Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:1103

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-02-2019
Datum publicatie
14-02-2019
Zaaknummer
10/996540-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft als ambtenaar bij de douane in Rotterdam tussen 1 januari 2015 en 30 januari 2016 giften en beloften van meer dan € 60.000 aangenomen. Daarnaast heeft de verdachte zich in de periode tussen 1 juni 2011 en 30 januari 2016 schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen van meer dan € 70.000. De rechtbank heeft de verdachte van de zes overige feiten van medeplegen van (voorbereiding van) invoer van cocaïne en ambtelijke corruptie vrijgesproken. Hij wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/996540-15

Datum uitspraak: 14 februari 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. R.D.A. van Boom, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 22, 24, 25 januari en 1 februari 2019.

2 Tenlastelegging en samenvatting van het onderzoek

Van 2002 tot zijn aanhouding op 1 maart 2016 was de verdachte in dienst bij de Belastingdienst/Douane te Rotterdam, sinds eind 2008 in de functie van selecteur bij de afdeling pre-arrival. De kerntaak van deze afdeling is het onderzoeken of er nadere controles moeten worden uitgevoerd op zendingen (containers), die via zeehavens Nederland binnenkomen.

Aan de verdachte is - kort samengevat - ten laste gelegd dat hij in de periode van 1 juni 2011 tot en met 30 april 2012 met anderen voorbereidingshandelingen heeft getroffen voor de invoer van cocaïne in (twee) containers en dat hij zich als ambtenaar van de douane heeft laten omkopen om bij die invoer te helpen (Onderzoek Vinson; feiten 1 en 2). Verder is hem ten laste gelegd dat hij tussen 2012 en 2016 met anderen (twee) containers met cocaïne heeft ingevoerd; dat hij betrokken is geweest bij de voorbereiding van die invoer en; dat hij tussen 2011 en 2016 als douaneambtenaar vertrouwelijke informatie heeft gelekt (onderzoek Stekelbaars; feiten 3 t/m 5 en 7). Onder feit 6 is een feit aangebracht dat, voor zover van belang, betreft het zich als ambtenaar laten omkopen in de periode 1 januari 2015 tot en met 30 januari 2016. Ten slotte is onder feit 8 (gewoonte)witwassen ten laste gelegd in de periode 1 juni 2011 tot en met 30 januari 2016. De tekst van de nader omschreven en op 24 januari 2019 gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Het opsporingsonderzoek is verricht door de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD). De verdachte is na zijn aanhouding op 1 maart 2016 in verzekering gesteld en, na hoger beroep bij de raadkamer, in bewaring gesteld en uiteindelijk gevangengehouden. De voorlopige hechtenis is geschorst op 20 oktober 2016.

De zaak heeft voor het eerst (pro forma) op zitting gestaan op 17 juni 2016. Daarna heeft de zaak in totaal acht maal voor regie op zitting gestaan. Op 10 januari 2018 heeft de verdediging omvangrijke onderzoekswensen ingediend. Op 25 april 2018 is daarover nog nader regie gevoerd. De beslissingen van de rechtbank van 10 januari en 25 april 2018 zijn gepubliceerd (ECLI:NL:RBROT:2018:660 en ECLI:NL:RBROT:2018:4756). De rechtbank heeft de verdediging in de gelegenheid gesteld vele stukken in te zien uit andere, vergelijkbare strafrechtelijke onderzoeken. Hiermee is de verdediging in staat gesteld om het aangedragen alternatieve scenario voor de ten laste gelegde gedragingen nader te onderbouwen. De verdediging is in de gelegenheid geweest een aantal getuigen te doen horen en de FIOD heeft aanvullende processen-verbaal opgemaakt naar aanleiding van door de verdediging opgeworpen vragen. Uiteindelijk heeft de rechtbank een beperkte hoeveelheid stukken aan de processtukken toegevoegd. Dat de officier van justitie er, in de woorden van de verdachte, op uit is geweest om hem “kapot te maken”, is niet gebleken. Wel is een deel van de onderzoeksbevindingen in een ander daglicht komen te staan, met name met betrekking tot de feiten 3 t/m 5 en 7.

De verdachte heeft zich gedurende het gehele onderzoek op zijn zwijgrecht beroepen. Pas op de zitting heeft hij, na aandringen, een aantal vragen beantwoord over feit 4, met betrekking tot een van de containers, en over feit 8, het witwassen. Op de laatste zittingsdag, juist voordat hij gebruik zou maken van zijn laatste woord, heeft hij nog een verklaring afgelegd over de herkomst van bepaalde bedragen en een aantal vragen beantwoord over feit 4. Tot op het allerlaatste moment heeft hij geweigerd uitleg te geven over een afgeluisterd en opgenomen gesprek op 22 mei 2015, ondanks dat hij hier door de rechtbank meerdere malen over bevraagd is. Over dit gesprek heeft de andere gespreksdeelnemer verklaard dat het ging over geld dat de verdachte in zijn hoedanigheid van douanier heeft gekregen en waarvoor hij spullen moest doorlaten. Dit, tezamen met de besteding en het voorhanden hebben van meer dan 60.000 euro en ongeveer 1.000 euro aan andere valuta waarvan de bron onbekend is, bewijst dat de verdachte zich heeft laten omkopen en dat hij dat geld heeft witgewassen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de verdachte over dit, voor het bewijs redengevende en voor verdachte in hoge mate belastende gesprek, geen verklaring heeft gegeven, die de redengevendheid voor het bewijs kan ontzenuwen (HR 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:97).

3 Eis officier van justitie

Het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door de officieren van justitie mrs. Klip en Van den Brand, hierna te noemen: de officier van justitie. Zij heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 3 tenlastegelegde, alsmede van de onder 5 tenlastegelegde voorbereidingshandelingen voor zover deze zien op de container met het nummer [containernummer 1] ;

  • -

    ontslag van alle rechtsvervolging voor het onder 8 tenlastegelegde witwassen van de in de woning van de verdachte aangetroffen geldbedragen van respectievelijk € 5.110,- en ANf 845.

  • -

    bewezenverklaring van het overige onder 1, 2, 4, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren met aftrek van voorarrest en opheffing schorsing van de voorlopige hechtenis per datum vonnis.

4 Geldigheid dagvaarding

4.1.

Standpunt verdediging

De tenlastelegging is nietig wat betreft de feiten 1, 2, 5, 6, en 7. Kort samengevat komt het verweer erop neer dat de tenlastelegging taalkundig zodanig tekortschiet dat het verwijt onbegrijpelijk is.

4.2.

Beoordeling

De tenlastelegging dient op grond van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) voldoende feitelijk en duidelijk te zijn voor zowel de verdachte als de rechtbank. Hoewel de tenlastelegging niet uitblinkt in prozaïsch taalgebruik en de zinnen inderdaad niet goed doorlopen, is wel duidelijk wat er wordt bedoeld. Daar komt bij dat de rechtbank de verdachte zal vrijspreken van al die onderdelen die volgens de verdediging onduidelijk zijn, zodat de verdachte verder geen belang heeft bij de verdere beoordeling van dit verweer.

4.3.

Ambtshalve beoordeling dagvaarding van feit 8

Als gezegd dient de tenlastelegging voldoende feitelijk en duidelijk te zijn voor zowel de verdachte als de rechtbank. Die duidelijkheid wordt geleverd door de bewoordingen van de tenlastelegging zelf als mede door het onderliggende dossier. Als het gaat om een tenlastelegging van witwassen is vooral belangrijk dat de daarin genoemde bedragen herkenbaar genoeg zijn om de bewijsbeslissing te dragen. Die beslissing kan overigens ook inhouden: vrijspraak.

De verdachte wordt in het eerste deel van de tenlastelegging onder 8 verweten dat hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt door € 90.223,82, ANf 1.150, $ 586 en ongeveer € 670.000,- althans € 595.860 wit te wassen. Het tweede gedeelte van de tenlastelegging wordt vervolgens ingeleid door de passage “immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) een of meerdere van de volgende handelingen verricht”. Het woord immers heeft in de tenlastelegging een specifieke betekenis. Het betekent dat hetgeen daarna komt een uitwerking is van hetgeen daarvoor staat. Nu worden in het tweede gedeelte wel witwashandelingen genoemd maar er worden ook twaalf geldbedragen genoemd. Herkenbaar zijn het bewaren van de bedragen ANf 1.150, $ 586 dollars en € 670.000,- althans € 595.860 die ook in het eerste deel staan. Maar wat de betekenis is van de omschrijvingen van de acht overige bedragen is onduidelijk. Zeven bedragen daarvan zijn, in combinatie bezien met het zaaksdossier Witwassen, te herkennen als onderdeel van de daarin aanwezige kasopstelling waarmee is berekend hoe groot een contante geldstroom van onbekende bron bij de verdachte is geweest. Een kasopstelling die trouwens optelt tot de in het eerste gedeelte genoemde bedrag van € 90.233,82, terwijl de zeven bedragen optellen tot een totaal van € 61.508,77. Dit is dus geen (volledige) uitwerking van het bedrag van € 90.223,82. Dat het de bedoeling van de opsteller van de tenlastelegging is geweest om het verwijt te beperken, blijkt niet uit de tekst van de tenlastelegging en ook niet uit het requisitoir, waarin bewezenverklaring van de volle € 90.233,82 wordt gevraagd. Wat is dan de bedoeling van die onvolkomen uitwerking van de € 90.233,82? Het achtste bedrag is een nog niet eerder genoemd bedrag van ANf 845. Een zelfstandig verwijt? Het bedrag wordt niet in het eerste gedeelte genoemd. Maar het tweede gedeelte is toch bedoeld een uitwerking te zijn van het eerste. De rechtbank heeft aan de officier van justitie vragen gesteld over de betekenis van het tweede gedeelte van de tenlastelegging en de officier van justitie heeft daarop slechts geantwoord dat het zo de bedoeling was. Het is de rechtbank daardoor onduidelijk gebleven wat de betekenis is van de opsomming na de woorden “immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) een of meerdere van de volgende handelingen verricht”. Zij kan de bewijsbeslissing daarop niet baseren. De dagvaarding is wat feit 8 betreft in zoverre nietig. De rechtbank zal daarom de bewijsbeslissing richten op de tenlastelegging voor zover daarin is opgenomen dat de verdachte:

in of omstreeks de periode van 1 juni 2011 tot en met 30 januari 2016 te Rotterdam en/of Dieren en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) van (een) voorwerp(en), te weten (totaal) (in elk geval) (een bedrag van)

- ( totaal) circa EUR 90.223,82 en/of ANG 1.150,- en/of USD 586,-, althans enig(e) geldbedrag(en), en/of

- circa EUR 670.000,-, althans EUR 595.860,-, althans enig(e) geldbedrag(en), in elk geval van één of meer geldbedrag(en),

a) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld dan wel heeft verborgen of verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die geld(en), althans dat/die voorwerp(en) is/zijn

en/of

b) dat/die geldbedrag(en) voorhanden heeft gehad en/of dit/deze geldbedrag(en) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van dat/die

geldbedrag(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) en/of

redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat bovenomschreven geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijven/misdrijf,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) van het plegen van dit feit een gewoonte heeft/hebben gemaakt.

5 Waardering van het bewijs

5.1.

Vrijspraak zonder nadere motivering feit 3 (invoer cocaïne, onderzoek Stekelbaars-dossier [naam zaak 1]

)

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 3 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

5.2.

Vrijspraak voor de feiten 1 , 2 (onderzoek Vinson) en 7 (onderzoek Stekelbaars)

5.2.1.

Inleiding

In grote lijnen is de verdachte ten laste gelegd het in de periode 2011-2012 samen met anderen voorbereiden van de invoer van verdovende middelen in het bijzonder met betrekking tot twee specifieke containers (feit 1), passieve ambtelijke corruptie (feit 2) en schending van de ambtelijke geheimhoudingsplicht (feit 7).

