Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:9903

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-11-2018
Datum publicatie
03-12-2018
Zaaknummer
C/10/558276 / JE RK 18-2880, C/10/558279 / JE RK 18-2881, C/10/562373 / JE RK 18-3569
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Machtiging tot uithuisplaatsing van baby die het bewustzijn verliest zonder aantoonbare medische oorzaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/558276 / JE RK 18-2880

C/10/558279 / JE RK 18-2881

C/10/562373 / JE RK 18-3569

datum uitspraak: 30 november 2018

beschikking ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[Naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[Naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 19 september 2018 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- de brief met bijlagen van de Raad van 13 november 2018, ingekomen bij de griffie op

14 november 2018;

- het faxbericht met bijlagen namens de moeder ingediend door haar advocaat mr. M.S. Krol

van 22 november 2018;

- het e-mailbericht met bijlage van de Raad van 22 november 2018.

Op 23 november 2018 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. Krol voornoemd,

- een vertegenwoordiger van de Raad, [medewerker 1] ,

- een tweetal vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming

Rotterdam-Rijnmond (verder te noemen: de GI), [medewerker 2] , [medewerker 3] ,

- [medewerker 4, arts] vertrouwensarts, en [medewerker 5] , procesregisseur ,

beiden verbonden aan [instelling] , als informanten.

De kinderrechter heeft bijzondere toegang tot de zitting verleend aan [grootvader]

, de grootvader moederszijde en [medewerker 6] en [medewerker 7] , medewerkers van de GI.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.

[minderjarige] verblijft bij de grootvader moederszijde en diens partner.

Bij beschikking van 10 september 2018 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot

10 december 2018. De kinderrechter heeft bij beschikking van 19 september 2018 een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een ziekenhuis, gevolgd door een machtiging tot uithuisplaatsing in een netwerkpleeggezin, te weten grootouders moederszijde, verleend tot 10 december 2018.

Het verzoek

De Raad heeft een ondertoezichtstelling van [minderjarige] verzocht voor de duur van twaalf maanden. Tevens wordt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin, te weten grootouders moederszijde, verzocht voor de duur van zes maanden.

De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Herhaaldelijk hebben er zich levensbedreigende situaties bij [minderjarige] voorgedaan, waarvoor geen medische verklaring is gevonden. Niet duidelijk is wat het aandeel van de moeder hierin en de herkomst van deze levensbedreigende situaties zijn geweest. Opmerkelijk is dat de moeder in deze levensbedreigende situaties steeds alleen was met [minderjarige] . Er zal op initiatief van de officier van justitie een onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) worden gestart, naar de mogelijke oorzaken van de levensbedreigende situaties en de eventuele betrokkenheid van de moeder daarbij. Het is wenselijk de uitkomsten van het NFI-onderzoek af te wachten alvorens een terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder wordt overwogen. Er is sprake van een dilemma nu ten aanzien van [broer] , de broer van [minderjarige] , geen kinderbeschermingsmaatregel is verzocht. Ingezet dient te worden op een gezinsopname zodat kan worden ingegrepen wanneer dit noodzakelijk wordt geacht.

Het standpunt van de GI

De GI heeft het verzoek van de Raad ondersteund en daaraan het volgende toegevoegd. Gezien de complexe situatie is het wenselijk om de resultaten van het NFI-onderzoek af te wachten. De moeder is inmiddels aangemeld voor een gezinsopname bij Horizon. Mogelijk kan al in januari 2019 worden gestart met die gezinsopname. Om een volledig beeld van het hele gezin te verkrijgen, zou het goed zijn als [broer] hierin wordt meegenomen.

Het standpunt van de belanghebbende

De moeder heeft ter zitting primair verzocht de behandeling van het verzoek aan te houden en te verwijzen naar een meervoudige kamer. De moeder heeft bezwaar gemaakt tegen de aanwezigheid ter zitting van de medewerkers van [instelling] .

