Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:10830

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-03-2019
Datum publicatie
30-11-2020
Zaaknummer
7188096 \ CV EXPL 18-37272
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Volgt nog.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 7188096 \ CV EXPL 18-37272

uitspraak: 15 maart 2019

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap

Qurrent Nederland B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 21 augustus 2018,

gemachtigde: De Klerk Vis Niekus Gerechtsdeurwaarders en Incasso te Amsterdam,

tegen

[gedaagde in conventie / eiser in reconventie] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

gemachtigde: [naam gemachtigde] .

Partijen zullen hierna worden aangeduid als “Qurrent” en “ [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] ”.

1. Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen.

  • -

    het exploot van dagvaarding van 21 augustus 2018, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie, met producties;

  • -

    de conclusie van repliek in conventie tevens conclusie van antwoord in reconventie, met producties;

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie;

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie, met producties;

  • -

    de akte uitlaten zijdens [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] .

1.2.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1.

Qurrent en [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] zijn met ingang van 26 december 2015 een overeenkomst aangegaan voor de levering van groene stroom en CO2-gecompenseerd gas aan het adres [adres] te Rotterdam voor de duur van een jaar.

2.2.

[gedaagde in conventie / eiser in reconventie] heeft de leveringsovereenkomst met Qurrent per 19 mei 2017 opgezegd.

2.3.

Bij factuur van 26 mei 2017 heeft Qurrent een bedrag van € 231,69 bij [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] in rekening gebracht, bestaande uit totale energiekosten ad € 846,69 en een opzegvergoeding ad € 250,00 minus in rekening gebrachte maandbedragen ad € 865,00.

3. Het geschil in conventie

3.1.

Qurrent heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 231,69 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de vervaldag van de factuur tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 40,00, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

3.2.

Aan haar vordering heeft Qurrent - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag gelegd.

Tegen het einde van de leveringsovereenkomst van 26 december 2015 hebben partijen contact gehad en zijn zij overeengekomen dat de leveringsovereenkomst zou worden verlengd met een 3 jaar Prijs Zeker + 2 gratis Windtegoedencontract. Voor deze leveringsovereenkomst gelden andere algemene voorwaarden dan voor de leveringsovereenkomst van 26 december 2015, welke blijken uit de door Qurrent op 15 september 2016 per email aan [gedaagde] verzonden leveringsovereenkomst. Op grond van artikel 19.3 van de algemene voorwaarden is de contractant bij voortijdige beëindiging van een leveringsovereenkomst voor bepaalde tijd een vergoeding aan Qurrent verschuldigd. In de richtlijn van de Autoriteit Consument en Markt is bepaald dat in geval van beëindiging met een resterende looptijd van langer dan 2,5 maand een opzegvergoeding van € 125,00 per product in rekening wordt gebracht. De leveringsovereenkomst met [gedaagde] had betrekking op gas en elektra, zodat de opzegvergoeding neerkomt op een bedrag van

€ 250,00.

Voor het geval [gedaagde] de opzegvergoeding niet verschuldigd is op grond van de algemene voorwaarden, geldt dat zij op grond van artikel 6:277 BW gehouden is tot vergoeding van de door Qurrent in verband met de ontbinding misgelopen inkomsten over de periode 19 mei 2017 tot 26 december 2019.

[gedaagde] is in gebreke gebleven met betaling van het in rekening gebrachte bedrag van

€ 231,69, zodat zij in verzuim is geraakt. Qurrent heeft haar vordering ter incasso uit handen gegeven en heeft zodoende buitengerechtelijke incassokosten moeten maken die, evenals de wettelijke rente, op grond van de wet voor rekening van [gedaagde] komen.

3.3.

[gedaagde] heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Qurrent in de kosten van de procedure. Zij heeft daartoe - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende aangevoerd.

Op 26 december 2016 is de leveringsovereenkomst stilzwijgend verlengd zonder wijziging van de voorwaarden. De leveringsovereenkomst is boetevrij en maandelijks opzegbaar. [gedaagde] heeft zich aan de opzegtermijn van een maand gehouden, zodat zij geen opzegvergoeding aan Qurrent verschuldigd is. Qurrent heeft haar vordering onvoldoende onderbouwd en heeft niet voldaan aan de substantiëringsplicht.

4. Het geschil in reconventie

4.1.

[eiser] heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Qurrent te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 18,31, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 2 juni 2017, met veroordeling van Qurrent in de kosten van de procedure.

4.2.

Aan haar vordering heeft [eiser] – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag gelegd.

De totale energiekosten belopen een bedrag van € 846,69 en [eiser] heeft reeds

€ 865,00 aan voorschotbedragen betaald, zodat zij recht heeft op terugbetaling door Qurrent van een bedrag van € 18,31.