5.2.2.

Standpunt officier van justitie

Uit onderzoek Vinson is naar voren gekomen dat vier mannen, te weten [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 2] , [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 4] , tezamen en in vereniging met de verdachte handelingen hebben verricht die zien op de voorbereiding van de invoer van verdovende middelen. De verdachte heeft daarbij via [naam medeverdachte 4] zijn diensten als douanier aangeboden. Aan de verdachte is daarvoor in ieder geval een aanmoedigingspremie van € 2.500,- betaald. Er is door de verdachte, via [naam medeverdachte 4] , informatie verstrekt over de modus operandi ten aanzien van de invoer, het screenen van de verzendende en ontvangende bedrijven, en de keuze van de deklading. Uit het dossier volgt dat het gaat om vertrouwelijke douane-informatie, zodat de verdachte ook zijn ambtsgeheim heeft geschonden.

5.2.3.

Beoordeling

Vast staat dat [naam medeverdachte 1] , een veroordeelde drugshandelaar, bezig was met het voorbereiden van de invoer van verdovende middelen over zee en dat hij daarover contact heeft gehad met [naam medeverdachte 2] , die op zijn beurt weer op meerdere momenten gesproken heeft met [naam medeverdachte 4] . Laatstgenoemde had [naam medeverdachte 2] verteld dat hij contact had met een douanier die containers voor hen kon ‘wegklikken’. Dat wil zeggen: ervoor kon zorgen dat de containers ongecontroleerd werden doorgelaten. Niet bewezen is echter dat de verdachte die douanier is waar [naam medeverdachte 4] over sprak. De enkele opmerking van [naam medeverdachte 4] bij zijn politieverhoor dat hij geen andere mensen kent die bij de douane werken dan de verdachte, een oude vriend van hem, en de opmerking van [naam medeverdachte 1] dat de douanier uit de omgeving van Apeldoorn komt en daar nog regelmatig zijn familie bezoekt, is daarvoor onvoldoende. Niet uitgesloten kan worden dat [naam medeverdachte 4] - over wie door een vriendin ook wordt gezegd dat hij de boel bij elkaar liegt - nog een andere douanier kent of mogelijk zelfs heeft gebluft bij [naam medeverdachte 2] over zijn contact bij de douane.

Ook al bestaan er door de opmerkingen van [naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 1] wat dit betreft weliswaar ernstige bezwaren tegen de verdachte, de maatstaf van bewijs buiten elke redelijke twijfel wordt niet gehaald.

5.2.4.

Conclusie

Omdat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte het contact binnen de douane van [naam medeverdachte 4] was, volgt om te beginnen vrijspraak van de verdachte voor de ten laste gelegde feiten 1en 2. Vrijspraak volgt ook voor de bestanddelen van feit 7 die op andere delen van het dossier dan het onderzoek Vinson zien, maar wel over dezelfde gedragingen gaan.

5.3.

Vrijspraak feit 4 (onderzoek Stekelbaars-dossier [naam zaak 2] )

5.3.1.

Standpunt officier van justitie

Aangevoerd is dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte in de periode van 30 december 2015 tot en met 5 januari 2016 tezamen en in vereniging met anderen betrokken is geweest bij de invoer van 26 kilogram cocaïne. De verdachte heeft, in zijn functie als douanier, toestemming gegeven om de fysieke controle van een vanuit Curaçao verscheepte zending verhuisgoederen naar buiten het douanegebied van Rotterdam te verleggen. Die verlegging betekende dat de controle in plaats van in de Douane Controle Loods (DCL), plaatsvond in de loods van het bij de zending betrokken expeditiebedrijf [naam bedrijf 1] . De verdachte heeft over deze verlegging niets onder zijn naam geregistreerd in het digitale douanesysteem Plato. De zending bevatte onder meer een container met het nummer [containernummer 2] . In deze container is op 5 januari 2016 door de douane, in drie geschenkpakketten, in totaal 26 kilogram cocaïne aangetroffen.
Op 30 januari 2016 vertrok de verdachte met vakantie naar Curaçao. Op Schiphol is zijn bagage doorzocht en daarbij is in de zak van een joggingbroek een douanedocument aangetroffen, namelijk het aanvraagformulier voor verlegging van de controle van container [containernummer 2] . De verdachte heeft niet geloofwaardig verklaard over de reden waarom hij dit document bij zich had. Dat hij van plan was verbetervoorstellen te doen ten aanzien van de werkprocessen bij de douane en daarom het document had meegenomen, is geenszins gebleken.

5.3.2.

Beoordeling

De rechtbank volgt het standpunt van de officier van justitie niet en acht het onder 4 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

De container waar de geschenkpakketten met cocaïne inzaten, maakte deel uit van een, als verhuisgoederen aangemerkte, zending uit Curaçao. Op 27 december 2015 heeft een collega van de verdachte opdracht gegeven voor een speurhondencontrole van deze zending. Als reden hiervoor heeft zij in Plato vermeld dat in verhuisboedels vaak verdovende middelen worden aangetroffen.

De douanecontrole met een speurhond vond vervolgens op 2 januari 2016 plaats. Hierbij werden in de zending geen verdovende middelen aangetroffen, maar de speurhondengeleider oordeelde wel dat de container nader moest worden gecontroleerd in de DCL. Op 4 januari 2016 heeft de afdeling pre-arrival een e-mail van de, voor [naam zaak 2] werkzame, cargadoor ontvangen. Als bijlage bij deze e-mail zat een door [naam zaak 2] getekend aanvraagformulier voor verlegging van de controle van DCL naar een loods van [naam zaak 2] . De verdachte heeft deze aanvraag diezelfde dag behandeld en toestemming gegeven voor verlegging van de controle. Hij was die dag bij pre-arrival ingeroosterd als troubleshooter en vanuit die hoedanigheid belast met de afhandeling van dergelijke verleggingsverzoeken. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de verdachte het verzoek heeft goedgekeurd. Dat, zoals de verdachte heeft verklaard, hij hier eerst goedkeuring voor had gekregen van zijn collega [naam 1] blijkt niet uit het dossier en de verdachte heeft dit ook niet nader onderbouwd. Echter de enkele omstandigheid dat de verdachte de verlegging heeft goedgekeurd, is niet zonder meer opmerkelijk. In de getuigenverklaringen van [naam 2] (teamleider bij pre-arrival) en [naam 3] (directeur van [naam zaak 2] ) komt naar voren dat in het geval van zendingen met containers verhuisgoederen, dergelijke verleggingsverzoeken regelmatig worden ingewilligd. Dat de veachte zijn naam niet in Plato heeft geregistreerd, is op zichzelf evenmin verdacht. [naam 2] heeft immers verklaard dat er geen ‘keiharde instructie’ is dat de behandelend medewerker in het systeem zijn naam vermeldt bij de afhandeling van een verleggingsverzoek.

Het voorgaande neemt niet weg dat tegen de verdachte wel degelijk een stevige verdenking ligt ten aanzien van zijn betrokkenheid bij de invoer van de in de container aangetroffen cocaïne. Op 30 januari 2016 is namelijk het aanvraagformulier van het bewuste verleggingsverzoek bij de verdachte aangetroffen terwijl hij op het punt stond uit te reizen naar Curaçao. Dit is minst genomen opmerkelijk, gezien ook de verklaring van [naam 2] dat het niet is toegestaan om dergelijke douanedocumenten uit het douanekantoor mee te nemen en dat zij daarnaast geen werktechnische reden kan bedenken waarom iemand een dergelijk formulier zou meenemen.

Het is mogelijk dat de verdachte, zoals de officier van justitie stelt, dit formulier bij zich had om zich over de onderschepte zending cocaïne in Curaçao te verantwoorden. Echter, dat scenario krijgt verder geen handen en voeten.
De verdachte zelf heeft over het bij hem aangetroffen formulier verklaard dat hij het formulier in zijn werkagenda had gedaan om in te brengen bij het werkoverleg over verbeterprocessen bij de douane. Er was het nodige misgegaan bij de verlegging van de controle van deze container. Die werkagenda zat in zijn werkrugzak, die hij mee naar huis had genomen om als handbagage mee te nemen naar Curaçao. Het formulier zou hij thuis bij het inpakken voor de reis naar Curaçao op de bodem van de rugzak hebben gevonden en in de zak van zijn joggingbroek hebben gedaan. Later heeft hij zijn joggingbroek in zijn koffer gestopt, maar is hij vergeten om het formulier er uit te halen. De rechtbank kan dit scenario niet uitsluiten.

Alles afwegende is gezien het voorgaande naar het oordeel van de rechtbank niet met de wettelijke vereiste mate van zekerheid vast te stellen dat de verdachte in de ten laste gelegde periode tezamen en in vereniging met een of meer anderen opzettelijk de bewuste container met 26 kilogram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht.

5.3.3.

Conclusie

Het onder 4 en laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

5.4.

Vrijspraak feit 5 (onderzoek Stekelbaars)

Onder 5 is de verdachte kort gezegd ten laste gelegd het in de periode 2012-2016 samen met anderen voorbereiden van de invoer van verdovende middelen, in het bijzonder met betrekking tot twee onder 5.3 genoemde containers. In het licht bezien van het overwogene onder 5.1. (met betrekking tot de periode voor 2015) en 5.3. spreekt de rechtbank de verdachte vrij van de onder 5 ten laste gelegde voorbereidingshandelingen voor de invoer van de cocaïne.

Gelet op de bovenstaande vrijspraken, komt de rechtbank niet toe aan de voorwaardelijke verzoeken van de raadsman.

5.5.

Partiële vrijspraak en bewezenverklaring feit 6 (onderzoek Stekelbaars)

In het licht van het onder 5.1 en 5.2 overwogene volgt dat de rechtbank de verdachte zal vrijspreken van de passieve ambtelijke omkoping in de periode van 1 mei 2012 tot en met 31 december 2014.

Wat betreft deze verdenking in de cumulatief onder feit 6 tenlastelegde periode van 1 januari 2015 tot en met 30 januari 2016 overweegt de rechtbank het volgende.

Op 22 mei 2015 heeft de verdachte in zijn auto een gesprek gevoerd met [naam 4] . Dit gesprek is opgenomen. De raadsman heeft aangevoerd dat dit gesprek niet voor het bewijs mag worden gebruikt. In de eerste plaats had het dwangmiddel van opname vertrouwelijke communicatie (OVC) niet mogen worden ingezet nu er geen redelijke verdenking tegen de verdachte was (AMB-001) en de rechter-commissaris in het aanvraag proces-verbaal (BOB-21C) is misleid, door het niet opnemen van alle verklaringen van [naam 5] . Hij was net als de verdachte een medewerker van pre-arrival, die in een ander onderzoek verklaringen heeft afgelegd over mogelijk corrupte douaniers. In de tweede plaats is het opgenomen gesprek niet bruikbaar nu de oorspronkelijke opname een technische bewerking heeft ondergaan en daarvan, in strijd met artikel 15 van het Besluit technische hulpmiddelen, alleen op hoofdlijnen verslag is gedaan.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Toetsing besluit rechter-commissaris

Bij beschikking van 23 april 2015 heeft de rechter-commissaris toestemming gegeven voor een OVC in de auto van de verdachte voor de periode van 23 april 2015 tot en met 21 mei 2015 (BOB-021A).