Subsidiair is door en namens de moeder verweer gevoerd tegen de verzochte machtiging tot uithuisplaatsing. Er zijn drie ernstige incidenten in het ziekenhuis geweest, waarbij inderdaad alleen de moeder aanwezig was. De moeder was de hele tijd bij [minderjarige] aanwezig, omdat zij van hem houdt en zij bezorgd was over zijn situatie. Belangrijk is dat het juist de moeder zelf was die medische hulp voor [minderjarige] heeft gezocht, toen zij zich zorgen maakte over zijn voedselopname. De moeder is betrouwbaar, komt afspraken na en is overbezorgd. De verdenking van poging tot doodslag ten aanzien van de moeder veroorzaakt veel stress bij haar. Een NFI-onderzoek duurt doorgaans maanden. Tevens bestaat de mogelijkheid dat er een medische oorzaak aanwezig is voor het wegvallen van [minderjarige] . Duidelijk is dat angst regeert bij de hulpverlening en dat daardoor een terugplaatsing bij de moeder niet wenselijk wordt geacht, nu niet vastgesteld kan worden of de situatie bij de moeder veilig is. Opmerkelijk is dat ten aanzien van [broer] geen kinderbeschermingsmaatregel is verzocht. De mogelijkheid bestaat om hulpverlening in de thuissituatie in te zetten, al dan niet met cameratoezicht. Ook kan een beroep worden gedaan op het netwerk van de moeder. Onduidelijk is in hoeverre een gezinsopname bij Horizon kan bijdragen, aangezien daarbij slechts de interactie tussen de moeder en [minderjarige] in kaart kan worden gebracht. Om voornoemde redenen wordt verzocht het verzoek van de Raad af te wijzen. Meer subsidiair wordt verzocht een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen tot januari 2019, aangezien dan zou kunnen worden gestart met de gezinsopname.

[medewerker 4, arts] (in antwoord op vragen van de kinderrechter)

Bij de zeven in de ziekenhuizen plaatsgehad hebbende incidenten was de moeder aanwezig, vaak als enige.

Er is tot op heden geen medische oorzaak gevonden voor het spugen van [minderjarige] .

Waar de Raad in haar rapport spreekt van “verstikking” heeft de Raad die informatie van het Erasmus Medisch Centrum (verder: EMC) verkregen. Als dat zo niet in de brief van het EMC van 11 september 2018 staat, is die informatie mondeling gegeven. [minderjarige] lag in het EMC aan de monitor toen hij daar wegraakte. Op die monitor was eerst een hartversnelling te zien, gevolgd door een hartvertraging. Als een bepaalde zenuw geprikkeld wordt, wordt alleen een vertraging van de hartslag gezien.

[minderjarige] heeft op enig moment na de incidenten voeding zonder koemelk gekregen en medicatie tegen het teruggeven van voeding. Een reactie zoals [minderjarige] heeft laten zien, is in de literatuur niet beschreven als een gevolg van koemelk-eiwitallergie. Overwogen wordt om weer voorzichtig koemelk te geven om de eventuele reactie daarop te zien. Inmiddels is [minderjarige] enorm gegroeid. Hij heeft geen problemen meer gehad met verstikking, blauw worden of geen adem meer halen.

Gevraagd wordt of de geziene problemen een psycho-somatische reactie kunnen zijn, bijvoorbeeld op de aanwezigheid van een volwassene. Daarover heb ik nooit gehoord, noch over gelezen.

