Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:9706

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-11-2018
Datum publicatie
27-11-2018
Zaaknummer
10/692001-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verkeersongeval, kind gewond. Breuk schaambeen en bekken geen zwaar lichamelijk letsel. Verhindering dagelijkse bezigheden. Artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 bewezen. Taakstraf vanwege onvoldoende draagkracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/692001-17

Datum uitspraak: 22 november 2018

Tegenspraak

Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. A.K. Ramdas, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 8 november 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. L.C. Visser heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door 40 dagen hechtenis, alsmede een ontzegging van de rijbevoegdheid van 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

4 Waardering van het bewijs

Standpunt verdediging

De verdediging heeft bepleit de verdachte vrij te spreken van het primair ten laste gelegde feit. Daartoe is aangevoerd dat het letsel van het slachtoffer niet kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. Verder houdt het dossier niets in over de verhindering van het slachtoffer in de uitoefening van de normale bezigheden.

Beoordeling

Het slachtoffertje heeft blijkens de verklaring van de forensisch arts als gevolg van het ongeval, naast een schaafwond en een bloeduitstorting, een breuk van het schaambeen en een breuk van het bekken opgelopen. De rechtbank is niettemin, met de officier van justitie, van oordeel dat van zwaar lichamelijk letsel als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 niet kan worden gesproken. Daarbij is in aanmerking genomen dat operatief ingrijpen niet nodig is gebleken en dat volgens de medische informatie binnen een periode van minder dan zes weken sprake was van een normaal looppatroon bij het slachtoffer.

Wel is de rechtbank van oordeel dat het slachtoffer zodanig lichamelijk letsel is toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Het slachtoffer, een jongen van bijna vier jaren oud, is enkele dagen opgenomen geweest in het ziekenhuis. Bij ontslag uit het ziekenhuis werd geadviseerd wel te bewegen, maar het bekken niet te zwaar te belasten. Het is een feit van algemene bekendheid dat een jongen van die leeftijd buiten wil rennen en spelen en het staat voldoende vast dat hij daarin, als gevolg van het toegebrachte letsel, werd gehinderd.

Conclusie

Bewezen is dan ook dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan.

Bewezenverklaring

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 17 september 2016 te Rotterdam als verkeersdeelnemer,

namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), zich zodanig

heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft

plaatsgevonden door met dat motorrijtuig te rijden op de voor het

openbaar verkeer openstaande weg, de Goldonistraat,

welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,

met een te hoge snelheid, gezien het verloop van de weg, een bocht is

genaderd en de controle over het voertuig is verloren,

waardoor hij niet in staat was in die bocht het verloop van de rijbaan te

volgen en in die bocht rechtdoor is gereden en

(nog steeds gas gevend) tussen twee geparkeerde auto's door het trottoir is

opgereden, alwaar meerdere personen (waaronder spelende kinderen) stonden en (vervolgens) op dat trottoir in botsing of aanrijding is gekomen met één van

die kinderen, waarbij dat kind tegen een muur werd geduwd of gedrukt en

beklemd raakte,

als gevolg waarvan dat kind, genaamd [naam slachtoffer] ,

zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of

verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de redengevende inhoud van het voorgaande en op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

(primair)

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft als bestuurder van een personenauto aanmerkelijk onvoorzichtig gereden en daardoor een ongeval veroorzaakt. De verdachte heeft in een bocht de controle over het voertuig verloren, is het trottoir opgereden en heeft daar met zijn auto een kind geraakt. Als gevolg hiervan heeft het slachtoffer lichamelijk letsel opgelopen. Gelukkig is het letsel relatief gering gebleken, maar aangenomen mag worden dat het slachtoffer, zijn ouders en de getuigen van het ongeval enorm zijn geschrokken. Op verkeersdeelnemers rust een zorgplicht en de verdachte is hierin aanmerkelijk tekort geschoten. De verdachte was niet in het bezit van een rijbewijs en dus onbekwaam om een auto te besturen. Desondanks is hij met een auto gaan rijden. Hij heeft daarmee een aanzienlijk risico genomen en zich niet bekommerd om de veiligheid van andere weggebruikers. .

