Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:1696

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-02-2019
Datum publicatie
05-03-2019
Zaaknummer
C/10/539671 / HA ZA 17-1110
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzet van éen gedaagde na verstekvonniss tegen meerdere gedaagden; onrechtmatige daad; schade; in verband met merkinbreuk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/539671 / HA ZA 17-1110

Vonnis van 27 februari 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ZON IMPEX TRADING B.V.,

gevestigd te Den Haag,

eiser,

gedaagde in verzet,

advocaat mr. O. Arslan te 's-Gravenhage,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te Barendrecht,

gedaagde,

eiseres in verzet,

advocaat mr. M.R. de Kok te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [gedaagde] en Zon Impex genoemd worden.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verstekvonnis van deze rechtbank van 27 september 2017, alsmede de daaraan ten grondslag liggende stukken,

  • -

    het exploot van oproeping van 14 november 2017, ter rectificatie en onder handhaving van de te laat uitgebrachte verzetdagvaarding,

  • -

    het proces-verbaal van de op 9 mei 2018 gehouden comparitie van partijen,

  • -

    de akte van de zijde van Zon Impex,

  • -

    de antwoordakte van [gedaagde] .

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De vaststaande feiten

2.1

Zon Impex is importeur van en groothandel in voedingsmiddelen en overige consumentenartikelen.

2.2

De rechtspersoon naar Turks recht [rechtspersoon] (hierna: [rechtspersoon] ) is gevestigd in Istanbul, Turkije.

Tot 17 augustus 2016 was [gedaagde] enig aandeelhouder en enig bestuurder van [rechtspersoon] .

2.3

De onderneming naar buitenlands recht Dasty Italy S.r.L. (hierna: Dasty Italia), gevestigd te Pedrengo, Italië, beschikt over de inschrijving van het EU-merk DASTY ITALIA met nummer 003121696, met gelding onder andere in de Benelux, en van het Beneluxmerk DASTY, met nummer 1341387 dan wel 1003480.

2.4

Dasty Italia heeft voor haar afzetmarkt in Turkije samengewerkt met de besloten vennootschap [rechtspersoon] , destijds gevestigd in Nederland, te Barendrecht, aan de [adres] . Enig bestuurder van deze vennootschap was [gedaagde] . Deze samenwerkingsovereenkomst is eind september 2015 geëindigd.

2.5

Zon Impex heeft op 2 en op 7 september 2016 van [rechtspersoon] rekeningen ontvangen voor aan haar geleverde “Dusty Grease Remover”. Op beide nota)s staat vermeld: ”payment cash against goods”. Het bedrag op de eerste rekening was € 23.328,--, dat op de tweede rekening € 23.166,--.

2.6

Zon Impex heeft geleverde goederen teruggestuurd naar [rechtspersoon] .

2.7

De rechtbank Den Haag heeft bij beschikking van 15 november 2016 Zon Impex bevolen binnen 24 uur na betekening van de beschikking de inbreuk op het Uniemerk DASTY ITALIA met nummer 003121696 en die op het Beneluxmerk DASTY met nummer 1003480 te staken en gestaakt te houden op straffe van een dwangsom van € 5.000,-- per dag of gedeelte daarvan en verlof verleend tot het leggen van conservatoir beslag tot afgifte van alle goederen die inbreuk maken op deze merken.

2.8

Bij brief van 21 november 2016 heeft Dasty Italia aan Zon Impex bericht dat de door haar, Zon Impex, van [rechtspersoon] gekochte producten inbreuk maken op de intellectuele eigendomsrechten van Dasty Italia.

2.9

Op 24 november 2016 heeft Zon Impex met Dasty Italia een minnelijke regeling getroffen.

3 De oorspronkelijke vordering

3.1

Zon Impex vordert, na vermindering van eis bij akte, de veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan haar van een bedrag van € 74.740,80, of een door de rechtbank redelijk te achten bedrag, alsmede de buitengerechtelijke kosten van € 1.522,41, beide bedragen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot die van volledige betaling, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en de nakosten,

€ 131,-- bij niet-betekening en € 199,-- bij betekening, ook deze bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente als niet binnen 7 dagen na dagtekening van het vonnis aan de veroordeling is voldaan.

3.2

Zon Impex baseert haar vordering, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten op de volgende zakelijk weergegeven stellingen.

Zij is in het voorjaar van 2016 benaderd door [gedaagde] , die op dat moment naar eigen zeggen enig aandeelhouder en bestuurder was van [rechtspersoon] . Hij bood haar een schoonmaakmiddel van het merk Dasti aan en deelde daarbij mede dat hij alle intellectuele eigendomsrechten van dat product bezat en toestemming van Dasty Italia had om Dasti te verkopen. Hij heeft Zon Impex in Istanbul allerlei documenten laten zien waaruit bleek dat alles in orde was, waaronder een formulier waaruit bleek dat een Turks patentinstituut het product (Dasti) voor hem zou registreren. Zij heeft vervolgens een container van het product besteld. Na die bestelling verzocht [gedaagde] haar om nog een container te bestellen en die meteen mee te laten leveren. Zij heeft dat gedaan. Toen de containers op transport waren gezet heeft [gedaagde] haar een bevestiging van de registratie van het merk Dasti gestuurd. Die bleek slechts voor Turkije te gelden. Zij heeft om bewijs gevraagd dat de rechten bij [rechtspersoon] lagen. Zij kreeg verschillende documenten toegestuurd waaruit dat zou moeten blijken, althans waaruit zou blijken dat er geen bezwaren waren het product te kopen en op de Nederlandse markt te brengen.

Nadat de eerste container was gelost en verkocht aan derden kreeg zij signalen dat de producten mogelijk inbreuk maakten op de rechten van Dasty Italia op DASTY. Meteen daarna heeft zij de tweede container (op 17 oktober 2016) teruggestuurd naar [rechtspersoon] .

[gedaagde] heeft onrechtmatig jegens haar gehandeld. Hij heeft steeds te kennen gegeven dat hij aandeelhouder en bestuurder van [rechtspersoon] was. Het contact verliep steeds met hem. Gezien zijn betrokkenheid en handelwijze is hij als feitelijk leidinggevende blijven fungeren na

17 augustus 2016. Hij wist dat de producten die hij verkocht inbreuk maakten op de intellectuele eigendomsrechten van Dasty Italia. Door de verkoop door te zetten heeft hij gehandeld in strijd met een wettelijke plicht, dan wel met dat wat in het maatschappelijk verkeer betaamt.

Hij moet haar daarom de schade die Zon Impex als gevolg daarvan heeft geleden vergoeden. Haar schade bestaat uit de volgende posten

1) Terugsturen van tweede container, Transport en inklaringskosten Douane: € 2.050,--

2) Transportkosten eerste container en inklaring wegvoering Douane: € 1.150,--

3) inbeslaggenomen Dasti door deurwaarder: € 9.720,

4) Vernietiging Dasti door Van Gansewinkel: € 4.790,--

5) Kosten deurwaarder Dasty Italia: € 1.550,--

6) Overeenkomst met Dasty Italia/Afkoopregeling: € 30.000,--

7) Advocaatkosten Valegis: € 5.700,--

8) Advocaatkosten Arslan & Arslan: € 4.500,--

9) Kosten Hoornwijck Accountant: € 1.050

10) Terugroepactie Dasti en vernietiging daarvan: € 5.510,--

11) Loonkosten [naam 1] door kwestie Dasti: € 2.500,--

12) Misgelopen winst uit verkoop van het product: € 6.220,50

en bedraagt in totaal: € 74.740,80

4 De vordering in verzet

4.1

In bovengenoemd verstekvonnis van 27 september 2017 van deze rechtbank is [eiseres] (met anderen, hoofdelijk) veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 76.263,21, vermeerderd met de wettelijke rente over € 74.740,80 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening, met hun veroordeling in de proceskosten en de nakosten.

[eiseres] vordert dat de rechtbank hem zal ontheffen van de veroordeling tegen hem uitgesproken bij dit verstekvonnis en Zon Impex zal veroordelen in de proceskosten.

4.2

Hij baseert zijn vordering, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, op de volgende, zakelijk weergegeven stellingen.

Hij komt tijdig in verzet tegen het verstekvonnis van 27 september 2017.

Hij was niet de enig aandeelhouder en bestuurder van [rechtspersoon] en hij heeft zich ook niet als zodanig voorgedaan. Ten tijde van de verkoop en levering van de schoonmaakproducten aan Zon Impex was [naam 2] enig aandeelhouder en bestuurder van [rechtspersoon] . Zon Impex heeft de producten besteld bij [rechtspersoon] . Die heeft ze geleverd. [eiseres] was op dat moment niet bij [rechtspersoon] betrokken. Hij heeft niet aan Zon Impex medegedeeld dat [rechtspersoon] de intellectuele eigendomsrechten van de producten van het merk Dasti had.

