Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:1514

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-01-2019
Datum publicatie
26-02-2019
Zaaknummer
10/219089-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid pillen (MDMA en amfetamine) en hennep. Aan de verdachte is opgelegd een taakstraf voor de duur van 100 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/219089-17

Datum uitspraak: 11 januari 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[Naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres], [woonplaats],

raadsman mr. W.L. Catsman, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 11 januari 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. R.S. Dhoen heeft gevorderd:

  • -

    partiële vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde aanwezig hebben van 95 gram speed;

  • -

    bewezenverklaring van het overige onder 1 en onder 2 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot taakstraf voor de duur van 100 uren met aftrek van voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met een proeftijd van 2 jaar.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Partiële vrijspraak zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 ten laste gelegde aanwezig hebben van 95 gram speed niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.2.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering feit 1

Het overige onder 1 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.3.

Bewijswaardering feit 2

4.3.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft bewezenverklaring gevorderd van het aanwezig hebben van 6,5 kilogram hennep.

4.3.2.

Beoordeling

De verdachte heeft bekend dat hij op 2 november 2017 hennep aanwezig had in zijn woning in Rotterdam. Hij heeft echter ter terechtzitting verklaard dat de hele hennepplanten zijn gewogen en dat het ten laste gelegde gewicht het brutogewicht betrof. Volgens de verdachte was het nettogewicht van de hennep veel lager, namelijk ongeveer 300 tot 350 gram.

Uit het dossier volgt dat in de hele woning van de verdachte hennep is gevonden. Daarnaast stonden in de achtertuin tien hennepplanten. Het totale brutogewicht betrof 6500 gram. Op basis hiervan is niet duidelijk wat het nettogewicht van de hennep was. De rechtbank acht daarom, mede op basis van de verklaring van de verdachte ter terechtzitting, bewezen dat hij een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep aanwezig heeft gehad.

4.4.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij

op 2 november 2017 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad 163,5 (XTC-)pillen van een materiaal bevattende MDMA en Amfetamine zijnde MDMA en Amfetamine telkens middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij

op 2 november 2017 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1. opzettelijk handelen met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

2. opzettelijk handelen met een in artikel 3 van de Opiumwet gegeven verbod.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft een grote hoeveelheid MDMA- en amfetamine-pillen in zijn bezit gehad. Daarnaast had hij hennep voorhanden in zijn woning. Dit zijn twee ernstige feiten, vooral omdat door de grote hoeveelheden kan worden aangenomen dat de verdachte zich bezig hield met de handel. Zowel harddrugs als softdrugs vormen een bedreiging voor de gezondheid van mensen. Het gebruik van hennep kan vooral bij jongeren zorgen voor maatschappelijke problemen. Daarnaast worden de handel in en de productie van verdovende middelen omgeven met andere criminaliteit.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 13 december 2018, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportage

GGZ Antes Advies heeft een reclasseringsrapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 27 december 2018. Dit rapport houdt het volgende in.

De verdachte is in het kader van deze strafzaak geschorst. Het schorsingstoezicht is goed verlopen. De verdachte heeft een behandeling in verband met zijn middelengebruik positief afgerond. Hij gebruikt inmiddels al geruime tijd geen harddrugs meer. Hij heeft op dit moment geen werk en ontvangt in verband met ADHD een Wajong-uitkering. De verdachte heeft een relatie en een koopwoning. Hij heeft veel last van stress in verband met deze strafzaak. De kans op herhaling wordt laag ingeschat, omdat de verdachte geen harddrugs meer gebruikt, verhuisd is naar een andere woonplaats en niet meer in contact is gekomen met justitie.

Omdat het schorsingstoezicht goed is verlopen en de verdachte zijn behandeling positief heeft afgerond, ziet de reclassering geen meerwaarde in het voortzetten van een verplicht reclasseringscontact. Geadviseerd wordt een straf zonder bijzondere voorwaarden.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank vindt dat voor de verdachte in dit geval geen passende straf. De verdachte heeft tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis hard aan zichzelf gewerkt en zijn leven positief veranderd. Een gevangenisstraf zou de resultaten die de verdachte heeft bereikt, teveel doorkruisen. Wel is het zo dat de verdachte al vaker is teruggevallen in drugsgebruik. Daarom zal de rechtbank, conform de eis van de officier van justitie, een taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. De voorwaardelijke straf dient er toe de verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 In beslag genomen voorwerpen

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen geldbedragen van € 205,00 en € 95,00 terug te geven aan de verdachte.

8.2.

Beoordeling

Ten aanzien van de in beslag genomen geldbedragen zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 96 uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 48 dagen;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarde overtreedt;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

- gelast de teruggave aan verdachte van:

1. € 205,00

2. € 95,00

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I.M.A. Hinfelaar, voorzitter,

en mrs. F.A. Hut en C.A. van Beuningen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.L. Vedder, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 januari 2019.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij

op of omstreeks 2 november 2017 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad
ongeveer 163,5 (XTC-)pillen (ongeveer 89,6 gram) en/of 95 gram, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of MDA en/of Amfetamine en/of cocaine en/of lidocaine,

zijnde MDMA en/of MDA en/of Amfetamine en/of cocaine en/of lidocaine,

(telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij

op of omstreeks 2 november 2017 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad

ongeveer 6,5 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep,
zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II,
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.