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

19 oktober 2018, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte vermeldt één feit en dat betreft een strafbeschikking voor het rijden zonder rijbewijs tijdens het onderhavige delict. De rechtbank gaat daarom uit van een blanco strafblad.

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Voorts heeft de rechtbank gekeken naar de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor aanmerkelijke schuld aan het veroorzaken van een verkeersongeval, waarbij aan het slachtoffer lichamelijk letsel is toegebracht, wordt in de regel als uitgangspunt een geldboete en een ontzegging van de rijbevoegdheid gehanteerd.

In deze zaak acht de rechtbank het opleggen van een geldboete niet passend. De verdachte heeft als vluchteling met een tijdelijke verblijfsvergunning een bescheiden inkomen. Van dat inkomen gaat iedere maand een deel naar de aflossing van het door de verzekering op hem verhaalde schadebedrag. Er blijft dan te weinig over om een bij het bewezen verklaarde delict passende geldboete op te leggen. Bovendien heeft de rechtbank rekening gehouden met het tijdsverloop en de omstandigheid dat de verdachte ter zitting volledige verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn aanmerkelijk onvoorzichtige rijgedrag en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer.

Daarom zal de rechtbank een taakstraf van na te noemen duur opleggen.

Een ontzegging van de rijbevoegdheid, zoals door de officier van justitie is gevorderd, wordt door de rechtbank niet opportuun geacht. De verdachte is ter zitting oprecht overgekomen in zijn voornemen niet opnieuw zonder rijbewijs achter het stuur van een auto te zullen kruipen aangezien hij sinds de aanrijding angstig is voor autorijden. Evenmin is hij voornemens op korte termijn zijn rijbewijs te halen.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6 en 175 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P. Putters, voorzitter,

en mrs. K. Bakker en W.J. Loorbach, rechters,

in tegenwoordigheid van D.J. Boogert, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

(primair)

hij op of omstreeks 17 september 2016 te Rotterdam als verkeersdeelnemer,

namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), zich zodanig

heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft

plaatsgevonden door met dat motorrijtuig zeer, althans aanmerkelijk,

onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam en/of met aanmerkelijke

verwaarlozing van de te dezen geboden zorgvuldigheid te rijden op de voor het

openbaar verkeer openstaande weg, de Goldonistraat,

welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,

met een (veel) te hoge snelheid, gezien het verloop van de weg, een bocht is

genaderd en/of (daarbij) de controle over het voertuig is verloren,

waardoor hij niet in staat was in die bocht het verloop van de rijbaan te

volgen en/of in die bocht rechtdoor is gereden en/of

(nog steeds gas gevend) tussen twee geparkeerde auto's door het trottoir is

opgereden, alwaar meerdere personen (waaronder spelende kinderen) stonden en/of (vervolgens) op dat trottoir in botsing of aanrijding is gekomen met één van

die kinderen, waarbij dat kind tegen een muur werd geduwd of gedrukt en

beklemd raakte,

als gevolg waarvan dat kind, genaamd [naam slachtoffer] , zwaar lichamelijk

letsel (te weten een breuk van het schaambeen en een breuk van het bekken) of

zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of

verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

(subsidiair)

hij op of omstreeks 17 september 2016 te Rotterdam als bestuurder van een

motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op de voor het openbaar verkeer

openstaande weg, de Goldonistraat, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op

die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op

die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

welk gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,

met een (veel) te hoge snelheid, gezien het verloop van de weg, een bocht is

genaderd en/of (daarbij) de controle over het voertuig is verloren,

waardoor hij niet in staat was in die bocht het verloop van de rijbaan te

volgen en/of in die bocht rechtdoor is gereden en/of

(nog steeds gas gevend) tussen twee geparkeerde auto's door het trottoir is

opgereden, alwaar meerdere personen (waaronder spelende kinderen) stonden en/of

(vervolgens) op dat trottoir in botsing of aanrijding is gekomen met één van

die kinderen.