Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:1369

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-01-2019
Datum publicatie
21-02-2019
Zaaknummer
C/10/536813 / HA ZA 17-968 en C/10/552464 / KG ZA 18-646
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overtreding non-concurrentiebeding in managementovereenkomst. Finaal kwijtingsbeding in vaststellingsovereenkomst strekt zich niet uit tot het non-concurrentiebeding. Geen dwaling en/of bedrog bij totstandkoming management- en vaststellingsovereenkomst. Matiging boete. Geen sprake van misleidende reclame als bedoeld in artikel 6:194 (aanhef en sub f) BW. Onrechtmatig handelen door het verkrijgen en gebruiken van bedrijfsgeheimen is niet vast komen te staan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/536813 / HA ZA 17-968 en C/10/552464 / KG ZA 18-646

Vonnis van 23 januari 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AVIATION GLASS & TECHNOLOGY B.V.,

gevestigd te Rhenen,

eiseres in conventie,

verweerster in (voorwaardelijke) reconventie,

verweerster in het incident ex artikel 223 Rv,

advocaat mr. M.G.R. van Gardingen te Amsterdam,

tegen

1. [gedaagde],

wonende te Turnhout, België,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar Belgisch recht

BENLIE BVBA,

gevestigd te Turnhout, België,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AIR-CRAFTGLASS INNOVATIONS B.V.,

gevestigd te Nuenen,

gedaagden in conventie,

eisers in (voorwaardelijke) reconventie,

eisers in het incident ex artikel 223 Rv,

advocaat mr. L.J. Gravendeel te Hilversum.

Partijen zullen hierna Aviation Glass en [gedaagde] c.s. genoemd worden. Voor zover [gedaagde] c.s. afzonderlijk worden bedoeld, zullen zij worden aangeduid als [gedaagde] , Benlie en Air-Craftglass.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 7 september 2017, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in (voorwaardelijke) reconventie, met producties;

  • -

    het tussenvonnis (de oproepingsbrief) van de rechtbank van 10 januari 2018, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de brief van de rechtbank van 15 mei 2018, waarbij een zittingsagenda aan partijen is toegezonden;

  • -

    de akte ter voorbereiding op de comparitie, tevens conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie van Aviation Glass, met producties;

  • -

    de akte overlegging aanvullende producties, tevens akte eiswijziging, tevens incidentele conclusie ex artikel 223 Rv van [gedaagde] c.s., met producties;

  • -

    de akte overlegging aanvullende producties II van [gedaagde] c.s. ;

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 12 juni 2018;

  • -

    de ter zitting namens Aviation Glass en namens [gedaagde] c.s. overgelegde aantekeningen/pleitnotities;

  • -

    de brief van mr. E.L. Hoogstrate (namens [gedaagde] c.s.) van 3 juli 2018, waarin opmerkingen zijn gemaakt over het proces-verbaal.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voor zover van belang - het volgende vast.

2.1. Aviation Glass drijft een onderneming die zich onder meer bezighoudt met (ultradunne) glastoepassingen voor de luchtvaart. Aviation Glass is een deelneming van [naam 6] Participaties Coöperatief U.A. (verder: [naam 6] ), op haar beurt een deelneming van Semper Fortuna N.V. (verder: Semper Fortuna), het investeringsvehikel van [naam 1] (verder: [naam 1] ). Bestuurder van Aviation Glass is Bowegro B.V. (verder: Bowegro). Enig aandeelhouder van Aviation Glass is Aviation Glass & Technology Holding B.V.

2.2. Bestuurder van Bowegro is [naam 1] . Van 21 september 2011 tot 10 maart 2015 was [naam 2] (verder: [naam 2] ) (mede)bestuurder van Bowegro. Enig aandeelhouder van Bowegro is Semper Fortuna.

2.3. [gedaagde] is bestuurder en enig aandeelhouder van Benlie. Hij is tevens bestuurder van Air-Craftglass. Benlie is enig aandeelhouder van Air-Craftglass.

2.4. Op 28 maart 2007 is [gedaagde] in functie getreden als commissaris van Glass Deco International B.V. (verder: Glass Deco International). Bestuurder van Glass Deco International is [naam 3] (verder: [naam 3] ). Glass Deco International hield zich sinds 1978 bezig met luxe, decoratieve glastoepassingen (zoals kamerschermen, trappen, entrees, wanden, meubels en zwembaden) in woonhuizen, hotels en superjachten en sinds 2008 ook in VIP-vliegtuigen.

2.5. In 2012 is een flyer van Aviation Glass verschenen. Daarop is vermeld:

“(…) Developed by Glass Deco International BV (…)”

2.6. Bij e-mailbericht van 6 maart 2012 heeft [gedaagde] onder meer het volgende geschreven aan de notaris van [naam 1] :

“(…) Er zal een nieuwe BV worden opgericht of een lege moeten worden gekocht (heeft onze voorkeur) welke alles zal overnemen zoals bovenvermeld en de huurverplichtingen zal aangaan. Deze vennootschap zal de naam krijgen: Aviation Glass & Technology BV.

Aandeelhouders: 51% [naam 1] (…), 5% [naam 4] (…), 5% [naam 3] (…) + 4% optierecht op de aandelen van Benlie BVBA mits volledige medewerking en certificering verleend van de doorontwikkeling van het product/producten en 39% Benlie BVB (minus eventueel extra 4% aandelen [naam 3] ). (…)”

2.7. Op 12 maart 2012 heeft Boekhoorn M&A B.V. 100% van de aandelen in W.J. van de Ven Belegging en Beheer B.V. verkregen (van Semper Fortuna) en is de statutaire naam van deze vennootschap gewijzigd in Aviation Glass & Technology B.V.

2.8. [gedaagde] is op 23 maart 2012 in functie getreden als gevolmachtigde (Chief Executive Officer) van Aviation Glass.

2.9. Op 3 augustus 2012 is Glass Deco International gefailleerd. Op 27 februari 2017 is in het handelsregister geregistreerd dat de ontbonden rechtspersoon met ingang van 30 augustus 2016 is opgehouden te bestaan omdat geen bekende baten meer aanwezig zijn.

2.10. Op 18 respectievelijk 24 november 2013 is een managementovereenkomst gesloten tussen Aviation Glass, Benlie en [gedaagde] (verder: de managementovereenkomst). Daarin is, voor zover thans relevant, het volgende bepaald:

“(…)

A. De Vennootschap [rechtbank: Aviation Glass] houdt een onderneming in stand, actief op het gebied van de exploitatie van een glashandel, het snijden, buigen, chemisch harden, lamineren en vervaardigen van (zeer dun) glas voor toepassingen in de luchtvaart industrie, jachtbouw industrie en andere premium toepassingen; (…)

De Vennootschap heeft ter zake van haar bedrijfsvoering behoefte aan commerciële (Marketing, PR, Sales) diensten en adviezen als door de Management BVBA [rechtbank: Benlie] te verlenen respectievelijk te verstrekken;

De Management BVBA beschikt over commerciële kennis en ervaring op het hiervoor onder A genoemde gebied, en is bereid en in staat tot het verlenen van diensten en het verstrekken van adviezen aan de Vennootschap als in deze Managementovereenkomst (de “Overeenkomst”) nader wordt bepaald; (…)

2 Duur en beëindiging van de Overeenkomst

2.1

Deze Overeenkomst is aangegaan met ingang van 1 mei 2012 voor onbepaalde tijd.

2.2

Onverminderd het bepaalde in Artikel 2.3 van deze Overeenkomst, kan deze Overeenkomst door ieder der partijen te allen tijde tussentijds worden opgezegd met inachtneming van een termijn van 3 maanden. (…)

4 Vergoeding

4.1

Voor de uitvoering van de hierboven (…) genoemde taken zal de Vennootschap aan de Management BVBA een vergoeding betalen van EUR 2.000,- (exclusief BTW) per maand vanaf 1 mei 2012, van EUR 5.000,- (exclusief BTW) per maand vanaf 1 januari 2013 en van EUR 7.500,- (exclusief BTW) per maand vanaf 1 juli 2013. (…)

6 Intellectuele eigendomsrechten

6.1

De Management BVBA en/of de Manager [rechtbank: [gedaagde] ] dragen hierbij over aan de Vennootschap, gelijk de Vennootschap hierbij aanvaardt, alle intellectuele eigendomsrechten die de Management BVBA en/of de Manager thans hebben of in de toekomst nog zullen krijgen (…). (…)

6.6

De Management BVBA en/of de Manager erkennen dat de in Artikel 4.1 genoemde vergoeding tevens een vergoeding omvat voor alle door hen, al dan niet alleen, tot stand gebrachte werken of gedane ontdekkingen of vindingen.

7 Non-concurrentie

Het is de Management BVBA en de Manager verboden om tijdens deze Overeenkomst en gedurende twee jaren na het einde van deze Overeenkomst (tenzij de Vennootschap heeft opgehouden te bestaan) zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Vennootschap in Nederland en/of België een zaak, gelijksoortig of aanverwant aan het bedrijf van de Vennootschap en/of met de Vennootschap gelieerde ondernemingen te vestigen, drijven, mede te drijven of te doen drijven, alsook financieel in welke vorm dan ook bij een dergelijke zaak een belang te hebben, daarin of daarvoor op enige wijze werkzaam te zijn of activiteiten te ondernemen, hetzij tegen betaling hetzij om niet, of om daarin een aandeel te hebben. (…)

11 Boete

De Management BVBA en de Manager zullen bij overtreding van de Artikelen 6, 7, 8, 9 en/of 10 van deze Overeenkomst door één van hen een onmiddellijk opeisbare, tot voordeel van de Vennootschap strekkende, boete verbeuren van EUR 10.000,- per overtreding en EUR 1.000,- voor iedere dag dat een overtreding eventueel voortduurt, onverminderd het recht om aanvullende dan wel vervangende schadevergoeding te vorderen. (…)”

2.11.

In november 2013 is tevens een certificaathoudersovereenkomst gesloten, op grond waarvan Benlie een certificaathoudersbelang van 25% verkreeg in Aviation Glass & Technology Holding B.V.

2.12.

De managementovereenkomst is per 14 februari 2014 op initiatief van Aviation Glass beëindigd. In zijn e-mail aan (onder meer) [naam 2] van 18 februari 2014 heeft [gedaagde] daarover het volgende geschreven:

“(…) Verder hebben wij gisteren besloten dat mijn functie (verkoop, PR en marketing) per direct zal worden beëindigd. Ik zal als aandeelhouder (met een belang van 25%) betrokken blijven bij Aviation Glass & Technology B.V. (…)

We hebben verder afgesproken dat de fee over de maand februari (Euro 7,500,--) zoals gewoonlijk zal worden betaald en tevens eind van deze maand een extra eenmalige “slot fee” van Euro 40,000,-- zal worden betaald waarmee de management overeenkomst is komen te beeindigen. Ik hecht er waarde aan om te vermelden dat dit bedrag hoger is dan het contractueel door jullie te betalen bedrag; waarvoor dank. (…)”

2.13.

Bij e-mail van 19 februari 2014 heeft [gedaagde] onder meer het volgende geschreven aan [naam 2] :

“(…) Jullie hebben eenzijdig, op voor mij nog steeds onduidelijke gronden, mij per 1 maart ontslagen en is mijn functie per direct komen te vervallen. (…)”

[naam 2] heeft daarop, eveneens op 19 februari 2014, onder meer als volgt gereageerd:

“(…) De reden voor de beëindiging van de overeenkomst hebben [naam 5] en ik op 14 en 17 februari duidelijk toegelicht. Jij hebt in de startfase van het bedrijf een uniek, innovatief concept bedacht en daarvoor de deur weten te openen bij alle grote partijen in de Aviation industrie. Dat heb je uitstekend gedaan en alle credits hiervoor gaan naar jou. Het bedrijf is nu in de vervolgfase aangeland waarbij de gewekte verwachtingen bij onze klanten dienen te worden ingelost ofschoon er momenteel nog geen gecertificeerd product beschikbaar is dat aan de specs van de klanten voldoet. Hiervoor dient met internationale klanten uit de Aviation industrie een projectorganisatie te worden opgezet waarbij stapsgewijs een tijdrovend technisch ontwikkelproces wordt doorlopen, rekening houdend met productie- en productmogelijkheden. Het profiel van de eindverantwoordelijke voor dit proces is anders dan “verkoop/PR/marketing”, nl. “technisch/commercieel” waarbij er relevante ervaring moet zijn met complexe technische producten, een complexe productie omgeving en met projectorganisaties bij internationale bedrijven die hoge standaarden hanteren. (…)”

2.14.

