Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:10366

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-12-2019
Datum publicatie
09-01-2020
Zaaknummer
C/10/584593 / KG ZA 19-1098
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. IE. Gebruik van foto's. Gedaagde stelt daar toestemming voor te hebben verkregen. Voorshands niet aannemelijk dat een inbreuk is gemaakt op het auteursrecht van eiseres. Vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/584593 / KG ZA 19-1098

Vonnis in kort geding van 5 december 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LUXURY BEDDING COMPANY B.V.,

gevestigd te Zwolle,

eiseres,

advocaat mr. Ö. Çolak te Zwolle,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ÖZ SEFA MEUBEL B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

vertegenwoordigd door [naam vertegenwoordiger] , bestuurder.

Partijen worden hierna Luxury Bedding en Sefa genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 5 november 2019, met producties 1 tot en met 15;

  • -

    een aanvullende productie van Luxury Bedding;

  • -

    de mondelinge behandeling op 21 november 2019;

  • -

    de pleitnota van Luxury Bedding.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Luxury Bedding en Sefa handelen allebei in bedden.

2.2.

Luxury Bedding verkoopt bedden/matrassen van het merk Serta. Luxury Bedding heeft een fotograaf opdracht gegeven om foto’s te maken van deze bedden/matrassen, ten behoeve van de verkoop. De fotograaf heeft het op de foto’s rustende auteursrecht aan Luxury Bedding overgedragen.

2.3.

Van de hiervoor onder 2.2. bedoelde foto’s heeft Sefa twee foto’s, die zij op het internet had gevonden, op haar openbare Facebook-pagina geplaatst.

2.4.

Op 11 oktober 2019 heeft de advocaat van Luxury Bedding een brief aan Sefa verzonden. In deze brief staat:

Cliënte heeft geconstateerd dat Öz Sefa Meubel B.V. (hierna te noemen: ‘Sefa’) inbreuk maakt op haar rechten. Meer specifiek is er sprake van auteursrechtinbreuk door Sefa. Ik licht het vorenstaande toe.

Auteursrechtinbreuk

Cliënte maakt voor de verkoop van haar producten gebruik van originele foto’s. Deze foto’s worden (onder meer) gebruikt op de website en de catalogus van cliënte. Cliënte is rechthebbende van de foto’s. In dit verband verwijs ik u naar bijlage 1, zijnde een verklaring van de fotograaf, met bijbehorende foto’s.

Cliënte heeft moeten constateren dat haar foto’s (al dan niet bewerkt) door Sefa worden verspreid, zonder dat zij hiervoor toestemming heeft gegeven. Meer concreet: de foto waarvan cliënte rechthebbende is, wordt door Sefa gebruikt op het internet, meer specifiek op Facebook. Ik verwijs u naar bijlage 2, zijnde de geplaatste foto op Facebook.

Door het gebruik van de foto zonder toestemming wordt inbreuk gemaakt op de auteursrechten van cliënte. Ik wijs u op artikel 1 van de Auteurswet, dat bepaalt dat het auteursrecht het uitsluitend recht is van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij wet gesteld. Van wettelijke beperkingen is i.c. geen sprake.

Door de gestelde inbreuk lijdt cliënte schade, omdat afbreuk wordt gedaan aan de waarde van haar exclusieve recht uitsluitend zelf te bepalen waar en hoe de foto’s worden gebruikt.

Aansprakelijkstelling en sommatie

Sefa wordt hierbij aansprakelijk gesteld voor de schade die cliënte lijdt. Voor zover vereist stel ik Sefa in gebreke.

Namens cliënte sommeer ik Sefa uiterlijk 16 oktober 2019, voor 12:00 uur:

(i) de bijgaande onthoudingsverklaring (bijlage 3) te paraferen, ondertekenen en aan mij te retourneren;

(ii) de in de onthoudingsverklaring bedoelde betaling ad € 3,500,00 te verrichten;

zodanig dat alles binnen de gestelde termijn door mij wordt ontvangen.

2.5.

In de hiervoor bedoelde onthoudingsverklaring staat:

Artikel 1

Sefa erkent door ondertekening van deze verklaring dat zij door haar handelwijze, zoals omschreven in de brief d.d. 11 oktober 2019, inbreuk maakt op de (intellectuele eigendoms)rechten van LBC.

Artikel 2

Sefa zal uiterlijk woensdag 16 oktober 2019, voor 12:00 uur ieder inbreuk op de auteursrechten van LBC staken en gestaakt houden, onder meer door het staken en gestaakt houden van het openbaar maken en/of verveelvoudigen en/of bewerken van de foto’s waarvan LBC rechthebbende is, zulks op straffe van verbeurte van een direct opeisbare en niet voor verrekening en/of matiging vatbare boete ad € 5,000,00 (zegge: vijfduizend euro) per overtreding, met een maximum van € 500.000,00 (zegge: vijfhonderdduizend euro), een en ander onverminderd het recht van LBC op volledige schadevergoeding.

(…)

Artikel 4

Sefa verplicht zich, bij wijze van voorschot op de schade en de juridische kosten van LBC, een bedrag ad € 3.500,00 (zegge: drieduizend vijfhonderd euro) over te maken op de derdengeldrekening ten name van [rekeningnaam] met [bankrekeningnummer] onder vermelding van ‘voorschot schade LBC’, welk bedrag uiterlijk woensdag 16 oktober oktober 2019, voor 12:00 uur, ontvangen dient te zijn door LBC.

2.6.

Sefa heeft niet aan de onder 2.4 bedoelde sommaties tot ondertekening van de onthoudingsverklaring en betaling van een bedrag van € 3.500,- voldaan. Wel heeft zij de betreffende foto’s van haar Facebookpagina verwijderd.

3 Het geschil

3.1.

Luxury Bedding vordert – samengevat – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. Sefa beveelt om iedere inbreuk op de auteursrechten van Luxury Bedding te staken en gestaakt te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

  2. Sefa veroordeelt om aan Luxury Bedding te betalen een bedrag van € 720,-, als voorschot op de door Sefa aan Luxury Bedding te betalen schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Luxury Bedding verzoekt de termijn voor het instellen van de bodemprocedure te bepalen op zes maanden na de datum van het vonnis, en Sefa te veroordelen in de werkelijke kosten van deze procedure en de nakosten.

3.2.

Luxury Bedding legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Sefa foto’s van Luxury Bedding op haar Facebookpagina heeft geplaatst en aldus een inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van Luxury Bedding, dat Luxury Bedding daardoor schade heeft geleden, en dat Sefa heeft geweigerd de aan haar toegezonden onthoudingsverklaring te ondertekenen.

3.3.

Sefa concludeert tot afwijzing van de vorderingen. Zij voert als verweer dat zij toestemming had om de foto’s op haar Facebookpagina te plaatsen.

3.4.

Op de voor de beoordeling van de vorderingen van belang zijnde stellingen van partijen wordt hierna ingegaan.

4 De beoordeling

De spoedeisendheid van de zaak

4.1.

Artikel 254 Rv bepaalt dat de voorzieningenrechter in spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, bevoegd is om deze te geven. Van een spoedeisende zaak in vorenbedoelde zin is sprake als van de eiser niet kan worden gevergd dat hij de uitkomst van een eventuele bodemprocedure afwacht.

4.2.

Een zaak waarin een gebod wordt gevorderd dat strekt tot het staken en gestaakt houden van het maken van een inbreuk op auteursrechten is naar zijn aard spoedeisend. Dat sprake is van een spoedeisende zaak is ook niet door Sefa betwist.

De eerste vordering

4.3.

De voorzieningenrechter moet zich bij de beoordeling van een vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening – bij wijze van uitgangspunt – richten naar de waarschijnlijke uitkomst van een eventuele bodemprocedure. Daarnaast moet het belang van de eisende partij bij de gevorderde voorziening worden afgewogen tegen het belang van de gedaagde partij bij afwijzing van de vordering.

4.4.

Luxury Bedding legt aan de eerste vordering ten grondslag dat Sefa een inbreuk heeft gemaakt op haar auteursrecht. Het auteursrecht is het uitsluitend recht van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen bij de wet gesteld, zo bepaalt artikel 1 van de Auteurswet. Dat het auteursrecht een uitsluitend recht is, betekent dat iemand die door een fotograaf gemaakte foto’s openbaar wil maken daar toestemming voor nodig heeft van de fotograaf, dan wel van degene aan wie de fotograaf het auteursrecht heeft overgedragen.

4.5.

Tussen partijen staat vast dat Luxury Bedding een fotograaf opdracht heeft gegeven om foto’s te maken van bedden/matrassen van het merk Serta, dat deze fotograaf het daarop rustende auteursrecht heeft overgedragen aan Luxury Bedding, en dat Sefa twee van deze foto’s op haar openbare Facebookpagina heeft geplaatst.

4.6.

Vaststaat ook dat Sefa de foto’s heeft verwijderd nadat zij de hiervoor onder 2.4 bedoelde brief had ontvangen. Dat betekent dat het eerste deel van de vordering, dat strekt tot het staken van het maken van een inbreuk op het auteursrecht, moet worden afgewezen wegens een gebrek aan belang.

4.7.

Het tweede deel van de vordering, dat strekt tot het gestaakt houden van het maken van een inbreuk op het auteursrecht, wordt ook afgewezen. De voorzieningenrechter overweegt het volgende.

4.8.

