Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:1504

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-02-2019
Datum publicatie
28-02-2019
Zaaknummer
10/681252-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Flessentrekkerij en (poging tot) oplichting van fietsen- en scooterhandelaren, luxe kledingwinkels en hotels. Gelet op de jonge leeftijd van de verdachte en zijn blanco strafblad legt de rechtbank de maximale taakstraf op alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/681252-17

Datum uitspraak: 15 februari 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. L.A.R. Newoor, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 1 februari 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. P.J. Wijnands heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van de onder 1 ten laste gelegde oplichtingen, alsmede van het ten laste gelegde onder 2, 3 en 4;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering (meldplicht, ambulante behandeling en informatie-uitwisseling met Fivoor).

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 1 ten laste gelegde in de zaak [naam zaak 1] , zaak [naam zaak 2] , zaak [naam zaak 3] en zaak [naam zaak 4] , alsmede het onder 3 ten laste gelegde (zaak [naam zaak 5] ) is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewijswaardering

4.2.1.

Standpunt verdediging

In de zaken [naam zaak 6] , [naam zaak 7] , [naam zaak 8] en [naam zaak 9] is aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de verdachte een valse hoedanigheid heeft aangenomen. De verdachte heeft zich slechts voorgedaan als een bonafide koper en deze enkele omstandigheid levert niet het aannemen van een valse hoedanigheid op in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Hij heeft steeds zijn eigen gegevens gebruikt. In de zaken [naam zaak 6] en [naam zaak 7] is de afgifte van de goederen niet veroorzaakt door de enkele leugenachtige mededeling van de verdachte dat hij fietsen nodig had voor een wielerploeg. Aangevoerd is verder dat de zaken [naam zaak 6] , [naam zaak 7] , [naam zaak 8] , [naam zaak 9] , [naam zaak 10] en [naam zaak 11] (in laatstgenoemde zaak ten aanzien van de overnachtingen) civielrechtelijke kwesties zijn. De verdediging heeft in dat kader aangevoerd dat de slachtoffers professioneel handelende bedrijven zijn, die bewust het risico hebben genomen dat hun facturen niet zouden worden betaald door de goederen lichtvaardig mee te geven. De rechtbank begrijpt dat de verdediging zich hiermee op het standpunt stelt dat de bewezen verklaarde gedragingen in deze zaken geen (poging tot) oplichting opleveren.

4.2.2.

Beoordeling

De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake van oplichting is vereist dat de verdachte bij een ander door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen een onjuiste voorstelling in het leven heeft willen roepen teneinde daarvan misbruik te maken. Daartoe moet de verdachte een of meer van de in artikel 326, eerste lid, Sr bedoelde oplichtingsmiddelen hebben gebruikt, door welk gebruik die ander is bewogen tot de afgifte van een goed, het verlenen van een dienst, het beschikbaar stellen van gegevens, het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een inschuld.

Het antwoord op de vraag of in een concreet geval het slachtoffer door een oplichtingsmiddel dat door de verdachte is gebruikt, is bewogen tot een van voornoemde handelingen, is in sterke mate afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In algemene zin kunnen tot die omstandigheden enerzijds behoren de mate waarin de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid het beoogde slachtoffer aanleiding had moeten geven die onjuiste voorstelling van zaken te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen, en anderzijds de persoonlijkheid van het slachtoffer, waarbij onder meer de leeftijd en de verstandelijke vermogens van het slachtoffer een rol kunnen spelen. Bij een samenweefsel van verdichtsels behoren tot die omstandigheden onder meer de vertrouwenwekkende aard, het aantal en de indringendheid van de (geheel of gedeeltelijk) leugenachtige mededelingen in hun onderlinge samenhang.

Vast staat dat de verdachte in de zaken [naam zaak 6] en [naam zaak 7] aan de aangevers heeft verteld dat hij op het moment van de aankoop van de fietsen voor de wielerploeg Parkhotel Valkenburg/Destil Cycling team werkte. De verdachte was daar op het moment van de aankoop echter niet meer werkzaam. Wel was hij door zijn eerdere vrijwilligerswerkzaamheden bij die wielerploeg op de hoogte van het reilen en zeilen in de wielerwereld en de daar geldende gewoonten en gebruiken.

Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van het oplichtingsmiddel 'het aannemen van een valse hoedanigheid' is de maatschappelijke context waarin de verdachte heeft gehandeld van belang. In de zaken [naam zaak 6] en [naam zaak 7] zijn met name de volgende feiten en omstandigheden relevant. Uit het dossier blijkt dat het in de wielerwereld gebruikelijk is dat fietsen ‘op de pof’ worden gekocht. Het is dus gebruikelijk dat in die branche op basis van goed vertrouwen wordt gehandeld, ook als het gaat om de aankoop en levering van kostbare fietsen, waarbij pas achteraf betaling plaatsvindt. De verdachte was daarvan op de hoogte en heeft daarvan misbruik gemaakt. Anders dan door de verdediging is betoogd, is de rechtbank van oordeel dat het doen van één leugenachtige mededeling voldoende kan zijn voor de bewezenverklaring van het aannemen van een valse hoedanigheid. Zowel in de zaak [naam zaak 6] als in de zaak [naam zaak 7] zijn er echter nog bijkomende feiten en omstandigheden die hebben gemaakt dat aan de verdachte kostbare fietsen zijn afgegeven terwijl nog geen betaling had plaatsgevonden. In de zaak [naam zaak 6] is immers voorafgaand aan de afgifte van de fietsen nog een paspoort afgegeven van [naam 1] , met daarbij de mededeling dat hij teamleider van Destil Cycle Team zou zijn en dat hij de fietsen contant zou komen afrekenen.

In de zaak [naam zaak 7] heeft de verdachte verteld dat hij met de ploegleidersauto van de ploeg Parkhotel een ongeluk had gehad waardoor er fietsen waren beschadigd en dat de ploeg meedeed aan de Thuringer Rundfahrt. Deze wedstrijd werd ook daadwerkelijk rond de datum van aankoop van de fietsen verreden. De verdachte heeft hiermee details verstrekt die de geloofwaardigheid van zijn verhaal hebben versterkt en heeft bovendien tijdsdruk bij aangever gecreëerd voor de levering van de fietsen. Ook in deze zaak werd de naam [naam 1] doorgegeven als ploegleider en is door de verdachte per e-mail bevestigd dat deze [naam 1] de factuur zou gaan betalen, waarbij een kopie van het paspoort van deze [naam 1] werd meegestuurd. Uiteindelijk is door deze [naam 1] in het bijzijn van de verdachte een bedrag van € 800,- in de winkel per pin aanbetaald, waarop vier fietsen zijn meegegeven. Vervolgens heeft de verdachte via Whatsapp een vals betalingsbewijs gestuurd naar aangever, waarna nog een fiets aan de verdachte is afgegeven.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat in de zaken [naam zaak 6] en [naam zaak 7] wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte een valse hoedanigheid heeft aangenomen en dat sprake was van een samenweefsel van verdichtsels. In de zaak [naam zaak 7] is bovendien sprake van listige kunstgrepen door het gebruik maken van een vals betalingsbewijs.