Bij beschikking van 19 mei 2015 heeft de rechter-commissaris de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de OVC in de auto van de verdachte toegewezen tot uiterlijk 18 juni 2015 (BOB-21D). In zijn vordering heeft de officier van justitie verwezen naar het proces-verbaal aanvraag van verbalisant [naam verbalisant] van 18 mei 2015 (BOB-21C). In deze aanvraag verwijst [naam verbalisant] , ter onderbouwing van zijn aanvraag, naar proces-verbaal AMB-001, een tweetal afgeluisterde telefoongesprekken, twee verklaringen van [naam 5] en resultaten van een 126ne vordering.

Beoordeeld dient te worden of de rechter-commissaris in redelijkheid tot het verlenen van de zogenoemde OVC-machtiging heeft kunnen komen.

Het proces-verbaal AMB-001 houdt - kort samengevat - in: een schets van bepaalde, als ongebruikelijk aangemerkte, gedragingen van de verdachte in zijn functie van douanier in 2015, informatie uit een opsporingsonderzoek tegen de verdachte in 2011 en actuele TCI-informatie over een corrupte douanier met de naam [naam 6] . Op grond hiervan is volgens de verbalisant het redelijk vermoeden ontstaan dat de verdachte zich als pleger, medepleger of medeplichtige schuldig heeft gemaakt aan de invoer van verdovende middelen, ambtelijke corruptie en het schenden van zijn ambtsgeheim.

Op basis van de in AMB-001 genoemde informatie heeft de rechter-commissaris kunnen aannemen dat er een redelijk vermoeden van schuld aan de door [naam verbalisant] genoemde strafbare feiten was. Dat dit redelijke vermoeden uiteindelijk niet heeft geleid tot bewijs, doet daar niet aan af. Sterker, de ernstige bezwaren zijn blijven bestaan, zoals hierboven is gebleken. Daarnaast is de rechter-commissaris niet misleid door het niet opnemen van de gehele verklaring van [naam 5] van 23 april 2016. [naam 5] is toen als verdachte gehoord in een ander strafrechtelijk onderzoek. Dit onderzoek stond onder leiding van een andere officier van justitie en verbalisant [naam verbalisant] was niet bij dit verhoor van [naam 5] betrokken. De aanvraag, zoals neergelegd in BOB-21C, bevatte de informatie waarover de verbalisant [naam verbalisant] kennelijk op dat moment beschikte. Delen van een verklaring van [naam 5] van 23 april 2016 zijn speculatief van aard, maar [naam 5] spreekt hierin wel een verdenking uit in de richting van de verdachte. Weliswaar is in september 2016 het desbetreffende verhoor van [naam 5] nogmaals uitgewerkt en gezien die uitwerking zou gezegd kunnen worden dat de eerder opgetekende uitspraken van [naam 5] over de verdachte genuanceerder liggen, maar de rechtbank acht het onaannemelijk dat de beslissing van de rechter-commissaris met die wetenschap anders zou zijn uitgevallen. Ook overigens ziet de rechtbank in wat door de raadsman is gesteld, geen aanleiding voor de conclusie dat de verbalisant in het proces-verbaal BOB 21-C al dan niet opzettelijk onjuistheden heeft gezet. Het verweer wordt in zoverre verworpen.

Besluit technische hulpmiddelen strafvordering

Wat betreft het Besluit technische hulpmiddelen strafvordering (hierna: Besluit), stelt de rechtbank vast dat de strekking van het Besluit in het algemeen, en de bepaling van artikel 15 van het Besluit in het bijzonder, meebrengt dat een opgenomen gesprek mag worden bewerkt, maar dat de integriteit van het oorspronkelijke gesprek dient te worden gegarandeerd. Enerzijds door de bewerking uit te voeren op een kopie en anderzijds door precies vast te leggen welke bewerking is uitgevoerd, zodat dit kan worden gereconstrueerd en de verdachte in staat is een contra-expertise uit te laten voeren.

Artikel 15 van het Besluit is in zoverre geschonden, dat de precieze bewerking niet is vastgelegd en een reconstructie van die bewerking als gevolg daarvan niet mogelijk is. Dat betekent echter niet dat de verdachte door dit verzuim in zijn processuele belangen is geschaad. Gesteld noch gebleken is dat de integriteit van het gesprek is geschonden. De verdachte heeft niet betwist dat hij aan het gesprek deelneemt, de verdediging heeft geen contra-expertise aangevraagd en een van de gespreksdeelnemers heeft verklaard over hoe hij het gesprek heeft ervaren en wat er is gezegd. Die verklaring is in lijn met hetgeen de rechtbank van dit gesprek op de zitting heeft gehoord (waarover later meer). Het verweer wordt verworpen. De rechtbank zal als bewijsmiddel gebruiken de waarneming van het gesprek op de zitting zoals deze hieronder in dit vonnis is opgenomen.

Het gesprek van 22 mei 2015, omstreeks 16.04 uur (sessie 52)

Dit gesprek en de getuigenverklaring van [naam getuige] , zo zal blijken, is van cruciaal belang voor de bewijsvoering voor de feiten 6 en 8. Van dit gesprek zijn drie transcripties (OVC-02, -05 en -09) in het dossier aanwezig. De rechtbank heeft op de zitting de bewerkte versie van het gesprek beluisterd en uiteindelijk waargenomen dat in elk geval het volgende wordt gezegd ( [bijnaam verdachte] is de verdachte, [voornaam getuige] is de getuige [naam getuige] ):

[bijnaam verdachte] : Ja. Zij hebben een zending uit China (ntv).

[naam getuige] : (ntv)

[bijnaam verdachte] : (ntv). Ik heb tegen die gasten gezegd, ik zeg: dat lijkt me toch vrij tricky nu. Komt (ntv) binnen.... (ntv) ...systeem.

(ntv)

[bijnaam verdachte] : Ik heb tegen 'm gezegd, ik zeg: kom dan morgenavond laat. Ik zeg... (ntv). "Nee da's goed", (ntv) Kwart voor tien staan ze nog aan m'n deur.

(ntv)

[naam getuige] : Zijn dat die gasten waarvan je ook nog geld van krijgt zeg maar?

[bijnaam verdachte] : Jaaa...de ander. Maar die gasten van dat geld... Eentje hebben we er nu ieder geval weer gehad.

[naam getuige] : Ja?

[bijnaam verdachte] : Dus...als het goed is komt, morgen komt er nog één binnen. Dan binnenkort nog twee (ntv).

[naam getuige] : Drie?

[stilte]

[bijnaam verdachte] : Die gasten denken een klapper te maken joh.

[naam getuige] : Ja. Eigenlijk moet je tegen die gasten niet zeggen dat je stopt, hè. Weet je waarom? Dan krijg je misschien inderdaad je geld nog niet. Heb ik ook es over na zitten denken. Als jij zegt van tevoren: "dan en dan stop ik..." Eigenlijk moet je gewoon zeggen dat als je je geld heb: "Ik stop". Klaar. Tenminste...

[bijnaam verdachte] : Ja ja. (ntv) ook al gestopt met die gasten. Maar ja...die gasten hebben natuurlijk ook afspraken met die gasten in andere landen en eh...

[naam getuige] : Weet je, als jij zegt van ik ben dan en dan op vakantie dan kan er niks gebeuren. Maar je hebt dat geld niet.

[bijnaam verdachte] : Nee, die collega’s van mij die hebben zo'n groepsapp. (ntv) iets aan het proberen nu.

[naam getuige] : Ja?

[bijnaam verdachte] : 2800 kilo hennep (ntv) in containers.

[naam getuige] : Ja?

[bijnaam verdachte] : Dus die hebben ze laten controleren. 2800 kilo hennep.

[naam getuige] : Oh ja? Ook nog een keer.

[bijnaam verdachte] : Ja.

De inhoud van het gesprek, zoals hierboven weergegeven, is door de verdediging niet betwist.

De raadsman heeft, onder verwijzing naar jurisprudentie van het gerechtshof Amsterdam terecht opgemerkt dat de rechtbank bij de interpretatie van dit gesprek niet louter naar de letterlijk uitgesproken woorden dient te luisteren, maar (ook) dient af te gaan op de uit het dossier blijkende context van het gesprek en op hetgeen gespreksdeelnemers daarover hebben verklaard. Anders dan de verdediging heeft gesteld, biedt het dossier in zoverre context dat er een verdenking is dat de verdachte betrokken is bij de invoer van verdovende middelen via een haven. Daarnaast heeft [naam getuige] verklaard dat de verdachte werd bedreigd. Over deze bedreiging heeft de verdachte ook gesproken met zijn vriend [naam 7] , zo blijkt uit de verklaring van [naam 7] bij de FIOD. [naam 7] heeft daarbij verklaard niet te weten waar het precies om ging, maar [naam getuige] heeft verklaard dat hij uit voornoemd gesprek heeft begrepen dat de verdachte dingen moest doorlaten en dat hij voor dat doorlaten geld kreeg. [naam getuige] had gedacht aan sigaretten en weed, pas later had hij begrepen dat het om containers ging. Het geld waarover in het gesprek gesproken wordt, kreeg hij van de personen die hem bedreigden om dingen door te laten, aldus [naam getuige] .

De rechtbank is van oordeel dat het gesprek tussen de verdachte en [naam getuige] er over gaat dat de verdachte iets moet doen waarvoor hij geld krijgt. Dat blijkt uit wat [naam getuige] in het gesprek zegt en niet door de verdachte wordt weersproken, namelijk: “eigenlijk moet je stoppen maar dan krijg je je geld niet.” Sterker nog, de verdachte voegt daar aan toe dat die gasten een klapper denken te maken. Dat duidt op veel geld verdienen. Bij afwezigheid van enige andere naar voren gebrachte dan wel gebleken verklaring en gelet op verdachtes functie als douanier houdt de rechtbank het ervoor dat het om contrabande gaat die vanuit het buitenland wordt ingevoerd. Dat wordt nog eens ondersteund door de uitspraak van de verdachte: “…gestopt met die gasten. Maar ja...die gasten hebben natuurlijk ook afspraken met die gasten in andere landen…”. Dit bewijst dat de verdachte in elk geval een belofte van geld heeft aangenomen om in het kader van zijn bediening iets te doen of na te laten. [naam getuige] heeft bovendien verklaard dat de verdachte heeft gezegd dat hij daadwerkelijk geld heeft gekregen voor de werkzaamheden die hij moest doen en waar ook de bedreigingen over gingen. Er is dus ook sprake geweest van een gift.

Bij het voorgaande weegt de rechtbank mee dat de verdachte over dit voor het bewijs redengevende en voor de verdachte in hoge mate belastende OVC-gesprek met [naam getuige] geen aannemelijke verklaring heeft gegeven die de redengevendheid voor het bewijs ontzenuwt (HR 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:97). De verdachte heeft immers helemaal geen verklaring willen geven over de inhoud van het gesprek. En zo bewijst dit gesprek, samen met de verklaring van [naam getuige] , dat de verdachte zich heeft laten omkopen door het aannemen van een gift en door de belofte van geld.

Aan dit oordeel draagt bij dat de verdachte contant geld heeft besteed, terwijl de bron van het contante geld tot op heden onbekend was. Wat dat betreft en ten aanzien van de vaststelling van de omvang van de contante geldstroom verwijst de rechtbank naar de overweging ten aanzien van het witwassen (hierna, onder 5.6). Op grond daarvan zal de rechtbank concluderen dat feit 6 is bewezen en wel zoals hieronder onder 5.7 is uitgewerkt.

5.6.

Partiële vrijspraak en bewezenverklaring feit 8 (gewoontewitwassen)

Vrijspraak € 670.000, althans € 595.860

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden bewezen verklaard dat de verdachte € 670.000 althans € 595.860 heeft witgewassen. Tijdens een op 4 juli 2015 opgenomen gesprek in het voertuig van de verdachte zou hij met [naam 8] hebben besproken dat [naam 8] € 670.000 zou hebben opgehaald. De verdachte toonde zich niet verrast en daaruit zou blijken dat hij heeft geweten van het geld. Op 14 oktober 2015 werd € 595.860 in beslag genomen in de voormalige woning van [naam 8] . Volgens de officier van justitie hebben de verdachte en zijn echtgenote onmiddellijk na de inbeslagname van het geld een computer en administratie vernietigd. Bovendien gingen de verdachte en zijn echtgenote na de inbeslagname van het geld op kosten letten. Dat zou bewijzen dat het geld dat in beslag werd genomen geheel of ten dele aan de verdachte toebehoorde.