Sefa heeft tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding aangevoerd dat zij toestemming had voor het plaatsen van de foto’s op haar Facebookpagina. Zij stelt dat zij foto’s van meubels op haar Facebookpagina plaatst om de interesse van potentiële klanten te peilen, dat zij op basis daarvan beslist of zij die meubels inkoopt of niet, dat haar directeur in 2017 een meubelbeurs in Brussel heeft bezocht, dat Luxury Bedding daar een stand had, dat in die stand een aantal bedden stond met matrassen van het merk Serta, dat haar directeur met toestemming van een vertegenwoordiger van Luxury Bedding foto’s heeft gemaakt van die bedden/matrassen en dat die vertegenwoordiger toen zei dat Sefa beter de op internet gepubliceerde foto’s van de bedden/matrassen kan gebruiken, omdat die foto’s aantrekkelijker zijn. Sefa stelt dat dit – het gebruiken van foto’s van een leverancier van meubels voor het peilen van de interesse van potentiële klanten – in haar branche niet ongebruikelijk is. Sefa heeft de door de directeur gemaakte foto’s tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding getoond.

4.9.

Sefa heeft op de zitting toegezegd geen foto’s van Luxury Bedding meer te zullen plaatsen op haar Facebookpagina. Met betrekking tot de onthoudingsverklaring, die als bijlage was gevoegd bij de brief van de advocaat van Luxury Bedding van 11 oktober 2019, heeft Sefa op de zitting verklaard dat zij deze niet heeft ondertekend en geretourneerd, omdat zij in verwarring was geraakt doordat er een vonnis van een andere zaak bij de brief was gevoegd. Zij dacht dat de verklaring bij die zaak hoorde, aldus Sefa.

4.10.

Luxury Bedding stelt dat zij nog steeds belang heeft bij een gebod tot het gestaakt houden van het maken van een inbreuk op haar auteursrechten – en bij de daaraan te koppelen dwangsomveroordeling – omdat de enkele toezegging van Sefa onvoldoende garantie biedt. Zij verwijst in dit verband naar het door haar overgelegde vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag van 18 december 2018, waarin de voorzieningenrechter in een door Luxury Bedding aangespannen zaak oordeelde dat het ontbreken van een financiële prikkel tot nakoming betekent dat er nog steeds een voldoende serieuze dreiging van inbreuk op de (gestelde) auteursrechten van Luxury Bedding en daarmee een spoedeisend belang bij een inbreukverbod bestaat.

4.11.

Als een inbreukmaker toezegt niet opnieuw een inbreuk te zullen maken, maar aan die toezegging geen financiële prikkel tot nakoming is verbonden, kan dat betekenen dat een serieuze dreiging van een nieuwe inbreuk blijft bestaan. Om te kunnen aannemen dat sprake is van een serieuze dreiging van een nieuwe inbreuk, moet in beginsel echter wel aannemelijk zijn dat eerder een inbreuk is gemaakt. Sefa stelt dat geen sprake is van een eerdere inbreuk. Volgens haar is mondeling toestemming gegeven voor het gebruik van de foto’s. Luxury Bedding weerspreekt dat. Het is daarom aan Sefa om dat te bewijzen. In deze procedure is echter – vanwege het karakter van een kort geding – geen plaats voor bewijslevering. Dat Sefa mondeling toestemming heeft verkregen acht de voorzieningenrechter, gelet op wat Sefa met betrekking tot de feitelijke gang van zaken concreet heeft aangevoerd, evenwel niet zonder meer onaannemelijk. Nu Sefa – zoals zij stelt en Luxury Bedding niet weerspreekt – de foto’s bovendien direct na ontvangst van de brief van de advocaat van Luxury Bedding heeft verwijderd én op de zitting heeft toegezegd geen foto’s van Luxury Bedding meer te zullen plaatsen op haar Facebookpagina, acht de voorzieningenrechter op dit moment niet aannemelijk dat sprake is van een serieuze dreiging van een inbreuk op het auteursrecht van Luxury Bedding. Dat betekent dat ook het tweede deel van de vordering, wegens gebrek aan voldoende belang, moet worden afgewezen.

De tweede vordering

4.12.

Luxury Bedding vordert veroordeling van Sefa tot betaling van een voorschot op de aan Luxury Bedding te betalen schadevergoeding. Met betrekking tot een voorziening in kort geding bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom is terughoudendheid op zijn plaats. Volgens vaste rechtspraak moet de voorzieningenrechter niet alleen onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Bovendien moet de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede betrekken de vraag naar het risico van onmogelijkheid van terugbetaling (hierna ook: het restitutierisico), welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.

4.13.

Dat Luxury Bedding een vordering heeft op Sefa omdat Sefa een schadevergoeding moet betalen aan Luxury Bedding acht de voorzieningenrechter op dit moment, gelet op het door Sefa gevoerde verweer, onvoldoende aannemelijk. De tweede vordering wordt daarom ook afgewezen.

De proceskosten

4.14.

Luxury Bedding wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de zijde van Sefa worden begroot op € 1.992,00, bestaande uit het door Sefa verschuldigde griffierecht.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Luxury Bedding in de proceskosten, aan de zijde van Sefa tot op heden begroot op € 1.992,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2019.2885/676