De beoordeling

Het verzoek van de moeder tot aanhouding en verwijzing van de behandeling van de zaak wordt verworpen, nu daartoe geen aanleiding wordt gezien en de zaak de kinderrechter vooralsnog niet als juridisch bijzonder complex voorkomt. De medewerkers van [instelling] kunnen als informanten worden gehoord.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Er is sprake van een baby die het afgelopen jaar bijzonder gedrag heeft laten zien waarbij [minderjarige] bleef braken en slecht dronk. Als gevolg daarvan was er sprake van onvoldoende groei. Hierop is de moeder, terecht, met [minderjarige] naar het ziekenhuis gegaan. Ten tijde van de opnames in het ziekenhuis, heeft zich een zevental incidenten voorgedaan, variërend van fors spugen, naar adem snakken, kokhalzen, blauw om de lippen worden tot wegvallen. Bij drie van deze incidenten is reanimatie van [minderjarige] nodig geweest nadat hij wegraakte. De moeder was vaak wel, maar niet altijd alleen aanwezig bij deze incidenten. Bij de drie incidenten waarbij [minderjarige] wegraakte, was de moeder wel alleen aanwezig. Tot op heden is er, ondanks uitgebreid medisch onderzoek, geen medische verklaring gevonden voor de wegrakingen van [minderjarige] . Op het elektrocardiogram dat in het EMC is gemaakt ten tijde van de laatste wegraking, was een hartversnelling gevolgd door een hartvertraging zichtbaar. Een geprikkelde zenuw, bijvoorbeeld door de ingebrachte sonde, is voor deze constateringen een onvoldoende verklaring. Ook zou sprake kunnen zijn van een koemelk-eiwitallergie. In de wetenschap is echter nimmer een zo heftige reactie op deze allergie beschreven. Vooralsnog ontbreekt dus een medische oorzaak voor de incidenten rond [minderjarige] . Inmiddels groeit [minderjarige] weer goed. De eerder geziene problematiek is sinds het uitspreken van de kinderbeschermingsmaatregelen niet meer waargenomen.

De afwezigheid van een onderliggende medische verklaring zorgt voor ernstige ongerustheid. Het is daarom niet onbegrijpelijk dat ook gezocht wordt naar mogelijke oorzaken gelegen bij de moeder. Er komen immers uitzonderlijke situaties voor waarbij ouders hun kinderen, of één van hen, bijvoorbeeld vanuit een stoornis, schade berokkenen. De Raad verwijst in dit verband in haar rapportage naar de stoornis Pediatric Condition Falsification, vroeger bekend onder de naam Münchhausen by Proxy-syndroom. Thans kan niet worden vastgesteld, maar evenmin worden uitgesloten, dat de moeder aan deze stoornis lijdt. Nu alle mogelijke oorzaken van de geziene incidenten worden onderzocht, ligt het voor de hand ook deze mogelijke oorzaak in het onderzoek te betrekken. Het is de vraag of het NFI, als forensisch onderzoeksinstituut, daartoe de mogelijkheden heeft. Misschien dat een gezinsopname, zoals de Raad die voor ogen heeft, waarbij de gedragingen van de moeder en de kinderen en hun onderlinge interactie worden geobserveerd, een betere methode is om de aanwezigheid van een dergelijke stoornis uit te sluiten, zo mogelijk in combinatie met een persoonlijkheidsonderzoek van de moeder. Het is goed dat de moeder haar medewerking, ook aan een gezinsopname, heeft toegezegd.

Zolang er echter onvoldoende duidelijkheid is over de oorzaak van de incidenten, is - om de veiligheid van [minderjarige] te kunnen garanderen - een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk. De inzet van het netwerk van de moeder (anders dan in de huidige vorm), evenals de inzet van camera’s zoals door de moeder voorgesteld, biedt onvoldoende zekerheid om die veiligheid permanent te garanderen. Doordat nu niet duidelijk is wat de uitkomsten van het NFI-onderzoek en de gezinsopname zullen zijn, worden de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk geacht. Natuurlijk met dien verstande dat als onomstotelijk komt vast te staan dat het herhaald wegvallen van [minderjarige] op geen enkele wijze te wijten is aan de moeder, een terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder dient te worden gerealiseerd. Nu niet kan worden ingeschat hoe de onderzoeken hun beloop zullen hebben en hoelang één en ander gaat duren, zal de machtiging voor zes maanden worden afgegeven.

Hoewel de moeder dat zo zou kunnen ervaren, is deze maatregel geen straf voor de moeder en ook niet zo bedoeld, maar de enige mogelijkheid die op dit moment wordt gezien om de veiligheid van [minderjarige] te waarborgen en daarmee zijn belang te dienen. De maatregel wordt mogelijk gemaakt door artikel 1: 265b van het Burgerlijk Wetboek op grond waarvan, in bijzondere situaties, een inbreuk kan worden gemaakt op het recht op family life.

Uit het voorgaande volgt dat ook is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom [minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.

De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot 30 november 2019;

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 30 mei 2019;

wijst af het meer of anders verzochte;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2018 door mr.

J. van Driel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.J.A. Batenburg als griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.