[naam 8] heeft verklaard dat hij het geld had gekregen van iemand die hij bij een bloemenveiling had ontmoet. De verdachte heeft ontkend dat het geld van hem was of dat hij dat geld samen met iemand anders heeft witgewassen.

De rechtbank is op basis van hetgeen de officier van justitie heeft gesteld niet overtuigd. Uit de door de officier van justitie genoemde feiten en omstandigheden blijkt niet dat het geld van de verdachte was of dat hij enige witwashandeling heeft verricht. Nu er ook overigens geen bewijs is dat de verdachte een van de bedoelde bedragen heeft witgewassen zal de rechtbank hem vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.

Bewezenverklaring (gewoonte)witwassen

Bij de beantwoording van de vraag of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan (gewoonte)witwassen van de overige in de tenlastelegging opgenomen geldbedragen staat de rechtbank allereerst voor de vraag of er een rechtstreeks verband kan worden vastgesteld tussen de in de tenlastelegging opgenomen geldbedragen en de daarbij genoemde witwashandelingen enerzijds en een concreet misdrijf anderzijds. Indien dat laatste of de omvang van dat bedrag niet rechtstreeks kan worden vastgesteld, kan (gewoonte)witwassen of de omvang van het witgewassen bedrag niettemin worden bewezen indien op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden in redelijkheid kan worden geconcludeerd, dat het niet anders kan zijn dan dat de ten laste gelegde geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig zijn. Allereerst moet in zo’n geval worden vastgesteld of de door de officier van justitie aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat deze zonder meer een vermoeden rechtvaardigen dat het geld door misdaad is verkregen. Tot dat vermoeden kan ook bijdragen dat er geld wordt aangetroffen waarvoor geen zichtbare, legale bronnen van inkomsten zijn. Als er sprake is van een dergelijk vermoeden mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van de geldbedragen. Volgt geen verklaring, dan is het (gewoonte)witwassen bewezen. Indien de verdachte een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onaannemelijke verklaring heeft gegeven over de herkomst, dan hiernaar nader onderzoek te worden gedaan. Kan die verklaring niet worden weerlegd, dan dient vrijspraak te volgen.

Toetsing

Eerder is overwogen dat de verdachte als ambtenaar een gift heeft aangenomen. Uit de verklaring van [naam getuige] blijkt dat deze gift uit geld heeft bestaan. Echter, onduidelijk is gebleven om hoeveel geld het is gegaan. Uit het opsporingsonderzoek is gebleken dat de verdachte gedurende de periode 1 januari 2012 tot en met 1 januari 2016 meer contant geld heeft uitgegeven of voorhanden gehad dan hij heeft opgenomen van de bankrekeningen waarop de salarissen van hem en zijn echtgenote en de belastingteruggave worden gestort. Dit laatste wordt door de verdachte ook niet betwist. De omvang van de contante geldstroom is berekend met een behulp van een kasopstelling. De uitkomst van de kasopstelling is, gelet op de tenlastelegging waarover de rechtbank oordeelt, dat de verdachte en zijn echtgenote over € 99.223,821, ANf 1.150 en $ 586 meer aan contant geld hebben beschikt, dan is opgenomen van de bankrekeningen. Dan mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft over de herkomst van het contante geld, als hij zich op het standpunt stelt dat het níet van passieve omkoping afkomstig is. Die verklaring dient als gezegd concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk te zijn. Volgt zo’n verklaring niet, dan is bewezen, dat het geld van onbekende bron afkomstig is van het misdrijf van passieve ambtelijke omkoping en dat door de verdachte is witgewassen, in elk geval door te gebruiken, over te dragen of om te zetten.

De verdachte heeft op de zitting verklaringen afgelegd over de herkomst van het geld. Zakelijk weergegeven komen deze er op neer dat hij geld heeft gekregen van zijn moeder, dat hij (via marktplaats) spullen heeft verkocht, geld heeft gewonnen in het casino c.q. bij loterijen (in de orde van grootte van een paar duizend euro), en vooral - en daar ligt het zwaartepunt van het verweer - dat hij vanaf 2010 jaarlijks substantiële bedragen van zijn vader heeft gekregen. Hoewel de rechtbank diverse malen heeft gevraagd naar de omvang van die schenkingen, is de verdachte bij zijn verklaring gebleven dat hij zelfs niet bij benadering kon zeggen hoe groot de schenkingen zijn geweest. Het was lang geleden en hij had geen administratie bijgehouden. Alleen over de schenkingen over 2015 is hij concreet geweest. Hij heeft volgens eigen zeggen op verschillende momenten van zijn vader geld gekregen tot het bedrag van de eenmalige belastingvrije voet voor schenkingen in 2015, zijnde € 25.322. Daarnaast heeft hij eenmalig een schenking gekregen van € 9.000. Van deze laatste schenking heeft hij vlak voor hij werd aangehouden op 1 maart 2016 aangifte gedaan bij de belastingdienst. Op de laatste zittingsdag, vlak voor het moment waarop hij gebruik zou maken van zijn recht op het laatste woord, heeft de verdachte verklaard over contante bestedingen van in totaal € 35.011,14 (uit het strafrechtelijk financieel onderzoek; hierna: SFO) en € 2.629,85 (in zijn woning aangetroffen bonnen van contante aankopen), over de kosten van de huishoudelijke hulp en over contante besteding voor boodschappen. Uiteindelijk heeft hij op aandringen van de rechtbank op de valreep verklaard dat de schenkingen van zijn vader over de eerdere jaren tienduizenden euro’s per jaar hebben betroffen.

De rechtbank oordeelt als volgt.

In de eerste plaats zijn de verklaringen over de herkomst van het geld van verkopen op marktplaats niet concreet en net als de verklaring over de winst in het casino c.q. loterijen niet te verifiëren. De rechtbank verwerpt het verweer in zoverre. In de tweede plaats heeft de verdachte tijdens zijn verhoren door de opsporingsambtenaren van de FIOD steeds geweigerd een antwoord te geven op vragen omtrent de herkomst van het contante geld. Alleen op 6 april 2016 heeft de verdachte, na afloop van het verhoor en nadat de bandopname was gestopt, gezegd dat hij aangifte had gedaan bij de belastingdienst van schenkingen over 2015. Het zou gaan om schenkingen in 2015 en om een eenmalige schenking. De verdachte heeft toen over € 25.000 gesproken, maar het is de verbalisanten onduidelijk gebleven of dat de hoogte van de schenking was. De verbalisanten konden volgens de verdachte ook zijn echtgenote bevragen aangezien zij van deze aangifte op de hoogte was (AMB-190).

Verdachtes echtgenote is vervolgens gehoord op 29 april 2016. Zij heeft zich bij alle inhoudelijke vragen op haar zwijgrecht beroepen. Eerder, op 5 februari 2016, toen de verdachte met zijn moeder naar Curaçao met vakantie was, had zij echter wel een inhoudelijke verklaring afgelegd. Gevraagd naar het contante geld dat in de woning is aangetroffen, heeft zij geantwoord:

A: Mijn man zijn vader stopte mijn man wel eens wat toe. Ik vind het heel

vervelend dat ik kennelijk niet weet hoe het financieel bij ons in mekaar zit maar dat is zoals het is.

V: Waren of zijn uw schoonouders rijk?

A: Nee.

V: En wanneer kreeg uw man dit geld dan van zijn vader?

A: Als hij naar Dieren ging. Ik ga niet zo vaak naar Dieren omdat we altijd een hockeyweekend hebben. Hij kreeg dan wel eens wat toegestopt.

V: En hoe vaak was dat en om hoeveel geld ging dit dan?

A: Ik weet niet hoe vaak en ook niet om hoeveel geld het ging.

V: Gaat het dan om tientjes, honderden, duizend of tienduizenden euro's?

A: Niet om tienduizenden en soms zelfs niet over duizenden. Het ging om honderden euro's.

V: Wanneer heeft uw man voor het laatst geld gekregen van zijn vader?

A: Ik denk vlak voor de zomer.

V: Om wat voor bedrag ging dat dan?

A: Dat weet ik niet.

DOORZOEKING WONING ROTTERDAM

V: Afgelopen zaterdag heeft een doorzoeking in uw woning plaatsgevonden. Er is in uw woning een hoeveel contant geld aangetroffen. Waar was dit geld opgeslagen?

A: In de kledingkast in onze slaapkamer.

V: Wat kunt u verklaren over de herkomst van dit geld?

A: Dat geld hebben wij, althans heeft [bijnaam verdachte] van zijn vader gekregen.

Deze verklaring weerspreekt verdachtes verklaring dat hij tienduizenden euro’s van zijn vader heeft gekregen. De rechtbank hecht geloof aan deze verklaring, nu aan de ene kant de verdachte op 6 april 2016 heeft verklaard dat zijn echtgenote ervan wist; en zij weet inderdaad waar het geld in de woning ligt2; haar verklaring is ook overigens gedetailleerd; en de verklaring is afgelegd op een moment dat de ernst en omvang van de beschuldigingen kennelijk nog niet tot de verdachte en zijn echtgenote waren doorgedrongen. Dat de verdachte later, op de zitting, heeft verklaard dat zijn echtgenote niet wist dat hij substantiële bedragen van zijn vader had gekregen, wordt ook weersproken daar zijn zojuist genoemde eigen verklaring. Dat zijn echtgenote zegt niet te weten hoe het bij hen financieel in elkaar zit, staat aan deze conclusie niet in de weg. Daar komt bij dat de verdachte op de zitting wisselende verklaringen heeft afgelegd over de omvang van het geld dat zijn vader hem heeft geschonken. Aanvankelijk heeft hij verklaard dat hij niet meer wist om hoeveel geld het ging, later heeft hij verklaard dat het om vele tienduizenden euro’s ging. En daarnaast heeft hij, zoals hieronder zal blijken, over meer jaren verspreid wel kunnen aangeven welke aankopen zijn gedaan met geld dat door zijn vader is geschonken. Dat wekt de indruk dat de verdachte eerder berekenend heeft verklaard, dan overeenkomstig de werkelijkheid.

Verdachtes moeder heeft verklaard dat zij de verdachte regelmatig geld heeft gegeven als hij langs kwam. Zij heeft hierover het volgende verklaard:

V: Gaf u wel eens geld aan uw kinderen?

A: ik gaf wel eens zelf geld.

V: Aan wie gaf u dan geld?

A: Meestal aan [voornaam verdachte] , [voornaam partner verdachte] of de kleinkinderen.

V: Om wat voor bedragen gaat het dan?

A: Soms 50 euro, soms wel 100 euro.

A: Ik weet zeker dat hij minstens 50 euro van mij kreeg als hij langs kwam. Als ik een goede week had met werk, dan kreeg hij meer van mij.

V: U maakte de opmerking "als ik een goede week had met werk, dan kreeg hij meer van mij". Wat bedoelt u hiermee?

A: dat zal ik maar niet op antwoorden, toch?

O: U begint te lachten.

A: Ja, u bent belasting dus daar kan ik niet op antwoorden dan.

O: Tijdens de doorzoeking in uw woning zijn er agenda's in beslag genomen. In deze agenda's zagen wij, merendeels bij de maandagen, woensdagen en donderdagen, getallen vermeld staan. Wij vermoeden dat deze getallen staan voor de bedragen die u met uw werkzaamheden heeft verdiend. Wij zagen dat de bedragen aan het eind van de week zijn opgeteld, waarna het weekresultaat bij de eerdere weekresultaten worden opgeteld. In 2011 is het eindbedrag vermoedelijk € 3619, in 2013 vermoedelijk € 3655,50, in 2014 vermoedelijk € 3880 en in 2015 vermoedelijk € 3890.

V: Hoeveel heeft uw zoon [voornaam verdachte] van deze extra inkomsten ontvangen?

A: Ik denk het meeste.

Deze verklaring wordt ten dele ondersteund door het dossier. Op 25 september 2015 heeft de verdachte een contante storting van € 900 op de bankrekening van zijn echtgenote gedaan. Uit de OVC gesprekken valt op te maken dat het geld is, dat hij naar eigen zeggen van zijn moeder heeft gekregen.3 Daar staat tegenover dat er op grond van de boven aangehaalde verklaring aanleiding is om te veronderstellen dat het geld dat de verdachte van zijn moeder heeft gekregen, althans ten dele, zwart geld is. Het is afkomstig van bijverdiensten van zijn moeder die zij kennelijk niet bij de belastingdienst heeft opgegeven (lees: zwart geld). Gelet op de wijze waarop dit geld aan de verdachte is geschonken, heeft hij minst genomen de reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid aanvaard dat dit zwart geld is geweest (HR 29 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:718). Dit betekent dat het geld dat hij van zijn moeder heeft gekregen, althans ten dele, door misdrijf, namelijk belastingfraude, is verkregen. De legale inkomsten en de inkomsten uit zwart werk van de moeder van de verdachte zijn vermengd en het vermogensbestanddeel met een criminele herkomst laat zich daardoor niet meer individualiseren. Gelet op de verklaring van de moeder van de verdachte gaat het echter om een substantieel deel van het zwart verdiende geld, zodat geoordeeld wordt dat door vermenging al het geld dat zijn moeder heeft geschonken een criminele herkomst heeft, namelijk belastingfraude. Dit is door de verdachte vervolgens witgewassen toen hij dat geld voorhanden kreeg. In zoverre zal de rechtbank bij de kasopstelling de gelden die hij van zijn moeder heeft gekregen niet in mindering brengen. Wel zal de rechtbank de som van de kasopstelling onderverdelen in het geld dat de verdachte van zijn moeder heeft gekregen en het geld uit onbekende bron. Deze onderverdeling is relevant nu het geld uit onbekende bron bijdraagt tot het bewijs van de passieve ambtelijke omkoping als bewezen onder feit 6. Hoewel gelet op het onderzoek er slechts over vier jaren neveninkomsten zijn waaruit de verdachte van zijn moeder schenkingen heeft ontvangen (2011, 2013, 2014 en 2015) zal de rechtbank voor vijf jaren € 2.000 met een totaal van

€ 10.000 toerekenen als schenking van verdachtes moeder. Dat geld is witgewassen, maar niet uit onbekende bron.

Tussenconclusie

Op basis van het bovenstaande, op basis van het verhandelde op de zitting en op basis van het dossier stelt de rechtbank vast, dat de verdachte gedurende de ten laste gelegde periode met een zekere regelmaat geld heeft gekregen van zijn vader. Dat is om bedragen in de honderden euro’s gegaan. Daarnaast acht de rechtbank aannemelijk dat de verdachte eenmalig in 2015 een bedrag van € 9.000 van zijn vader heeft gekregen. Dat de verdachte daarnaast (in elk geval) nog ca. € 25.000 van zijn vader geschonken zou hebben gekregen, acht de rechtbank onvoldoende verifieerbaar op basis van de enkele verklaring van de verdachte daaromtrent en het feit dat noch zijn vrouw, noch zijn moeder dit onderschrijven.

De rechtbank stelt ook vast dat de verdachte geld van zijn moeder heeft gekregen. Dat is kennelijk zwart geld dat door de verdachte is witgewassen. De schenkingen door zijn moeder dienen wel als bekende, zij het illegale, bron te worden aangemerkt. Voor het overige wordt het verweer als onvoldoende concreet en niet verifieerbaar verworpen.

De omvang van het witwassen

Als gezegd is de omvang van de geldstroom van onbekende bron berekend met behulp van een kasopstelling. De kasopstelling onderscheidt de volgende categorieën: bankrekeningen (waaronder contante stortingen op twee bankrekeningen van de verdachte en zijn echtgenote); levensmiddelen en non-food (boodschappen bij de Albert Heijn); vervoermiddelen (aanschaf, onderhoud en benzine van twee auto’s en een scooter); vakantieuitgaven; schoonmaakster; schenkingen/bezit Curaçao (moneytrasfers en contant geld), SFO (contante uitgaven berekend in het SFO), doorzoekingen (contant aangetroffen geld en aankoopbonnen bij de verdachte thuis en bij zijn echtgenote op het werk). De verdachte heeft verweer gevoerd tegen de berekeningen van de categorieën levensmiddelen en non-food, schoonmaakster, SFO en doorzoekingen. Hieronder wordt op die verweren ingegaan en daarbij wordt ook aandacht besteed aan de omvang van de schenkingen van de vader van de verdachte en van de schoonouders van de verdachte. Wat betreft het bewijs van de omvang van overige categorieën waartegen de verdachte geen verweer heeft gevoerd, wordt naar de bewijsbijlage van dit vonnis verwezen.

Als uitgangspunt heeft te gelden dat de bonus- en kortingskaarten die bij de verdachte of zijn echtgenote zijn aangetroffen door hen zijn gebruikt tenzij het tegendeel aannemelijk is geworden. Dat geldt ook voor de aangetroffen aankoopbonnen. Deze duiden op aanschaf door de verdachte of zijn echtgenote, tenzij het tegendeel aannemelijk is geworden. Algemene verweren dat ook anderen de bonus- of kortingskaarten gebruikten of kunnen hebben gebruikt en mogelijk aankopen/betalingen uit de kasopstelling hebben gedaan of dat anderen aankoopbonnen bij de verdachte thuis hebben achtergelaten, worden als onvoldoende concreet en verifieerbaar en als onaannemelijk verworpen. Daarbij speelt ook mee, dat de verdachte de verweren op het allerlaatste moment heeft gevoerd en er geen ruimte meer was voor nader onderzoek. Wel doel treft het verweer ten aanzien van de bonuskaarten met de nummers [nummer 1] en [nummer 2] . Uit het dossier is gebleken dat op die kaarten geregistreerde boodschappen, behalve contant, zijn betaald vanaf bankrekeningen die niet aan de verdachte of zijn echtgenote zijn te relateren4. Dat doet ernstig vermoeden dat op zijn minst een deel van de boodschappen door anderen is betaald. Nu het onmogelijk is te differentiëren zullen alle bedragen die zijn geregistreerd op de zojuist bedoelde bonuskaarten in de kasopstelling in mindering worden gebracht. Ook treft doel het verweer over de bonuskaart van Gall&Gall. Deze staat op naam van [naam 9] . Hoewel dit niet uitsluit dat de verdachte of zijn echtgenote de kaart hebben gebruikt, sluit dit evenmin uit dat voornoemde [naam 9] de kaart heeft gebruikt. Het verweer kan dus niet worden weerlegd. Ook het bedrag van deze bonuskaart zal in mindering worden gebracht in de kasopstelling.

Verder heeft de verdachte erop gewezen dat de schoonmaakster niet € 50 per keer heeft ontvangen, zoals in de kasopstelling is opgenomen. Zij heeft blijkens haar in het dossier opgenomen verklaring per keer € 20 ontvangen. Ook dit verweer is concreet, verifieerbaar en niet hoogst onaannemelijk. Voor de kosten van de schoonmaakster zal derhalve een bedrag van € 400 worden opgenomen. Dat de schoonmaakster twintig keren is geweest zoals is opgenomen in de kasopstelling is niet betwist.

De verdachte heeft ook verklaard dat een koptelefoon van het merk Beats by Dre, die deels met contant geld is betaald, door zijn dochter is betaald. De rechtbank acht dit aannemelijk en brengt dit bedrag in mindering op de kasopstelling.

De rechtbank zal ook nog in mindering brengen een bedrag van € 5.778. De verdachte heeft gesteld dat dit een geschenk is geweest van zijn vader. Onderzoek in het dossier leert dat dit niet juist is. Het is een geschenk geweest van zijn moeder en wel voor de kunststof voorgevel van de woning van de verdachte. Deze is door verdachtes moeder per bank betaald. Dit bedrag is ten onrechte in de kasopstelling opgenomen en dient in mindering te worden gebracht.5

Vervolgens heeft hij verklaard dat van het bij hem thuis aangetroffen geld € 1.400 van de illegale lotto was, die hij en zijn collega’s speelden. Hij beheerde de kas en had deze mee naar huis genomen toen hij in januari 2016 met vakantie ging. Bij terugkeer was hij geschorst en niet meer op zijn werk geweest, zodat hij het geld niet kon terugbrengen. In het dossier zitten inderdaad verklaringen van verdachtes toenmalige collega’s dat hij de kas van de lotto beheerde. Daar staat tegenover dat de euro’s bij de verdachte thuis in diens slaapkamer in vier enveloppen zijn aangetroffen. Het totaal bedraagt € 5.110. In geen van de enveloppen zit een bedrag van € 1.400 en van geen van de bedragen is een totaal van € 1.400 te maken. Het verweer mist derhalve feitelijke grondslag en wordt in zoverre verworpen.

De rechtbank oordeelt bovendien dat als uitgangspunt heeft te gelden dat de verdachte ten aanzien van een aantal aankopen die in het SFO zijn onderzocht heeft verklaard dat hij deze heeft gedaan met geld dat hij van zijn vader heeft gekregen, althans zo begrijpt de rechtbank het verweer. Gelet op de eerdere vaststelling dat de verdachte inderdaad schenkingen van zijn vader heeft ontvangen, is deze verklaring concreet, min of meer verifieerbaar en niet volstrekt onaannemelijk. Die bedragen zullen in de kasopstelling als verklaarbare contante inkomsten worden vermeld.

Dat laatste heeft ook te gelden voor de aankopen waarvan de verdachte heeft gesteld dat deze een geschenk zijn geweest van de ouders van de echtgenote van de verdachte: concreet, min of meer verifieerbaar en niet volstrekt onaannemelijk.

Tot slot heeft de raadsman nog aangevoerd dat de kasopstelling ten onrechte geen rekening heeft gehouden met een beginsaldo van contant geld. De verdachte heeft echter niets verklaard over de omvang van een dergelijk bedrag. Ook de raadsman heeft geen vindplaats aangewezen. Het verweer mist feitelijke grondslag en wordt verworpen.

Een ander leidt tot de volgende totalen:

Contante uitgaven:

Bankrekeningen: € 22.458,62

Levensmiddelen en non-food: € 3.661,07 (OPV p. 154).

Vervoermiddelen: € 18.371,15

Vakantie-uitgaven: € 2.000 en NAf 1.150

Schoonmaakster: € 400

Schenkingen/Bezit Curaçao: € 10.500

SFO: € 29.223,14 (de berekening is als bijlage III bij dit vonnis opgenomen)

Doorzoekingen:

contant € 5.110; $ 586

bonnen: € 2.381,13 (het totaalbedrag op p. 190 van het OPV, minus de bovenbedoelde uitgaven aan Gall&Gall van € 145,60 en € 100 voor de Beats by Dre koptelefoon).

Totaal aan contante uitgaven uit andere bron dan de bankrekeningen: € 94.105,11, NAf 1.150,- en

$ 586,- .

