Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:1349

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-02-2019
Datum publicatie
21-02-2019
Zaaknummer
10/165213-18 / ter terechtzitting gevoegde zaak: 10/026133-18 /TUL: 09/103323-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld voor de diefstal van een aanzienlijk aantal motoren en fietsen samen met een ander. Voor het bewijs is in belangrijke mate gebruik gemaakt van de zendmastgegevens waaruit kan worden opgemaakt dat de telefoon van de verdachte telkens in de buurt was van de plaatsen delict. Aan verdachte is een gevangenisstraf van 12 maanden opgelegd waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met de nodige bijzondere voorwaarden als geadviseerd door de reclassering. Verder is een deel van de vorderingen benadeelde partij toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/165213-18

Parketnummer ter terechtzitting gevoegde zaak: 10/026133-18

Parketnummer TUL: 09/103323-17

Datum uitspraak: 7 februari 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de strafzaken tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te Curaçao op [geboortedatum verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de

Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel,

raadsman mr. A.H.J. Strak, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 24 januari 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. I. Streefland heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder parketnummer 10/165213-18 onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde en van het onder parketnummer 10/026133-18 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en oplegging van de bijzondere voorwaarden als geadviseerd door de reclassering in het rapport van 17 december 2018, met uitzondering van het contactverbod;

  • -

    tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf die is opgelegd in de zaak met parketnummer 09/103323-17.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering parketnummer 10/165213-18

De onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten zijn door de verdachte bekend en de raadsman heeft nadien hiervoor geen vrijspraak bepleit. Deze feiten zullen daarom zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewijswaardering parketnummer 10/026133-18

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Niet kan namelijk worden bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de hem verweten diefstallen of heling. De verdachte ontkent de feiten. De enkele omstandigheid dat zijn telefoon is aangestraald op zendmasten in de omgeving van de plaatsen waar de diefstallen zijn gepleegd, is onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. Dat er foto’s van de gestolen motorfietsen op de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen, kan evenmin tot die conclusie leiden. Indien de rechtbank tot bewezenverklaring van de feiten komt, verzoekt de verdediging voeging van alle historische gegevens van de telefoon van de verdachte, zodat onder andere inzicht kan worden verkregen in het mogelijk vaker aanstralen van zijn telefoon op de in het dossier genoemde zendmasten.

Beoordeling

De rechtbank is - anders dan de verdediging - van oordeel dat op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte zich in de periode van 13 november 2017 tot en met 2 februari 2018 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van alle tenlastegelegde diefstallen. Deze bewezenverklaring steunt in belangrijke mate op de historische telefoongegevens, waaruit blijkt dat de telefoon van de verdachte steeds omstreeks de momenten waarop de diefstallen - met uitzondering van één diefstal - zijn gepleegd is aangestraald op een of meer zendmasten in de directe omgeving van de plaatsen waar die diefstallen zijn gepleegd. Als dit één keer gebeurt, kan dit op toeval berusten, maar als dit telkens en op verschillende plaatsen door het land (Rotterdam, Den Haag, Zwolle) gebeurt, dan valt de factor toeval weg. Daar komt bij dat er op de telefoon van de verdachte foto’s zijn aangetroffen van motoren die sterke gelijkenis vertonen met (een aantal van) de ten laste gelegde motoren en dat deze foto’s zijn gemaakt met de telefoon van de verdachte.

Hieronder zal per delict worden weergegeven op welke bewijsmiddelen de bewezenverklaring daarvan berust.

Gazelle Paris Plus van [naam slachtoffer 1] , Chamonix C8 van [naam slachtoffer 2] en Veloretti Caferacer van [naam slachtoffer 3]

Op 20 november 2017 om 23.30 uur heeft de politie deze drie fietsen, tezamen met zeven andere fietsen, aangetroffen op de galerij van de kelderboxen behorend bij [adres 1] [huisnummers] te Rotterdam. Op die galerij heeft de politie ook de verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte] aangetroffen. Medeverdachte [naam medeverdachte] (hierna: [naam medeverdachte] ) woont aan de [adres 2] .

Uit de aangiften van [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] volgt:

- de Gazelle Paris Plus is tussen 20 november 2017 21:00 uur en 21 november 2017 14:00 uur in Zwolle gestolen;

- de Chamonix C8 is tussen 20 november 2017 19:00 uur en 21 november 2017 09:00 uur in Zwolle gestolen.

Uit onderzoek naar de telefoongegevens van de mobiele telefoons van de verdachte en [naam medeverdachte] volgt dat de telefoon van de verdachte op 20 november 2017 om 19:46 uur een zendmast heeft aangestraald in Zwolle en dat de telefoon van [naam medeverdachte] op 20 november 2017 om 21:05 uur een zendmast heeft aangestraald in Zwolle. Beide zendmasten staan op ongeveer 100 tot 400 meter van de woningen van [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] vandaan. Beide telefoons stralen later die avond rond 23:15 uur de zendmast aan op het Plein 1953 te Rotterdam. Deze zendmast ligt op ongeveer 300 meter van de [adres 1] .

Uit de aangifte van [naam slachtoffer 3] volgt dat de Veloretti Caferacer is gestolen aan de Delfgaauwstraat te Rotterdam tussen 13 november 2017 om 17:30 uur en 14 november 2017 om 08:30 uur. Uit onderzoek naar de telefoongegevens van de mobiele telefoons van de verdachte en [naam medeverdachte] blijkt dat de telefoon van de verdachte op 13 november 2017 om 23:05 uur en de telefoon van [naam medeverdachte] op 14 november 2017 om 00:19 uur de zendmast heeft aangestraald op de Vlaggemanstraat te Rotterdam. Deze zendmast staat op ongeveer 500 meter van de woning van [naam slachtoffer 3] vandaan.

Gelet op het (zeer) korte tijdsverloop (slechts enkele uren tot slechts enkele dagen) tussen de

diefstallen en het aantreffen van de fietsen op de galerij behorende bij onder meer de

woning van [naam medeverdachte] , in aanwezigheid van de verdachte en [naam medeverdachte] en gelet op het

aanstralen van de telefoons van de verdachte en [naam medeverdachte] in de nabijheid van de plaatsen delict ten tijde van de diefstallen en het uitblijven van een aannemelijke alternatieve verklaring hiervoor, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met [naam medeverdachte] deze fietsen heeft gestolen.

Gazelle Orange van [naam slachtoffer 4]

Tussen de hierboven bedoelde tien fietsen die op 20 november 2018 op de galerij van de kelderboxen horend bij [adres 1] [huisnummers] zijn aangetroffen, stond ook deze fiets. Uit de aangifte van [naam slachtoffer 4] volgt dat deze fiets is gestolen aan de Schiekade te Rotterdam op 19 november 2017 tussen 17:00 uur en 22:30 uur.

Gelet op het feit dat deze fiets is aangetroffen tussen andere fietsen, waarvan is bewezen dat deze door de verdachte en [naam medeverdachte] zijn gestolen, op het korte tijdsverloop (1 dag) tussen de diefstal en het aantreffen van deze fiets op de galerij en op het uitblijven van een aannemelijke alternatieve verklaring voor deze omstandigheden acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte ook deze fiets samen met [naam medeverdachte] heeft gestolen.

Suzuki GSX 1300r (met kenteken [kentekennummer 1] ) van [naam slachtoffer 5]

Uit de aangifte van [naam slachtoffer 5] volgt dat deze motor is gestolen aan de Leo Lashleylaan te Rotterdam op 20 januari 2019, tussen 02:30 uur en 08:00 uur. Uit onderzoek naar de telefoongegevens van de mobiele telefoons van de verdachte en [naam medeverdachte] blijkt dat de telefoon van de verdachte op 20 januari 2018 om 02:32 uur de zendmast aanstraalt op

de Hillevliet te Rotterdam en de telefoon van [naam medeverdachte] op 20 januari 2018 om 03:17 uur

de zendmast aanstraalt op de Enk te Rotterdam. Deze zendmasten staan op ongeveer 450 tot

700 meter van de plaats delict. Voorts blijkt uit onderzoek naar de telefoons van de verdachte en [naam medeverdachte] dat foto’s van deze motor via WhatsApp zijn verzonden van de telefoon van de verdachte naar de telefoon van [naam medeverdachte] op 20 januari 2018 om 11:37 uur. Deze foto’s zijn genomen in de laadruimte van de Ford Transit bestelbus van [naam medeverdachte] . Hieruit kan worden opgemaakt dat de motor in ieder geval enkele uren na de diefstal in de laadruimte van de bestelbus van [naam medeverdachte] stond.

