derdenverklaring namens Happytoserve te ondertekenen.

4.11.

De door Happytoserve afgelegde verklaring dient naar het oordeel van de rechtbank, gelet op het voorgaande, in haar gevolgen te worden gelijkgesteld met het achterwege laten daarvan.

Dit betekent dat de hiervoor in overweging 3.1 onder 1 weergegeven vordering van Emoov om Happytoserve te veroordelen tot betaling aan Emoov van het bedrag waarvoor het ten laste van [gedaagde] gelegde beslag is gelegd als ware Happytoserve daarvan zelf schuldenaar, voor toewijzing vatbaar is. De toewijzing van deze vordering brengt mee dat Emoov geen belang (meer) heeft bij de vorderingen vermeld onder 3.1 onder 2, 3 en 4 en de rechtbank aan de beoordeling van de subsidiaire vordering zoals weergegeven onder 3.1 sub 5 niet toekomt.

Vordering ten aanzien van [gedaagde]

4.12.

Emoov vordert veroordeling van [gedaagde] tot het betalen aan haar van alle schade, waaronder alle werkelijke beslagkosten c.s. en alle werkelijke proceskosten, die zij heeft geleden en lijdt als gevolg van diens ondeugdelijke verklaringen en onrechtmatige gedrag. Zonder enige nadere toelichting op of onderbouwing van de schade, is deze vordering te onbepaald om te worden toegewezen en daarom ongegrond. Deze vordering zal derhalve worden afgewezen.

4.13.

Happytoserve zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Emoov worden begroot op:

- dagvaarding € 86,78

- griffierecht € 626,00

- salaris advocaat € 6.198,00 (2,0 punten × tarief € 3.099,00)

Totaal € 6.910,78

4.14.

De door Emoov gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

4.15.

Nu het toewijsbare deel van de vordering zich niet mede tegen [gedaagde] richt, is Emoov in zoverre aan te merken als de in het ongelijk gestelde partij en dient Emoov in de proceskosten van [gedaagde] te worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van [gedaagde] worden op nihil gesteld nu hij geacht moet worden geen kosten te hebben gemaakt.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt Happytoserve op de voet van het bepaalde in artikel 477a lid 1 Rv tot betaling aan Emoov van het bedrag waarvoor het beslag ten laste van [gedaagde] is gelegd, als ware Happytoserve daarvan zelf schuldenaar,

5.2.

veroordeelt Happytoserve in de proceskosten, aan de zijde van Emoov tot op heden begroot op € 6.910,78, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na het wijzen van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt Happytoserve in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Happytoserve niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4.

veroordeelt Emoov in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] tot op heden vastgesteld op nihil,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Koekebakker en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2019.

1582/39