In de brief van [gedaagde] aan Aviation Glass van 4 juli 2014 staat onder meer het volgende:

“(…) Op 14 februari 2014 hebben jullie mij totaal onverwacht en zonder opgave van redenen laten weten dat mijn bemoeienissen met Aviation Glass & Technology B.V. niet langer op prijs werden gesteld. Gelet op (i) mijn belangrijke rol bij de ontwikkeling en marketing van het product sinds 2006 en mijn contacten in de markt en (ii) het feit dat wij zeer recent, namelijk op 18 respectievelijk 24 november 2013, een Managementovereenkomst en een Overeenkomst met betrekking tot certificaten van aandelen in het kapitaal van Aviation Glass & Technology Holding B.V. hadden getekend, waarbij ik al mijn intellectuele eigendomsrechten heb afgestaan en mij heb verbonden aan onder meer non-concurrentie- en relatiebedingen in ruil voor certificaten overeenkomend met een 25% aandelenbelang in Aviation Glass & Technology Holding B.V., kunnen zonder meer vraagtekens worden gezet bij de timing en beweegredenen van deze beëindiging.

Mede vanwege mijn persoonlijke situatie (de hersentumor van mijn stiefzoon), heb ik destijds besloten de beëindiging te accepteren op voorwaarde dat daarover goede afspraken zouden worden gemaakt. (…)

De afspraken zijn in die zin nagekomen dat Aviation Glass & Technology B.V. mij in totaal nog € 40.000,- heeft betaald en dat ik alle dossiers en lopende zaken heb overgedragen. De e-mailwisseling nog eens nalezend, vind ik het verstandig de overige gemaakte afspraken (beter) op schrift te zetten. In de eerste plaats is afgesproken dat ik (via Benlie BVBA) - in afwijking van de overeenkomst - mijn certificaten van aandelen in Aviation Glass & Technology Holding B.V. voor onbepaalde tijd zal behouden. In de tweede plaats is - eveneens in afwijking van de overeenkomst - afgesproken dat mijn 25% belang niet zal verwateren. Dit is zo toegezegd door [naam 1] en ik accepteer - gelet op al hetgeen ik in de vennootschap heb geïnvesteerd en de wijze waarop mijn bemoeienissen nu (ondanks tevredenheid met mijn functioneren) eenzijdig zijn beëindigd - niet dat op die toezegging wordt teruggekomen (…). Ik verzoek jullie dan ook mij deze afspraken schriftelijk te bevestigen (…).

Als certificaathouder, maar ook als founding father van Aviation Glass & Technology wiens reputatie uitdrukkelijk aan het welslagen van deze onderneming is verbonden, heb ik er belang bij op de hoogte te blijven van de (financiële en commerciële) ontwikkelingen van de onderneming. Ik ontvang dan ook graag ieder kwartaal een rapportage (…). (…)”

2.15.

[gedaagde] was tevens bestuurder en certificaathouder van Jimmy Nelson Pictures B.V. (verder: JNP) en certificaathouder van High Tech Campus Eindhoven (verder: HTCE). Zowel JNP als HTCE zijn deelnemingen van Semper Fortuna. Op 4 april 2014 is [gedaagde] geschorst als bestuurder van JNP. Zijn advocaat heeft daarover op 4 juli 2014 een brief geschreven aan Nicolore Productions B.V. (meerderheidsaandeelhouder van JNP, verder: Nicolore).

2.16.

Naar aanleiding van de hiervoor onder 2.14 en 2.15 bedoelde brieven van 4 juli 2014 hebben onderhandelingen plaatsgevonden tussen [gedaagde] (c.s.) en [naam 1] (c.s.). Op 20 augustus 2014 is namens [naam 1] aangeboden de belangen van [gedaagde] /Benlie in Aviation Glass, JNP en HTCE over te nemen tegen een kooprijs van € 618.640,00 (€ 500.000,00 in contanten en verrekening van een leningsschuld ter waarde van € 118.640,00), waarbij partijen elkaar over en weer finale kwijting verlenen.

2.17.

Op 25 augustus 2014 heeft de advocaat van [gedaagde] onder meer als volgt gereageerd:

“(…) De reden dat wij het bod van EUR 500.000 een “afzwaaier” noemden, is dat de heer [gedaagde] zijn belangen als volgt waardeert:

(…) Aviation Glass & Technology Holding B.V.: 25% van circa EUR 15 miljoen is EUR 3.750.000. Dit is de waardering die het bedrijf zelf hanteert, onder andere bij het doen van aanbiedingen (bijvoorbeeld aan ATG) om te participeren in AG&T. Dit blijkt bijvoorbeeld uit aangehecht bezoeksverslag. (…)

Op basis hiervan komen wij op een waarde van de drie belangen van de heer [gedaagde] uit van meer dan EUR 5 miljoen. (…)”

2.18.

Bij brief van 29 augustus 2014 heeft de advocaat van [naam 1] vervolgens onder meer als volgt gereageerd:

“(…) Per 30 juni 2014 heeft AGT [rechtbank: Aviation Glass] een omzet behaald van EUR 18.144 en daarbij een cumulatief verlies geleden van EUR 2.648.546. Daarnaast heeft AGT een schuld (…) inclusief rente van EUR 4.737.683. Op basis van deze cijfers waarderen Nicolore c.s. de aandelen in AGT op de nominale waarde van EUR 18.000.

De heer [gedaagde] heeft een 25% belang in AGT, waarvoor hij destijds EUR 2,50 heeft betaald. Op basis van bovenstaande waardering vertegenwoordigt het 25% belang dus een waarde van EUR 4.500. (…)

Het aanbod dat Nicolore c.s. per e-mail van 20 augustus 2014 hebben gedaan was dus genereus. (…)”

2.19.

Op 1 september 2014 heeft de advocaat van [gedaagde] onder meer het volgende geschreven aan de advocaat van [naam 1] :

“(…) Om hem moverende redenen wenst de heer [gedaagde] het boek finaal te sluiten en het aanbod alsnog te aanvaarden. Daarbij hanteert de heer [gedaagde] dan wel de volgende uitgangspunten:

- De verkoop en levering van zijn belangen in Aviation Glass & Technology Holding B.V.,

Jimmy Nelson Pictures B.V. en High Tech Campus aan een door [naam 1] aan te wijzen vennootschap of vennootschappen vinden binnen 7 werkdagen na heden plaats;

- Betaling van de koopprijs in contanten ad (na verrekening) EUR 500.000 vindt plaats

binnen 7 werkdagen na heden (…);

- Het ontslag van de heer [gedaagde] als directeur van Jimmy Nelson Pictures B.V. wordt zo

spoedig mogelijk geformaliseerd en hij wordt uitgeschreven uit het handelsregister;

- De heer [gedaagde] wordt gedechargeerd voor het gevoerde beleid bij Jimmy Nelson

Pictures B.V. (en - voor zover van toepassing - ook bij Aviation Glass & Technology B.V.)

althans een toezegging daartoe wordt gedaan door de meerderheidsaandeelhouder die

daarna voor uitvoering daarvan zorgdraagt en de heer [gedaagde] hierover vervolgens

bericht;

- De finale kwijting strekt zich uit tot alle betrokken vennootschappen aan de zijde van de

heer [naam 1] en Benlie BVBA en de heer [gedaagde] ; en

- De voor deze totaaloplossing benodigde documentatie wordt door adviseurs van de heer

[naam 1] en op zijn kosten opgesteld. (…)”

2.20.

Nadat de advocaat van [naam 1] op 5 september 2014 een concept van de vaststellingsovereenkomst aan de advocaat van [gedaagde] heeft toegezonden, heeft de advocaat van [gedaagde] daarop op 8 september 2014 als volgt gereageerd:

“(…) Bijgaand een versie met een aantal revisions.

Ter toelichting het volgende:

1) We hebben 2 partijen [rechtbank: Aviation Glass en [naam 6] ] toegevoegd in verband met het feit dat de heer [gedaagde] ook graag uitdrukkelijk AG&T bij de vaststellingsovereenkomst wil betrekken. Zie ook de toevoeging aan artikel 4. (…)”

2.21.

In de op 12 september 2014 tussen Semper Fortuna, Nicolore, JNP, Aviation Glass, [naam 6] , [gedaagde] en Benlie gesloten vaststellingsovereenkomst is onder meer het volgende bepaald:

“(…)

A. De heer [gedaagde] houdt direct dan wel via Benlie (i) participaties in Calittum HTCE I

C.V., Calittum HTCE II C.V. (hierna gezamenlijk “Certificaten HTCE CV’s”) en certificaten van aandelen in Chalet HTCE Development Holding B.V., (ii) 1.800 certificaten van aandelen in Jimmy Nelson Pictures B.V. en (iii) 250 certificaten van aandelen in Aviation Glass & Technology Holding B.V., hierna gezamenlijk te noemen: de “Certificaten”.

De heer [gedaagde] was als statutair directeur verbonden aan JNP B.V. en is op 4 april

2014 de facto geschorst.

De heer [gedaagde] was als gevolmachtigd CEO (geen statutair directeur) werkzaam bij

AG&T B.V. op basis van een managementovereenkomst, die per 14 februari 2014 is beëindigd.

Per 16 augustus 2012 heeft Semper Fortuna aan [gedaagde] een lening verstrekt ten

bedrage van EUR 12.500 en per 7 december 2012 heeft Semper Fortuna aan [gedaagde] een lening verstrekt ten bedrage van EUR 100.000. Op beide leningen is niets afgelost.

Per 27 maart 2012 heeft Semper Fortuna aan de heer [gedaagde] een lening verstrekt ten

bedrage van EUR 7.500. Op deze lening is EUR 4.735 afgelost. De restantschuld van deze lening bedraagt EUR 3.383,75 (inclusief EUR 618,75 rente). (…)

1. Partijen verbinden zich om alles te doen wat nodig is om zo snel mogelijk de Certificaten te

verkopen en leveren aan een door Semper Fortuna aan te wijzen partij tegen betaling van de koopprijs van EUR 615.883,75 (EUR 500.000 in contanten en verrekening van de leningsschuld ter waarde van EUR 115.883,75) (…), hierna te noemen de: “Totaaloplossing”. (…)

2. De Totaaloplossing omvat het terugtreden en decharge van [gedaagde] als directeur JNP.

(…)

3. [gedaagde] treedt hierbij terug als statutair bestuurder van JNP B.V. en Benlie bevestigt

hierbij dat de managementovereenkomst tussen JNP B.V. en Benlie per 30 juni 2014 is geëindigd. De heer [gedaagde] en Benlie bevestigen hierbij geen enkele aanspraken van enige aard meer te hebben jegens JNP B.V. en AG&T B.V. en alle aan hen gelieerde partijen/personen.

4. Partijen en alle aan hen gelieerde partijen/personen verlenen elkaar na uitvoering van het

bovenstaande over en weer finale kwijting ten aanzien van al hetgeen zij nog jegens elkaar verschuldigd zijn en zij zullen geen procedure(s) aanhangig maken. Deze kwijting strekt zich uitdrukkelijk ook uit tot het functioneren van de heer [gedaagde] als (gevolmachtigd) CEO van AG&T B.V. en tot de managementovereenkomst tussen AG&T B.V., Benlie en de heer [gedaagde] . (…)”

2.22.

Na beëindiging van hun werkzaamheden voor Aviation Glass hebben [gedaagde] en [naam 3] (die in 2012/2013 eveneens betrokken is geweest bij Aviation Glass) Glass Deco International nieuw leven willen inblazen. Zij gebruikten daarvoor aanvankelijk Glass Deco Corporation N.V., een Curaçaose vennootschap die al sinds 1997 bestond.

2.23.