Herleidbare contante inkomsten:

Schenkingen vader en schoonouders: € 11.968,37 (zie bijlage III)

Eenmalige schenking vader in 2015 van € 9.000,00

Verkoop Opel Vectra € 200

Contante opnames vakantie € 2.036,10

[naam 10] € 63,81

Totaal herleidbare contante inkomsten: € 23.268,28.

Conclusie

De verdachte heeft € 70.827,15, ANf 1.150 en $ 586 witgewassen. Uitgaande van de veronderstelling dat de verdachte € 10.000 van zijn moeder heeft gekregen, is er € 60.827,15, ANf 1.150 en $ 586 gevonden dat afkomstig is uit een onbekende bron. De enige voor de hand liggende bronnen zijn “die gasten waarvan (hij) nog geld krijgt”. De feiten onder 6 en 8 zijn bewezen.

5.7.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan en op grond van de redengevende feiten en omstandigheden van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

Feit 6. (Zaaksdossier Stekelbaars)

omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 30 januari 2016 te Rotterdam en/of

(elders) in Nederland,

als ambtenaar te weten in de functie van selecteur op de afdeling Pre-Arrival van de Douane Rotterdam,

gift(en) en belofte(n)te weten

- ( een gift van) circa EUR 60.827,15 en/of ANG 1.150,-

en/of USD 586,-, althans enig(e) geldbedrag(en)en

- ( de belofte van) betaling(en) van (een)geldbedrag(en),

heeft aangenomen terwijl hij, verdachte,

(telkens) wist dat deze gift(en) en belofte(n) hem werd(en) gedaan teneinde hem te

bewegen om in zijn bediening iets te doen of na te laten

Feit 8. (Zaaksdossier witwassen)

hij

in of omstreeks de periode van 1 juni 2011 tot en met 30 januari 2016

te Rotterdam en/of Dieren en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander

(telkens) voorwerp(en), te weten

- ( totaal) circa EUR 70.827,15 en ANG 1.150,- en USD 586,-,

voorhanden heeft gehad en heeft verworven en/of

heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van die

geldbedrag(en) gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij, verdachte, wist dat bovenomschreven

geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk -

afkomstig waren uit enig(e) misdrijven

enterwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader van het plegen van dit

feit een gewoonte hebben gemaakt,

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, voor zover door de rechtbank geldig is geacht, is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

6 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

feit 6:

als ambtenaar een gift of een belofte aannemen, terwijl hij wist dat deze hem werd gedaan teneinde hem te bewegen om in zijn bediening iets te doen of na te laten;

feit 8:

medeplegen van gewoontewitwassen

Bewezen is dat in de woning van de verdachte is aangetroffen een bedrag van € 5.110. Mogelijk is een deel van dit geld geschonken door zijn vader. Maar dan is het vermengd geraakt met misdaadgeld en is hoe dan ook het gehele bedrag aan te merken als afkomstig uit misdaad. De rechtbank heeft bewezen dat € 61.326,43 van het witgewassen geld door de verdachte is verkregen door passieve ambtelijke omkoping. De verdachte heeft derhalve een deel van het geld dat hij door eigen misdrijf heeft verworven voorhanden. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 7 april 2015 (ECLI:NL:HR:2015:888) dient de verdachte van alle rechtsvervolging te worden ontslagen “van een ten laste van de verdachte uitgesproken bewezenverklaring ter zake van het begaan van een ander misdrijf met betrekking tot hetzelfde voorwerp, door middel van welk misdrijf de verdachte dat voorwerp kennelijk heeft verworven of voorhanden heeft”. Wat betreft het hierboven bedoelde, in de woning aangetroffen, bedrag van € 5.110 is daarvan sprake. In zoverre wordt de verdachte van alle rechtsvervolging ontslagen.

De feiten zijn voor het overige strafbaar.

7 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. Het door de verdediging subsidiair gevoerde verweer ten aanzien van feit 6, inhoudende dat de verdachte is bedreigd en hij tegen de hierdoor ontstane druk geen weerstand kon bieden, volgt de rechtbank niet. De verdachte heeft zelf geen verklaring afgelegd over de aard van de gestelde bedreigingen, de eventuele ernst en de druk die hij hierdoor zou hebben ervaren. Hierdoor is het voor de rechtbank niet mogelijk het door de verdediging gevoerde overmachtsverweer op zijn merites te beoordelen. Het verweer wordt verworpen wegens gebrek aan feitelijke grondslag.

De verdachte is strafbaar.

8 Motivering straf

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden.

De verdachte heeft zich in zijn functie van selecteur op de afdeling pre-arrival van de douane Rotterdam laten omkopen. Dit is een buitengewoon ernstig feit. De integriteit van overheidsdiensten dient onder alle omstandigheden boven elke twijfel verheven te zijn. Daar komt in deze zaak bij dat de haven van Rotterdam geldt als buitengrens van de Europese Unie (EU), waardoor goederen na inklaring in Rotterdam vrij door de lidstaten van de EU mogen worden vervoerd. De Nederlandse douane is voortdurend in bedrijf en staat bekend als een van de efficiëntste douanes ter wereld. Er wordt gebruik gemaakt van high-tech scanapparatuur, waardoor de veiligheid van een lading gegarandeerd kan worden zonder dat onnodig containers behoeven te worden geopend. Het is de taak van de selecteurs op de afdeling pre-arrival om te bepalen welke container er wel en welke niet moet worden gecontroleerd, waarmee zij een sleutelrol vervullen in het logistieke proces.

Door misbruik te maken van zijn positie als douanier heeft de verdachte niet alleen schade toegebracht aan het imago van de Rotterdamse haven in zowel binnen- als buitenland, maar ook het publieke vertrouwen in de integriteit van de douane als overheidsorgaan in diskrediet gebracht.

De verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan het witwassen van een aanzienlijk geldbedrag. Hij heeft het geld dat hij deels door middel van de hierboven genoemde omkoping heeft verworven in de legale economie gebracht door het te gebruiken voor verschillende aankopen. Witwassen tast de integriteit aan van het financiële en economische verkeer, kan een ontwrichtende werking hebben op de samenleving en vormt daarmee een ernstige bedreiging voor de legale economie.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 21 december 2018, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen, waaronder de hieronder besproken verbeurdverklaringen, passend en geboden.

9 In beslag genomen voorwerpen

9.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd het in beslag genomen geldbedrag van € 670.000,- verbeurd te verklaren en het geld dat in beslag is genomen in de woning van de verdachte terug te geven aan de verdachte.

9.2.

Beoordeling

De rechtbank kan zich slechts uitlaten over de op de beslaglijst opgenomen bedragen.

Ten aanzien van de op de beslaglijst onder 6 t/m 10 genoemde bedragen van in totaal resp. € 5.110,- en € 425,48, zijnde het bedrag in euro’s van de bij de verdachte in beslaggenomen NAf 845, zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 33, 33a, 57, 420bis, 420ter en 363 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 5 en 7 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 6 en 8 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

- gelast de teruggave van € 5.110,- en € 425,48 aan de verdachte (nummers 6 t/m 10 op de beslaglijst);

heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.L.M. Boek, voorzitter,

en mrs. A. van Luijck en L. Daum, rechters,

in tegenwoordigheid van M.M. Cerpentier, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 februari 2019.

Bijlage I

Tekst nader omschreven en gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

Feit 1. (Zaaksdossier Vinson)

op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2011 tot en met 30 april 2012 te Rotterdam en/of Apeldoorn en/of Dieren en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een (grote) hoeveelhe(i)d (en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3 a van die wet,

voor te bereiden of te bevorderen

- een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit;

hebbende hij, verdachte, en/of een of meer mededader(s) tezamen en

in vereniging met elkaar, althans ieder voor zich, toen en daar

opzettelijk (telkens)

- ingelogd in douanesystemen, waaronder Prisma (DPM) en/of Douane Manifest (DMF) en/of Plato om te bekijken wanneer de selectieopdracht voor (een) container(s) met daarin cocaïne en/of verdovende middelen, waaronder in ieder geval de container(s) met het nummer [containernummer 3] en/of het nummer [containernummer 4] , zichtbaar werd(en) en/of als selecteur deze selectieopdracht(en) in. behandeling genomen en/of

- informatie met betrekking tot (dé controle en/of de markering van) (een) container(s) met daarin cocaïne en/of verdovende middelen verstrekt, waaronder in ieder geval de container(s) met het nummer [containernummer 3] en/of het nummer [containernummer 4] , en/of de verzendende en ontvangende bedrijven [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] "gescreend" op het binnenbrengen van branchevreemde goederen, dan wel gecontroleerd of deze bedrijven voldoen aan een risicoprofiel ("gevlagd") in het onderdeel Profielopdracht organisaties (POA) van het computersysteem Risico Data Base (RDB) of anderszins bekend zijn in de douanesystemen, en/of

- ( een) container(s) met daarin cocaïne en/of verdovende middelen zodanig gemarkeerd dat deze container(s) zonder controle doorgezet wordt/worden ("wegklikken"), waaronder in ieder geval de container(s) met het nummer [containernummer 3] en/of het nummer [containernummer 5] , en/of

- ( een) binnenkomende container(s) met daarin cocaïne en/of verdovende middelen buiten de controle van de douane gehouden, waaronder in ieder geval de container(s) met het nummer [containernummer 3] en/of het nummer [containernummer 4] , en/of

- de systemen van de Douane Rotterdam geraadpleegd met een ander doel dan waarvoor deze bestemd zijn en/of (vervolgens) aan derde(n) inzicht gegeven in en informatie verstrekt over de werkwijze van de Douane Rotterdam met betrekking tot de controle van (een) container(s) terwijl dat inzicht en die informatie daarvoor niet zijn bedoeld, te weten

O het versturen van een lading met twee of meer container(s) waarbij de container die verdovende middelen bevat wordt "weggeklikt" uit de douanesystemen, en/of

O het "screenen" van de verzendende en ontvangende bedrijven op het binnenbrengen van branchevreemde goederen, dan wel of deze bedrijven voldoen aan een risicoprofiel ("gevlagd") in het onderdeel Profielopdracht organisaties (POA) van het computersysteem Risico Data Base (RDB) of anderszins bekend zijn in de douanesystemen, en/of

O de keuze voor diepvries( vis) producten als lading waarbij in de container die verdovende middelen bevat alleen ijs wordt geladen nu diepvrieslading zelden wordt gecontroleerd nu de douane het niet zonder noodzaak mag openmaken en/of

O het prijsgeven van controle strategieën en/of andere vertrouwelijke informatie van de douane en/of

- een of meer ontmoeting(en) en/of bespreking(en) gehad met betrekking tot het invoeren/binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of afleveren en/of vervoeren van cocaïne dan wel prijs beloningsafspraken hierover met zijn mededader(s) en/of één of meer andere perso(o)n(en) gemaakt, en/of

- van zijn mededader(s) en/of een of meer andere perso(o)n(en) een of meer geldbedrag(en) ontvangen als aanmoedigingspremie ('"borg") dan wel om te zorgen dat (een) container(s) niet gecontroleerd wordt/worden met betrekking tot de invoer van die cocaïne;

Feit 2. (Zaaksdossier Vinson)

hij

op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2011 tot en met 30 april 2012 te Rotterdam en/of Apeldoorn en/of Dieren en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) als ambtenaar te weten in de functie van selecteur op de afdeling Pre-Arrival van de Douane Rotterdam,

(telkens) (om) (een) gift(en) of belofte(n) dan wel (een) dienst(en), te weten

- ( een gift van) EUR 2.500,-, althans enig(e) geldbedrag(en), en/of

- ( de belofte van) betaling van een geldbedrag ter hoogte van 20%, althans een percentage, van de waarde van een hoeveelheid cocaïne in een container, althans een of meer geldbedrag(en),

althans enige gift en/of dienst en/of belofte, verleend en/of aangeboden en/of gedaan door [naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 4] en/of [naam medeverdachte 2] en/of zijn/hun mededader(s) en/of één of meer andere perso(o)n(en)