In de zaak [naam zaak 8] heeft de verdachte in strijd met de waarheid aangegeven dat hij kleding nodig had voor een fotoshoot met Lil’Kleine, waarbij de verdachte bovendien aangaf dat hij werkte voor het managementteam van Nathan Moszkowicz en hij de naam heeft genoemd van een fotograaf uit Dordrecht die in deze wereld geen onbekende is, aldus aangever. [naam bedrijf 1] kleedt regelmatig artiesten en televisiepersoonlijkheden. De verdachte heeft van deze wetenschap gebruik gemaakt en heeft hierop ingespeeld. De verdachte heeft verder in strijd met de waarheid aangegeven dat de eerste factuur was voldaan door het management van Nathan Moszkowicz, waarna nog meer kleding is afgegeven. De rechtbank komt op basis van het voorgaande tot de slotsom dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte in de zaak [naam zaak 8] een valse hoedanigheid heeft aangenomen en dat sprake is van een samenweefsel van verdichtsels.

Bij de beoordeling in de zaak [naam zaak 9] is van belang dat de aangever, tevens eigenaar van de kledingzaak [naam bedrijf 2] , de verdachte al kent vanaf driejarige leeftijd. Er was daardoor sprake van een zeer sterke vertrouwensrelatie. De verdachte heeft tegen aangever gezegd dat hij kleding nodig had voor een fotoshoot in Rotterdam. Volgens de verdachte moest hij de kleding van zijn baas eigenlijk in Rotterdam kopen, maar gunde hij aangever de omzet. De verdachte heeft daarbij op slinkse wijze gebruik gemaakt van het vertrouwen dat aangever al jaren in hem had. Betaling zou de volgende dag plaatsvinden. Gelet op de financiële situatie van de verdachte, die naar eigen zeggen al een aantal maanden het ene gat met het andere aan het vullen was en in grote financiële problemen verkeerde, is volstrekt onaannemelijk dat hij op dat moment tot enige betaling in staat was.

In de gegeven omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat in de zaak [naam zaak 9] wettig en overtuigend kan worden bewezen dat sprake is van een samenweefsel van verdichtsels.

In de zaak [naam zaak 10] heeft de verdachte gepoogd te overnachten in het hotel [naam hotel 1] . Hij heeft zich voorgedaan als [naam 2] , manager van een wielerploeg en gezegd dat een van zijn wielrenners geopereerd was na een val en verzocht of deze renner in het hotel kon overnachten. In de zaak [naam zaak 11] heeft de verdachte een soortgelijk verhaal opgehangen, ditmaal met succes. De rechtbank is in deze beide zaken van oordeel dat de verdachte een valse hoedanigheid heeft aangenomen en dat sprake is geweest van een samenweefsel van verdichtsels en verwijst naar hetgeen hiervoor reeds is overwogen.

Oplichting of civielrechtelijke kwesties?

Oplichting in de zin van art. 326, eerste lid, Sr is niet aan de orde wanneer het slachtoffer – gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder de eigen gedragingen en kennis van zaken – de in een bepaalde gedraging van de verdachte besloten liggende onjuiste voorstelling van zaken had moeten doorzien. De rechtbank is echter van oordeel dat de verdachte op gewiekste wijze de valse hoedanigheid heeft gebruikt om onverdiend vertrouwen te wekken, of om het vertrouwen dat hij al had te misbruiken, en heeft daarmee op bedrieglijke wijze gebruik gemaakt van in het maatschappelijk verkeer geldend verwachtingspatroon. Het geheel overziend is de rechtbank in geen van de zaaksdossiers van oordeel dat de slachtoffers lichtvaardig hebben gehandeld, zoals de verdediging lijkt te veronderstellen. Dat mogelijk ook sprake is van een civielrechtelijk geschil, doet aan het strafrechtelijke verwijt niet af.

Flessentrekkerij

In de zaaksdossiers [naam zaak 6] , [naam zaak 7] , [naam zaak 1] , [naam zaak 3] , [naam zaak 4] , [naam zaak 8] en [naam zaak 9] heeft de verdachte in een periode van ongeveer drie maanden steeds (zeer kostbare) goederen gekocht zonder daarvoor te betalen. De aankoopbedragen komen opgeteld uit op iets minder dan € 60.000,-. De enige betaling die is verricht, betreft de aanbetaling van € 800,- in de zaak [naam zaak 7] . Zoals eerder werd overwogen acht de rechtbank volstrekt onaannemelijk dat de verdachte zowel op het moment van het doen van de verschillende aankopen als daarna tot (volledige) betaling in staat was. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte heeft gehandeld met het oogmerk van niet- of niet volledige betaling. Dat de verdachte op de zitting heeft gesteld op enig moment in de toekomst als hij over voldoende geld zou beschikken wel te willen betalen, doet hier niet aan af. De frequentie en omvang van de aankopen maken dat eveneens kan worden bewezen dat sprake is van een gewoonte.

4.2.3.

Conclusie

Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan flessentrekkerij en oplichting, meermalen gepleegd.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde in de zaken [naam zaak 6] , [naam zaak 7] , [naam zaak 8] en [naam zaak 9] , alsmede het onder 2 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde in de zaken [naam zaak 1] , [naam zaak 2] , [naam zaak 3] , [naam zaak 4] , alsmede het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 8 juli 2017 tot en met 10 oktober 2017 op na

te noemen plaatsen,

een beroep of een gewoonte heeft gemaakt

van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder (volledige) betaling zich

en/of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende

verdachte, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld -

gekocht, te weten:

- vijf fietsen (ter waarde van 6.796,= EUR) in de periode van 08 juli 2017 tot

en met 9 juli 2018 bij [naam bedrijf 3] te Rotterdam (zaak [naam zaak 6] ) en

- vijf fietsen (ter waarde van 8.256,= EUR) in de periode van 10 juli 2017 tot

en met 13 juli 2017 bij [naam bedrijf 4] te Nuenen (gemeente Nuenen C.A.) (zaak

[naam zaak 7] ) en

- drie fietsen (ter waarde van 9.000,= EUR) op 14 juli 2017 bij [naam bedrijf 5] te Uden (zaak [naam zaak 1] ) en