In mei 2014 heeft [gedaagde] namens Glass Deco Corporation N.V. brochures toegezonden aan derden. In de begeleidende e-mails heeft hij onder meer het volgende geschreven:

  • -

    Op 22 mei 2014: “(…) As you know I stepped out as CEO of Aviation Glass & Technology last March, but I’m still executive member of the board of directors and shareholder of that company (the products will be fully certified before the end of this year). At this moment I focus more on another company I have; Glass Deco Corporation NV (Glass Deco invented the aviation glass and mirrors). I met with one of your colleagues during the Ebace show in Geneva. I handed over at your attention a flyer of Glass Deco. Attached I send you over our latest brochure (…), which explains you more about our activities. For the aviation industry we are specialized in the design, production and installation of “one offs” like (decorated) shower doors, glass inlays in floors, ceilings, bulkheads etc. We are using ‘standard’ glass and our products are more decorative art pieces and are more easily to get certified. (…)”

  • -

    Op 27 mei 2014: “(…) In bijlage stuur ik je de PDF toe van onze laatste brochure welke een duidelijk beeld geeft van de mogelijkheden van “Glass Deco Corporation NV” (de ontwikkelaars van Aviation Glass) die wij aanbieden voor de VIP Aircraft business. Wij kunnen “pieces of art” maken voor VIP aircraft; bijvoorbeeld gedecoreerde bulkheads, glazen inserts in vloeren, details in tafels, spiegels etc. (…)”.

2.24.

Op 4 november 2014 is Glass Deco Corporation B.V. (verder: Glass Deco) opgericht door Benlie en J. van Bussel Beheer B.V. (verder: Van Bussel Beheer). Bestuurders van Glass Deco waren [gedaagde] en [naam 3] , aandeelhouders waren Benlie en [naam 3] (Beheer). Blijkens artikel 2 lid 1 van de oprichtingsakte was het doel van Glass Deco het vervaardigen en vermarkten van exclusieve glascreaties in combinatie met staal, natuursteen en andere materialen. In het handelsregister zijn als activiteiten van Glass Deco vermeld: “vormen en bewerken van vlakglas” en “groothandel in glas, porselein en aardewerk”.

2.25.

In een brochure van Glass Deco uit 2014 staat onder meer het volgende:

“(…) VIP Aircraft

As a logical next step after superyachts, we are now also involved in developing concepts for VIP aircraft. These planes, including types such as the Airbus 320 and Boeing 747-800, are usually fully custom designed and fitted out for the client, and serve as mobile offices and master suites.

Glass and flying do not seem very compatible. Nonetheless these extreme projects can often benefit from a stunning centerpiece or element developed by Glass Deco. Examples include bulkheads, decorated shower doors, illuminated floor segments or glass sinks.

Glass Deco is aware of all the certification issues involved. Special glass combinations can lead to considerably reduced weight, while other techniques can substantially reduce the chance of breakage. Our aviation experts know how to deal with the complex regulations of aviation authorities and develop concrete proposals for VIP planes. In partnership with leading completion centers worldwide, we ensure a professional installation onboard.”

2.26.

Op 16 oktober 2015 is Air-Craftglass Inc. opgericht door [gedaagde] .

Deze vennootschap hield zich in de Verenigde Staten bezig met het ontwikkelen en produceren van ultradunne glastoepassingen ten behoeve van onder meer de luchtvaart, in welk kader drie octrooiaanvragen zijn ingediend.

2.27.

Per 21 april 2016 is [naam 3] uitgetreden als bestuurder van Glass Deco en heeft hij zijn aandelen in Glass Deco overgedragen aan Benlie. De statutaire naam van Glass Deco is per diezelfde datum gewijzigd in Air-Craftglass Innovations B.V. Aan de statutaire doelomschrijving is toegevoegd: het ontwikkelen en produceren van lichtgewicht glas ten behoeve van de luchtvaart. In het handelsregister is als activiteit toegevoegd: “vervaardiging van vliegtuigen en onderdelen daarvoor”.

2.28.

In de brief van Aviation Glass aan Air-Craftglass, Air-Craftglass Inc., [gedaagde] en [naam 3] van 14 oktober 2016 staat onder meer het volgende:

“(…) Aviation Glass heeft geconstateerd dat Air-Craftglass Innovations BV, Air-Craftglass Inc. (hierna gezamenlijk ook “Air-Craftglass”), en de heren [gedaagde] en [naam 3] in gezamenlijk verband activiteiten ontplooien die concurreren met die van Aviation Glass, al sinds 16 oktober 2014 (“create date” van de domeinnamen air-craftglass.info en aircraftglass.info op naam van dhr. [naam 3] ), althans sinds 4 november 2014 (oprichting Air-Craftglass Innovations BV), althans sinds 16 oktober 2015 (oprichting Air-Craftglass, Inc.).

In een interview dat is gepubliceerd op businessjetinteriorsinternational.com van juli 2016 stelt dhr. [gedaagde] namens Air-Craftglass zelfs al sinds 2008 actief te zijn. Hetzelfde wordt gesuggereerd op de website www.air-craftglass.com.

(…) Het lijkt er sterk op dat de heren [gedaagde] en [naam 3] al vóór of vrijwel direct na het beëindigen van de relatie met Aviation Glass zijn begonnen met het ontplooien van activiteiten die rechtstreeks concurreren met die van Aviation Glass. Aviation Glass acht dit in strijd met de hiervoor genoemde verplichtingen die onder meer inhouden dat [gedaagde] zich twee jaar lang diende (…) te onthouden van concurrerende activiteiten. (…)

Ten slotte heeft cliënte geconstateerd dat op uw website en in marketingmaterialen van Air-Craftglass Innovations BV en Air-Craftglass, Inc. wordt gesteld dat de producten van Air-Craftglass gebaseerd zijn op geoctrooieerde technologie. Wij hebben geen octrooien op naam van Air-Craftglass Innovations BV of Air-Craftglass, Inc. kunnen vinden. (…) Wij wijzen u er in dat verband op dat het aanprijzen van producten als geoctrooieerd, terwijl er geen relevant octrooi is verleend, een misleidende handelspraktijk is als bedoeld in de Europese Richtlijn 2005/29/EG (art. 6 lid 1 sub f) en art. 6:196c BW. (…)”

2.29.

In haar brief van 25 oktober 2016 heeft Aviation Glass zich op het standpunt gesteld dat de volgende logo’s ten onrechte waren vermeld op de website van Air-Craftglass:

2.30.

Naar aanleiding van de hiervoor onder 2.28 en 2.29 bedoelde brieven is de vermelding “patented” op de website van Air-Craftglass gewijzigd in “patent pending”. Ook de door Aviation Glass bedoelde logo’s zijn van de website verwijderd.

2.31.

In een op 23 april 2017 door [naam 7] op LinkedIn geplaatst artikel staat onder meer het volgende:

“(…)A couple of weeks ago I visited the Aircraft Interiors Expo in Hamburg with my colleagues from Air-Craftglass. We were keen to show the aircraft industry the leaps in quality and innovation that we’ve recently made in aircraft mirrors. Our new mirrors are thinner, lighter, clearer and stronger - and approved for use in the aircraft industry. (…)

It also passes all the rigorous standards set by the Federal Aviation Administration, European Aviation Safety Agency, International Civil Aviation Organization and the airline industry and are produced under the European NEN1036-1 industrial quality norm. (…)”

2.32.

In berichten die [naam 7] in juli 2017 op LinkedIn heeft geplaatst is onder meer het volgende vermeld:

“(…) PS: did you know that AIR-Craftglass also supplies certified Mirrors for Aircraft use? The Mirrors are the only Copper-free, real Silver glass mirrors manufactured in strict accordance to the EN1036-1 Norm. (…)”

2.33.

Op 5 mei 2017 heeft [gedaagde] namens Air-Craftglass aangifte gedaan van diefstal uit haar bedrijfspand. In het concept proces-verbaal van aangifte staat onder meer het volgende:

“(…) Op vrijdag 5 mei 2017, omstreeks 08.00 uur, kwam ik mijn bedrijfspand binnen. Ik zag dat mijn UV-lamp niet meer op zijn plek lag en dat deze was weggenomen. De UV-lamp lag in de werkhal in een kast aan de linkerzijde bij binnenkomst. Er zijn geen braaksporen op de deuren. Daarom verdenk ik dat een ex-werknemer dit heeft gedaan, aangezien hij nog in het bezit is van een sleutel van het pand. De ex-werknemer betreft [naam 3] (…).

Op vrijdag 21 april 2017 deelde [naam 3] uit het niets mede dat hij niet meer kwam werken. Hij pakte toen zijn radio, leverde zijn sleutels in en vertrok. Echter bleek nu dat hij toch nog een reserve sleutel had van mijn bedrijfspand. Het bedrijfspand is niet voorzien van een alarm.

Tevens weet [naam 3] als enige dat de UV-lamp cruciaal is voor mijn werk. Zonder de UV-lamp kan ik namelijk niet werken. (…)”

2.34.

Bij brief van 8 mei 2017 heeft de advocaat van [gedaagde] c.s. onder meer het volgende geschreven aan Aviation Glass:

“(…) Afgelopen week heeft diefstal plaatsgevonden van diverse materialen, instrumenten, producten en informatie (waaronder informatie met betrekking tot het intellectueel eigendom) uit het bedrijfspand van Air-Craftglass Innovations B.V. (“Air-Craftglass”) te Nuenen. Air-Craftglass heeft aangifte gedaan bij de politie.

Cliënt heeft redenen om aan te nemen dat het de dief te doen was om de bedrijfsgeheimen van Air-Craftglass. Het zou cliënt dan ook niet verbazen als de gestolen zaken en informatie op enig moment worden aangeboden aan AG&T.

Hierdoor verzoek ik AG&T het ons direct te laten weten zodra zij iets verneemt omtrent zaken en/of informatie afkomstig van Air-Craftglass of over de diefstal. Cliënt heeft aan de politie laten weten dat hij de kans aanwezig acht dat de zaken en/of informatie zullen worden aangeboden aan AG&T (…).

Wellicht ten overvloede vermeld ik dat het (al dan niet tegen betaling) accepteren of gebruiken van zaken en/of informatie afkomstig van Air-Craftglass aan te merken is als een strafbaar feit en als een onrechtmatige daad jegens Air-Craftglass. Mocht AG&T daartoe overgaan, dan zal cliënt niet aarzelen aangifte te doen en andere (rechts)maatregelen te treffen. (…)”

2.35.

Bij brief van 31 mei 2017 heeft Aviation Glass [gedaagde] en Benlie gesommeerd tot betaling van € 695.000,00 respectievelijk € 478.000,00 wegens schending van het non-concurrentiebeding in de managementovereenkomst.

2.36.

Na daartoe op 31 augustus 2017 verkregen verlof van de Beslagrechter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen heeft Aviation Glass op 5 en 7 september 2017 ten laste van [gedaagde] en Benlie in België bewarend beslag doen leggen onder Fortis Bank N.V. (hierna: Fortis) en ING België N.V. (verder: ING België) en op de auto en inboedel van [gedaagde] .

3. Het geschil in de hoofdzaak

in conventie

3.1.