I. heeft aangenomen terwijl hij, verdachte,

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan teneinde hem te bewegen om al dan niet in strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 1) en/of

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem al dan niet in strijd met zijn plicht in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 2)

en/of

II. heeft gevraagd

(telkens) teneinde hem, verdachte, te bewegen om al dan niet in strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 3) en/of (telkens) ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, verdachte, al dan niet in strijd met zijn plicht, in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 4)

te weten het (telkens)

voor/aan die [naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 4] en/of [naam medeverdachte 2] en/of zijn/hun mededader(s) en/of één of meer andere perso(o)n(en)

- in te loggen in de douanesystemen, waaronder Prisma (DPM) en/of Douane Manifest (DMF) en/of Plato om te bekijken wanneer de selectieopdracht voor (een) container(s) met daarin cocaïne en/of verdovende middelen, waaronder in ieder geval de container(s) met het nummer [containernummer 3] en/of het nummer [containernummer 4] , zichtbaar werd(en) en/of als selecteur in behandeling nemen van deze selectieopdracht(en) en/of

- informatie op te zoeken met betrekking tot (de controle en/of de markering van) (een) container(s) met daarin cocaïne en/of verdovende middelen, waaronder in ieder geval de container(s) met het nummer [containernummer 3] en/of het nummer [containernummer 4] en/of

- de verzendende en ontvangende bedrijven [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] te screenen op het binnenbrengen van branchevreemde goederen, dan wel of deze bedrijven voldoen aan een risicoprofiel ("gevlagd") in het onderdeel Profielopdracht organisaties (POA) van het computersysteem Risico Data Base (RDB) of anderszins bekend zijn in de douanesystemen, en/of (een) container(s) met daarin cocaïne en/of verdovende middelen zodanig markeren dat deze container(s) zonder controle doorgezet wordt/worden ("wegklikken"), waaronder in ieder geval de container(s) met het nummer [containernummer 3] en/of het nummer [containernummer 4] , en/of

- buiten de controle houden van (een) binnenkomende container (s) met daarin cocaïne en/of verdovende middelen, waaronder in ieder geval de container(s) met het nummer [containernummer 3] en/of het nummer [containernummer 4] , en/of

- raadplegen van de systemen van de Douane Rotterdam met een ander doel dan waarvoor deze bestemd zijn en/of (vervolgens) aan derde(n) inzicht geven in en informatie verstrekken over de werkwijze van de Douane Rotterdam met betrekking tot de controle van (een) container(s) terwijl dat inzicht en die informatie daarvoor niet zijn bedoeld, te weten

O het versturen van een lading met twee container waarbij de container die verdovende middelen bevat wordt "weggeklikt" uit de doüanesystemen, en/of

O het "screenen" van de verzendende en ontvangende bedrijven op het binnenbrengen van branchevreemde goederen, dan wel of deze bedrijven voldoen aan een risicoprofiel ("gevlagd") in het onderdeel Profielopdracht organisaties (POA) van het computersysteem Risico Data Base (RDB) of anderszins bekend zijn in de douanesystemen, en/of

O de keuze voor diepvries (vis)producten als lading waarbij in de container die verdovende middelen bevat alleen ijs wordt geladen nu diepvrieslading zelden wordt gecontroleerd nu de douane het niet zonder noodzaak mag openmaken, en/of

O het prijsgeven van controle strategieën en/of andere vertrouwelijke informatie van de douane;

Feit 3. (Zaak [naam zaak 1] ; zaaksdossier Stekelbaars)

hij

op of omstreeks 26 oktober 2015 te Rotterdam, althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht (al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet) een container met nummer [containernummer 1] bevattende een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 4. (Zaak [naam zaak 2] ; zaaksdossier Stekelbaars)

hij

in of omstreeks de periode van 30 december 2015 tot en met 5 januari 2016 te Rotterdam, althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht (al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet) een container met nummer [containernummer 2] bevattende ongeveer 26 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 5. (Zaaksdossier Stekelbaars)

hij

op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2012 tot en met 30 januari 2016 te Rotterdam en/of Dieren en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van

- een (grote) hoeveel van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, en/of

- een (grote) hoeveelheid hennep, als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet juncto artikel 1 lid 2 van het Opiumwetbesluit, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, en/of

- een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (3,4 methyleendioxymethamfetamine) en/of MDA (tenamfetamine) en/of MDEA (3,4 methyleendioxyethylamfetamine, synoniem: N-ethyl-MDA) en/of amfetamine, zijnde MDMA (3,4 methyleendioxymethamfetamine) en/of MDA (tenamfetamine) en/of MDEA (3,4 methyleendioxyethylamfetamine, synoniem : N-ethyl-MDA) en/of amfetamine (te weten zogeheten XTC-pillen), in elk geval (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

voor te bereiden of te bevorderen

- een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of

- zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit;

hebbende hij, verdachte, en/of een of meer mededader(s) tezamen en

in vereniging met elkaar, althans ieder voor zich, toen en daar

opzettelijk (telkens)

- ingelogd in de douanesystemen, waaronder Prisma (DPM) en/of Douane Manifest (DMF) en/of Plato om te bekijken wanneer de selectieopdracht voor een container(s) met daarin cocaïne, hennep,

MDMA, XTC-pillen en/of verdovende middelen, waaronder in ieder geval de container(s) met het nummer [containernummer 1] en/of het nummer [containernummer 2] , zichtbaar werd(en) en/of als selecteur in behandeling nemen van deze selectieopdracht(en), en/of

- informatie met betrekking tot (de controle en/of de markering van) (een) container(s) met daarin cocaïne, hennep, MDMA, XTC-pillen en/of verdovende middelen verstrekt, waaronder in ieder geval de container(s) met het nummer [containernummer 1] en/of het nummer [containernummer 2] , en/of

- de verzendende en ontvangende bedrijven "gescreend" op het binnenbrengen van branchevreemde goederen, dan wel of deze bedrijven voldoen aan een risicoprofiel ("gevlagd") in het onderdeel Profielopdracht organisaties (POA) van het computersysteem Risico Data Base (RDB) of anderszins bekend zijn in de douanesystemen, en/of

- ( een) container(s) met daarin cocaïne, hennep, MDMA, XTC-pillen en/of verdovende middelen zodanig gemarkeerd dat deze container(s) zonder waaronder in ieder geval de container(s) met het nummer [containernummer 1] en/of het nummer [containernummer 2] , en/of

- de systemen van de Douane Rotterdam geraadpleegd met een ander doel dan waarvoor deze bestemd zijn en/of (vervolgens) aan derde(n) inzicht geven in en informatie verstrekt over de werkwijze van de Douane Rotterdam met betrekking tot de controle van (een) container(s) terwijl dat inzicht en die informatie daarvoor niet zijn bedoeld, te weten

O het versturen van een lading met twee container waarbij de container die verdovende middelen bevat wordt "weggeklikt" uit de douanesystemen, en/of

O het "screenen" van de verzendende en ontvangende bedrijven op het binnenbrengen van branchevreemde goederen, dan wel of deze bedrijven voldoen aan een risicoprofiel ("gevlagd") in het onderdeel Profielopdracht organisaties (POA) van het computersysteem Risico Data Base (RDB) of anderszins bekend zijn in de douanesystemen, en/of

O de keuze voor diepvries visproducten als lading waarbij in de container die verdovende middelen bevat alleen ijs wordt geladen. Reden hiervoor is dat diepvrieslading zelden wordt gecontroleerd nu de douane het niet zonder noodzaak mag openmaken, en/of

O het prijsgeven van controle strategieën en/of andere vertrouwelijke informatie van de douane, en/of

- een of meer ontmoeting(en) en/of bespreking(en) gehad met betrekking tot het invoeren/binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of afleveren en/of vervoeren van die cocaïne, hennep,

MDMA, XTC-pillen en/of verdovende middelen dan wel prijs-/ beloningsafspraken hierover met zijn mededader(s) en/of één of meer andere perso(o)n(en), en/of

- van zijn mededader(s) en/of een of meer andere perso(o)n(en) een of meer geldbedrag(en) ontvangen als aanmoedigingspremie ("borg") dan wel om te zorgen dat (een) container(s) niet gecontroleerd wordt/worden met betrekking tot de invoer van die cocaïne, hennep, MDMA, XTC-pillen en/of verdovende middelen;

Feit 6. (Zaaksdossier Stekelbaars)

hij

op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2012 tot en met 31 december 2014 te Rotterdam en/of Dieren en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) als ambtenaar te weten in de functie van selecteur op de afdeling Pre-Arrival van de Douane Rotterdam,

(telkens) (om) (een) gift(en) of beloffe(n) dan wel (een) dienst(en), te weten

- ( een gift van) (totaal) circa EUR 90.223,82 en/of ANG 1.150,- en/of USD 586,-, althans enig(e) geldbedrag(en), en/of

- ( een gift van) circa EUR 670.000,-, althans enig(e) geldbedrag(en), en/of

- ( de belofte van) betaling(en) van (een) (gro(o)t(e)) geldbedrag(en), althans één of meer geldbedrag(en),

althans enige gift en/of dienst en/of belofte, verleend en/of aangeboden en/of gedaan door één of meer onbekend gebleven perso(o)n(en)

I. heeft aangenomen terwijl hij, verdachte,

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan teneinde hem te bewegen om in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 1) en/of (telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem al dan niet in strijd met zijn plicht in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 2)

en/of

II. heeft gevraagd

(telkens) teneinde hem, verdachte, te bewegen om in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 3) en/of (telkens) tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, verdachte, al dan niet in strijd met zijn plicht, in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 4)

te weten het (telkens)

- inloggen in de douanesystemen, waaronder Prisma (DPM) en/of Douane Manifest (DMF) en/of Plato om te bekijken wanneer de selectieopdracht voor (een) container(s) met daarin cocaïne, hennep, MDMA, XTC-pillen en/of verdovende middelen, zichtbaar werd(en) en/of als selecteur in behandeling nemen van deze selectieopdracht(en), en/of

- opzoeken van informatie met betrekking tot (de controle en/of de markering van) (een) container(s) met daarin cocaïne, hennep, MDMA, XTC-pillen en/of verdovende middelen, en/of

- het “screenen” van de verzendende en ontvangende bedrijven op het binnenbrengen van branchevreemde goederen, dan wel of deze bedrijven voldoen aan een risicoprofiel ("gevlagd") of anderszins bekend zijn in de douanesystemen, en/of

- zodanig markeren van (een) container(s) met daarin cocaïne, hennep, MDMA, XTC-pillen en/of verdovende middelen dat deze container(s) zonder controle doorgezet wordt/worden ("wegklikken") (met daarbij ten onrechte de opmerking dat deze container(s) niet via track & trace van de rederij te vinden is/zijn), en/of

- buiten de controle houden van (een) binnenkomende container (s) met daarin cocaïne, hennep, MDMA, XTC-pillen en/of verdovende middelen, en/of

- de systemen van de Douane Rotterdam raadplegen met een ander doel dan waarvoor deze bestemd zijn en/of (vervolgens) aan derde(n) inzicht geven in en informatie verstrekken over de werkwijze van de Douane Rotterdam met betrekking tot de controle van (een) container(s) terwijl dat inzicht en die informatie daarvoor niet zijn bedoeld, te weten

O het versturen van een lading met twee container waarbij de container die verdovende middelen bevat wordt "weggeklikt" uit de douanesystemen, en/of

O het "screenen" van de verzendende en ontvangende bedrijven op het binnenbrengen van branchevreemde goederen, dan wel of deze bedrijven voldoen aan een risicoprofiel ("gevlagd") in het onderdeel Profielopdracht organisaties (POA) van het computersysteem Risico Data Base (RDB) of anderszins bekend zijn in de douanesystemen, en/of