- 2 scooters (ter waarde van 6.850,= EUR) op 30 augustus 2017

bij [naam bedrijf 6] te Rotterdam (zaak [naam zaak 3] ) en

- kleding (ter waarde van 9.997,= EUR) in de periode van 06 oktober 2017 tot

en met 10 oktober 2017 bij [naam bedrijf 7] te

's-Gravendeel (gemeente Binnenmaas) (zaak [naam zaak 8] ) en

- kleding (ter waarde van 2.271,= EUR) op 03 oktober 2017 bij [naam bedrijf 2] te Dordrecht (zaak [naam zaak 9] ) en

- 5 scooters (ter waarde van 17.000,= EUR) op 16 augustus 2017

bij [naam bedrijf 8] te Schoonhoven

(gemeente Krimpenerwaard) (zaak [naam zaak 4] )

en

(zaak [naam zaak 6] )

hij in de periode van 8 juli 2017 tot en met 9 juli 2017

te Rotterdam, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van

verdichtsels, [naam bedrijf 3] heeft bewogen tot de afgifte van 5 fietsen (ter waarde van 6.796,= EUR) ,

heeft verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

zich in de winkel van [naam bedrijf 3] voorgesteld als medewerker van een

wielrennersploeg (genaamd Destil Cycling Team - Parkhotel Valkenburg) en

tegen een medewerker van [naam bedrijf 3] gezegd het aankoopbedrag contant

zou worden betaald door de teamleider van Destil Cycling Team, zijnde [naam 1]

en een paspoort van die [naam 1] als onderpand aan die een medewerker

van [naam bedrijf 3] overhandigd , waardoor die [naam bedrijf 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en

(zaak [naam zaak 7] )

hij in de periode van 10 juli 2017 tot en met 13 juli 2017

te Nuenen (gemeente Nuenen C.A.),

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse hoedanigheid en

door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van

verdichtsels, [naam zaak 7] heeft bewogen tot de afgifte van 5

fietsen (ter waarde van 8.256,= EUR)

heeft verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk

en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

zich in de winkel van [naam zaak 7] voorgesteld als medewerker van een

wielrennersploeg (genaamd Destil Cycling Team - Parkhotel Valkenburg) en

tegen de eigenaar van [naam zaak 7] gezegd hij, verdachte, een ongeluk had gehad

met een ploegleidersauto en dat er een of meerdere fietsen beschadigd waren

en dat hij, verdachte, (op zeer korte termijn) naar een wielerwedstrijd in

Duitsland (genaamd Thuringer Rundfahrt) moest en dat hij, verdachte,

meerdere fietsen wilde kopen en dat de ploegleider van het wielrennersteam

[naam 1] was en een kopie van het paspoort van genoemde [naam 1]

verstuurd en een aanbetaling (van EUR 800,-) gedaan en middels een

(Whatsapp)bericht een bevestiging van de betaling (EUR 6.000,=) verstuurd op

naam en met het rekeningnummer van verdachte) en

heeft verdachte tegen de eigenaar van [naam zaak 7] gezegd dat hij meerdere

fietsen (voor verdachte en zijn vrienden) wilde aanschaffen en middels een

(Whatsapp)bericht een bevestiging van de betaling (EUR 6.900,=) verstuurd (op

naam en met het rekeningnummer van [naam 3] )

waardoor die [naam zaak 7] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en

(zaak [naam zaak 1] )

hij

in op 14 juli 2017 te Uden,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse hoedanigheid en

door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van

verdichtsels, [naam bedrijf 5] en/of [naam 4] heeft bewogen tot de

afgifte van 3 fietsen (ter waarde van 9.000,= EUR) heeft verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk

en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

tegen die [naam 4] gezegd dat hij meerdere fietsen wilde kopen envervolgens een bericht/printscreen van de betaling (EUR 9.000,=) laten zien,

waardoor die [naam bedrijf 5] en/of [naam 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en

(zaak [naam zaak 2] )

hij

op 01 augustus 2017 te Noordwijk, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [naam bedrijf 9] heeft bewogen tot de afgifte van een scooter (ter waarde van 2.177,= EUR)

heeft verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

zich in de winkel van [naam bedrijf 9] voorgesteld als medewerker van

een managementbureau en gezegd dat hij, verdachte, voor een filmpje van de

Hartstichting scooters wilde huren en een kopie van het rijbewijs van

de regisseur (genaamd [naam 1] ) verzonden,

waardoor die [naam bedrijf 9] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en

(zaak [naam zaak 3] )

hij

in op 30 augustus 2017 te Rotterdam en te Dordrecht,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [naam bedrijf 6] heeft bewogen tot de afgifte van

2 scooters (gekentekend [kentekennummer 1] en [kentekennummer 2] ),

immers, heeft verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als een medewerker (zijnde een boekhouder) van een

(professionele Nederlandse) wielerploeg (genaamd S.E.G. Racing Academy) en

- telefonisch en per e-mailbericht aangegeven (twee) scooters te willen

kopen (ten behoeve van een trainingskamp (van genoemde wielerploeg) en

- een bevestiging (per e-mailbericht) verzonden aan [naam bedrijf 6] (inhoudende

onder meer de bedrijfsgegeven en het IBAN-nummer van genoemde wielerploeg)

en

- gebruik gemaakt van een (betalings)app en vervolgens de betaling van genoemde scooters getoond aan (een medewerker van) [naam bedrijf 6]

,

waardoor die [naam bedrijf 6] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en

(zaak [naam zaak 8] )

hij

in de periode van 6 oktober 2017 tot en met 10 oktober 2017

te 's-Gravendeel (gemeente Binnenmaas) en/of te Dordrecht, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van

verdichtsels, [naam bedrijf 7] heeft bewogen

tot de afgifte van kleding,

immers, heeft verdachte met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in

strijd met de waarheid

- via social media aangegeven kleding te willen afnemen en/of te kopen (ten

behoeve een fotoshoot (van zanger Lil' Kleine)

- zich voorgedaan als een medewerker (van het managementteam) van Nathan

Moszkowicz,

waardoor die [naam bedrijf 7] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en