4.3.

Qurrent heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure. Zij heeft daartoe – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende aangevoerd.

Gelet op de verschuldigdheid van de opzegvergoeding van € 250,00, is Qurrent niet gehouden enig bedrag aan [eiser] terug te betalen.

5. De beoordeling

in conventie en in reconventie

5.1.

Gelet op de nauwe samenhang tussen de vordering in conventie en de vordering in reconventie zullen deze gezamenlijk worden behandeld.

5.2.

Allereerst heeft [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] zich tegen de vordering van Qurrent verweerd door te stellen dat Qurrent niet heeft voldaan aan de substantiëringsplicht. Nog daargelaten dat [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] geen gevolgen aan dit verweer heeft verbonden, is niet gesteld of gebleken dat [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] door de (gebrekkige) inhoud van de dagvaarding is bemoeilijkt in het voeren van verweer. Derhalve is niet komen vast te staan dat [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] onredelijk in haar belangen is geschaad. Qurrent is derhalve ontvankelijk in haar vordering.

5.3.

[gedaagde in conventie / eiser in reconventie] heeft weersproken dat zij na afloop van de leveringsovereenkomst van 26 december 2015 een nieuwe leveringsovereenkomst met andere algemene voorwaarden met Qurrent is aangegaan. Zij betwist de ontvangst van de (bevestiging van de) nieuwe leveringsovereenkomst en de daarbij behorende algemene voorwaarden. In reactie daarop heeft Qurrent gesteld dat zij, nadat zij op 28 augustus 2016 een email aan [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] heeft verstuurd, telefonisch contact met haar opgenomen heeft en dat [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] telefonisch akkoord is gegaan met een nieuwe leveringsovereenkomst en Qurrent daarvan vervolgens per email een bevestiging aan haar heeft verstuurd. Qurrent stelt verder dat [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] niet heeft geprotesteerd tegen de bevestigingsemail en dat zij op 26 december 2016 haar meterstanden heeft doorgegeven. [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] heeft betwist dat zij telefonisch en schriftelijk contact heeft gehad met Qurrent.

5.4.

De kantonrechter is van oordeel dat uit de enkele omstandigheid dat [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] niet heeft geprotesteerd tegen de bevestigingsemail niet kan worden afgeleid dat tussen haar en Qurrent een nieuwe leveringsovereenkomst tot stand is gekomen. Dat geldt ook voor het feit dat [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] meterstanden aan Qurrent heeft doorgegeven. Het doorgeven van meterstanden wordt immers in iedere situatie van [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] verlangd, zowel bij het einde van een leveringsovereenkomst als bij het verlengen of opnieuw aangaan van een leveringsovereenkomst.

5.5.

Gelet op vorenstaande overwegingen staat de grondslag van de vordering van Qurrent onvoldoende vast en ligt het ingevolge artikel 150 Rv op haar weg om in rechte te bewijzen dat zij met [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] tegen het einde van de leveringsovereenkomst van 26 december 2015 een 3 jaar Prijs Zeker + 2 gratis Windtegoeden-contract met bijbehorende productvoorwaarden heeft afgesloten. De kantonrechter zal Qurrent in na te melden vorm tot bewijslevering toelaten.

5.6.

Iedere verdere beslissing wordt in dit stadium van het geding aangehouden.

6. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie en in reconventie:

laat Qurrent toe te bewijzen dat zij tegen het einde van de leveringsovereenkomst van 26 december 2015 een 3 jaar Prijs Zeker + 2 gratis Windtegoederen-contract met bijbehorende productvoorwaarden met [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] heeft afgesloten;

bepaalt dat Qurrent zich ter rolzitting van woensdag 10 april 2019 te 14.30 uur bij akte dient uit te laten of, en zo ja op welke wijze, zij voornoemd bewijs wenst te leveren en indien zij dat wil doen door schriftelijke bewijsstukken, zij die dan dadelijk bij die akte in het geding moet brengen en indien zij getuigen wenst voor te brengen, zij in die akte opgave moet doen van de naam en woonplaats van de door haar voor te brengen getuigen alsook van de verhinderdata van beide partijen voor de dan komende drie maanden; Qurrent zal te zijner tijd zelf hebben zorg te dragen voor behoorlijke oproeping der getuigen;

bepaalt voorts dat de door Qurrent te nemen akte uiterlijk de dag vóór genoemde rolzitting om 12 uur ter griffie ontvangen dient te zijn; ook is het mogelijk de akte op genoemd tijdstip op de rolzitting zelf in te dienen; in dat geval dient Qurrent wel rekening te houden met een wachttijd;

houdt verder iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

32109