Subsidiair geldt dat hij niet als feitelijk leidinggevende kan worden aangesproken op grond van artikel 2:138, lid 7 en 2:248, lid 7 BW, omdat de wet die mogelijkheid niet biedt.

Hij was ook geen feitelijk leidinggevende en bemoeide zich niet met het bestuur, noch heeft hij het formele bestuur terzijde gesteld of de bestuursmacht naar zich toe getrokken.

De aan Zon Impex verkochte producten zijn niet in strijd met enig intellectueel eigendomsrecht en als zou blijken dat dat wel zo was, dan was hij daarvan niet op de hoogte. Zon Impex toont dat niet aan. Dat zij dat heeft aangenomen is voor haar risico.

Dat [rechtspersoon] tot eind september 2015 leverancier was van de producten van Dasty Italia (onder het merk DASTY) betekent nog niet dat [eiseres] wist dat de producten die [rechtspersoon] aan Zon Impex verkocht inbreuk maakten op het intellectueel eigendomsrecht van Dasty Italia. Hij was toen immers niet aan [rechtspersoon] verbonden.

[eiseres] heeft niet onrechtmatig gehandeld. Er bestaat geen causaal verband tussen de door Zon Impex gestelde onrechtmatige daad en de gestelde schade. De bewijsstukken die Zon Impex heeft ontvangen zijn immers niet door hem opgemaakt, en ook niet door hem verstrekt. Hij wist niet van het bestaan van die bewijsstukken. Hij heeft geen toezeggingen gedaan aan Zon Impex.

Zon Impex heeft op geen enkele manier onderzoek gedaan naar de intellectuele eigendomsrechten op de producten van het merk Dasti. Zij heeft dus in belangrijke mate schuld aan het ontstaan van de schade. Ook heeft Zon Impex zonder enig nader onderzoek een regeling getroffen met Dasty Italia. Zij probeert nu ten onrechte de schadevergoeding waaraan zij zich eenzijdig heeft gecommitteerd op hem te verhalen.

5 De beoordeling

5.1

Het verzet is tijdig gedaan.

5.2

[gedaagde] heeft niet betwist dat hij vanaf het voorjaar van 2016 persoonlijke, telefonische en e-mailcontacten met de heer [naam 1] van Zon Impex heeft gehad voorafgaand aan de bestelling door Zon Impex van de containers met Dasti-producten. Ook heeft hij niet betwist dat hij Zon Impex heeft gevraagd een tweede container te bestellen en die met de eerste bestelde container mee te leveren. De rechtbank gaat daarom uit van de juistheid van de stellingen van Zon Impex op dit punt.

5.3

Ter comparitie is de advocaat van [gedaagde] verschenen. [gedaagde] zelf echter niet. Ter zitting zijn aldus vragen onbeantwoord gebleven en is op stellingen van Zon Impex omtrent de contacten tussen Zon Impex en [gedaagde] , de mededelingen omtrent zijn positie bij [rechtspersoon] en omtrent de rechten op het teken Dasti en de bestelling van de tweede container in juni 2016, niet inhoudelijk en concreet gereageerd. Die stellingen zien op feiten waarover [gedaagde] eigen wetenschap moet hebben. Ook in de akte van [gedaagde] wordt de betwisting van de stellingen van Zon Impex niet onderbouwd. Dat betekent dat

die stellingen als onvoldoende gemotiveerd betwist worden aangemerkt zodat de rechtbank uitgaat van de juistheid van de stellingen van Zon Impex op deze punten.

5.4

Het is de vennootschap [rechtspersoon] die de gestelde wanprestatie heeft gepleegd door, kort samengevat, aan Zon Impex Dasti-producten te verkopen die Zon Impex niet op de Nederlandse markt mocht brengen omdat zij inbreuk maakten op de rechten van Dasty Italia op het merk DASTY.

Vast staat dat [gedaagde] na 16 augustus 2016 geen aandeelhouder en bestuurder (meer) was van [rechtspersoon] . Voor bestuurdersaansprakelijkheid is dus geen ruimte. In deze situatie kan [gedaagde] ook niet als feitelijk leidinggevende door Zon Impex aansprakelijk worden gehouden alsof hij bestuurder was, nu de wet daarin niet voorziet.

5.5

Zon Impex heeft aanvullend gesteld dat [gedaagde] haar bewust en opzettelijk heeft benadeeld en heeft daarmee de grondslag verruimd tot een persoonlijke, zelfstandige onrechtmatige daad van [gedaagde] .

Als onvoldoende gemotiveerd betwist staat vast dat [gedaagde] zich in strijd met de waarheid voordeed als bestuurder van [rechtspersoon] en aan Zon Impex heeft medegedeeld dat hij de Dasti-producten met toestemming van Dasty Italia verkocht en dat Zon Impex deze ook in Nederland op de markt mocht brengen. Door die mededelingen te doen en vervolgens te bewerkstelligen dat Dasti-producten aan Zon Impex werden geleverd, heeft [gedaagde] naar het oordeel van de rechtbank gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt. Hij moet immers hebben geweten dat die producten inbreuk maakten op de IE-rechten van Dasty Italia. Dat is onrechtmatig jegens Zon Impex.

Dat onrechtmatig handelen moet hem, als degene die in strijd met de waarheid heeft verklaard, worden toegerekend. Dat hieruit schade voor Zon Impex zou voortvloeien was te voorzien, omdat hij aldus Zon Impex aanzette tot merkinbreuk. [gedaagde] is daarom gehouden de door Zon Impex geleden schade te vergoeden.

5.6

[gedaagde] heeft het oorzakelijk verband met de door Zon Impex gestelde schade betwist met het argument dat hij geen bewijsstukken – naar de rechtbank begrijpt van de toelaatbaarheid van het op de markt brengen van Dasti-producten – heeft opgemaakt en aan Zon Impex heeft verstrekt en ook niet wist van het bestaan ervan. Dat verweer faalt, niet alleen gelet op vorenstaande niet gemotiveerd betwiste stellingen van Zon Impex, maar ook omdat het voor de onrechtmatigheid geen verschil maakt of [gedaagde] aan Zon Impex stukken heeft getoond en of hij de stukken in kwestie zelf heeft gemaakt. Ook als hij slechts onjuiste mededelingen zou hebben gedaan zou dat onrechtmatig zijn geweest.

5.7

[gedaagde] doet voorts een beroep op eigen schuld van Zon Impex. Zon Impex heeft immers geen onderzoek gedaan naar de intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot de Dasti-producten en heeft zonder nader onderzoek een regeling met Dasty Italia getroffen, aldus [gedaagde] .

Ook die verweren, die kennelijk bedoeld zijn als beroep op artikel 6:101 BW, falen.

Vast staat dat het schoonmaakproduct dat onder het teken Dasti in Nederland in het verkeer werd gebracht hetzelfde product was als het product dat onder het (Benelux)merk DASTY in het verkeer werd gebracht. Gelet op de vaste jurisprudentie op dit terrein is voldoende aannemelijk dat er sprake was van merkinbreuk, gelet op de grote visuele en auditieve overeenkomst tussen het merk DASTY en het teken Dasti. Dat wordt ook bevestigd door de beschikking van de rechtbank Den Haag.

De rechthebbende op het merk, Dasty Italia, kon op de enkele grond dat inbreuk werd gemaakt op haar merk vergen dat Zon Impex de producten van de markt zou halen en haar schadevergoeding zou betalen. Verwijtbaarheid is daartoe niet nodig, de enkele inbreuk volstaat.

Uit de stellingen van Zon Impex, die niet concreet gemotiveerd betwist zijn, blijkt dat

zij de van haar redelijkerwijs te verwachten inspanningen heeft verricht om duidelijkheid te verkrijgen omtrent de merkenrechtelijke situatie. Zij heeft navraag gedaan bij [gedaagde] , die haar onjuiste informatie heeft verschaft. Het is juist aan zijn onrechtmatig handelen te wijten dat Zon Impex tot de koop en de inbreukmakende handelingen daarna is overgegaan.

Zelfs als wordt aangenomen dat zij uitgebreider onderzoek had kunnen en moeten doen, zodat, in causale zin, haar eigen nalaten heeft bijgedragen aan het ontstaan van de schade moet deze, op grond van de billijkheidscorrectie van artikel 6:101 BW, toch geheel voor rekening van [gedaagde] komen, nu [gedaagde] Zon Impex opzettelijk een verkeerd beeld van de situatie heeft gegeven.

5.8

schade

5.8.1

Op grond van artikel 8, lid 1 van de Verordening (EG) nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (“Rome II”) wordt de niet-contractuele verbintenis die voortvloeit uit een inbreuk op IE-rechten die zijn verleend in het kader van nationale wetgevingen of internationale overeenkomsten beheerst door het recht van de Staat waarvoor de bescherming wordt gevorderd, in dit geval het Nederlands recht.

Op grond van artikel 6:162, lid 1 BW is [gedaagde] verplicht de schade van Zon Impex te vergoeden.

Omdat in voldoende mate vast staat dat er sprake is geweest van een merkinbreuk was Zon Impex jegens Dasty Italia gehouden de producten terug te halen en te laten vernietigen. De daarmee gemoeide kosten vormen schade voor Zon Impex.

5.8.2

terugsturen tweede container, transport en inklaringskosten € 2.050,--

transportkosten eerste container en inklaring wegvoering douane € 1.150,--

Zon Impex heeft een nota overgelegd van de vervoerder [naam 3] van 5 oktober 2016, gericht aan haar. Daarbij is in rekening gebracht een bedrag van € 2.105,-- voor zeevrachtkosten, transport Zoetermeer en verzekering. Als afhaaladres is [rechtspersoon] genoemd, als afleveradres Zon Impex en als zendingsdatum 17 september 2016.

Ook heeft zij een nota overgelegd van datzelfde [naam 3] van 14 november 2016 van in totaal

€ 1.150,--, gericht aan haar, voor “zeevracht all in en extra kosten rederij”.

Als zendingsdatum staat vermeld 12 oktober 2016.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat de eerste nota niet als bewijsstuk van het terugsturen kan worden gezien omdat die betrekking heeft op transport van [rechtspersoon] naar Zon Impex.

Over de tweede nota voert hij aan dat die onduidelijk is omdat Zon Impex niet heeft gesteld dat zij de eerste container heeft getransporteerd naar [rechtspersoon] en hij dat ook niet aannemelijk acht.

Beziet de rechtbank de beide nota’s dan is duidelijk dat Zon Impex de bewijsstukken kennelijk abusievelijk in de verkeerde volgorde heeft aangeboden. Waar met de hand op de nota van 5 oktober 2016 staat geschreven “1)” had moeten staan “2)” en omgekeerd.

De nota van 14 november 2016 heeft betrekking op het terugsturen van de tweede container, de nota van 5 oktober 2016 op het transport vanaf [rechtspersoon] naar Zon Impex van de eerste container.

De rechtbank verwerpt het verweer van [gedaagde] daarom. [gedaagde] heeft de hoogte van de bedragen niet betwist, zodat de rechtbank uitgaat van de door Zon Impex genoemde bedragen van € 1.150,-- en € 2.050,--. Die bedragen zullen worden toegewezen.

5.8.3

inbeslaggenomen Dasti door deurwaarder van € 9.720,--

Zon Impex heeft gesteld dat de deurwaarder die post heeft berekend naar de inkoopwaarde, exclusief btw en heeft kopieën van de oorspronkelijke nota’s van [rechtspersoon] van 2 en 9 september 2016 overgelegd. [gedaagde] heeft aangevoerd dat deze nota’s geen betrekking hebben op de inbeslagneming van de Dasti. Dat verweer slaagt. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is niet duidelijk hoe tot het bedrag van € 9.720,-- is gekomen en waarop dit bedrag precies ziet. De vordering wordt op dit onderdeel afgewezen.

5.8.4

vernietiging Dasti door Van Gansewinkel € 4.790,--

Zon Impex heeft een rekening van Van Gansewinkel overgelegd van € 4.790,26, exclusief btw en een vernietigingsverklaring van Van Gansewinkel. Op beide wordt de vernietigde partij als “Dasty” aangeduid.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat daarmee niet kan worden aangenomen dat de vernietigde partij de geleverde partij Dasti is.

Vast staat dat Zon Impex in de minnelijke regeling die zij op 24 november 2016 met Dasty Italia heeft getroffen heeft toegezegd “the infringing products” te laten vernietigen. [gedaagde] heeft niet bestreden dat dit daadwerkelijk is gebeurd. Daarom gaat de rechtbank ervan uit dat de vernietigde partij de teruggeroepen partij Dasti was en beschouwt de vermelding “Dasty” op de nota van Van Gansewinkel –die de relevantie van de laatste letter niet behoefde te beseffen- als een kennelijke typefout.