Gezien het zeer korte tijdsverloop (enkele uren) tussen de diefstal en de aanwezigheid van de motor in de laadruimte van de bus van [naam medeverdachte] , op het aanstralen van de telefoons van de verdachte en [naam medeverdachte] in de nabijheid van de plaats delict rond het tijdstip van de diefstal en het uitblijven van een aannemelijke verklaring hiervoor, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met [naam medeverdachte] deze motor heeft gestolen.

KTM (met kenteken [kentekennummer 2] ) van [naam slachtoffer 6] en Sky Team M5 (met kenteken [kentekennummer 3] ) van [naam slachtoffer 7]

Uit de aangifte van [naam slachtoffer 6] volgt dat zijn motor is gestolen aan de Harstenhoekweg te Den Haag op 20 december 2017 tussen 17:00 uur en 19:10 uur. Uit de aangifte van [naam slachtoffer 7] blijkt dat zijn brommer is gestolen aan de Rotterdamsestraat te Den Haag tussen 20 december 2017 om 13:00 uur en 21 december 2017 om 10:00 uur.

Uit onderzoek naar de telefoongegevens van de mobiele telefoons van de verdachte en [naam medeverdachte] blijkt dat de telefoon van de verdachte op 20 december 2017 tussen 18:16 uur en 18:47 uur een zendmast aanstraalt in Den Haag en dat de telefoon van [naam medeverdachte] rond 16:40 uur zendmasten aanstraalt in Den Haag. Op de zitting heeft de verdachte verklaard dat hij op 20 december 2018 samen met [naam medeverdachte] in Den Haag is geweest om deze motor en bromfiets te stelen.

Op grond van vorenstaande feiten en omstandigheden acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte deze voertuigen samen met [naam medeverdachte] heeft gestolen.

Kawasaki Z1000 (kenteken [kentekennummer 4] ) van [naam slachtoffer 8]

Uit de aangifte van [naam slachtoffer 8] volgt dat zijn motor is gestolen aan de [adres 3] te Hoogvliet Rotterdam op 28 januari 2018 tussen 01:00 uur en 08:00 uur. Uit onderzoek naar de telefoongegevens van de mobiele telefoon van de verdachte volgt dat zijn telefoon op 28 januari 2018 tussen 02:05 uur en 3:01 uur meerdere keren is aangestraald op een zendmast in Hoogvliet Rotterdam. Deze zendmast ligt op ongeveer 700 meter van de plaats delict vandaan.

Gelet op het aanstralen van de telefoon van de verdachte in de nabijheid van de plaats delict rond het tijdstip van de diefstal en het uitblijven van een aannemelijke verklaring hiervoor acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte deze motor heeft gestolen. Het is een feit van algemene bekendheid dat een motor een zwaar en log object is. Gelet hierop kan het niet anders dan dat de verdachte bij deze diefstal hulp heeft gehad van één of meer anderen, zodat ook bewezen wordt verklaard dat de verdachte deze diefstal tezamen en in vereniging met een of meer anderen heeft gepleegd.

Suzuki GSX-R1000 (kenteken [kentekennummer 5] ) van [naam slachtoffer 9]

Uit de aangifte van [naam slachtoffer 9] volgt dat zijn motor is gestolen aan de Steenhouwerstraat in Hoogvliet Rotterdam tussen 2 februari 2018 17:00 uur en 4 februari 2018 00:30 uur. Uit onderzoek naar de telefoongegevens van de mobiele telefoon van de verdachte volgt dat zijn telefoon op 3 februari 2018 om 22.44 uur en op 4 februari 2018 om 00.16 uur is aangestraald op zendmasten in Hoogvliet Rotterdam. Deze zendmasten liggen op ongeveer 1 en 1,8 kilometer van het adres van de aangever vandaan.

Gelet op het aanstralen van de telefoon van de verdachte in de nabijheid van de plaats delict rond het tijdstip van de diefstal en het uitblijven van een aannemelijke verklaring hiervoor acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte deze motor heeft gestolen. Het is een feit van algemene bekendheid dat een motor een zwaar en log object is. Gelet hierop kan het niet anders dan dat de verdachte bij deze diefstal hulp heeft gehad van één of meer anderen, zodat ook bewezen wordt verklaard dat de verdachte deze diefstal tezamen of in vereniging met een of meer anderen heeft gepleegd.

De verdediging heeft een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het voegen van alle historische gegevens omtrent het aanstralen van de telefoon van de verdachte. Dit verzoek wordt afgewezen nu de rechtbank daartoe, gelet op de bewezenverklaring en de bovengenoemde motivering daarvoor, de noodzaak niet ziet.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/026133-18 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/165213-18 onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

Parketnummer 10/165213-18

1

hij op 19 augustus 2018 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander, een motor merk/type Suzuki Gsx1300r, voorzien van het

kenteken [kentekennummer 6] , die toebehoorde aan [naam slachtoffer 10] , heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader die weg te nemen motor onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking;

2

hij op 10 augustus 2018 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander, een motor merk/type Kawasaki Ninja zx-10r, voorzien van het kenteken [kentekennummer 7] , die toebehoorde aan [naam slachtoffer 11] , heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen motor onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking en inklimming;

3

hij in de periode van 14 augustus 2018 tot en met 16 augustus 2018 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg tezamen en in vereniging met een ander, een motor merk/type Suzuki Gsx-R1000, voorzien van het kenteken [kentekennummer 8] en een motor merk/type Honda Fmx650, voorzien van het kenteken [kentekennummer 9] , die toebehoorden, aan [naam slachtoffer 12] en [naam slachtoffer 13] , heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen motoren onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en verbreking;

4

hij op 17 augustus 2018 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander, een motor merk/type Honda FMX650, voorzien van het

kenteken [kentekennummer 10] , dat toebehoorde aan [naam slachtoffer 14] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen motor onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en verbreking;

Parketnummer 10/026133-18

hij in de periode van 13 november 2017 tot en met 2 februari 2018 te Rotterdam en Zwolle en 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander(, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen de hierna te noemen goederen, toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbenden, en wel:
- een fiets merk/type Gazelle Paris Plus, toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , en
- een fiets merk/type Chamonix C8, toebehorende aan [naam slachtoffer 2] , en
- een fiets merk/type Gazelle Orange, toebehorende aan [naam slachtoffer 4] , en
- een fiets merk/type Veloretti Caferacer, toebehorende aan [naam slachtoffer 3] , en
- een motorfiets merk/type Suzuki GSX 1300r, kenteken [kentekennummer 1] , toebehorende aan [naam slachtoffer 5] , en
- een motorfiets merk/type KTM, kenteken [kentekennummer 2] , toebehorende aan [naam slachtoffer 6] , en
- een motorfiets merk/type Kawasaki Z1000, kenteken [kentekennummer 4] , toebehorende aan [naam slachtoffer 8] , en
- een motorfiets merk/type Suzuki GSX-R1000, kenteken [kentekennummer 5] , toebehorende aan [naam slachtoffer 9] , en
- een bromfiets merk/type Sky Team M5, kenteken [kentekennummer 3] , toebehorende aan [naam slachtoffer 7]

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Parketnummer 10/165213-18 feit 1:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Parketnummer 10/165213-18 feit 2:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking en inklimming en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Parketnummer 10/165213-18 feit 3:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd.

Parketnummer 10/165213-18 feit 4:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Parketnummer 10/026133-18:

Diefstal gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan de diefstal van negen motoren, vier fietsen en één bromfiets. De verdachte heeft met zijn handelen schade en overlast veroorzaakt voor de eigenaren en meegewerkt aan het in stand houden van een afzetmarkt die dit soort criminaliteit lonend maakt. De verdachte heeft zich niet om de gevolgen van zijn handelen bekommerd en alleen oog gehad voor zijn eigen financiële gewin. Dit wordt hem flink aangerekend.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 28 december 2018, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. De verdachte is voor het laatst op 29 augustus 2017 door de politierechter in de rechtbank Den Haag voor de diefstal van een fiets veroordeeld tot onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één week. De bewezenverklaarde feiten zijn gepleegd in de proeftijd van deze veroordeling.

Rapportage

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 17 december 2018. Dit rapport houdt het volgende in.

De verdachte pleegt delicten vanuit financieel oogpunt. Hij heeft geen baan of zinvolle dagbesteding en heeft al geruime tijd geen legaal inkomen meer, waardoor hij schulden heeft opgebouwd. De verdachte lijkt een overwegend negatief sociaal netwerk te hebben en gebruikt regelmatig cannabis. De verdachte heeft bij de reclassering aangegeven open te staan voor hulpverlening en heeft gedurende zijn huidige detentie stappen ondernomen om zijn leven weer op de rit te krijgen.

Het recidiverisico wordt als gemiddeld tot hoog ingeschat. De reclassering adviseert aan de verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden: een meldplicht, deelname aan de gedragsinterventie CoVa, een contactverbod met zijn medeverdachten, meewerken aan schuldhulpverlening en een inspanningsverplichting voor het vinden van een betaalde baan.

7.4.

Straf

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn strafblad. Gelet hierop kan zij zich verenigen met de door de officier van justitie geëiste straf.

De rechtbank ziet evenals de officier van justitie in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals vermeld in het reclasseringsadvies, aanleiding een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. In afwijking van de reclassering wordt geen aanleiding gezien voor het opleggen van het contactverbod.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf, waaronder de hieronder te bespreken verbeurdverklaringen, passend en geboden.

8 In beslag genomen voorwerpen

De in beslag genomen bestelauto, merk Mercedes Benz, kenteken [kentekennummer 11] en bijbehorende autosleutel zullen worden verbeurd verklaard.

Deze voorwerpen behoren aan de verdachte toe en de bewezen feiten onder parketnummer 10/165213-18 zijn met behulp van deze voorwerpen begaan.

9 Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen

Benadeelde partij [naam benadeelde 1]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 1] ter zake van het onder parketnummer 10/165213-18 onder 1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 4.943,07 aan materiële schade.

9.1.

Standpunt officier van justitie en verdediging

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 4.809,07 en tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering dient voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard. Door de verdediging is de vordering gemotiveerd betwist.

9.2.

Beoordeling

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. Gelet op het tijdsverloop tussen de pleegdatum van het bewezenverklaarde feit (19 augustus 2018) en de datum van de taxatie van de motor (30 oktober 2018) en bij gebreke van een nadere onderbouwing van de vordering kan in deze procedure niet worden vastgesteld dat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd rechtstreeks verband houdt met het bewezen verklaarde feit.

De vordering van de benadeelde partij kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

Benadeelde partij [naam benadeelde 2]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 2] ter zake van het onder parketnummer 10/165213-18 onder 3 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 3.875,- aan materiële schade en een vergoeding van € 500,- aan immateriële schade.

9.3.

Standpunt officier van justitie en verdediging

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 3.875,- aan materiële schade met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering dient voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard. Door de verdediging is de vordering gemotiveerd betwist.

9.4.

Beoordeling

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. Omdat de vordering in het licht van de betwisting onvoldoende is onderbouwd kan niet worden vastgesteld dat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd rechtstreeks verband houdt met het bewezen verklaarde feit.

De vordering van de benadeelde partij kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

Benadeelde partij [naam benadeelde 3]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 3] ter zake van het onder parketnummer 10/165213-18 onder 3 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 390,- aan materiële schade, een vergoeding van € 1.000,- aan immateriële schade en een vergoeding van € 200,- aan gemaakte proceskosten.

9.5.

Standpunt officier van justitie en verdediging

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 390,- aan materiële schade met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering dient voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard. Door de verdediging is de vordering gemotiveerd betwist.

9.6.

Beoordeling

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. Omdat de vordering is betwist en niet is onderbouwd, kan bij deze stand van zaken niet worden vastgesteld dat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd rechtstreeks verband houdt met het bewezen verklaarde feit.

De vordering van de benadeelde partij kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

Benadeelde partij [naam benadeelde 4]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 4] ter zake van het onder parketnummer 10/165213-18 onder 4 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 2.919,85 aan materiële schade.

9.7.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.8.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu uit het dossier niet blijkt of de verzekering kosten heeft vergoed. Bovendien is niet gebleken dat de in de vordering bedoelde motorhoes beschadigd of gestolen is.

9.9.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks de gevorderde materiële schade is toegebracht, de benadeelde partij zijn schade anders dan betoogd genoegzaam heeft onderbouwd en de gevorderde schadevergoeding de rechtbank ook niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal de vordering worden toegewezen.

Nu de verdachte het strafbare feit, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt, is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 17 augustus 2018.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

9.10.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 4] een schadevergoeding betalen van € 2.919,85, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

Benadeelde partij [naam benadeelde 5]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 5] ter zake van het onder parketnummer 10/026133-18 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 208,- aan materiële schade.

9.11.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat deze niet is onderbouwd.

9.12.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de vordering, voor zover die ziet op een bedrag van € 115,-, genoegzaam is onderbouwd, zal deze worden toegewezen tot een bedrag van € 115,-.

Het deel van de vordering van de benadeelde partij dat betrekking heeft op een vergoeding van € 93,- voor de fietsverzekering zal worden afgewezen, nu niet is komen vast te staan dat dit deel van de vordering rechtstreeks verband houdt met het bewezen verklaarde feit.

Nu de verdachte het strafbare feit, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt, is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 20 november 2018.

Nu de vordering van de benadeelde partij in overwegende mate zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

9.13.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 5] een schadevergoeding betalen van € 115,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

Benadeelde partij [naam benadeelde 6]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 6] ter zake van het onder parketnummer 10/026133-18 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 200,- aan materiële schade.

9.14.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden afgewezen dan wel dat hij in zijn vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

9.15.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht, de benadeelde partij deze gestelde schade anders dan betoogd genoegzaam heeft onderbouwd en de gevorderde schadevergoeding de rechtbank ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal de vordering worden toegewezen.

Nu de verdachte het strafbare feit, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 20 december 2018.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

9.16.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 6] een schadevergoeding betalen van

€ 200,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

10 Vordering tenuitvoerlegging

10.1.

Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Bij vonnis van 29 augustus 2017 van de politierechter in de rechtbank ‘s-Gravenhage is de verdachte ter zake van diefstal veroordeeld voor zover van belang tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 week, met een proeftijd van 2 jaar.

De proeftijd is ingegaan op 13 september 2017.

10.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht de proeftijd te verlengen met één jaar.

10.3.

Beoordeling

De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

Daarom zal de tenuitvoerlegging worden gelast van de bij dat vonnis aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke straf.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 33, 33a, 36f, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

12 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

13 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/165213-18 onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde en het onder parketnummer 10/026133-18 ten laste gelegde, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 4 (vier) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 (twee) jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

1. de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

2. de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

3. de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

4. de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

5. de veroordeelde zal deelnemen aan een gedragsinterventie, bestaande uit een CoVa of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden van een door de reclassering aan te wijzen instelling, en zal zich houden aan de aanwijzingen die door of namens de trainer/begeleider van die instelling worden gegeven, gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering verantwoord vindt;

6. de veroordeelde zal meewerken aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt het meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De veroordeelde geeft hierbij de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

7. de veroordeelde zal zich inspannen voor het vinden van een betaalde baan;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten onder parketnummer 10/165213-18:

1. STK Bestelauto

[kentekennummer 11]

(Omschrijving: onbekend, merk: Mercedes-Benz, chassisnr: [chassisnummer] , bouwjaar 2005)

2. 1 STK Sleutel

(Omschrijving: Autosleutel Mercedes, Mercedes)

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering; bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de benadeelde partij [naam benadeelde 1] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering; bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de benadeelde partij [naam benadeelde 2] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 3] niet-ontvankelijk in de vordering; bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de benadeelde partij [naam benadeelde 3] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededader, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 4] , te betalen een bedrag van € 2.919,85 (zegge: tweeduizend negenhonderdnegentien euro en vijfentachtig eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 17 augustus 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam benadeelde 4] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 4] te betalen € 2.919,85 (hoofdsom, zegge: tweeduizend negenhonderdnegentien euro en vijfentachtig eurocent); beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 2.919,85 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 39 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde 4] , waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededader, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 5] , te betalen een bedrag van € 115,- (zegge: honderdvijftien euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 20 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam benadeelde 5] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

wijst af het door de benadeelde partij [naam benadeelde 5] meer of anders gevorderde;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 5] te betalen € 115,- (hoofdsom, zegge: honderdvijftien euro); beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 115,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 2 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde 5] , waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededader, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 6] , te betalen een bedrag van € 200,- (zegge: tweehonderd euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 20 december 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam benadeelde 6] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 6] te betalen € 200,- (hoofdsom, zegge: tweehonderd euro); beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 200,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 4 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde 6] , waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 29 augustus 2017 van de politierechter in de rechtbank ’s-Gravenhage aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van 1 (één) week.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. V.F. Milders, voorzitter,

en mrs. J. de Lange en F.A. Groeneveld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R. van Puffelen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 februari 2019.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:

Parketnummer 10/165213-18

1

hij op of omstreeks 19 augustus 2018 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen,

een motor (merk/type Suzuki Gsx1300r, voorzien van het

kenteken [kentekennummer 6] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten

dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 10] ,

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot

de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of

dat/die weg te nemen motor onder zijn/haar/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of

verbreking;

2

hij op of omstreeks 10 augustus 2018 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen,

een motor (merk/type Kawasaki Ninja zx-10r, voorzien van het

kenteken [kentekennummer 7] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten

dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 11] ,

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot

de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of

dat/die weg te nemen motor onder zijn/haar/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of

verbreking en/of inklimming;

3

hij in of omstreeks de periode van 14 augustus 2018 tot en met

16 augustus 2018 te Voorburg, gemeente Leidschendam-

Voorburg

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen,

een motor (merk/type Suzuki Gsx-R1000, voorzien van het

kenteken [kentekennummer 8] ) en/of een motor (merk/type Honda

Fmx650, voorzien van het kenteken [kentekennummer 9] ) , in elk geval

enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan

[naam slachtoffer 12] en/of [naam slachtoffer 13] ,

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot

de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of

dat/die weg te nemen motor(en) onder zijn/haar/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of

verbreking;

4

hij op of omstreeks 17 augustus 2018 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen,

een motor (merk/type Honda FMX650, voorzien van het

kenteken [kentekennummer 10] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten

dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 14] ,

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot

de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of

dat/die weg te nemen motor onder zijn/haar/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of

verbreking;

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4

Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van

Strafrecht )

Parketnummer 10/ 026133-18

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 13 november 2017 tot en met 2 februari 2018 te Rotterdam en/of Zwolle en/of 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen de/het hierna te noemen goed(eren), toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en wel:

- een fiets (merk/type Gazelle Paris Plus), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , en/of

- een fiets (merk/type Chamonix C8), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 2] , en/of

- een fiets (merk/type Gazelle Orange), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 4] , en/of

- een fiets (merk/type Veloretti Caferacer), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 3] , en/of

- een motorfiets (merk/type Suzuki GSX 1300r, kenteken [kentekennummer 1] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 5] , en/of

- een motorfiets (merk/type KTM, kenteken [kentekennummer 2] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 6] , en/of

- een motorfiets (merk/type Kawasaki Z1000, kenteken [kentekennummer 4] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 8] , en/of

- een motorfiets (merk/type Suzuki GSX-R1000, kenteken [kentekennummer 5] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 9] , en/of

- een bromfiets (merk/type Sky Team M5, kenteken [kentekennummer 3] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 7]

en/of

dat hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 13 november 2017 tot en met 2 februari 2018 te Rotterdam en/of Zwolle en/of ‘s-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens) de/het hierna te noemen goed(eren) heeft/hebben verworven en/of heeft/hebben voorhanden gehad en/of heeft/hebben overgedragen, te weten:

- een fiets (merk/type Gazelle Paris Plus), en/of

- een fiets (merk/type Chamonix C8), en/of

- een fiets (merk/type Gazelle Orange), en/of

- een fiets (merk/type Veloretti Caferacer), en/of

- een motorfiets (merk/type Suzuki GSX 1300r, kenteken [kentekennummer 1] ), en/of

- een motorfiets (merk/type KTM, kenteken [kentekennummer 2] ), en/of

- een motorfiets (merk/type Kawasaki Z1000, kenteken [kentekennummer 4] ), en/of

- een motorfiets (merk/type Suzuki GSX-R1000, kenteken [kentekennummer 5] ), en/of

- een bromfiets (merk/type Sky Team M5, kenteken [kentekennummer 3] ),

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen en/of de overdracht van dat goed/die goederen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander)

misdrijf, verkregen goed(eren) betrof;