Aviation Glass heeft gevorderd om bij vonnis:

  1. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 695.000,00 wegens schending van het non-concurrentiebeding in de managementovereenkomst, te vermeerderen met de wettelijke rente over de periode van 14 februari 2016 tot en met 30 mei 2017 en de wettelijke handelsrente vanaf 31 mei 2017;

  2. Benlie te veroordelen tot betaling van € 469.000,00 wegens schending van het non-concurrentiebeding in de managementovereenkomst, te vermeerderen met de wettelijke rente over de periode van 14 februari 2016 tot en met 30 mei 2017 en de wettelijke handelsrente vanaf 31 mei 2017;

  3. [gedaagde] c.s. te verbieden op de website van Air-Craftglass, op LinkedIn of via enig ander kanaal misleidende uitlatingen te doen over Air-Craftglass en/of haar producten, waaronder mede begrepen maar niet beperkt tot het doen van de mededeling of wekken van de suggestie dat Air-Craftglass en/of haar producten zijn gecertificeerd door de FAA, EASA of enige andere instantie terwijl dat niet het geval is; dat Air-Craftglass werkt volgens een bepaalde ISO-norm, EN-norm of andere norm of dat haar producten aan een dergelijke norm voldoen terwijl dat niet door een onafhankelijke instantie is vastgesteld;

  4. Air-Craftglass te bevelen binnen twee werkdagen na betekening van het te wijzen vonnis een rectificatie op de hoofdpagina van de website www.air-craftglass.com te plaatsen en gedurende drie maanden geplaatst te houden, op een zodanige plaats dat deze rectificatie voor bezoekers zichtbaar is zonder dat de bezoeker hoeft te scrollen, in zwarte letters op witte achtergrond, lettertype Helvetica/Arial/Verdana, lettergrootte 16 punten, alsmede een rectificatie te plaatsen middels een post op LinkedIn op het bedrijfsaccount van Air-Craftglass en deze post niet te verwijderen zolang geen certificatie is verkregen, met uitsluitend de volgende tekst:

“RECTIFICATION

In the past, Air-Craftglass has stated that its products are certified by the FAA and EASA, and that they conform to certain ISO norms. The District Court of Rotterdam has held that these statements constitute misleading advertising, as Air-Craftglass’ products are not certified by either the FAA or EASA and have never been assessed for ISO-compliance by any independent organization, and has ordered us to publish this rectification on our website and LinkedIn page”;

5. [gedaagde] c.s. ieder afzonderlijk en gezamenlijk te veroordelen tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 50.000,00 per keer dat (één van) gedaagden in strijd handelen met het onder 3) gegeven verbod of van € 25.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] c.s. in strijd handelen met het onder 3) gegeven verbod, zulks ter keuze van Aviation Glass;

6. Air-Craftglass te veroordelen tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 25.000,00 per dag dat Air-Craftglass in strijd handelt met het onder 4) opgelegde gebod;

7. [gedaagde] c.s. ieder afzonderlijk en gezamenlijk te veroordelen in de kosten van deze procedure, te voldoen binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de derde werkdag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

8. het vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

[gedaagde] c.s. hebben gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vorderingen en geconcludeerd tot afwijzing ervan, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van Aviation Glass in de kosten van het geding ex artikel 1019h Rv en in lijn met de IE-indicatietarieven voor 25% met betrekking tot IE-recht en voor 75% niet-IE-recht, en ten aanzien van het niet-IE-deel Aviation Glass te veroordelen in de kosten van het geding, de nakosten daarin begrepen, alles te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van het vonnis tot aan de dag van algehele voldoening.

in (voorwaardelijke) reconventie

3.3.

[eiser] c.s. hebben, na wijziging van eis, gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. Aviation Glass te gebieden om binnen zeven dagen na dagtekening van het te wijzen vonnis:

  2. de op 5 en 7 september 2017 door Aviation Glass ten laste van [eiser] en Benlie gelegde bewarende beslagen op roerende zaken (met uitzondering van de in het proces-verbaal van beslaglegging opgenomen schilderijen) en onder Fortis en ING België op te heffen en

  3. onder de voorwaarde dat de vorderingen van Aviation Glass in conventie worden afgewezen: de op 5 september 2017 door Aviation Glass ten laste van [eiser] en Benlie gelegde bewarende beslagen op de in het proces-verbaal van beslaglegging opgenomen schilderijen op te heffen;

op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag dat Aviation Glass met de nakoming van een dergelijk bevel in gebreke blijft;

2. onder de voorwaarde dat de vorderingen van Aviation Glass in conventie worden afgewezen: Aviation Glass te veroordelen tot betaling aan [eiser] c.s. van alle kosten die in verband met de beslagen bij hen in rekening zijn gebracht, waaronder in elk geval (doch niet beperkt tot) € 250,00 kosten ING België, € 8.291,28 notariskosten in verband met de hypotheek en € 165,35 kosten N.V. Immomanda, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van het vonnis tot aan de dag van algehele voldoening;

3. onder de voorwaarde dat de rechtbank van oordeel is dat artikel 4 van de vaststellingsovereenkomst duidelijk is en dat hiermee de verplichtingen (waaronder het concurrentiebeding) uit de managementovereenkomst niet zijn komen te vervallen: de gevolgen van de managementovereenkomst en de vaststellingsovereenkomst te wijzigen ter opheffing van het nadeel van [eiser] doordat Aviation Glass hem alsnog een redelijke vergoeding betaalt voor de inbreng van zijn knowhow en intellectuele eigendomsrechten, althans doordat [eiser] zijn 25% certificaathoudersbelang in Aviation Glass terugkrijgt en zijn certificaathoudersbelangen in JNP en HTCE, althans alsnog een marktconforme vergoeding ontvangt voor het afstaan van het 25% certificaathoudersbelang in Aviation Glass en zijn certificaathoudersbelangen in JNP en HTCE;

4. te verklaren voor recht dat Aviation Glass onrechtmatig jegens [eiser] c.s. heeft gehandeld door bedrijfsgeheimen van Air-Craftglass te verkrijgen en te gebruiken en Aviation Glass te veroordelen tot vergoeding aan [eiser] c.s. van de daardoor geleden schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van Aviation Glass in de kosten van het geding ex artikel 1019h Rv en in lijn met de IE-indicatietarieven voor 25% met betrekking tot IE-recht en voor 75% niet-IE-recht, en ten aanzien van het niet-IE-deel Aviation Glass te veroordelen in de kosten van het geding, de nakosten daarin begrepen, alles te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van het vonnis tot aan de dag van algehele voldoening.

3.4.

Aviation Glass heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vorderingen in (voorwaardelijke) reconventie en geconcludeerd tot afwijzing ervan, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van [eiser] c.s. in de proceskosten conform het liquidatietarief.

in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie

3.5.

Op de stellingen van partijen zal, voor zover van belang, hierna worden ingegaan.

4. Het geschil in het incident ex artikel 223 Rv

4.1.

[eiser] c.s. hebben gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Aviation Glass te gebieden om binnen zeven dagen na dagtekening van het te wijzen incidentele vonnis voor de duur van het geding de op 5 en 7 september 2017 door Aviation Glass ten laste van [eiser] en Benlie gelegde bewarende beslagen op roerende zaken (met uitzondering van de in het proces-verbaal van beslaglegging opgenomen schilderijen) en onder Fortis en ING België op te heffen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag dat Aviation Glass met de nakoming van een dergelijk bevel in gebreke blijft, met veroordeling van Aviation Glass in de kosten van het incident, de nakosten daarin begrepen, alles te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van het te wijzen incidentele vonnis tot aan de dag van algehele voldoening.

4.2.

Aviation Glass heeft de incidentele vordering gemotiveerd betwist.

5. De beoordeling in de hoofdzaak

5.1.

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie, zullen deze hierna gezamenlijk worden beoordeeld.

5.2.

Het geschil heeft een internationaalrechtelijk karakter, omdat [eiser] en Benlie woonplaats hebben in België. Ambtshalve moet daarom de vraag worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vorderingen kennis te nemen en, zo ja, welk recht op de vorderingen van toepassing is. Op grond van artikel 26 Brussel I bis-Vo is het gerecht van de lidstaat waarvoor de verweerder verschijnt bevoegd. [eiser] en Benlie zijn voor de rechtbank verschenen en hebben de bevoegdheid van de rechtbank niet betwist. Nu er geen gerecht bestaat dat op grond van artikel 24 Brussel I bis-Vo bij uitsluiting bevoegd is, is de Nederlandse rechter bevoegd van de onderhavige vorderingen kennis te nemen. Partijen zijn het erover eens dat Nederlands recht van toepassing is op de vorderingen.

5.3.

Aviation Glass heeft bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging in (voorwaardelijke) reconventie. Zij heeft daartoe aangevoerd dat sprake is van strijd met de goede procesorde, omdat [eiser] c.s. te lang hebben gewacht met de eiswijziging en Aviation Glass daarop niet goed heeft kunnen reageren. Ingevolge artikel 130 lid 1 Rv is, zolang de rechter nog geen eindvonnis heeft gewezen, de eiser bevoegd zijn eis of de gronden daarvan schriftelijk, bij conclusie of akte ter rolle, te veranderen of te vermeerderen. Daartegen kan bezwaar worden gemaakt op de grond dat de verandering of vermeerdering in strijd is met de eisen van een goede procesorde. Omdat de eiswijziging tijdig is gedaan en Aviation Glass daarop ter gelegenheid van de comparitie van partijen genoegzaam heeft kunnen reageren, is van strijd met de eisen van een goede procesorde in dit geval geen sprake. Uitgegaan zal daarom worden van de gewijzigde eis in (voorwaardelijke) reconventie.

5.4.

De geschillen zullen hierna worden behandeld aan de hand van de volgende onderwerpen: (I) het non-concurrentiebeding, (II) misleidende reclame, (III) de beslagen en (IV) bedrijfsgeheimen van Air-Craftglass, waarna (onder V) zal worden afgesloten met de conclusie.

I – Het non-concurrentiebeding

5.5.

In deze procedure moet de vraag worden beantwoord of [eiser] en Benlie het non-concurrentiebeding, dat is opgenomen in artikel 7 van de managementovereenkomst, hebben overtreden, hetgeen door hen wordt betwist. Als die vraag bevestigend moet worden beantwoord, komt vervolgens de vraag aan de orde of [eiser] en Benlie veroordeeld kunnen worden tot betaling van de hiervoor onder 3.1 sub 1) en 2) bedoelde (boete)bedragen. [eiser] en Benlie hebben zich primair op het standpunt gesteld dat zij, door het sluiten van de vaststellingsovereenkomst op 12 september 2014, finaal gekweten zijn van (onder meer) het non-concurrentiebeding. Subsidiair hebben [eiser] en Benlie zich beroepen op de vernietigbaarheid van de management- en de vaststellingsovereenkomst op grond van dwaling en/of bedrog. Meer subsidiair hebben [eiser] en Benlie aangevoerd dat het, gelet op de omstandigheden van het geval, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Aviation Glass zich op het non-concurrentiebeding zou kunnen beroepen.

Finale kwijting?

5.6.

Als [eiser] en Benlie op grond van de vaststellingsovereenkomst finaal gekweten zijn van het non-concurrentiebeding, stranden daarop de vorderingen van Aviation Glass als hiervoor onder 3.1 sub 1) en 2) weergegeven. Dit verweer zal daarom als eerste worden besproken. Aviation Glass heeft betwist dat de finale kwijting ook het non-concurrentiebeding omvat. Nu partijen de regeling van de finale kwijting in de vaststellingsovereenkomst verschillend interpreteren, dient de rechtbank de vaststellingsovereenkomst op dit punt uit te leggen. Bij de beantwoording van de vraag wat de inhoud is van de door partijen gemaakte afspraken komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze afspraken mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, zulks in het licht van alle omstandigheden van het geval (de Haviltex-maatstaf).

5.7.

[eiser] en Benlie hebben in dit kader aangevoerd dat partijen finaal uit elkaar wilden, dat de financiële voorwaarden van de getroffen regeling evident in het nadeel van [eiser] waren en dat [eiser] deze voorwaarden alleen wilde accepteren als het boek daarmee finaal werd gesloten en hij verder niet belemmerd zou worden door [naam 1] (c.s.). [eiser] en Benlie leiden dat af uit de brief van [eiser] aan Aviation Glass van 4 juli 2014 en uit de correspondentie voorafgaand aan het sluiten van de vaststellingsovereenkomst (eind augustus/begin september 2014). Nog geen drie maanden voordat [eiser] op 14 februari 2014 de laan uit werd gestuurd, heeft hij de managementovereenkomst moeten ondertekenen, waarbij hij al zijn intellectuele eigendomsrechten - voor de inbreng waarvan hij nooit is betaald - heeft afgestaan en zich heeft verbonden aan stevige non-concurrentie- en relatiebedingen. Achteraf moet, aldus [eiser] en Benlie, worden geconstateerd dat Aviation Glass voorafgaand aan het sluiten van de managementovereenkomst al wist dat zij van [eiser] af wilde. Met het sluiten van de managementovereenkomst is [eiser] onder valse voorwendselen “onschadelijk” gemaakt en vervolgens is hem, op een emotioneel dieptepunt van zijn leven (zijn stiefzoon was ernstig ziek), te kennen gegeven dat hij niet meer terug hoefde te komen. Hoewel [eiser] aanvankelijk de certificaten van aandelen in Aviation Glass zou behouden en betrokken zou blijven bij de onderneming die door en met zijn uitvinding is opgebouwd, heeft hij daarvan (en van de certificaten in JNP en HTCE) in het kader van de te bereiken totaaloplossing afstand gedaan tegen betaling van een relatief laag bedrag. [naam 1] c.s. waren niet bereid meer dan € 4.500,00 te betalen voor het 25% certificaathoudersbelang van [eiser] , terwijl Aviation Glass in januari 2014 nog was gewaardeerd op € 15 miljoen. [eiser] wilde eigenlijk een veel hogere prijs voor zijn certificaten in Aviation Glass, maar is uiteindelijk toch akkoord gegaan. Daar stond tegenover dat [eiser] dan ook volledig vrij zou zijn om een nieuwe start te maken. Om die reden is ook Aviation Glass partij bij de vaststellingsovereenkomst geworden en is de laatste zin aan artikel 4 van de vaststellingsovereenkomst toegevoegd, aldus [eiser] en Benlie. Conclusie moet volgens hen dan ook zijn dat zij niet langer gebonden zijn aan het non-concurrentiebeding in de managementovereenkomst.

5.8.

Aviation Glass heeft aangevoerd dat kwijting van het non-concurrentiebeding nooit de bedoeling van partijen is geweest. Partijen wilden hun zakelijke relatie definitief beëindigen en hebben daarom een kwijtingsbepaling opgenomen, maar het was uiteraard niet de bedoeling dat het [eiser] vrij zou staan om, met gebruikmaking van bedrijfsgeheimen van Aviation Glass, direct na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst concurrerende activiteiten te ontplooien. Gelet op de onderhandelingen en correspondentie voorafgaand aan het sluiten van de vaststellingsovereenkomst was er geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat [eiser] door wilde met glas voor de luchtvaart, aldus Aviation Glass. Zij heeft verder aangevoerd dat de managementovereenkomst niet onder valse voorwendselen is aangegaan en dat [eiser] zijn belang in Aviation Glass ook niet voor “een schijntje” (€ 4.500,00) heeft verkocht. Sprake is van een riante afkoopsom van in totaal ongeveer € 620.000,00. Hoe dat bedrag uiteindelijk is toegerekend aan de drie ondernemingen (Aviation Glass, JNP en HTCE) was voor [naam 1] c.s. niet zozeer van belang en bovendien is voor het belang van [eiser] in Aviation Glass een koopprijs van € 350.000,00 voorgesteld. Het was (de advocaat van) [eiser] zelf die voorstelde de koopprijs voor de certificaten in Aviation Glass op € 4.500,00 te stellen, aldus Aviation Glass.

5.9.

De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheden van het geval meebrengen dat [eiser] en Benlie de vaststellingsovereenkomst niet aldus hebben mogen begrijpen dat Aviation Glass geen beroep meer zou kunnen en mogen doen op het non-concurrentiebeding uit de managementovereenkomst. Daartoe wordt het volgende overwogen.

5.9.1.

Tussen partijen is in confesso dat bij en voorafgaand aan het sluiten van de vaststellingsovereenkomst niet is gesproken over (het opheffen van) het non-concurrentiebeding. Beide partijen werden op dat moment bijgestaan door een advocaat. Ook in de overgelegde correspondentie is (opheffing van) het non-concurrentiebeding niet (expliciet) aan de orde geweest. Vast staat voorts dat in het eerste (door/namens [naam 1] c.s. opgestelde) concept van de vaststellingsovereenkomst Aviation Glass geen partij bij die overeenkomst was. Op initiatief van [eiser] c.s. zijn Aviation Glass en [naam 6] als partijen bij de overeenkomst toegevoegd, waarbij als toelichting (in de e-mail van 8 september 2018) uitsluitend is vermeld dat “ [eiser] ook graag uitdrukkelijk Aviation Glass bij de vaststellingsovereenkomst wil betrekken”. In de e-mail van 1 september 2018 is in dit kader namens [eiser] c.s. niet meer vermeld dan dat de finale kwijting zich uitstrekt tot “alle betrokken vennootschappen aan de zijde van de heer [naam 1] ”. Dat de achterliggende gedachte was dat [eiser] zonder non-concurrentiebeding een nieuwe start wilde maken, blijkt daaruit dus niet. Dat blijkt evenmin uit het feit dat op initiatief van [eiser] aan artikel 4 van de vaststellingsovereenkomst is toegevoegd dat de kwijting zich uitdrukkelijk ook uitstrekt tot het functioneren van [eiser] als (gevolmachtigd) CEO van Aviation Glass en tot de managementovereenkomst. Een postcontractueel beding als een non-concurrentiebeding is naar haar aard bedoeld om eerst werking te krijgen na beëindiging van de relatie tussen partijen. Het had daarom in de rede gelegen om, als bedoeld werd de finale kwijting ook uit te breiden tot de postcontractuele bedingen in de managementovereenkomst, dat specifiek op te nemen in de vaststellingsovereenkomst. Dat is niet gebeurd. In zoverre zijn er dan ook geen aanknopingspunten voor het oordeel dat partijen beoogd hebben [eiser] en Benlie finaal te kwijten van het non-concurrentiebeding. De rechtbank neemt daarbij tevens in aanmerking dat gesteld noch gebleken is dat [eiser] bij het aangaan van de vaststellingsovereenkomst kenbaar heeft gemaakt dat hij verder wilde met de ontwikkeling en/of productie van glas voor de luchtvaart.

5.9.2.

In de tussen partijen gevoerde onderhandelingen stond de financiële afwikkeling van de belangen van [eiser] in Aviation Glass, JNP en HTCE centraal. In rechte is, gelet op de betwisting daarvan door Aviation Glass, niet vast komen te staan dat die financiële afwikkeling - in totaal een bedrag van ruim € 615.000,00 - in het nadeel van [eiser] en Benlie was. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan te nemen dat [eiser] minder kreeg dan waar hij recht op had en dat sprake was van een “opoffering” waar wat tegenover moest staan. Het enkele feit dat in een verslag van een bezoek aan een relatie van Aviation Glass in januari 2014 is vermeld dat Aviation Glass uitging van een waardering van € 15 miljoen, is onvoldoende om dat anders te maken. Voornoemd bedrag, dat in het geheel niet cijfermatig is onderbouwd, is genoemd in het kader van de vraag of de betreffende relatie interesse had om te participeren in Aviation Glass. Alleen daaruit kan niet worden afgeleid dat [eiser] bij de verkoop van zijn belangen te kort is gedaan. Dat zowel de managementovereenkomst als de vaststellingsovereenkomst op initiatief van [naam 1] c.s. tot stand zijn gekomen, kan een en ander niet anders maken. De rechtbank kan [eiser] c.s. ook niet volgen in hun standpunt dat bij het aangaan van de overeenkomsten sprake is geweest van valse voorwendselen. Hierop zal hierna onder 5.13 verder worden ingegaan.

5.9.3.

Hetgeen hiervoor onder 5.9.1 en 5.9.2 is overwogen brengt mee dat (artikel 4 van) de vaststellingsovereenkomst aldus moet worden uitgelegd, dat het kwijtingsbeding zich niet ook uitstrekt tot het non-concurrentiebeding in de managementovereenkomst. Het verweer van [eiser] en Benlie kan in zoverre dan ook niet slagen.

Dwaling/bedrog?

5.10.

Vervolgens komt het beroep van [eiser] en Benlie op de vernietigbaarheid van de management- en de vaststellingsovereenkomst op grond van dwaling en/of bedrog aan de orde. In reconventie hebben zij in dat kader voorwaardelijk wijziging van de gevolgen van de management- en vaststellingsovereenkomst ter opheffing van hun nadeel gevorderd op grond van artikel 6:230 lid 2 BW. De voorwaarde voor het instellen van deze vordering - dat wordt geoordeeld dat met artikel 4 van de vaststellingsovereenkomst de verplichtingen uit de managementovereenkomst (waaronder het non-concurrentiebeding) niet zijn komen te vervallen - is, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, ingetreden.

5.11.

[eiser] en Benlie hebben aangevoerd dat [eiser] de managementovereenkomst niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou zijn aangegaan, als hij had geweten dat Aviation Glass van plan was hem de laan uit te sturen. Ook had [eiser] de vaststellingsovereenkomst niet of niet onder dezelfde voorwaarden ondertekend, als hem duidelijk was geweest dat de verplichtingen uit de - op valse manier tot stand gekomen - managementovereenkomst onverkort van kracht bleven. Aviation Glass heeft een en ander gemotiveerd weersproken.

5.12.

Ingevolge artikel 6:228 lid 1 BW is een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten vernietigbaar, indien, voor zover thans relevant, de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij of indien de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten. Bedrog is op grond van artikel 3:44 lid 3 BW aanwezig, wanneer iemand een ander tot het verrichten van een bepaalde rechtshandeling beweegt door enige opzettelijk daartoe gedane onjuiste mededeling, door het opzettelijk daartoe verzwijgen van enig feit dat de verzwijger verplicht was mede te delen, of door een andere kunstgreep.

5.13.

Dat in het onderhavige geval sprake is van dwaling en/of bedrog bij de totstandkoming van de managementovereenkomst, is onvoldoende gesteld en evenmin gebleken. Gelet op de betwisting daarvan door Aviation Glass, kan er in rechte niet van uit worden gegaan dat zij ten tijde van het sluiten van de managementovereenkomst al van plan was afscheid van [eiser] te nemen. Er zijn door [eiser] en Benlie onvoldoende concrete feiten en omstandigheden gesteld om die conclusie te kunnen rechtvaardigen. Het enkele feit dat de managementovereenkomst eerst in november 2013 op initiatief van Aviation Glass is gesloten, terwijl [eiser] al sinds maart 2012 werkzaamheden heeft verricht voor Aviation Glass, is daartoe niet voldoende. Dat de managementovereenkomst vervolgens een kleine drie maanden na het vastleggen daarvan op initiatief van Aviation Glass is beëindigd, is evenmin voldoende om de conclusie te rechtvaardigen dat sprake was van valse voorwendselen bij het aangaan van de managementovereenkomst. De redenen voor beëindiging zijn in de e-mail van [naam 2] van 19 februari 2014 (zie hiervoor onder 2.13) uiteengezet en partijen zijn (in artikel 2.2) overeengekomen dat de overeenkomst te allen tijde tussentijds kan worden opgezegd met inachtneming van een termijn van drie maanden. Dat Aviation Glass de overeenkomst is aangegaan met de bedoeling van die opzeggingsbevoegdheid gebruik te maken, kan in rechte niet worden aangenomen.

5.14.

Bijkomende omstandigheden, die het voorgaande anders kunnen maken, zijn niet gebleken. De stelling van [eiser] en Benlie, dat de opvolger van [eiser] vlak voor het sluiten van de managementovereenkomst samen met hem een congres heeft bezocht om zich aldaar de kennis en het netwerk van [eiser] eigen te maken, kan niet worden aangemerkt als een voldoende concrete onderbouwing van het verwijt dat [eiser] en Benlie Aviation Glass maken. Voor zover [eiser] en Benlie hebben aangevoerd dat zij met de managementovereenkomst hun intellectuele eigendomsrechten hebben moeten afstaan, merkt de rechtbank het volgende op. Genoegzaam gebleken is dat het initiatief voor het opstarten van Aviation Glass en het idee om ultradun glas toe te passen in de luchtvaart, afkomstig was van Glass Deco International/ [eiser] (zie hiervoor onder 2.5, 2.6 en 2.13). Een bruikbaar product voor de luchtvaart was er bij aanvang van de samenwerking - en ook toen de samenwerking in 2014 eindigde - echter nog niet. Wat daar ook van zij, in artikel 6.6 van de managementovereenkomst is opgenomen dat in de overeengekomen vergoeding (van uiteindelijk € 7.500,00 per maand) tevens een vergoeding is begrepen voor door [eiser] /Benlie tot stand gebrachte werken of gedane ontdekkingen of vindingen. De rechtbank ziet ook in zoverre geen aanleiding om te veronderstellen dat sprake is van een onjuiste voorstelling van zaken of van bedrog bij het aangaan van de managementovereenkomst.

5.15.

Zoals hiervoor onder 5.9 is overwogen, hebben [eiser] en Benlie de vaststellingsovereenkomst niet aldus mogen begrijpen dat zij zouden zijn gekweten van het non-concurrentiebeding in de managementovereenkomst. Nu zij niet nader hebben onderbouwd dat en waarom in dat kader sprake zou zijn van dwaling en/of bedrog, gaat de rechtbank daaraan verder voorbij.

5.16.

Conclusie van het voorgaande is dat ook het subsidiaire verweer van [eiser] en Benlie niet kan slagen. Hun vordering in reconventie als hiervoor onder 3.3 sub 3) weergegeven, is niet toewijsbaar.

5.17.

Het meer subsidiaire verweer van [eiser] en Benlie, dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Aviation Glass zich op het non-concurrentiebeding beroept, strandt gelet op het voorgaande eveneens. [eiser] en Benlie hebben ter onderbouwing van dit verweer geen andere feiten en/of omstandigheden aangevoerd.

Schending van het non-concurrentiebeding?

5.18.

Aldus komt de vraag aan de orde of het non-concurrentiebeding door [eiser] en/of door Benlie is geschonden. Het non-concurrentiebeding verbiedt [eiser] en Benlie om gedurende twee jaar na het einde van de managementovereenkomst (en dus tot 14 februari 2016) in Nederland en/of België een zaak, gelijksoortig of aanverwant aan Aviation Glass, te vestigen, te drijven, mede te drijven of te doen drijven, alsook financieel in welke vorm dan ook bij een dergelijke zaak een belang te hebben, daarin of daarvoor op enige wijze werkzaam te zijn of activiteiten te ondernemen, hetzij tegen betaling hetzij om niet, of om daarin een aandeel te hebben. Volgens Aviation Glass heeft [eiser] vanaf 1 april 2014 tot 14 februari 2016 in strijd gehandeld met het non-concurrentiebeding. Ter onderbouwing van die stelling heeft zij als producties 11 en 12 bij dagvaarding verschillende e-mailberichten overgelegd. Aviation Glass heeft aangevoerd dat [eiser] vrijwel direct na het beëindigen van de managementovereenkomst is begonnen met het ontplooien van concurrerende activiteiten, door in het kader van Glass Deco glas voor de luchtvaart te ontwikkelen, te produceren en te vermarkten. Vanaf 21 april 2016 is hij met deze activiteiten doorgegaan onder de naam Air-Craftglass. Uit alles blijkt dat [eiser] de naam Air-Craftglass heel bewust in eerste instantie niet heeft gebruikt en dat pas na afloop van het non-concurrentiebeding heeft gedaan, aldus Aviation Glass. Van een “knip” tussen Glass Deco en Air-Craftglass is volgens haar geen sprake, omdat [eiser] met beide ondernemingen concurrerende activiteiten verrichtte. Ten aanzien van Benlie heeft Aviation Glass aangevoerd dat zij, door aandelen te houden in Glass Deco, vanaf 4 november 2014 (de datum van oprichting van Glass Deco) tot 14 februari 2016 in strijd heeft gehandeld met het non-concurrentiebeding.

5.19.

[eiser] en Benlie hebben zich op het standpunt gesteld dat het non-concurrentiebeding te ruim wordt uitgelegd door Aviation Glass. Volgens hen is het niet juist dat iedere activiteit binnen de combinatie van “glas” en “luchtvaart” daaronder valt en is het non-concurrentiebeding beperkt tot ultradunne glastoepassingen voor de luchtvaart. Zij hebben voorts het volgende aangevoerd:

  • -

    Met betrekking tot Glass Deco International: Aviation Glass was bekend met de werkzaamheden die [eiser] bij aanvang van de samenwerking tussen partijen voor Glass Deco International verrichtte (activiteiten op het gebied van decoratieve glastoepassingen voor in woonhuizen, hotels, superjachten en VIP-vliegtuigen) en heeft daartegen nooit bezwaar gehad. Aviation Glass, die zich uitsluitend bezighield met ultradunne, chemisch geharde glastoepassingen voor de luchtvaartindustrie (in het bijzonder lenzen en spiegels), vatte deze activiteiten niet op als concurrerend.

  • -

    Met betrekking tot Glass Deco: na zijn ontslag bij Aviation Glass heeft [eiser] besloten Glass Deco (International) nieuw leven in te blazen. Het product, de productiemethode, de toepassingen en de doelgroep van Glass Deco waren - net als voorheen - totaal anders dan die van Aviation Glass. Anders dan Aviation Glass gebruikte Glass Deco dik glas (> 3 mm) dat soms thermisch werd gehard, constructieve eigenschappen had en bijvoorbeeld ter decoratie kon worden gezandstraald. Het ging - net als voorheen - om eenmalige, unieke, decoratieve objecten (“one-offs”) ten behoeve van “de rijken der aarde”. Van concurrerende activiteiten was dus geen sprake. De als productie 11 bij dagvaarding overgelegde e-mailberichten zien, aldus [eiser] en Benlie, allemaal op dergelijke “one-offs” van dik glas voor in VIP-vliegtuigen. Deze activiteiten vonden bovendien plaats buiten Nederland en België. Het is uiteindelijk niet gelukt om producten van dik glas te verkopen ten behoeve van VIP-vliegtuigen; de in de e-mails bedoelde decoratieve objecten zijn, op één na, allemaal niet geproduceerd. [eiser] was in alle openheid bezig met Glass Deco. Aviation Glass was daarmee bekend en heeft daar nooit een probleem van gemaakt.

  • -

    Met betrekking tot Air-Craftglass Inc.: deze op 16 oktober 2015 opgerichte Amerikaanse vennootschap richtte zich niet op de Nederlandse of Belgische markt. Bovendien was volgens [eiser] en Benlie sprake van andere productieprocessen dan de processen waarmee Aviation Glass zich bezighield. Air-Craftglass Inc. heeft haar producten voor de eerste keer publiekelijk gepresenteerd op een beurs in Orlando van 1 tot 3 november 2016, dat was dus ver na afloop van het non-concurrentiebeding. Al hetgeen daarvoor is gebeurd (nadenken over een lamineermethode voor ultradun glas, experimenteren, indienen van octrooiaanvragen en vertrouwelijke e-mailwisselingen) kan niet worden aangemerkt als het ontplooien van concurrerende activiteiten, aldus [eiser] en Benlie.

  • -

    Met betrekking tot Air-Craftglass: pas op 21 april 2016 en dus ruim na afloop van het non-concurrentiebeding is Glass Deco in Nederland omgedoopt tot Air-Craftglass en is [eiser] zich vanuit Nederland ook gaan bezighouden met ultradun glas voor de luchtvaart.

5.20.

De rechtbank stelt in dit kader voorop dat genoegzaam vast is komen te staan dat [eiser] zich in het kader van Glass Deco vanaf 1 april 2014 bezig is gaan houden met zogenaamde “one-offs” (decoratieve objecten) van dik/standaard glas voor de luchtvaart (VIP-vliegtuigen). Dat blijkt niet alleen uit de stellingen van [eiser] , maar ook uit de brochure van Glass Deco (zie hiervoor onder 2.25), de hiervoor onder 2.23 geciteerde e-mailberichten van [eiser] en uit de door Aviation Glass als productie 11 bij dagvaarding overgelegde e-mailberichten. Laatstbedoelde e-mailberichten hebben betrekking op de periode van 1 april 2014 tot en met oktober 2015. Voor zover [eiser] heeft aangevoerd dat deze e-mails zijn verduisterd en dat daarom sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs, gaat de rechtbank daaraan voorbij. Aviation Glass heeft betwist dat de e-mails onrechtmatig zijn verkregen. Ook indien dat wel zou worden vastgesteld, geldt echter niet als algemene regel dat de rechter daarop geen acht mag slaan. In beginsel wegen het algemene maatschappelijke belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, alsmede het belang dat partijen erbij hebben hun stellingen in rechte aannemelijk te kunnen maken, zwaarder dan het belang van uitsluiting van bewijs. Slechts indien sprake is van bijkomende omstandigheden, is uitsluiting van dat bewijs gerechtvaardigd. Dat daarvan in het onderhavige geval sprake is, is niet gesteld en evenmin gebleken.

5.21.

Beoordeeld dient aldus te worden of het [eiser] was toegestaan om zich binnen twee jaar na beëindiging van de managementovereenkomst bezig te houden met de hiervoor bedoelde “one-offs”. Ook bij de uitleg van het non-concurrentiebeding komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze afspraak mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, zulks in het licht van alle omstandigheden van het geval.

5.22.

De rechtbank is van oordeel dat [eiser] en Benlie niet kunnen worden gevolgd in hun stelling dat het non-concurrentiebeding uitsluitend beperkt is tot ultradunne glastoepassingen voor de luchtvaart. Dat kan niet worden afgeleid uit de tekst van het non-concurrentiebeding en evenmin uit de andere omstandigheden van het geval. Het verbod in het non-concurrentiebeding strekt zich uit tot een zaak die gelijksoortig of aanverwant is aan Aviation Glass. In onderdeel A. van de considerans van de managementovereenkomst zijn als activiteiten van Aviation Glass genoemd: de exploitatie van een glashandel, het snijden, buigen, chemisch harden, lamineren en vervaardigen van (zeer dun) glas voor toepassingen in de luchtvaart industrie, jachtbouw industrie en andere premium toepassingen. Daarmee is niet te rijmen dat het non-concurrentiebeding uitsluitend betrekking zou hebben op ultradunne glastoepassingen. De tussen haakjes geplaatste woorden “zeer dun” hebben naar het oordeel van de rechtbank een toelichtende, maar geen beperkende werking. Aan de door [eiser] en Benlie bepleite beperkte uitleg staat bovendien in de weg dat het verbod niet uitsluitend beperkt is tot de activiteiten van Aviation Glass, maar zich uitstrekt tot gelijksoortige of aanverwante activiteiten. Dat Aviation Glass zich destijds voornamelijk bezighield (en thans nog bezighoudt) met ultradunne, chemisch geharde glastoepassingen voor de luchtvaartindustrie (in het bijzonder lenzen en spiegels) is dus niet van doorslaggevend belang. Het non-concurrentiebeding moet ruim worden geïnterpreteerd. Dat Aviation Glass, zoals [eiser] en Benlie hebben gesteld, na de overname van de boedel van Tetterode Glas de machines voor de bewerking van dik (standaard) glas heeft verkocht c.q. laten vernietigen, brengt gelet op het voorgaande evenmin mee dat geoordeeld kan worden dat het non-concurrentiebeding uitsluitend ultradunne glastoepassingen verbiedt.

5.23.

[eiser] en Benlie kunnen ook niet worden gevolgd in hun stelling dat “one-offs” voor VIP-vliegtuigen zijn uitgezonderd van het non-concurrentiebeding. Aviation Glass heeft gesteld dat zij ook actief is in de markt van de decoratieve “one-offs” en dat zij niet alleen commerciële luchtvaartmaatschappijen bedient, maar tevens eigenaren van VIP-vliegtuigen. Ter onderbouwing van de stelling dat zij zich ook bezighoudt met “one-offs” heeft Aviation Glass een nieuwsbericht van haar website overgelegd, waarop is vermeld: “AeroGlass is available as AeroGlass Lens (…), AeroGlass Mirror (…) and AeroGlass Interior, for interior doors, bulkheads and kitchen appliances.”. Aan de niet onderbouwde betwisting van dat bericht door [eiser] en Benlie gaat de rechtbank voorbij. Dat [eiser] zich tot augustus 2012, middels Glass Deco International, heeft beziggehouden met “one-offs” voor VIP-vliegtuigen en dat niet in geschil is dat Aviation Glass daar destijds geen bezwaar tegen had, kan het voorgaande niet anders maken. Op het moment dat de managementovereenkomst werd gesloten was Glass Deco International failliet en gesteld noch gebleken is dat partijen er toen rekening mee hielden dat [eiser] de activiteiten van Glass Deco International in de toekomst (mogelijk) zou hervatten.

5.24.

De rechtbank gaat voorbij aan de stelling dat [eiser] na de beëindiging van de samenwerking tussen partijen in alle openheid bezig was met Glass Deco. Die stelling kan niet de conclusie rechtvaardigen dat van overtreding van het non-concurrentiebeding geen sprake is. Dat Aviation Glass van het bestaan van Glass Deco wist, betekent niet dat zij ook van de concurrerende activiteiten wist en daarmee akkoord ging. Aviation Glass heeft aangevoerd dat Glass Deco zich blijkens haar website (uitsluitend) richtte op glaswerk voor woonhuizen en jachten en dat zij het geen probleem vond dat [eiser] in die sector actief was. Bovendien heeft Aviation Glass onbetwist gesteld dat ook de advocaat van [eiser] c.s. op 21 oktober 2016 heeft medegedeeld dat Glass Deco zich uitsluitend bezighield met glasprojecten voor de superjachtbouw en privéhuizen. Niet geoordeeld kan dus worden dat Aviation Glass bekend was met de activiteiten van Glass Deco/ [eiser] op het gebied van glastoepassingen voor de luchtvaart.

5.25.

Aldus is in zoverre sprake van concurrerende activiteiten en is het non-concurrentiebeding geschonden. Nu Glass Deco in Nederland is gevestigd, vallen deze activiteiten binnen het in het non-concurrentiebeding genoemde gebied. Dat aanvankelijk een Curaçaose vennootschap is gebruikt maakt dat niet anders, nu onder de door Aviation Glass als productie 11 bij dagvaarding overgelegde e-mailberichten het Nederlandse adres van (de op 4 november 2014 opgerichte Nederlandse vennootschap) Glass Deco is vermeld.

5.26.

Met betrekking tot Air-Craftglass Inc. (opgericht op 16 oktober 2015) staat vast dat deze vennootschap zich bezighield met ultradunne glastoepassingen ten behoeve van de luchtvaart. Nu sprake is van een Amerikaanse vennootschap, valt dit in beginsel buiten het in het non-concurrentiebeding genoemde gebied. Met de als productie 12 bij dagvaarding overgelegde e-mailberichten heeft Aviation Glass echter voldoende aangetoond dat ook met betrekking tot Air-Craftglass Inc. activiteiten zijn verricht in/vanuit Nederland en/of België. Onder de e-mails is het Nederlandse telefoonnummer van [eiser] vermeld, evenals de toevoeging: “E-mail from European desk.”. Ook is overgelegd een e-mailwisseling met een verslag van een bezoek van “Air-Craftglass” aan een Belgisch bedrijf in januari 2016. Uit de betreffende e-mails blijkt dat het Belgische bedrijf het glas van “Air-Craftglass” heeft getest en uitgebreid verder wil testen. [eiser] heeft de e-mails van het Belgische bedrijf op 12 januari 2016 doorgestuurd aan [naam 3] ( [e-mailadres] ) en daarbij vermeld: “Gaat de goede kant uit…”. Ook in zoverre is dus voldoende vast komen te staan dat het non-concurrentiebeding is geschonden. De rechtbank gaat voorbij aan de stelling dat sprake was van andere productieprocessen dan waarmee Aviation Glass zich bezighield, nu die stelling in het geheel niet is onderbouwd en, indien al juist, niet kan afdoen aan het oordeel dat het non-concurrentiebeding is geschonden. Anders dan [eiser] is de rechtbank van oordeel dat de activiteiten die voorafgaan aan het daadwerkelijk publiekelijk presenteren van een (concurrerend) product ook als concurrerende activiteiten kunnen worden aangemerkt.

5.27.

Dat Benlie sinds 4 november 2014 aandeelhouder van Glass Deco was, is niet in geschil. Naar de letter van het non-concurrentiebeding heeft Benlie daarmee in strijd met het beding gehandeld. Een redelijke uitleg van het non-concurrentiebeding brengt echter mee dat het houden van aandelen in Glas Deco door Benlie in dit geval niet als een zelfstandige schending van het beding kan worden aangemerkt. Waar het om gaat is dat door [eiser] , middels Glass Deco en Air-Craftglass Inc., concurrerende activiteiten zijn ontplooid en daarmee het non-concurrentiebeding is overtreden. Dat [eiser] , middels Benlie, aandeelhouder was van Glass Deco kan in redelijkheid niet als een afzonderlijke overtreding van het non-concurrentiebeding door Benlie worden bestempeld.

De gevorderde boetes

5.28.

Gelet op hetgeen hiervoor onder 5.27 is overwogen, is de vordering tegen Benlie als hiervoor onder 3.1 sub 2) weergegeven niet toewijsbaar.

5.29.

Onder 3.1 sub 1) heeft Aviation Glass veroordeling van [eiser] gevorderd tot betaling van een bedrag van € 695.000,00. Ter onderbouwing van dat bedrag heeft Aviation Glass aangevoerd dat [eiser] gedurende een periode van 685 dagen (1 april 2014 tot 14 februari 2016) in strijd met het non-concurrentiebeding heeft gehandeld en dat hij op grond van artikel 10 van de managementovereenkomst een boete van € 1.000,00 per dag en van € 10.000,00 per overtreding verschuldigd is. Aviation Glass heeft het handelen van [eiser] als één overtreding beschouwd en berekent de totale boete zodoende op € 695.000,00.

5.30.

[eiser] heeft de rechtbank verzocht om de boete te matigen. Volgens hem zijn er bijzondere omstandigheden die dat rechtvaardigen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat hij zijn belangen in Aviation Glass heeft verkocht voor een bedrag van € 4.500,00 en dat het niet redelijk is dat daartegenover torenhoge boetes staan. Deze procedure is volgens [eiser] bedoeld om hem “kapot te procederen”, wat ook al is gelukt: [eiser] heeft zijn gehele vermogen geïnvesteerd in dit project en heeft nu niets meer. [eiser] heeft erop gewezen dat de managementovereenkomst - ten onrechte - is beëindigd op het moment dat hij op zijn kwetsbaarst was, namelijk toen zijn stiefzoon ernstig ziek was.

5.31.

De in artikel 6:94 BW opgenomen maatstaf dat voor matiging slechts grond kan zijn indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist, brengt mee dat de rechter pas van zijn bevoegdheid tot matiging gebruik mag maken als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Daarbij zal de rechter niet alleen moeten letten op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen.

5.32.

Naar het oordeel van de rechtbank leidt de toepassing van het boetebeding in het onderhavige geval tot een buitensporig en daarmee onaanvaardbaar resultaat. Daarbij neemt de rechtbank de volgende omstandigheden in aanmerking:

  1. Niet in geschil is dat [eiser] zich, voordat Aviation Glass van start ging, al bezighield met glastoepassingen (in de vorm van “one-offs”), ook ten behoeve van VIP-vliegtuigen (dat blijkt bijvoorbeeld uit de door [eiser] c.s. overgelegde brochure van Glass Deco International uit 2010). Het non-concurrentiebeding ontnam [eiser] dus de mogelijkheid om, gedurende twee jaar na beëindiging van de samenwerking met Aviation Glass, in Nederland en België zijn voormalige werkzaamheden voort te zetten c.q. zijn bedrijf te voeren.

  2. Evenmin is in geschil dat ultradun glas voor de luchtvaart het geesteskind van [eiser] is. Vrij kort na aanvang van de samenwerking, en in ieder geval kort (minder dan drie maanden) na het aangaan van de managementovereenkomst, is de samenwerking tussen partijen door Aviation Glass beëindigd, waarna het non-concurrentiebeding is gaan gelden.

  3. De managementovereenkomst is opgesteld door Aviation Glass. Zij heeft de hoogte van de boetes bepaald en daarover is niet onderhandeld. [eiser] werd, anders dan Aviation Glass, bij het aangaan van de managementovereenkomst niet bijgestaan door een advocaat.

  4. Aviation Glass heeft weliswaar gesteld dat zij schade heeft geleden door de concurrerende activiteiten van [eiser] , maar zij heeft die stelling in het geheel niet onderbouwd. Bij gebreke van enige gegevens over de werkelijk door Aviation Glass geleden schade, komt het de rechtbank niet onaannemelijk voor dat de verbeurde boetes (buitensporig) hoog zijn in verhouding tot die werkelijke schade.

5.33.

Gelet op de voorgaande omstandigheden, in onderling verband en in samenhang bezien, ziet de rechtbank aanleiding om de boete te matigen tot een bedrag van € 200.000,00. De hiervoor onder 3.1 sub 1) bedoelde vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

II – Misleidende reclame

5.34.

Aviation Glass heeft voorts een verbod tot het doen van misleidende uitlatingen en een rectificatiebevel gevorderd, beide vorderingen op straffe van verbeurte van een dwangsom (zie hiervoor onder 3.1 sub 3, 4, 5 en 6). Zij heeft daartoe aangevoerd dat, nadat de in 2016 geconstateerde onjuiste uitlatingen op de website van Air-Craftglass zijn verwijderd (zie hiervoor onder 2.30), [eiser] c.s. zich niet hebben onthouden van misleidende uitlatingen of suggesties. De hiervoor onder 2.31 en 2.32 weergegeven uitlatingen zijn volgens Aviation Glass misleidend en onrechtmatig, omdat daarmee de suggestie wordt gewerkt dat de producten van Air-Craftglass gecertificeerd zijn en aan een bepaalde norm voldoen, terwijl dat niet het geval is. Aviation Glass heeft toegelicht dat certificering op basis van een door de European Aviation Safety Agency (EASA) of de Federal Aviation Administration (FAA) verstrekte Supplemental Type Certificate (STC) noodzakelijk is om producten in vliegtuigen te kunnen toepassen. De stelling “certified Mirrors for Aircraft use” kan niets anders betekenen dan dat Air-Craftglass een STC heeft ontvangen, dan wel dat een klant van Air-Craftglass een STC heeft ontvangen voor de spiegels van Air-Craftglass, terwijl dat, aldus Aviation Glass, onjuist is. Aviation Glass heeft geconcludeerd dat [eiser] c.s. zich dienen te onthouden van dergelijke misleidende uitlatingen en dat Air-Craftglass de misleidende uitlatingen dient te rectificeren, zodat de potentieel in de markt veroorzaakte verwarring kan worden weggenomen.

5.35.

[eiser] c.s. hebben betwist dat de hiervoor onder 2.31 en 2.32 weergegeven uitlatingen onjuist zijn. Zij hebben daartoe aangevoerd dat Air-Craftglass tal van spiegels heeft geleverd aan de luchtvaartindustrie en dat deze spiegels daadwerkelijk worden gebruikt in vliegtuigen. De betreffende klant heeft een STC verkregen en de producten van Air-Craftglass zijn dus via deze klant gecertificeerd, aldus [eiser] c.s. Bij antwoord hebben [eiser] c.s. voorts een verklaring overgelegd van de producent van de spiegels, waaruit blijkt dat wordt geproduceerd volgens de NEN 1036-1 normering en met een ISO-certificaat. De uitlatingen die in het openbaar door of namens Air-Craftglass zijn gedaan over certificeringen en normeringen zijn dus juist, aldus [eiser] c.s.

5.36.

Artikel 6:194 aanhef en sub f BW bepalen dat hij, die omtrent goederen of diensten, die door hem of degene ten behoeve van wie hij handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf worden aangeboden, een mededeling openbaar maakt of laat openbaar maken, onrechtmatig handelt jegens een ander die handelt in de uitoefening van zijn bedrijf, indien deze mededeling in een of meer opzichten misleidend is, zoals ten aanzien van de toegekende onderscheidingen, getuigschriften of andere door derden aangebrachte beoordelingen of gedane verklaringen, of de gebezigde wetenschappelijke of vaktermen, technische bevindingen of statistische gegevens. Voor misleiding is noodzakelijk - en tevens voldoende - dat de onjuiste of onvolledige informatie de maatman (de gemiddelde consument) misleidt of kan misleiden en door haar misleidende karakter zijn economische gedrag kan beïnvloeden. Artikel 6:196 BW bepaalt - voor zover thans relevant - dat, indien iemand door het openbaar (laten) maken van een in artikel 6:194 BW omschreven mededeling aan een ander schade heeft toegebracht of dreigt toe te brengen, de rechter hem op vordering van die ander niet alleen het openbaar (laten) maken van zodanige mededeling kan verbieden, maar hem ook kan laten veroordelen tot het op een door de rechter aangegeven wijze openbaar (laten) maken van een rectificatie van die mededeling. Als de rechter in een bodemprocedure vaststelt dat de gedaagde bepaalde mededelingen of gedragingen behoorde na te laten, is hij gehouden om een gevraagd verbod toe te wijzen.

5.37.

Ter gelegenheid van de comparitie van partijen is vastgesteld dat Air-Craftglass, anders dan Aviation Glass, geen zogenaamde Production Organisation Approval (POA) heeft. Dat laat echter onverlet dat Air-Craftglass haar producten door haar klanten kan laten certificeren en dat de producten vervolgens in vliegtuigen kunnen worden toegepast. Ter zitting is in dat kader vastgesteld dat de producten van Air-Craftglass niet gecertificeerd (“certified”) zijn, maar certificeerbaar (“certifiable”). Door Aviation Glass is niet (langer) betwist dat de spiegels van Air-Craftglass daadwerkelijk worden gebruikt in vliegtuigen en dat zij dus (via de klant van Air-Craftglass) gecertificeerd zijn. Dat brengt mee dat van een misleidende mededeling als bedoeld in artikel 6:194 BW geen sprake is. Nadat [eiser] c.s. bij antwoord een verklaring van de producent van de spiegels in het geding hebben gebracht, heeft Aviation Glass ook niet meer betwist dat Air-Craftglass aan de bedoelde (ISO- en NEN-)normeringen voldoet. Ook in zoverre kan dus niet worden geoordeeld dat van een misleidende mededeling sprake is. Voor het gevorderde verbod en de gevorderde rectificatie is in zoverre dan ook geen plaats. Uit de vorderingen als weergegeven onder 3.1 sub 3) tot en met 6) blijkt niet dat deze ook betrekking hebben op de hiervoor onder 2.28 en 2.29 bedoelde mededelingen op de website van Air-Craftglass, die kort na de brieven van de advocaat van Aviation Glass van 14 en 25 oktober 2016 van de website zijn verwijderd. Het had op de weg van Aviation Glass gelegen om, als zij ook ten aanzien van deze mededelingen een verbod of rectificatie wilde vorderen, dat expliciet en gemotiveerd te doen. Nu Aviation Glass dat niet heeft gedaan, gaat de rechtbank ervan uit dat de vorderingen uitsluitend betrekking hebben op de (nadien gedane) mededelingen omtrent de certificeringen en normeringen. Hiervoor is reeds geoordeeld dat die vorderingen niet toewijsbaar zijn.

III – De beslagen

5.38.

De vorderingen als hiervoor onder 3.3 sub 1) onder b. en sub 2) weergegeven zijn ingesteld onder de voorwaarde dat de vorderingen van Aviation Glass in conventie worden afgewezen. Nu aan die voorwaarde niet is voldaan, wordt aan deze vorderingen niet toegekomen. De onvoorwaardelijke vordering als hiervoor onder 3.3 sub 1) onder a. weergegeven (een gebod om de gelegde beslagen, met uitzondering van de beslagen op de in het proces-verbaal van beslaglegging genoemde schilderijen, op te heffen) is niet toewijsbaar. Gelet op de uitkomst van de procedure in conventie is er voor opheffing van de beslagen geen grond.

IV – Bedrijfsgeheimen van Air-Craftglass

5.39.

In reconventie hebben [eiser] c.s. een verklaring voor recht gevorderd dat Aviation Glass onrechtmatig jegens [eiser] c.s. heeft gehandeld door bedrijfsgeheimen van Air-Craftglass te verkrijgen en te gebruiken. Ook hebben zij veroordeling van Aviation Glass tot vergoeding van de daardoor geleden schade gevorderd, op te maken bij staat (zie onder 3.3 sub 4). [eiser] c.s. hebben aangevoerd dat [naam 3] op 21 april 2017 uit het niets aan [eiser] mededeelde dat hij niet meer kwam werken en dat vervolgens tussen 3 en 5 mei 2017 een diefstal heeft plaatsgevonden uit het bedrijfspand van Air-Craftglass. Daarbij zijn precies die spullen gestolen die nodig zijn om de lamineermethode van Air-Craftglass te demonstreren. [eiser] c.s. kunnen niet anders concluderen dan dat [naam 3] de diefstal heeft gepleegd en met de gestolen spullen de lamineermethode van Air-Craftglass bij Aviation Glass heeft gedemonstreerd. Zij onderbouwen dat met de volgende stellingen:

  1. Op 29 mei 2017 heeft het door [eiser] ingeschakelde onderzoeks- en adviesbureau Schalke & Partners een bezoek gebracht aan Aviation Glass, waarbij is gebleken dat Aviation Glass specifieke informatie had over de lamineermethode van Air-Craftglass, terwijl de octrooiaanvragen op dat moment nog niet waren gepubliceerd. Dat Aviation Glass, zoals zij verklaarde, monsters van Air-Craftglass met een loep zou hebben bekeken, is aantoonbaar onjuist.

  2. Vast staat dat [naam 3] vertrouwelijke e-mails aan Aviation Glass heeft verstrekt (de e-mails die als productie 11 en 12 bij dagvaarding zijn overgelegd). Aviation Glass heeft erkend dat zij “de nodige informatie” van [naam 3] heeft gekregen.

  3. Waar Aviation Glass eerder problemen had met haar spiegels, heeft zij onlangs een nieuwe versie van haar spiegel met een zelfklevende folie gelanceerd. Het betreft een kopie van de zelfklevende spiegel van Air-Craftglass en uit het persbericht van Aviation Glass van 30 november 2017 blijkt dat zij beschikt over kennis van de door Air-Craftglass gebruikte methode. [eiser] c.s. hebben verder vernomen dat Aviation Glass ook haar transparante glas heeft gekopieerd en al heeft aangeboden aan een klant van Air-Craftglass. Via de producent van het door Air-Craftglass gebruikte lamineerproduct heeft [eiser] begrepen dat via de importeur één liter van het specifiek daarvoor benodigde lamineerproduct is besteld en geleverd. De importeur heeft bevestigd dat de bestelling heeft plaatsgevonden door een bestaande relatie, die dit specifieke product in het verleden vaker heeft aangeschaft. Het door Air-Craftglass gebruikte lamineermateriaal is een niet courant product en wordt, buiten de hoeveelheden voor Air-Craftglass, maar zelden besteld. Vóór de diefstal was er buiten Air-Craftglass geen enkele eenheid van verkocht. [eiser] c.s. concluderen dat dit [naam 3] moet zijn geweest. Tevens heeft [eiser] begrepen dat Aviation Glass aan de exclusieve glasleverancier van Air-Craftglass heeft gevraagd of zij dat speciale glas kon bestellen.

Air-Craftglass dreigt zo op een oneerlijke manier uit de markt te worden gedrukt, aldus [eiser] c.s.

5.40.

Aviation Glass heeft betwist te beschikken over bedrijfsgeheimen van Air-Craftglass. De stellingen omtrent de beweerdelijke inbraak die door [naam 3] zou zijn gepleegd heeft Aviation Glass bij gebrek aan wetenschap betwist. Zij heeft aangevoerd dat zij daar hoe dan ook niets mee te maken heeft en dat zij sinds 2012 bezig is met de ontwikkeling van haar eigen product. Conclusie moet volgens Aviation Glass zijn dat ook deze vordering in reconventie moet worden afgewezen.

5.41.

Naar het oordeel van de rechtbank hebben [eiser] c.s., gelet op het door Aviation Glass gevoerde verweer, onvoldoende onderbouwd gesteld dat Aviation Glass bedrijfsgeheimen van Air-Craftglass heeft gebruikt en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] c.s. De stellingen van [eiser] c.s. zijn voornamelijk gebaseerd op vermoedens, die geen veroordeling van Aviation Glass kunnen rechtvaardigen. Het door [eiser] c.s. overgelegde proces-verbaal van aangifte betreft een concept, dat niet door [eiser] is ondertekend. Ter comparitie heeft [eiser] verklaard dat deze aangifte niet is opgevolgd, bijvoorbeeld door een verhoor. De aangifte heeft ook alleen betrekking op de diefstal van een UV-lamp. Volgens [eiser] is er een aanvullende aangifte met een lijst van alle gestolen goederen, maar daarover is niets in het geding gebracht. In deze procedure kan dan ook niet worden vastgesteld dat door [naam 3] spullen zijn gestolen om de lamineermethode van Air-Craftglass aan Aviation Glass te demonstreren. Ook overigens hebben [eiser] c.s. de verwijten die zij Aviation Glass maken onvoldoende onderbouwd. Aan bewijslevering wordt, gelet op het voorgaande, niet toegekomen. De vordering als hiervoor onder 3.3 sub 4) weergegeven zal dan ook worden afgewezen.

V – Conclusie

In conventie

5.42.

Conclusie in conventie is dat de vordering als hiervoor onder 3.1 sub 1) weergegeven zal worden toegewezen tot een bedrag van € 200.000,00 en dat de vorderingen als weergegeven onder 3.1 sub 2) tot en met 6) zullen worden afgewezen.

5.43.

Aviation Glass heeft de wettelijke rente over de boete gevorderd vanaf de dag dat het non-concurrentiebeding afliep (14 februari 2016). Vanaf 29 juni 2017 (dertig dagen na de sommatie d.d. 31 mei 2017) heeft Aviation Glass de wettelijke handelsrente gevorderd. [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van wettelijke (handels)rente over de boete betwist. De rechtbank oordeelt in dit kader dat een contractuele boete een (gefixeerde) schadevergoeding is, waarover geen handelsrente, maar de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW verschuldigd is. Als, zoals in dit geval, de primaire verplichting niet langer kan worden nagekomen, is de wettelijke rente eerst verschuldigd nadat de schuldenaar van de niet-betaling daarvan in gebreke is gesteld. Dat is in dit geval gebeurd op 31 mei 2017, waarbij een betalingstermijn van veertien dagen is gegeven. De wettelijke rente over de boete zal daarom worden toegewezen vanaf 15 juni 2017.

5.44.

Als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Aan de zijde van Aviation Glass worden de kosten, aan de hand van het toegewezen bedrag, vastgesteld op:

- dagvaarding € 85,42

- overige explootkosten € 135,00

- griffierecht € 3.894,00

- salaris advocaat € 6.005,00 (2,5 punten × tarief € 2.402,00)

Totaal € 10.119,42

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen op de wijze als in de beslissing vermeld.

5.45.

Nu het toewijsbare deel van de vordering in conventie zich niet mede tegen Benlie en Air-Craftglass richt, is Aviation Glass in zoverre aan te merken als de in het ongelijk gestelde partij. De proceskosten aan de zijde van Benlie en Air-Craftglass worden evenwel op nihil gesteld, nu zij naast [gedaagde] geen afzonderlijk verweer hebben gevoerd dat een afzonderlijke vergoeding rechtvaardigt.

In reconventie

5.46.

In reconventie zullen de vorderingen van [eiser] c.s. worden afgewezen en zullen zij als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de kosten van de procedure, aan de zijde van Aviation Glass tot op heden vastgesteld op € 543,00 aan salaris advocaat (2 punten × factor 0,5 × tarief € 543,00).

6. De beoordeling in het incident ex artikel 223 Rv

6.1.

Nu in de hoofdzaak een eindvonnis wordt gewezen, hebben [eiser] c.s. geen belang bij hun incidentele vordering. Gelet op hetgeen hiervoor onder 5.38 is overwogen, is die vordering bovendien niet toewijsbaar. De incidentele vordering zal dan ook worden afgewezen.

6.2.

Als de in het ongelijk gestelde partijen zullen [eiser] c.s. worden veroordeeld in de proceskosten in het incident. Nu door Aviation Glass geen afzonderlijk verweer is gevoerd in het incident, zullen de kosten aan haar zijde op nihil worden gesteld.

7. De beslissing

De rechtbank

in conventie

7.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Aviation Glass te betalen een bedrag van € 200.000,00 (tweehonderdduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 15 juni 2017 tot de dag van volledige betaling,

7.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten aan de zijde van Aviation Glass, tot op heden vastgesteld op € 10.119,42, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

7.3.

wijst het meer of anders gevorderde, waaronder de vorderingen tegen Benlie en Air-Craftglass, af,

7.4.

veroordeelt Aviation Glass in de proceskosten aan de zijde van Benlie en Air-Craftglass, tot op heden vastgesteld op nihil,

7.5.

verklaart dit vonnis in conventie, behoudens de hiervoor onder 7.3 bedoelde afwijzing, uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

7.6.

wijst de vorderingen af,

7.7.

veroordeelt [eiser] c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Aviation Glass tot op heden vastgesteld op € 543,00,

7.8.

verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in het incident ex artikel 223 Rv

7.9.

wijst de vorderingen af,

7.10.

veroordeelt [eiser] c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Aviation Glass tot op heden vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2019.

1977/1573