(zaak [naam zaak 9] )

hij

op 3 oktober 2017 te Dordrecht, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door een samenweefsel van verdichtsels, [naam bedrijf 2] heeft bewogen tot de afgifte van kleding, immers, heeft verdachte met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- aangegeven kleding te willen afnemen en/of te kopen (ten behoeve een

fotoshoot, waardoor die [naam bedrijf 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en

(zaak [naam zaak 4] )

hij

op 16 augustus 2017 te Schoonhoven (gemeente Krimpenerwaard),

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse hoedanigheid en door

listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,

[naam bedrijf 8] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te

weten 5 scooters (gekentekend [kentekennummer 3] en [kentekennummer 4] en [kentekennummer 5] en [kentekennummer 6] en [kentekennummer 7] ),

immers, heeft verdachte met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als een medewerker van een (professionele Nederlandse)

wielerploeg (genaamd S.E.G. Racing Academy) en- aangegeven scooters te willen kopen (ten behoeve van een trainingskamp (van genoemde wielerploeg in Italie) en

- gebruik gemaakt van een printscreen en vervolgens de

betaling van genoemde scooter(s) getoond aan (een medewerker van) [naam zaak 4] ,

waardoor die [naam zaak 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

(zaak [naam zaak 10] )

hij op 8 augustus 2017 te Dordrecht,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [naam hotel 1] heeft bewogen tot de afgifte van een goed en/of

tot het verlenen van een dienst, zijnde het ter beschikking stellen van een

kamer,

heeft verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

zich voorgedaan als een manager van een wielrennersploeg en gezegd dat een

wielrenner van de wielrennersploeg geopereerd was na een val en verzocht

dat deze wielrenner (zijnde verdachte) in genoemd hotel kon overnachten en

dat na de overnachting betaald zou worden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

(zaak [naam zaak 5] )

hij op 4 september 2017 te Breda,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse hoedanigheid en

door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van

verdichtsels, [naam bedrijf 10] heeft bewogen tot de afgifte van 2 scooters,

heeft verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk

en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

zich voorgedaan als een medewerker van managementbedrijf en dat hij,

verdachte, (twee) scooters wilde kopen voor het maken van een film en

gezegd dat de factuur op naam van het bedrijf S.E.G. (Sport Entertainment

Groep) gezet moest worden en een bericht/printscreen van de betaling

getoond, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij in de periode van 29 juli 2017 tot en met 04 augustus 2017

te Dordrecht met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van

verdichtsels, (personeel/medewerkers van) [naam hotel 2]

heeft bewogen tot de afgifte van (een) goed(eren) en/of het verlenen van een

dienst, te weten een of meer maaltijd(en) en het ter beschikking stellen

van een hotelkamer, hebbende

verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich, tegenover

(medewerkers/personeel van) [naam hotel 2] voorgedaan als

- een manager van een wielrennersploeg en gezegd dat een wielrenner van de

wielrennersploeg geopereerd was na een val en verzocht dat deze wielrenner

(zijnde verdachte) in genoemd hotel kon overnachten en dat na de

overnachting(en) betaald zou worden en aldus gedurende de dagen en

avonden en nachtengebruik gemaakt van een of meer maaltijd(en) en

een hotelkamer,

waardoor (medewerkers/personeel van) [naam hotel 2]

werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

5.1.

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren op:

1.

De eendaadse samenloop, telkens, van:

(zaak [naam zaak 6] )

een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren

en

oplichting

(zaak [naam zaak 7] )

een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren

en

oplichting

(zaak [naam zaak 1] )

een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren

en

oplichting

(zaak [naam zaak 2] )

oplichting

(zaak [naam zaak 3] )

een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren

en

medeplegen van oplichting

(zaak [naam zaak 8] )

een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren

en

oplichting

(zaak [naam zaak 9] )

een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren

en

oplichting

(zaak [naam zaak 4] )

een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren

en

oplichting

2.

poging tot oplichting

3.

poging tot oplichting

4.

oplichting

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich in een tijdbestek van een paar maanden veelvuldig schuldig gemaakt aan oplichting en flessentrekkerij. Hij heeft zich meermalen ten onrechte voorgedaan als manager van een wielrennersploeg en onder meer door het noemen van details over wedstrijden of gebruik te maken van in de wielersport gebruikelijke gewoontes fietsen- en scooterhandelaren ertoe gebracht om dure fietsen of scooters mee te geven. Ook heeft de verdachte met gebruikmaking van hetzelfde verhaal een hoteleigenaar ertoe bewogen om hem een aantal dagen gebruik te laten maken van een hotelkamer en maaltijden te gebruiken en heeft hij hetzelfde geprobeerd bij een ander hotel. Met het ophangen van valse verhalen over fotoshoots/films voor een goed doel of met een bekende personen heeft de verdachte een aantal andere ondernemers ertoe bewogen om kleding en scooters aan de verdachte beschikbaar te stellen. Deze goederen zijn niet door de verdachte geretourneerd naar de eigenaar maar veelal door de verdachte verkocht aan derden. De verdachte heeft bovendien meerdere malen gebruik gemaakt van printscreens of een app op een telefoon, waarmee werd gesuggereerd dat via de bank betaling had plaatsgevonden terwijl dit in werkelijkheid niet het geval was.

Door zijn handelen heeft verdachte op zeer grove wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen zoals dat gebruikelijk is in het maatschappelijk economisch verkeer.

Ten aanzien van de aard en de ernst van het bewezen verklaarde houdt de rechtbank rekening met de forse financiële schade die voor bedrijven is ontstaan doordat verdachte de rekeningen niet heeft voldaan alsmede met de omstandigheid dat flessentrekkerij en oplichting vormen van vermogenscriminaliteit zijn die in zijn algemeenheid ook schade toebrengen aan het vrije handelsverkeer en het vertrouwen van mensen onderling.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 21 januari 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft op basis van een voorgeleidingsconsult en het proces-verbaal van de politie een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 14 mei 2018. Dit rapport houdt het volgende in. De verdachte is meermalen uitgenodigd om mee te werken maar is op geen van de uitnodigingen verschenen. Op basis van de genoemde stukken kan niet veel gezegd worden over de werksituatie en huisvesting omdat een en ander niet geverifieerd is kunnen worden. De verdachte heeft bij zijn verhoren meermaals aangegeven dat 'er iets niet goed gaat in zijn hoofd', dat hij gebukt ging onder de aanhoudende druk en handelde vanuit dwanggevoelens. De verdachte zou verwezen zijn naar het Dok en daar een aantal behandelingen hebben gevolgd. Er zijn geen doorslaggevende indicaties gevonden voor toepassing van het adolescentenstrafrecht. In verband met de ernst van de feiten en de omvang van de schade die door het handelen van de verdachte is ontstaan, wordt het noodzakelijk geacht dat de verdachte een ingezet behandeltraject tot een volledige afronding brengt. Indien de verdachte ermee instemt wordt geadviseerd een gedeeltelijk voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandelverplichting bij Het Dok alsmede de verplichting toestemming te geven voor informatieverstrekking door referenten.

De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

De rechtbank zal echter afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, waarbij met name is gelet op de omstandigheid dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten alsmede op de jonge leeftijd van de verdachte. In plaats daarvan wordt de maximale taakstraf opgelegd en een voorwaardelijke gevangenisstraf.

De voorwaardelijke gevangenisstraf is ingegeven door het feit dat de reclassering begeleiding en behandeling van de verdachte noodzakelijk acht, bij welk inzicht de rechtbank zich aansluit. Het voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Nu de verdachte nog geen inzicht heeft getoond in de achterliggende problematiek en het recidiverisico mede daardoor groot lijkt, zal de rechtbank aan het voorwaardelijk strafdeel een proeftijd verbinden van 3 jaar.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Vorderingen benadeelde partijen/ schadevergoedingsmaatregelen

De volgende benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd:

  • -

    [naam benadeelde 1] te Nuenen, tot een bedrag van € 9.695,- ter vergoeding van materiële schade en tot een bedrag van € 13.600 (netto) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan, in verband met het onder 1, zaak [naam zaak 7] , ten laste gelegde feit;

  • -

    [naam benadeelde 2] te Noordwijk, vertegenwoordigd door [naam 5] , tot een bedrag van € 2.522,- ter vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan, in verband met het onder 1, zaak [naam zaak 2] , ten laste gelegde feit;

  • -

    [naam benadeelde 3] te Rotterdam, tot een bedrag van € 3.785,- ter vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan, in verband met het onder 1, zaak [naam zaak 2] , ten laste gelegde feit;

  • -

    [naam benadeelde 4] , tot een bedrag van € 9.101,- ter vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan, in verband met het onder 1, zaak [naam zaak 8] , ten laste gelegde feit;

  • -

    [naam benadeelde 5] te Dordrecht, vertegenwoordigd door [naam 6] , tot een bedrag van € 2.771,- aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan, in verband met het onder 1, zaak [naam bedrijf 2] , ten laste gelegde feit;

  • -

    [naam benadeelde 6] vertegenwoordigd en bijgestaan door mr. J. van Galen, tot een bedrag van € 8.938,83,- aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan, in verband met het onder 1, zaak [naam zaak 4] , ten laste gelegde feit. Ter terechtzitting heeft de raadsman medegedeeld dat de aanvankelijk gevorderde proceskosten inmiddels zijn vergoed, zodat dat deel van de vordering komt te vervallen.

8.1.

Beoordeling

[naam benadeelde 1]

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat voor wat betreft de immateriële schade onvoldoende stukken zijn overgelegd zodat de behandeling van die post een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert en de benadeelde partij voor dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard moet worden.

De gevorderde materiële schade moet worden gematigd omdat één van de fietsen (Cube Attain Carbon Red € 1.599,-) retour is gekomen bij [naam benadeelde 1] . Nu aannemelijk is geworden dat deze fiets beschadigd is, is het redelijk om uit te gaan van een schadebedrag van € 800,-.

De verdediging heeft betoogd dat de materiële schade moet worden gematigd in die zin dat één fiets terug is bij [naam benadeelde 1] en een tweede fiets in beslag is genomen. Niet aannemelijk is geworden dat deze fietsen beschadigd zijn. Voorts dient de reeds betaalde € 800,- in mindering te worden gebracht op het schadebedrag.

De gevorderde immateriële schade is onvoldoende onderbouwd zodat de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

De rechtbank is van oordeel dat is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 1, zaak [naam benadeelde 1] , bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Nu naar het oordeel van de rechtbank voorts vast is komen te staan dat één van de fietsen waarop de vordering tot schadevergoeding gebaseerd is, inmiddels aan de benadeelde partij is geretourneerd (Cube Attain carbon red) en een tweede fiets inmiddels in beslag is genomen door de politie en het aannemelijk is dat deze op korte termijn aan de benadeelde partij zal worden geretourneerd zal de rechtbank de gevorderde schade matigen. De rechtbank acht aannemelijk dat beide fietsen beschadigd zijn en zal mitsdien de helft van het schadebedrag van de beide Cube Atttain fietsen toewijzen.

De rechtbank ziet onvoldoende aanleiding het op 11 juli 2017 in de winkel gepinde bedrag van € 800 op de toe te wijzen schade in mindering te brengen, nu de verdachte daarover zelf heeft verklaard dat deze aanbetaling door [naam benadeelde 1] kon worden beschouwd als schadevergoeding in verband met het wijzigen van de bestelling van de fietsen.

De toe te wijzen materiële schade komt daarmee op een bedrag van € 8.095,- (€ 9.695 minus € 800 (Cube Attain carbon red / schade) minus € 800 (Cube Attain carbon red / schade).

De benadeelde partij [naam benadeelde 1] zal ten aanzien van de gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk worden verklaard, aangezien de bewijsstukken ter onderbouwing van de vordering thans ontbreken. De rechtbank is van oordeel dat de nadere behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces zou vormen. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 11 juli 2017.

Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 1] een schadevergoeding betalen van € 8.095,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

[naam benadeelde 2]

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde schade redelijk is en voor toewijzing in aanmerking komt.

De verdediging heeft betoogd dat de gevorderde schade moet worden afgewezen nu onvoldoende is onderbouwd dat de scooters bestemd waren voor de verhuur en dat ze als zodanig gereserveerd waren. Gederfde inkomsten zijn daardoor niet aannemelijk geworden. Daarnaast acht de verdediging het gevorderde bedrag wegens verlies van de [naam benadeelde 2] onvoldoende onderbouwd nu onder andere geen bouwjaar of kilometerstand aannemelijk is gemaakt.

De rechtbank is van oordeel dat is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 1, zaak [naam zaak 2] , bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De vordering is naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam onderbouwd en zal, ondanks de betwisting daarvan worden toegewezen waarbij de rechtbank op de posten ‘gederfde huurinkomsten 9 dagen’ en ‘inkomstenderving door ontvreemding, 60% van 14 dagen’ het daarbij in aanmerking genomen bedrag aan BTW, in mindering zal brengen, alsmede de betaalde borg bij de gestelde post ‘gederfde huurinkomsten 9 dagen’.