Het gevorderde bedrag van € 4.790,-- zal worden toegewezen, nu de hoogte daarvan niet is betwist.

5.8.5

kosten deurwaarder Dasty Italia € 1.550,--

Zon Impex heeft nota’s van deurwaarder Bazuin & Partners van 24 oktober en

25 november 2016 overgelegd, ten bedrage van € 1.265,69 en € 250,55, maar heeft daar geen toelichting bij gegeven. [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van die bedragen gemotiveerd betwist. De rechtbank stelt vast dat Zon Impex haar vordering op dit punt onvoldoende feitelijk heeft onderbouwd. Het bedrag van € 1.550,-- is niet toewijsbaar.

5.8.6

overeenkomst met Dasty Italia/afkoopregeling

Zon Impex heeft een kopie van een e-mailbericht overgelegd van 24 november 2016 waarin Dasty Italia een aanbod doet voor een schikking. Daarvan maakt deel uit de betaling van € 30.000,-- ter zake van “legal costs”. Dat voorstel is kennelijk door Zon Impex aanvaard. Ook heeft zij een kopie van een betalingsbewijs van voornoemd bedrag overgelegd.

[gedaagde] voert daartegen aan dat deze kosten ook betrekking hebben op het geschil met een andere partij, Fangoo BV, en daarom niet op hem kunnen worden verhaald. Daarnaast stelt hij dat het bedrag buitenproportioneel is.

De rechtbank neemt tot uitgangspunt dat de kosten van juridische bijstand die Dasty Italia heeft gemaakt in beginsel voor vergoeding in aanmerking komen voor zover zij hun oorsprong vinden in het onrechtmatig handelen van [gedaagde] . In het hiervoor genoemde aanbod staat vermeld dat Dasty Italia bereid is tot een schikking met Zon Impex alleen, en daarbij niet ook haar rechten tegen Fangoo BV doet gelden. De kosten waarop zij aanspraak maakt hebben dus betrekking op Zon Impex. In zoverre faalt het eerste verweer, dat ook niet nader onderbouwd is.

In het e-mailbericht van 24 november 2016 staat vermeld dat het bedrag van € 30.000,-- een tegemoetkoming is en dat bij niet-acceptatie van het aanbod een procedure zal volgen en dat daarin de volledige proceskosten zullen worden gevorderd op grond van artikel 1019h van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat het bedrag buitenproportioneel is, maar heeft voor die kwalificatie geen nader aanknopingspunt gegeven.

In zaken van intellectuele eigendom gelden andere regels voor proceskosten dan in het algemeen; het gaat daarbij om minstens een significant en passend deel van de redelijke kosten die daadwerkelijk zijn gemaakt (HvJ EU 28 juli 2016, ECLI:EU:C:2016:611). De kostenveroordeling van artikel 1019h Rv valt dan ook in de regel aanzienlijk hoger uit dan de gebruikelijke kostenveroordeling op de voet van de artikelen 238 en 239 Rv overeenkomstig het liquidatietarief (HR 28 oktober 2011, ECLI:NL: HR:2011:BQ6079). Nu het niet tot een procedure is gekomen, maar Dasty Italia wel kosten van juridische bijstand heeft gemaakt zal een tegemoetkoming in die kosten in het kader van een schikking steeds op een schatting neerkomen. Dat neemt niet weg dat deze kosten, gelet op de overzichtelijke aard van het geschil, bij gebreke van een behoorlijke onderbouwing en mede in aanmerking nemend de (bij procedures) te hanteren indicatietarieven, disproportioneel hoog zijn. Van Zon Impex mocht worden verwacht dat zij, ook in de verhouding tot [gedaagde] , haar schadebeperkingsplicht nakwam. Dat zij, om haar moverende redenen van commerciële aard, met name om haar reputatie in de markt niet te beschadigen, het gevraagde bedrag in het kader van een schikking zonder meer vergoed heeft was haar eigen keuze, die zij echter niet onverkort op [gedaagde] kan verhalen. Mede in aanmerking nemend het indicatietarief voor een normale IE-zaak acht de rechtbank € 20.000 een verantwoorde schatting. Dat bedrag is daarom toewijsbaar, het meerdere niet.

5.8.7

advocaatkosten Valegis € 5.700,--

Zon Impex heeft twee nota’s overgelegd van Valegis. Daarop staat vermeld: “Impex Trading/Dasty Italy”. [gedaagde] voert aan dat niet blijkt dat de werkzaamheden zijn verricht ten behoeve van het geschil met Dasty Italia en dat niet uitgesloten is dat de nota’s ook betrekking hebben op andere werkzaamheden. Daarnaast ontbreekt een volgens hem vereiste specificatie.

De omschrijving op de nota maakt voldoende duidelijk dat het gaat om werkzaamheden voor Dasty Italia en een precieze opgave van welke tijd aan welke werkzaamheden is besteed is in dit geval niet vereist, nu uit de stelling van Zon Impex blijkt dat het gaat om een begeleidende rol bij de IE-kwestie met Dasty Italia. Het bedrag, waarvan de hoogte op zichzelf niet is betwist, is daarom toewijsbaar.

5.8.8

advocaatkosten Arslan en Arslan

Voor zover de vordering betrekking heeft op kosten, gemaakt in het kader van de onderhavige procedure zijn ze niet apart toewijsbaar (naast de proceskostenveroordeling ex artikelen 237 e.v. Rv.). Voor het overige geldt dat Zon Impex haar vordering op dit punt niet met enig bewijsstuk onderbouwt. Ook in zoverre is de vordering niet toewijsbaar.

5.8.9

kosten Hoornwijck Accountant: € 1.050,--

Zon Impex heeft voor toewijzing van deze post onvoldoende gesteld. Het bedrag is niet toewijsbaar.

5.8.10

Terugroepactie Dasti en vernietiging daarvan: € 5.510,--

Zon Impex heeft deze betwiste schadepost niet met enig bewijsstuk onderbouwd. Met name is niet behoorlijk toegelicht hoe deze zich verhoudt tot de hiervoor (onder meer onder 5.8.2 en 5.8.4 bedoelde terugzendings- en vernietigings)kosten. De vordering is op dit punt daarom niet toewijsbaar.

5.8.11

Loonkosten [naam 1] door kwestie Dasti: € 2.500,--

Voor toewijzing van dit deel van de vordering heeft Zon Impex onvoldoende gesteld, zowel wat het causaal verband als de hoogte van het bedrag betreft. De vordering is daarom niet toewijsbaar.

5.8.12

Misgelopen winst uit verkoop van het product: € 6.220,50

Deze schadepost is door Zon Impex, naast wat namens haar daarover ter comparitie is toegelicht, onvoldoende onderbouwd. Alleen aan de hand van de ter comparitie genoemde bruto winstpercentages kan de rechtbank de misgelopen winst niet vaststellen. Het had op de weg van Zon Impex gelegen om een (meer) nauwkeurige berekening of begroting van haar schade op dit punt over te leggen. Nu zij dit heeft nagelaten is haar vordering op dit punt niet toewijsbaar.

5.8.13

Uit het onder 8.1 tot en met 8.12 overwogene volgt dat een bedrag van € 33.690,-- toewijsbaar is.

5.8.14

Het verstekvonnis is gewezen tegen drie gedaagden, die hoofdelijk werden veroordeeld, ook waar het de buitengerechtelijke kosten betrof. De rechtbank zal dit verstekvonnis uitsluitend voor zover dat is gewezen tussen Zon Impex en [gedaagde] en voor zover het betrekking heeft op de hoofdsom vernietigen en de vordering in hoofdsom toewijzen tot het bedrag van € 33.690.--. Tegen de beslissing over de rente en kosten en de uitvoerbaar bij voorraadverklaring is geen zelfstandig verweer gevoerd

5.8.15

[gedaagde] wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de kosten van deze verzetprocedure dragen.

De beslissing

De rechtbank

vernietigt het onder zaaknummer C/10/529053, rolnummer 17-589 gewezen verstekvonnis van 27 september 2017, voor zover tussen Zon Impex en [gedaagde] gewezen, en uitsluitend voor zover betrekking hebbend op de hoofdsom, en opnieuw rechtdoende,

veroordeelt [gedaagde] aan Zon Impex te betalen een bedrag van € 33.690,-- aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 15 maart 2017 tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het verzet, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Zon Impex begroot op € 1.442,-- aan salaris voor de advocaat;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2019

26232/106