Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:9764

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-11-2018
Datum publicatie
28-11-2018
Zaaknummer
562609 / HA RK 18-1379
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Verzoek tot wraking van rechters van de wrakingskamer afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid. Het wrakingsverzoek is ingediend na de uitspraak van de rechters, die een eindbeslissing inhield waarmee de behandeling van de zaak door de rechters is geëindigd. Voorts zijn in dit volgend wrakingsverzoek geen feiten of omstandigheden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan verzoeker bekend zijn geworden (deze uitspraak is een vervolg op ECLI:NL:RBROT:2018:9408).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer voor wrakingszaken

Zaaknummer / rekestnummer: 562609 / HA RK 18-1379

Beslissing van 21 november 2018

op het verzoek van

[naam verzoeker] ,

wonende te [adres] ,

verzoeker,

strekkende tot wraking van:

mr. P.C. Santema, mr. J.F. Koekebakker en mr. drs. J. van den Bos, rechters in de wrakingskamer in de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechters).

1 Het procesverloop en de processtukken

De meervoudige kamer voor wrakingszaken in deze rechtbank, van welke kamer de rechters deel uitmaken, heeft op 15 november 2018 te 11.36 uur uitspraak gedaan ten aanzien van het verzoek van verzoeker tot wraking van rechter mr. C.A.F. van Ginneken.

In die uitspraak hebben de rechters tevens beslist ten aanzien van het verzoek tot wraking van de rechters van de wrakingskamer.

Die procedure draagt als kenmerk 561319 / HA RK 18-1279.

Bij brief van 15 november 2018, door verzoeker die dag te 15.09 uur ingediend bij de centrale informatiebalie van de rechtbank, heeft verzoeker wraking van de rechters verzocht.

Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven wrakingsprocedure, waarin zich onder meer bevindt de beslissing van 15 november 2018.

Behalve de hiervoor genoemde stukken heeft de wrakingskamer voorts nog kennis genomen van:

  • -

    de brief van de algemeen secretaris van de wrakingskamer aan verzoeker, gedateerd 15 november 2018 en

  • -

    de brief van verzoeker aan de algemeen secretaris, gedateerd 17 november 2018 en door verzoeker ingediend bij de centrale informatiebalie op 19 november 2018.

2 De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1

Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 8:15 Awb kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter reeds een einduitspraak heeft gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.

2.2

Bij de uitspraak van 15 november 2018 hebben de rechters in de hiervoor omschreven wrakingsprocedure een beslissing gegeven. Die uitspraak is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de zaak door de rechters is geëindigd.

2.3

Het wrakingsverzoek is op 15 november 2018 te 15.09 uur en derhalve na de uitspraak van voormelde beslissing, op die dag gedaan te 11.36 uur, ingediend.

Uit het vorenstaande volgt dat de rechters de zaak niet meer behandelden op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan. Verzoeker is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de rechters. Het verzoek zal op die grond, met toepassing van het bepaalde in artikel 9.1, aanhef en onder c, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank worden afgewezen.

2.4

Voorts betreft het verzoek een volgend wrakingsverzoek ten aanzien van dezelfde rechters; immers, verzoeker had de rechters reeds gewraakt ter zitting van de wrakingskamer op 14 november 2018, terwijl hij diezelfde rechters nog eens wraakt in zijn brief van 15 november 2018. Voorts stelt de wrakingskamer vast dat in dit volgend wrakingsverzoek door verzoeker geen feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan verzoeker bekend zijn geworden; immers, evenals het eerste verzoek is dit volgend verzoek gebaseerd op de omstandigheid dat de rechters het verzoek van verzoeker – er toe strekkende de gewraakte rechter mr. Van Ginneken te verplichten ter zitting van de wrakingskamer te verschijnen – hebben afgewezen. Verzoeker is ook om deze redenen kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de rechters. Het verzoek zal op die grond, met toepassing van het bepaalde in artikel 9.1, aanhef en onder e, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank worden afgewezen.

3 De beslissing

De rechtbank:

- wijst af het verzoek tot wraking van mr. P.C. Santema, mr. J.F. Koekebakker en mr. drs. J. van den Bos wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.A. Kalk, voorzitter, mr. W.P.M. Jurgens en

mr. A. Eerdhuijzen, rechters en door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 november 2018 in tegenwoordigheid van Faaij, griffier.

Verzonden op:

aan:

- verzoeker

- mr. P.C. Santema

- mr. J.F. Koekebakker

- mr. drs. J. van den Bos