Een en ander leidt ertoe dat een bedrag van € 2.235,28 aan materiële schade zal worden toegewezen (gederfde huurinkomsten € 625,50 minus 21% BTW = € 516,94, minus borg € 150 = € 366,94. Inkomstenderving € 399,50 minus 21% BTW = € 330,17).

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 1 augustus 2017.

Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 2] een schadevergoeding betalen van € 2.235,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

[naam benadeelde 3]

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde schade redelijk is en voor toewijzing in aanmerking komt.

De verdediging heeft zich ten aanzien van de gevorderde schade gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 1, zaak [naam zaak 3] , bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voor en is door de verdachte niet weersproken, zodat de vordering integraal zal worden toegewezen.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 30 augustus 2017.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 3] een schadevergoeding betalen van € 3.785,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

[naam benadeelde 4]

De officier van justitie heeft ter terechtzitting een vonnis overgelegd van de kantonrechter in de rechtbank Dordrecht van 15 november 2018 (zaaknummer 6715693 CV EXPL 18-1228) waarin de verdachte is veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 9.991,12, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 9.101,00. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in de huidige strafzaak niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, voor zover het overgelegde vonnis van de kantonrechter onherroepelijk is.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij, gelet op het vonnis in de civiele procedure niet-ontvankelijk is.

De rechtbank overweegt dat uit het vonnis blijkt dat dit ziet op dezelfde vordering als de vordering die in de onderhavige procedure is ingediend. Nu evenwel niet gebleken is dat dit vonnis onherroepelijk is zal de rechtbank de vordering inhoudelijk beoordelen.

De rechtbank is van oordeel dat is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 1, zaak [naam zaak 8] , bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voor en is door de verdachte niet weersproken, zodat de vordering integraal zal worden toegewezen.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 10 oktober 2017.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 4] een schadevergoeding betalen van € 9.101,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

[naam benadeelde 5]

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het gevorderde bedrag van € 2.271,- in verband met de door de verdachte meegenomen kleding voor toewijzing in aanmerking komt. De officier van justitie acht de gevorderde € 500 in verband met tijdverlies onvoldoende onderbouwd en heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij voor dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard moet worden.

De verdediging heeft bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard moet worden omdat de vordering ten aanzien van de verloren tijd onvoldoende is onderbouwd en op grond van het dossier niet duidelijk geworden is welke goederen zijn geretourneerd aan de benadeelde partij.

De rechtbank is van oordeel dat is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 1, zaak [naam zaak 9] , bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Op basis van de aangifte en het verhoor van de verdachte van 17 oktober 2017, waarin de verdachte heeft erkend 5 jassen te hebben meegenomen bij [naam benadeelde 5] en hij niet heeft gesteld deze te hebben geretourneerd, stelt de rechtbank de schade vast op een bedrag van 5 x € 329,-. De rechtbank zal hierop het bedrag aan BTW in mindering brengen zodat een bedrag van € 1.359,- aan materiële schadevergoeding zal worden toegewezen. Voor het overige zal de vordering aan materiele schadevergoeding niet-ontvankelijk worden verklaard omdat deze onvoldoende is onderbouwd, aangezien onduidelijk is gebleven welke kledingstukken zijn geretourneerd.

De gevorderde schade in verband met tijdverlies is onvoldoende onderbouwd zodat de benadeelde partij voor dat deel van de vordering niet-ontvankelijk wordt verklaard.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 3 oktober 2017.

Nu de vordering van de benadeelde partij in overwegende mate zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 5] een schadevergoeding betalen van € 1.359,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

[naam benadeelde 6]

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering toewijsbaar is ten aanzien van de gevorderde schade in verband met inkomstenderving (€ 1.750,-), schadeherstel (€ 3.063,33) en tenaamstellingskosten (€ 125,50). De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de beoordeling van de schade in verband met de waardevermindering van de scooters een onevenredige belasting zou opleveren voor het rechtsgeding en de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk verklaard moet worden.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij voor wat betreft de gevorderde schade in verband met inkomstenderving niet-ontvankelijk is nu op basis van de vordering niet kan worden vastgesteld of de benadeelde partij door het bewezen verklaarde feit inkomsten heeft gederfd en in hoeverre.

Nu niet kan worden vastgesteld wat een bepaald persoon op een willekeurig moment zou bieden voor een bepaalde scooter kan op basis van de vordering niet worden vastgesteld wat de waardevermindering van de scooters beloopt. Nu voorts niet kan worden vastgesteld waar de scooters – nadat de verdachte deze had weggenomen – allemaal terecht zijn gekomen, kan de schade die daaraan is geconstateerd niet als in rechtstreeks verband met de oplichting worden gezien.

De rechtbank is van oordeel dat is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 1, zaak [naam zaak 4] , bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde schade ten aanzien van het schadeherstel en de waardevermindering van de bromfietsen alsmede in verband met de tenaamstellingskosten voldoende is onderbouwd. Deze posten komen de rechtbank ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voor, met uitzondering van het daarin vervatte bedrag aan BTW. De rechtbank zal het gevorderde bedrag daarmee verminderen zodat een bedrag van € 5.851,- aan gevorderde materiële schade zal worden toegewezen.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren ten aanzien van de gevorderde schade in verband met inkomstenderving, nu deze schade naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende is onderbouwd omdat uit de onderbouwing op dit moment niet kan worden afgeleid of sprake is van inkomstenderving dan wel het verlies aan omzet.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 16 augustus 2017.

Nu de vordering van de benadeelde partij in overwegende mate zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 6] een schadevergoeding betalen van € 5.851,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 36f, 45, 47, 55, 57, 63, 326 en 326a

van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden,

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd melden bij Reclassering Nederland, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

2. de veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering in overleg met de behandelaar verantwoord vindt, voor zijn problematiek onder ambulante behandeling stellen van Fivoor of een soortgelijke instelling voor forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht 220 (tweehonderdtwintig) uren volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 110 dagen;

[naam benadeelde 1]

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1] , te betalen een bedrag van € 8.095,- (zegge: achtduizend vijfennegentig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 11 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] te betalen

€ 8.095,- (hoofdsom zegge: achtduizend vijfennegentig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 juli 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 8.095,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

[naam benadeelde 2]

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2] , te betalen een bedrag van € 2.235,- (zegge: tweeduizend tweehonderdvijfendertig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 augustus 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] te betalen een bedrag van € 2.235,- (zegge: tweeduizend tweehonderdvijfendertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van

€ 2.235,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 32 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

[naam benadeelde 3]

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 3] , te betalen een bedrag van € 3.785,- (zegge: drieduizend zevenhonderdvijfentachtig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 augustus 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 3] te betalen een bedrag van € 3.785,- (zegge: drieduizend zevenhonderdvijfentachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 augustus 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van

€ 3.785,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 47 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

[naam benadeelde 4]

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 4] , te betalen een bedrag van € 9.101,- (zegge: negenduizend honderd en één euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 4] te betalen een bedrag van € 9.101,- (zegge: negenduizend honderd en één euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van

€ 9.101,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 80 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

[naam benadeelde 5]

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 5] , te betalen een bedrag van € 1.359,- (zegge: dertienhonderdnegenenvijftig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 5] te betalen een bedrag van € 1.359,- (zegge: dertienhonderdnegenenvijftig euro),

vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 1.359,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 23 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

[naam benadeelde 6]

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 6] , te betalen een bedrag van € 5.851,- (zegge: vijfduizend achthonderdeenenvijftig euro), aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 16 augustus tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 6] te betalen een bedrag van € 5.851,- (zegge: vijfduizend achthonderdeenenvijftig euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 augustus 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 5.851,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 64 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I.W.M. Laurijssens, voorzitter,

mr. A.A.T. Werner en mr. D.Y.A. van Meersbergen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.Y. de Lange, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 8 juli 2017 tot en met 18 november 2017 op na

te noemen plaatsen,

althans in Nederland,

een beroep of een gewoonte heeft gemaakt

van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder (volledige) betaling zich

en/of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende

verdachte, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld -

gekocht, te weten:

- vijf fietsen (ter waarde van 6.796,= EUR) in de periode van 08 juli 2017 tot

en met 15 juli 2018 bij [naam bedrijf 3] te Rotterdam (zaak [naam zaak 6] ) en/of

- vijf fietsen (ter waarde van 8.256,= EUR) in de periode van 10 juli 2017 tot

en met 20 juli 2017 bij [naam zaak 7] te Nuenen (gemeente Nuenen C.A.) (zaak

[naam zaak 7] ) en/of

- drie fietsen (ter waarde van 9.000,= EUR) in de periode van 14 juli 2017 tot

en met 18 juli 2017 bij [naam bedrijf 5] te Uden (zaak [naam zaak 1] ) en/of

- een scooter (ter waarde van 2.177,= EUR) op 1 augustus 2017 bij [naam bedrijf 9]

te Noordwijk (zaak [naam zaak 2] ) en/of

- 2 scooters (ter waarde van 6.850,= EUR) in de periode van 30 augustus 2017

tot en met 6 september 2017 bij [naam bedrijf 6] te Rotterdam (zaak [naam zaak 3] ) en/of

- kleding (ter waarde van 9.997,= EUR) in de periode van 06 oktober 2017 tot

en met 13 oktober 2017 bij [naam bedrijf 7] te

's-Gravendeel (gemeente Binnenmaas) (zaak [naam zaak 8] ) en/of

- kleding (ter waarde van 2.271,= EUR) in de periode van 03 oktober 2017 tot

en met 06 oktober 2017 bij [naam bedrijf 2] te Dordrecht (zaak [naam zaak 9] ) en/of

- 5 scooters (ter waarde van 17.000,= EUR) in de periode van 16 augustus 2017

tot en met 20 augustus 2017 bij [naam bedrijf 8] te Schoonhoven

(gemeente Krimpenerwaard) (zaak [naam zaak 4] ) en/of

en/of

(zaak [naam zaak 6] )

hij in of omstreeks de periode van 8 juli 2017 tot en met 15 juli 2017

te Rotterdam, in elk geval in Nederland,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [naam bedrijf 3] heeft bewogen tot de afgifte van een of

meer (5) fietsen (ter waarde van 6.796,= EUR) in elk geval van enig goed,

heeft verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

zich in de winkel van [naam bedrijf 3] voorgesteld als medewerker van een

wielrennersploeg (genaamd Destil Cycling Team - Parkhotel Valkenburg) en/of

tegen een medewerker van [naam bedrijf 3] gezegd het aankoopbedrag contant

zou worden betaald door de teamleider van Detil Cycling Team, zijnde [naam 1]

en/of een paspoort van die [naam 1] als onderpand aan die een medewerker

van [naam bedrijf 3] overhandigd en/of middels een (Whatsapp)bericht een

bevestiging van de betaling (EUR 10.000,=) verstuurd, waardoor die [naam bedrijf 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en/of

(zaak [naam zaak 7] )

hij in of omstreeks de periode van 10 juli 2017 tot en met 20 juli 2017

te Nuenen (gemeente Nuenen C.A.), in elk geval in Nederland,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [naam bedrijf 4] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer (5)

fietsen (ter waarde van 8.256,= EUR) in elk geval van enig goed,

heeft verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk

en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

zich in de winkel van [naam bedrijf 4] voorgesteld als medewerker van een

wielrennersploeg (genaamd Destil Cycling Team - Parkhotel Valkenburg) en/of

tegen de eigenaar van [naam bedrijf 4] gezegd hij, verdachte, een ongeluk had gehad

met een ploegleidersauto en/of dat er een of meerdere fietsen beschadigd waren

en/of dat hij, verdachte, (op zeer korte termijn) naar een wielerwedstrijd in

Duitsland (genaamd Thuringer Rundfahrt) moest en/of dat hij, verdachte,

meerdere fietsen wilde kopen en/of dat de ploegleider van het wielrennersteam

[naam 1] was en/of een kopie van het paspoort van genoemde [naam 1]

verstuurd en/of een aanbetaling (van EUR 800,-) gedaan en/of middels een

(Whatsapp)bericht een bevestiging van de betaling (EUR 6.000,=) verstuurd op

naam en/of met het rekeningnummer van verdachte) en/of

heeft verdachte tegen de eigenaar van [naam bedrijf 4] gezegd dat hij meerdere

fietsen (voor verdachte en zijn vrienden) wilde aanschaffen en/of middels een

(Whatsapp)bericht een bevestiging van de betaling (EUR 6.900,=) verstuurd (op

naam en/of met het rekeningnummer van [naam 3] )

waardoor die [naam bedrijf 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en/of