O de keuze voor diepvries visproducten als lading waarbij in de container die verdovende middelen bevat alleen ijs wordt geladen. Reden hiervoor is dat diepvrieslading zelden wordt gecontroleerd nu de douane het niet zonder noodzaak mag openmaken, en/of

O het prijsgeven van controle strategieën en/of andere vertrouwelijke informatie van de douane;

en

hij

op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 30 januari 2016 te Rotterdam en/of Dieren en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) als ambtenaar te weten in de functie van selecteur op de afdeling Pre-Arrival van de Douane Rotterdam,

(telkens) (om) (een) gift(en) of belofte(n) dan wel (een) dienst(en), te weten

- ( een gift van) (totaal) circa EUR 90.223,82 en/of ANG 1.150,- en/of USD 586,-, althans enig(e) geldbedrag(en), en/of

- ( een gift van) circa EUR 670.000,-, althans enig(e) geldbedrag(en), en/of

- ( de belofte van) betaling(en) van (een) (gro(o)t(e)) geldbedrag(en), althans één of meer geldbedrag(en),

althans enige gift en/of dienst en/of belofte, verleend en/of aangeboden en/of gedaan door één of meer onbekend gebleven perso(o)n(en)

I. heeft aangenomen terwijl hij, verdachte,

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan teneinde hem te bewegen om in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 1) en/of

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 2)

en/of

II. heeft gevraagd

(telkens) teneinde hem, verdachte, te bewegen om in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 3) en/of (telkens) tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, verdachte, in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 4)

te weten het (telkens)

- inloggen in de douanesystemen, waaronder Prisma (DPM) en/of Douane Manifest (DMF) en/of Plato om te bekijken wanneer de selectieopdracht voor een container(s) met daarin cocaïne, hennep, MDMA, XTC-pillen en/of verdovende middelen, waaronder in ieder geval de container(s) met het nummer [containernummer 1] en/of het nummer [containernummer 2] , zichtbaar werd(en) en/of als selecteur in behandeling nemen van deze selectieopdracht(en), en/of

- opzoeken van informatie met betrekking tot (de controle en/of de markering van) (een) container(s) met daarin cocaïne, hennep, MDMA, XTC-pillen en/of verdovende middelen, waaronder in ieder geval de container(s) met het nummer [containernummer 1] en/of het nummer [containernummer 2] , en/of

- het “screenen" van de verzendende en ontvangende bedrijven op het binnenbrengen van branchevreemde goederen, dan wel of deze bedrijven voldoen aan een risicoprofiel (“gevlagd") of anderszins bekend zijn in de douanesystemen, en/of

- zodanig markeren van een container(s) met daarin cocaïne, hennep, MDMA, XTC-pillen en/of verdovende middelen dat deze container(s) zonder controle doorgezet wordt/worden (“wegklikken") (met daarbij ten onrechte de opmerking dat deze container(s) niet via track & trace van de rederij te vinden is/zijn), waaronder in ieder geval de container(s) met het nummer [containernummer 1] en/of het nummer [containernummer 2] , en/of buiten de controle houden van (een) binnenkomende container (s) met daarin cocaïne, hennep, MDMA, XTC-pillen en/of verdovende middelen, waaronder in ieder geval de container(s) met het nummer [containernummer 1] en/of het nummer [containernummer 2] , en/of

- de systemen van de Douane Rotterdam raadplegen met een ander doel dan waarvoor deze bestemd zijn en/of (vervolgens) aan derde(n) inzicht geven in en informatie verstrekken over de werkwijze van de Douane Rotterdam met betrekking tot de controle van (een) container(s) terwijl dat inzicht en die informatie daarvoor niet zijn bedoeld, te weten

O het versturen van een lading met twee container waarbij de container die verdovende middelen bevat wordt "weggeklikt" uit de douanesystemen, en/of

O het "screenen" van de verzendende en ontvangende bedrijven op het binnenbrengen van branchevreemde goederen, dan wel of deze bedrijven voldoen aan een risicoprofiel ("gevlagd") in het onderdeel Profielopdracht organisaties (POA) van het computersysteem Risico Data Base (RDB) of anderszins bekend zijn in de douanesystemen, en/of

O de keuze voor diepvries visproducten als lading waarbij in de container die verdovende middelen bevat alleen ijs wordt geladen. Reden hiervoor is dat diepvrieslading zeiden wordt gecontroleerd nu de douane het niet zonder noodzaak mag openmaken, en/of

O het prijsgeven van controle strategieën en/of andere vertrouwelijke informatie van de douane;

Feit 7. (Zaaksdossiers Vinson en Stekelbaars)

hij

op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2011 tot en met 30 januari 2016, te Rotterdam en/of Dieren en/of Apeldoorn en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) een geheim en/of geheimen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat hij, verdachte, als ambtenaar van de Douane, uit hoofde van zijn ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of beroep, verplicht was te bewaren, (telkens) opzettelijk heeft geschonden,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens)

- informatie over de werkwijze van de afdeling Pre-Arrival en andere afdelingen van de Douane te Rotterdam met betrekking tot (controles van) containers verstrekt, te weten

O het versturen van een lading met twee container waarbij de container die verdovende middelen bevat wordt "weggeklikt" uit de douanesystemen, en/of

O het "screenen" van de verzendende en ontvangende bedrijven op het binnenbrengen van branchevreemde goederen, dan wel of deze bedrijven voldoen aan een risicoprofiel ("gevlagd") in het onderdeel Profielopdracht organisaties (POA) van het computersysteem Risico Data Base (RDB) of anderszins bekend zijn in de douanesystemen, en/of

O de keuze voor diepvries visproducten als lading waarbij in de container die verdovende middelen bevat alleen ijs wordt geladen. Reden hiervoor is dat diepvrieslading zelden wordt gecontroleerd nu de douane het niet zonder noodzaak mag openmaken, en/of

O het prijsgeven van controle strategieën en/of andere vertrouwelijke informatie van de douane, en/of

- informatie in de/het (computer)syste(e)m(en) van de Douane, waaronder Prisma (DPM), Doüane Manifest (DMF) en Plato, geraadpleegd en/of bevraagd en/of gezocht met betrekking tot (controles van) containers, en/of vervolgens doorgegeven of (een) container(s) met daarin cocaïne, hennep, MDMA, XTC-pillen en/of verdovende middelen, waaronder in ieder geval de container(s) met het nummer [containernummer 3] en/of het nummer [containernummer 4] en/of het nummer [containernummer 1] en/of het nummer [containernummer 2] , al dan niet gecontroleerd zou gaan worden,

in elk geval vertrouwelijke informatie, en/of (vervolgens) (telkens) deze informatie anders dan beroepsmatig verstrekt aan een ander en/of anderen, terwijl die ander(en) niet tot kennisneming van die informatie gerechtigd/bevoegd was/waren;

Feit 8. (Zaaksdossier witwassen)

hij

in of omstreeks de periode van 1 juni 2011 tot en met 30 januari

2016 te Rotterdam en/of Dieren en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) van (een) voorwerp(en), te weten (totaal) (in elk geval) (een bedrag van)

- ( totaal) circa EUR 90.223,82 en/of ANG 1.150,- en/of USD 586,-, althans enig(e) geldbedrag(en), en/of

- circa EUR 670.000,-, althans EUR 595.860,-, althans enig(e) geldbedrag(en),

in elk geval van één of meer geldbedrag(en),

a. a)

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld dan wel heeft verborgen of verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die geld(en), althans dat/die voorwerp(en) is/zijn

en/of

b)

dat/die geldbedrag (en) voorhanden heeft gehad en/of dit/deze geldbedrag (en) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van dat/die geldbedrag(en) gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) en/of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat bovenomschreven geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijven/misdrijf,

en/of

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) van het plegen van dit feit een gewoonte heeft/hebben gemaakt,

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) een of meerdere van de volgende handelingen verricht:

- een totaalbedrag van (circa) EUR 18.605,- contant op zijn, verdachtes, en/of zijn mededader(s) bankrekening(en) gestort, en/of

- een totaalbedrag van (circa) EUR 4.742,77 aan levensmiddelen en non-food contant afgerekend bij de Albert Heijn, en/of

een totaalbedrag van (circa) EUR 18.371,15 ten behoeve van de aankoop van een Volkswagen Polo met kenteken [kentekennummer 1] en/of een scooter met kenteken [kentekennummer 2] en/of brandstofkosten contant afgerekend, en/of

- een totaalbedrag van (circa) EUR 2.000,- en/of ANG 1.150,- aan vakantie uitgaven contant besteed, en/of

- een totaalbedrag van (circa) 10.050.- via money transfer overgemaakt en/of contant aan een tante van [naam 11] meegegeven naar Curacao (ten behoeve van de kosten voor de architect en/of verbouwing van de ouderlijke woning van [naam 11] ), en/of

- een totaalbedrag van (circa) EUR 2.629,85 en/of USD 586,- aan contante consumentenuitgaven gedaan bij diverse winkels, en/of

- een totaalbedrag van (circa) EUR 5.110,- en/of ANG 845,- contant in zijn, verdachtes, en/of zijn mededader(s) woning bewaard, en/of

- een totaalbedrag van (circa) EUR 670.000,-, althans EUR 595.860,- contant bewaard in de woning van [naam 8] en/of diens mededader(s);

1 De uiteindelijke som van de kasopstelling van € 90.223,85 plus € 9.000 waarvan later aangifte is gedaan voor de schenkbelasting.

2 Uit het proces-verbaal van de doorzoeking blijkt dat het geld inderdaad in de kledingkast in de slaapkamer is gevonden (p. 40039 en p. 40041).

3 OPV, p. 102

4 De bonuskaart met nummer [nummer 1] bevat betalingen vanaf een bankrekening eindigend op de cijfers 8005 en 3818; de bonuskaart met nummer [nummer 2] bevat betalingen vanaf een bankrekening eindigend op nummer 2001 (AMB-140, p. 21575-21575). Geen van beide bankrekeningen zijn te herleiden tot de bankrekeningen die op p. 147 van OPV aan de verdachte en zijn echtgenote worden toegeschreven.

5 Zie SFO-020. “Tijdens de doorzoeking aan de [adres] zijn in de tas van verdachte [naam partner verdachte] 3 facturen aangetroffen van het bedrijf [naam bedrijf 5] voor in totaal € 6.171,00. De facturen hebben betrekking op het "leveren en monteren van kunststof kozijnen voorzien van HR++ glas" en "leveren en monteren van een kunststof voordeur voorzien van veiligheidsbeslag en het leveren en monteren”. De hierna volgende informatie is mondeling door een medewerker van [naam bedrijf 5] verstekt: De facturen over 2015 (DOC-314 1 t/m 3) zijn per bank betaald op 20-11-2015. De medewerker heeft er op de 1e factuur 201530930 met pen '20-11 per bank betaald' bijgeschreven. De facturen over 2014 (DOC-315 1 en 2) zijn per kas betaald op 02-12-2014. De medewerker heeft er op de 1e factuur 2014430335 met pen '02-12-2014 per kas, € 5.788,- betaald' bijgeschreven.” Uit het overzicht van de bankafschriften van de moeder van de verdachte blijkt dat de factuur 201530930 geheel door haar per bank is betaald (AMB-151, p. 21796). Op de factuur met nummer 201530930 staat de aanneemsom van € 6.171,- en inderdaad staat met pen bijgeschreven: 20-11 per bank betaald. Dat laatste slaat kennelijk op de totale aanneemsom. Dat er naast de bankbetaling nog een bedrag van € 5.788- contant is betaald is niet aannemelijk.