Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:1501

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-01-2019
Datum publicatie
26-02-2019
Zaaknummer
10/230901-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor een woninginbraak. De verdachte heeft de woninginbraak bekend. De rechtbank acht ook medeplegen bewezen, nu in de woning een schoenspoor is aangetroffen dat niet van de verdachte afkomstig is. Ook is maar een deel van de buit bij de verdachte aangetroffen.

Aan de verdachte is opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/230901-18

Datum uitspraak: 11 januari 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[Naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedatum] ,

niet ingeschreven in de basisregistratie personen,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Dordrecht,

raadsman mr. R. van den Boogert, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 11 januari 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. R.E.I. Steen heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Beoordeling

De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben op de terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

Op 17 november 2018 heeft de verdachte ingebroken in de woning aan de [adres] . Hij heeft een raam ingeslagen en is naar binnengegaan. In de woning heeft hij meerdere sieraden en munten weggenomen.

Medeplegen

De verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat hij de inbraak alleen heeft gepleegd. De rechtbank acht echter bewezen dat hij samen met een ander of anderen in de woning heeft ingebroken. Op een bank in de woning is een schoenspoor aangetroffen. De bank bevond zich direct onder het raam dat de verdachte heeft ingeslagen. Daarom is aannemelijk dat dit schoenspoor is ontstaan doordat iemand via het raam naar binnen is gegaan en daarbij op de bank is gaan staan. Uit forensisch onderzoek volgt dat dit schoenspoor niet aan de verdachte toebehoorde.

Uit de aangifte blijkt dat een aantal sieraden en munten zijn weggenomen bij de inbraak. Een deel daarvan is bij de verdachte aangetroffen. Het resterende deel is niet teruggevonden. De verdachte is direct na de inbraak in de tuin van de woning aangehouden en heeft geen gelegenheid gehad een deel van de sieraden te verstoppen.

Het schoenspoor van een onbekend persoon en de ontbrekende gestolen goederen brengen de rechtbank tot de conclusie dat de inbraak door de verdachte met ten minste nog een tweede persoon is gepleegd.

4.1.2.

Conclusie

Bewezen is dat de verdachte het ten laste gelegde feit in vereniging met een ander of anderen heeft gepleegd.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij

op 17 november 201 te Oud-Beijerland in een woning, gelegen aan de [adres] ,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, sieraden en munten, die aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorden,

te weten aan [slachtoffer] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereikhebben gebracht door middel van braak.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft ingebroken in een woning en daarbij sieraden en munten gestolen. Een inbraak in een woning is een ernstig strafbaar feit. Hij heeft in de woning diverse kasten doorzocht en juwelen, fotoapparatuur en een juwelenkistje op de grond achtergelaten.

Onder de juwelen waren onder andere erfstukken die voor de eigenaars ervan waarschijnlijk zeer dierbaar waren.

Een woning moet een plek zijn waar je je bij uitstek veilig moet kunnen voelen. Het is daarom voor de slachtoffers van een dergelijke inbraak zeer ingrijpend als iemand in die woning is geweest en die woning zelfs heeft doorzocht. De slachtoffers zullen zich voor lange tijd niet meer veilig voelen in hun eigen woning. Een woninginbraak zal ook in de omgeving voor onrust zorgen. Ook omwonenden zullen zich onveilig voelen en bang zijn dat hen hetzelfde zal overkomen.

De verdachte heeft door deze inbraak heel veel onrust, boosheid en verdriet veroorzaakt.

De rechtbank weegt als strafverzwarende omstandigheid mee dat de verdachte de inbraak samen met een ander of anderen heeft gepleegd.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 13 december 2018, waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Verder heeft de rechtbank acht geslagen op een uittreksel van de justitiële informatiedienst van 21 november 2018 met informatie over veroordelingen van de verdachte in het buitenland. Daaruit blijkt dat de verdachte in Roemenië, Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Italië voor diefstal is veroordeeld.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De verdediging heeft verzocht om conform de LOVS-oriëntatiepunten een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden als uitgangspunt te nemen, met eventueel een voorwaardelijk strafdeel. Hiervoor bestaat echter geen aanleiding, gelet op de veroordelingen van de verdachte in het buitenland. De verdachte is in een periode van zes jaren in zes verschillende landen veroordeeld voor diefstal. Hij heeft verschillende voorwaardelijke straffen gekregen. Dat heeft hem er niet van weerhouden nu ook in Nederland een diefstal te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde] ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 150,00 aan immateriële schade.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft toewijzing van de vordering gevorderd.

8.2.

Beoordeling

De vordering is mede gelet op artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij zal daarom in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

8.3.

Conclusie

In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I.M.A. Hinfelaar, voorzitter,

en mrs. F.A. Hut en C.A. van Beuningen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.L. Vedder, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 januari 2019.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij

op of omstreeks 17 november 2018

te Oud-Beijerland in een woning en/of op een besloten erf waarop een

woning stond, gelegen aan de [adres] ,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

sieraden en/of munten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele

aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde,

te weten aan [slachtoffer] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich

wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft

en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming.