Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:1226

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-02-2019
Datum publicatie
25-02-2019
Zaaknummer
C/10/557945 / HA ZA 18-843
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incident zekerheidstelling. Artikel 224 Rv. Eiseres is gevestigd in Liberia. De hoogte van de zekerheidstelling is bepaald aan de hand van het financiële belang van de zaak. Proceskosten uit een andere zaak worden hier niet in meegenomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TvA 2019/45
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/557945 / HA ZA 18-843

Vonnis in incident van 6 februari 2019

in de zaak van

de rechtspersoon naar vreemd recht

EUROFINANCE SERVICES INC,

gevestigd te Monrovia, Liberia,

mede optredend als gevolmachtigde namens Eurotankers Inc., gevestigd te Monrovia, Liberia, mede kantoorhoudend te Piraeus, Griekenland,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. R.A.D. Blaauw te Rotterdam,

tegen

de rechtspersoon naar vreemd recht

ASSET MANAGEMENT CORPORATION OF NIGERIA,

gevestigd te Abuja, Nigeria,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. T. Bezmalinovic te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Eurofinance en Amcon genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 3 februari 2017, met producties;

  • -

    de verstekverlening van 5 september 2018;

  • -

    de zuivering van het verstek van 3 oktober 2018;

  • -

    de incidentele conclusie tot het stellen van zekerheid ex artikel 224 Rv met producties, van 3 oktober 2018;

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord met een productie, van 31 oktober 2018.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 Het geschil in het incident

2.1.

Amcon vordert - kort gezegd - dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Eurofinance zal bevelen om zekerheid te stellen voor een bedrag van primair

€ 32.936,31 en subsidiair een bedrag van € 7.455,81, althans voor een bedrag door de rechtbank te bepalen voor de proceskosten tot betaling waarvan Eurofinance naar aanleiding van haar vordering zou kunnen worden veroordeeld, en te bepalen dat de zekerheid - op straffe van niet-ontvankelijkheid - binnen vier weken moet worden gesteld in de vorm van een door een Nederlandse bank af te geven onherroepelijke bankgarantie conform het Rotterdam Garantieformulier 2008 of het NVB-model, met veroordeling van Eurofinance in de kosten van het incident en bij niet tijdige betaling hiervan in de wettelijke rente hierover vanaf de vijftiende dag na de datum van het vonnis.

2.2.

Eurofinance voert verweer en verzoekt - kort gezegd - om uit hoofde van proceseconomie de onderhavige procedure aan te houden totdat definitief uitspraak is gedaan in de Engelse procedure. Zij merkt ook op dat het door Amcon ingestelde incident misbruik van procesrecht is omdat zij het incident slechts aanhangig heeft gemaakt ter bewaring van recht tot de procedure in arbitrage is afgerond.

2.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling in het incident

3.1.

Op de voet van artikel 224 lid 1 Rv. zijn allen zonder woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland die bij een Nederlandse rechter een vordering instellen, verplicht op vordering van de wederpartij zekerheid te stellen voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan zij veroordeeld zouden kunnen worden. In lid 2 van artikel 224 Rv zijn de uitzonderingen op deze hoofdregel genoemd.

3.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat Eurofinance geen woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, zodat Eurofinance in beginsel, ingevolge artikel 224 lid 1 Rv, verplicht is tot het stellen van zekerheid.

3.3.

Niet in geschil is voorts dat geen van de in artikel 224 lid 2 Rv genoemde uitzonderingen zich voordoet, terwijl het de rechtbank ook overigens niet is gebleken dat in de onderhavige zaak sprake is van een van de uitzonderingssituaties als vermeld in lid 2 van artikel 224 Rv. Eurofinance is dan ook gehouden om ten behoeve van Amcon zekerheid te stellen voor de door Amcon te maken proceskosten. Dat Eurofinance aanvoert dat over hetzelfde feitencomplex door Eurofinance een arbitrale procedure aanhangig is gemaakt in welke procedure inmiddels een uitspraak is gegeven, die te zijner tijd vatbaar is voor beroep, en de onderhavige zaak zekerheidshalve aanhangig is gemaakt, maakt dit niet anders. Indien een procedure aanhangig wordt gemaakt, zal de rechter hierop in beginsel dienen te beslissen. Indien partijen de procedure wensen aan te houden, wordt daarin voorzien in artikel 2.8 van het Landelijk procesreglement civiele dagvaardingsprocedures bij rechtbanken. Naar de rechtbank begrijpt uit stellingen van Eurofinance, is Amcon niet bereid om in te stemmen met aanhouding van de procedure. Dit is haar goed recht en maakt niet dat zij misbruik van procesrecht maakt door thans de onderhavige procedure aanhangig te maken.

3.4.

De rechtbank zal de hoogte van het bedrag waarvoor zekerheid dient te worden gesteld als volgt bepalen.

Bij de vaststelling van de hoogte van het liquidatietarief in het kader van een proceskostenveroordeling, dient in beginsel gekeken te worden naar het financiële belang van de zaak. Eurofinance vordert in het petitum - kort gezegd - middels een verklaring voor recht, veroordeling van Amcon tot betaling van schadevergoeding, op te maken bij staat. Uit het lichaam van de dagvaarding valt op te maken dat Eurofinance als schadevergoeding aanspraak maakt op het verschil tussen de overeengekomen koopsom en de actuele waarde van het schip, alsmede de kosten die zij gemaakt heeft. Eurofinance voert hiertoe aan dat de actuele waarde van het schip USD 14.000.000,- en de koopsom USD 8.000.000,- bedraagt. Tevens is bij het beslagverlof door de voorzieningenrechter de hoogte van de vordering begroot op USD 5.830.000,-, later teruggebracht tot USD 3.530.000,-. Hieruit valt op te maken dat het financiële belang van de zaak in ieder geval hoger is dan 1 miljoen euro. Het liquidatietarief zal in beginsel aan de hand van dit financiële belang worden berekend, derhalve op basis van tarief VIII (€ 3.856,-).

De rechtbank zal uitgaan van 1 punt voor de incidentele conclusie in het onderhavige incident (in tegenstelling tot de overige punten zal ten aanzien van dit punt tarief II (€ 543,-) worden toegepast), 1 punt voor de gestelde te nemen conclusie in het bevoegdheidsincident, 1 punt voor de conclusie van antwoord en 1 punt voor de comparitie van partijen. Anders dan Eurofinance stelt, kan Amcon na het onderhavige incident nog wel een bevoegdheidsincident opwerpen.

De rechtbank komt aldus op 1 punt à € 543,- en 3 punten à € 3.856,-, derhalve € 12.111,-. Voor de vergoeding ter zake van nakosten met betekening kent de rechtbank, zoals begroot door Amcon, € 199,- toe. Daarnaast is het griffierecht voor Amcon vastgesteld op € 626,-. De rechtbank bepaalt het bedrag waarvoor thans genoegzame zekerheid dient te worden gesteld derhalve op € 12.936,-.

Amcon vraagt daarnaast om een bedrag aan € 3.727,31 aan proceskosten uit eerdere procedures mee te nemen in de begroting van de zekerheidstelling. Nu dit geen proceskosten betreffen tot betaling waarvan Eurofinance veroordeeld zou kunnen worden in de onderhavige procedure zal de rechtbank dit bedrag niet meenemen in het bepalen van de hoogte van het bedrag waarvoor zekerheid dient te worden gesteld.

3.5.

De rechtbank wijst erop dat in het geval tijdens het verloop van de procedure de proceskosten onverwachts oplopen boven het bedrag waartoe zekerheid is gesteld, het Amcon vrij staat een incident tot aanvullende zekerheid te openen.

3.6.

Voor de wijze waarop zekerheidsstelling op basis van artikel 224 Rv dient te geschieden, moet aansluiting worden gezocht bij het bepaalde in artikel 6:51 BW. In ieder geval is van belang dat gedaagde, Amcon, zonder moeite verhaal zal kunnen nemen op de aangeboden zekerheid. De zekerheid dient daarom gesteld te worden door een bankgarantie van een Nederlandse bankinstelling volgens het Rotterdams garantieformulier in de meest recente versie, dan wel het model van de Nederlandse Vereniging van Banken in de meest recente versie. Aan de zekerheidsstelling zal een termijn van vier weken worden verbonden.

Ten aanzien van Eurotankers Inc.

3.7.

Hoewel Amcon verzoekt om de incidentele vordering ook ten aanzien van Eurotankers Inc. te laten gelden, heeft zij zich in haar petitum beperkt tot Eurofinance. Reeds om die reden zal de veroordeling zich beperken tot Eurofinance

3.8.

De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

4 De beslissing

De rechtbank

in het incident

4.1.

veroordeelt Eurofinance, gevestigd te Monrovia, Liberia, op straffe van niet-ontvankelijkheid in de hoofdzaak, tot zekerheidsstelling voor een bedrag van € 12.936,- (twaalfduizend negenhonderdenzesendertig euro), ter zake van de proceskosten tot betaling waarvan zij veroordeeld kan worden, ten behoeve van Amcon, uiterlijk op 6 maart 2019 door middel van het stellen van een bankgarantie af te geven door een Nederlandse bank zoals weergegeven onder 3.6.,

4.2.

houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,

4.3.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

4.4.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in de hoofdzaak

4.5.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 20 maart 2019 voor conclusie van antwoord aan de zijde van Amcon;

4.6.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Koekebakker en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2019.

2130/1582