(zaak [naam zaak 1] )

hij

in of omstreeks de periode van 14 juli 2017 tot en met 18 juli 2017

te Uden, in elk geval in Nederland,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [naam bedrijf 5] en/of [naam 4] heeft bewogen tot de

afgifte van een of meer (3) fietsen (ter waarde van 9.000,= EUR) in elk geval

van enig goed,

heeft verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk

en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

tegen die [naam 4] gezegd dat hij meerdere fietsen wilde kopen en/of

vervolgens een bericht/printscreen van de betaling (EUR 9.000,=) laten zien,

waardoor die [naam bedrijf 5] en/of [naam 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en/of

(zaak [naam zaak 2] )

hij

op of omstreeks 01 augustus 2017

te Noordwijk, in elk geval in Nederland,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [naam bedrijf 9] heeft bewogen tot de afgifte van een

scooter (ter waarde van 2.177,= EUR) in elk geval van enig goed,

heeft verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk

en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

zich in de winkel van [naam bedrijf 9] voorgesteld als medewerker van

een managmentbureau en/of gezegd dat hij, verdachte, voor een filmpje van de

Hartstichting een scooters wilde huren en/of een kopie van het rijbewijs van

de regisseur (genaamd [naam 1] ) verzonden,

waardoor die [naam bedrijf 9] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en/of

(zaak [naam zaak 3] )

hij

in of omstreeks de periode van 30 augustus 2017 tot en met 6 september 2017

te Rotterdam en/of te Dordrecht, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [naam bedrijf 6] heeft bewogen tot de afgifte van een of meerdere

(2) scooters (gekentekend [kentekennummer 1] en/of [kentekennummer 2] ), in elk geval van enig goed,

immers, heeft verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als een medewerker (zijnde een boekhouder) van een

(professionele Nederlandse) wielerploeg (genaamd S.E.G. Racing Academy) en/of

- telefonisch en/of per e-mailbericht aangegeven (twee) scooters te willen

kopen (ten behoeve van een trainingskamp (van genoemde wielerploeg) en/of

- een bevestiging (per e-mailbericht) verzonden aan [naam bedrijf 6] (inhoudende

onder meer de bedrijfsgegeven en het IBAN-nummer van genoemde wielerploeg)

en/of

- gebruik gemaakt van een (betalings)app en/of printscreen en/of vervolgens

de betaling van genoemde scooter(s) getoond aan (een medewerker van) [naam bedrijf 6]

,

waardoor die [naam bedrijf 6] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en/of

(zaak [naam zaak 8] )

hij

in of omstreeks de periode van 6 oktober 2017 tot en met 13 oktober 2017

te 's-Gravendeel (gemeente Binnenmaas) en/of te Dordrecht, in elk geval in

Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [naam bedrijf 7] heeft bewogen

tot de afgifte van kleding, in elk geval van enig goed,

immers, heeft verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid

- via social media aangegeven kleding te willen afnemen en/of te kopen (ten

behoeve een fotoshoot (van zanger Lil' Kleine)

- zich voorgedaan als een medewerker (van het managementteam) van Nathan

Moscovic,

waardoor die [naam bedrijf 7] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en/of

(zaak [naam zaak 9] )

hij

in of omstreeks de periode van 3 oktober 2017 tot en met 6 oktober 2017

te Dordrecht, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [naam bedrijf 2] heeft bewogen tot de afgifte van kleding, in elk

geval van enig goed,

immers, heeft verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid

- aangegeven kleding te willen afnemen en/of te kopen (ten behoeve een

fotoshoot,

waardoor die [naam bedrijf 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en/of

(zaak [naam zaak 4] )

hij

in of omstreeks de periode van 16 augustus 2017 tot en met 20 augustus 2017

te Schoonhoven (gemeente Krimpenerwaard), althans in Nederland

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door

listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[naam bedrijf 8] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te

weten een of meer (5) scooter(s) (gekentekend [kentekennummer 3] en/of [kentekennummer 4] en/of [kentekennummer 5]

en/of [kentekennummer 6] en/of [kentekennummer 7] ),

immers, heeft verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als een medewerker van een (professionele Nederlandse)

wielerploeg (genaamd S.E.G. Racing Academy) en/of

- aangegeven scooters te willen kopen (ten behoeve van een trainingskamp (van

genoemde wielerploeg in Italie) en/of

- gebruik gemaakt van een (betalings)app en/of printscreen en/of vervolgens de

betaling van genoemde scooter(s) getoond aan (een medewerker van) [naam bedrijf 8] ,

waardoor die [naam bedrijf 8] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

(zaak [naam zaak 10] )

hij op of omstreeks de periode van 8 augustus 2017

te Dordrecht, in elk geval in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [naam hotel 1] heeft bewogen tot de afgifte van een goed en/of

tot het verlenen van een dienst, zijnde het ter beschikking stellen van een

kamer,

heeft verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk

en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

zich voorgedaan als een manager van een wielrennersploeg en/of gezegd dat een

wielrenner van de wielrennersploeg geopereerd was na een val en/of verzocht

dat deze wielrenner (zijnde verdachte) in genoemd hotel kon overnachten en/of

dat na de overnachting betaald zou worden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

(zaak [naam zaak 5] )

hij op of omstreeks de periode van 4 september 2017

te Breda, in elk geval in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [naam bedrijf 10] heeft bewogen tot de afgifte van een of meerdere (2) scooters,

in elk geval van enig goed,

heeft verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk

en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

zich voorgedaan als een medewerker van managmentbedrijf en/of dat hij,

verdachte, (twee) scooters wilde kopen voor het maken van een film en/of

gezegd dat de factuur op naam van het bedrijf S.E.G. (Sport Entertainment

Groep) gezet moest worden en/of een bericht/printscreen van de betaling

getoond,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij in of omstreeks de periode van 29 juli 2017 tot en met 04 augustus 2017

te Dordrecht

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, (personeel/medewerkers van) [naam hotel 2]

heeft bewogen tot de afgifte van (een) goed(eren) en/of het verlenen van een

dienst, te weten een of meer maaltijd(en) en/of het ter beschikking stellen

van een hotelkamer, in elk geval van enig(e) goed en/of dienst, hebbende

verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich, tegenover

(medewerkers/personeel van) [naam hotel 2] voorgedaan als

- een manager van een wielrennersploeg en/of gezegd dat een wielrenner van de

wielrennersploeg geopereerd was na een val en/of verzocht dat deze wielrenner

(zijnde verdachte) in genoemd hotel kon overnachten en/of dat na de

overnachting(en) betaald zou worden en aldus gedurende de dag(en) en/of

avond(en) en/of nacht(en) gebruik gemaakt van een of meer maaltijd(en) en/of

een hotelkamer,

waardoor (medewerkers/personeel van) [naam hotel 2]

werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte.