Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:9596

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-11-2018
Datum publicatie
14-12-2018
Zaaknummer
7039269 \ CV EXPL 18-27103
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Consumentenkoop. Gedaagde koopt online een witgouden 18k ketting van Cartier met 176 briljant geslepen diamanten voor € 402,-. Ketting is verkeerd geprijsd, want deze kost daadwerkelijk € 40.200,-. Is er een koopovereenkomst tot stand gekomen?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2019/54
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 7039269 \ CV EXPL 18-27103

uitspraak: 23 november 2018

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Magazijn 'De Bijenkorf' B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

gemachtigde: mr. S. van der Kamp en mr. A. Bergers-Hemwood,

tegen

[naam gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. A.J.F. Vokurka-Viruly.

Partijen worden hierna aangeduid als “de Bijenkorf” en “ [naam gedaagde] ”.

1 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 25 juni 2018, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    het vonnis van 14 augustus 2018 waarin een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de door de Bijenkorf ten behoeve van de comparitie van partijen overgelegde productie 3;

  • -

    het proces-verbaal van de op 22 oktober 2018 gehouden comparitie van partijen.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

2.1.

De Bijenkorf exploiteert warenhuizen en biedt haar collectie ook aan via internet op haar eigen website.

2.2.

In het filiaal van de Bijenkorf in Amsterdam heeft Cartier een boutique (shop-in-shop) met eigen Cartier personeel. Ook op de website van de Bijenkorf worden sieraden van Cartier aangeboden.

2.3.

Op 30 maart 2018 is bij het invoeren van de prijzen van enkele Cartier sieraden een fout opgetreden waardoor een onjuiste prijs op de website van de Bijenkorf terecht is gekomen. De ketting ‘Phanthere de Cartier van 18k witgoud met diamanten’ (hierna: de ketting) ter waarde van € 40.200,- is op 31 maart 2018 op de website aangeboden voor de prijs van
€ 402,-. Deze ketting was uitgevoerd in wit goud en bevatte 176 briljant geslepen diamanten, onyx en smaragd.

2.4.

[naam gedaagde] heeft op 1 april 2018 de ketting online besteld bij de Bijenkorf. Op 2 april 2018 heeft [naam gedaagde] de ketting opgehaald in de boutique van Cartier in de Bijenkorf te Amsterdam. De ketting is toen aan [naam gedaagde] geshowd door een medewerker en er is een toelichting gegeven over het product. Aan [naam gedaagde] zijn de garantieformulieren uitgereikt. De ketting is vervolgens verpakt en in een Cartiertas gedaan. Daarna is de ketting in een merkloze tas gedaan met een dichte bovenkant.

2.5.

De Bijenkorf heeft op 4 april 2018 telefonisch contact opgenomen met [naam gedaagde] met de mededeling dat er iets fout was gegaan en de ketting voor een te laag bedrag aan haar verkocht was. Aansluitend heeft de Bijenkorf een e-mail aan [naam gedaagde] verzonden waarin haar is gevraagd de ketting diezelfde dag of de dag daarna te retourneren, dan wel een factuur te ontvangen met het resterende bedrag en dit aan de Bijenkorf over te maken.

2.6.

Op 5 april 2018 heeft [naam gedaagde] per e-mail geantwoord dat zij de ketting niet terug kan geven, omdat zij de ketting als huwelijkscadeau aan haar nicht heeft gegeven.

2.7.

Ook nadat de Bijenkorf [naam gedaagde] meerdere malen heeft gevraagd de ketting terug te geven, is [naam gedaagde] niet tot teruggave van de ketting overgegaan.

3 De vordering

3.1.

De Bijenkorf heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [naam gedaagde] te veroordelen:

  1. om de ketting van Cartier uit de collectie ‘Panthere de Cartier’ van 18 k witgoud met diamanten die op 2 april 2018 door [naam gedaagde] is opgehaald in de boutique van Cartier in de Bijenkorf te Amsterdam binnen 3 dagen na betekening van het vonnis te overhandigen en in het bezit te stellen van de Bijenkorf;

  2. voor zover [naam gedaagde] niet voldoet aan de veroordeling sub a haar te veroordelen aan de Bijenkorf bij wege van schadevergoeding te voldoen een bedrag van € 39.798,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 april 2018 tot aan de dag van algehele voldoening.

3.2.

Aan haar vordering heeft Bijenkorf het volgende ten grondslag gelegd. De ketting is abusievelijk voor een onjuiste prijs op de website van de Bijenkorf vermeld. Onder meer omdat het algemeen bekend is dat Cartier zeer exclusieve en kostbare sieraden verkoopt en het prijsverschil ten opzichte van de andere op de webpagina aangeboden Cartier kettingen zeer groot is, is sprake van een evidente en kennelijke vergissing. De Bijenkorf had niet de wil om de ketting te koop aan te bieden voor € 402,- en [naam gedaagde] kon daar niet gerechtvaardigd van uitgaan. Er is derhalve geen koopovereenkomst tot stand gekomen. Dit betekent dat de Bijenkorf eigenaar is gebleven van de ketting en dat [naam gedaagde] die terug moet geven. Als zij dat niet wil dan is [naam gedaagde] gehouden de schade te vergoeden. De schade bestaat uit het verschil tussen de waarde van de ketting en het door [naam gedaagde] betaalde bedrag, derhalve € 39.798,-.

4 Het verweer

[naam gedaagde] heeft tot afwijzing van de vordering geconcludeerd en daartoe het volgende aangevoerd. Op 1 april 2018 is [naam gedaagde] online op zoek gegaan naar een huwelijkscadeau voor haar nicht, die in Marokko woont en erg van panters en pantersieraden houdt. Het huwelijk zou op 6 en 7 april 2018 plaats hebben in Marokko. [naam gedaagde] heeft via Google gezocht naar een ‘panter ketting’ of ‘panter ketting witgoud’ en kwam zo op de website van de Bijenkorf terecht. De ketting werd daar voor € 402,- aangeboden. De Bijenkorf heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is geweest van een fout of vergissing en/of dat de (inkoop)prijs van de ketting in werkelijkheid € 40.200,- en derhalve een veelvoud van het aankoopbedrag van € 402,- bedraagt. De Bijenkorf heeft tweemaal per e-mail een bevestiging van de bestelling van het artikel met een prijs van € 402,- verzonden en daarnaast is de ketting in de winkel aan [naam gedaagde] getoond en meegegeven aan [naam gedaagde] . Hieruit kan een duidelijke wil van de Bijenkorf worden afgeleid. Er is derhalve sprake van een geldig aanbod dat geldig is aanvaard, zodat een koopovereenkomst tot stand is gekomen.

Voor zover wel geoordeeld wordt dat het aannemelijk is dat de Bijenkorf de ketting niet voor € 402,- wilde verkopen, doet [naam gedaagde] een beroep op gerechtvaardigd vertrouwen als bedoeld in artikel 3:35 BW. Zij mocht er op het moment dat zij de bestelling plaatste redelijkerwijs van uitgaan dat onder de gegeven omstandigheden het aanbod van de Bijenkorf juist was. Er worden namelijk op internet meerdere (wit)gouden kettingen met diamant aangeboden vanaf € 250,- à € 300,-. [naam gedaagde] heeft eerder 18 karaat (wit en geel) gouden kettingen inclusief stenen (diamanten) gekocht in Marokko, voor bedragen tussen de € 200,- en € 300,- per ketting. In de titel van het artikel staat voorts niet vermeld dat de ketting is ingelegd met 176 briljant geslepen diamanten van 1,23 karaat, smaragd en onyx. De ketting is ook heel klein, want het panterkopje is maar circa 1,2 cm lang, zodat hieruit ook niet blijkt dat het om een ketting van ruim € 40.000,- zou gaan. Een gemiddelde consument zoals [naam gedaagde] is niet bekend met het merk Cartier, omdat dit merk zich richt op het luxe segment. De Bijenkorf is weliswaar gericht op luxe artikelen, maar uit de prijs van
€ 402,- voor een witgouden ketting hoefde [naam gedaagde] niet af te leiden dat deze prijs niet juist is. [naam gedaagde] mocht er derhalve gerechtvaardigd op vertrouwen dat het bedrag waarvoor de ketting is aangeboden reëel en juist was, zodat een geldige koopovereenkomst tot stand is gekomen.

Dit betekent dat [naam gedaagde] de ketting niet hoeft terug te geven aan de Bijenkorf, niet in de laatste plaats omdat zij feitelijk niet meer beschikt over de ketting.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt allereerst vast dat in onderhavige zaak sprake is van een consumentenkoopovereenkomst als bedoeld in artikel 7:5 BW, zodat de kantonrechter op grond van artikel 93 Rv bevoegd is deze zaak te behandelen.

5.2.

De Bijenkorf heeft gesteld dat de koopovereenkomst niet tot stand is gekomen. Zij heeft beroep gedaan op artikel 3:33 BW.

5.3.

Op grond van artikel 3:33 BW komt een rechtshandeling tot stand als er een op een rechtsgevolg gerichte wil is die zich door een verklaring heeft geopenbaard. Volgens de Bijenkorf komt haar wil niet overeen met haar verklaring, zijnde de prijs op haar website. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de Bijenkorf voldoende onderbouwd dat zij niet de wil had om de ketting voor € 402,- te verkopen aan [naam gedaagde] . De normale verkoopprijs van de ketting bedraagt namelijk € 40.200,-. Dit betekent dat de ketting is aangeboden voor slechts 1% van de normale verkoopprijs. Het is niet aannemelijk dat een dergelijke lage verkoopprijs daadwerkelijk de wil van de Bijenkorf kan zijn geweest. Dat [naam gedaagde] tweemaal een ontvangstbevestiging met de prijs € 402,- heeft ontvangen, maakt het voorgaande niet anders. De in artikel 3:33 BW bedoelde wil moet aanwezig zijn ten tijde van het aanvaarden van het aanbod en niet in geschil is dat de ontvangstbevestigingen pas later zijn ontvangen. Hetzelfde geldt voor het meegeven van de ketting in de winkel. Dit heeft ook plaats-gevonden na aanvaarding van het aanbod.

5.4.

Nu de wil niet overeenstemt met het aanbod is er geen rechtshandeling tot stand gekomen en dat betekent dat er geen koopovereenkomst tot stand is gekomen. [naam gedaagde] heeft echter een beroep gedaan op artikel 3:35 BW en zich op het standpunt gesteld dat zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de verklaring van de Bijenkorf wel overeen-stemde met haar wil, zodat volgens haar wel een koopovereenkomst tot stand is gekomen.

5.5.

De vraag of het vertrouwen gerechtvaardigd is moet worden beantwoord aan de hand van, behalve de verklaring of gedraging zelf, een waardering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid van alle feiten en omstandigheden van het geval.

5.6.

[naam gedaagde] was op zoek naar een (witgouden) ketting met daarop een afbeelding van een panter. Deze ketting wilde zij samen met haar zus als huwelijkscadeau geven aan een nicht, die veel van panters houdt. Dit huwelijk zou op 6 en 7 april 2018 plaatsvinden in Marokko. [naam gedaagde] heeft niet gesteld wat het budget was voor het huwelijkscadeau, maar kennelijk was zij in ieder geval bereid om samen met haar zus € 402,- te besteden aan het huwelijks-cadeau. [naam gedaagde] heeft ook aangevoerd dat zij eerder geel- en witgouden kettingen in Marokko heeft gekocht voor tussen de € 200,- en € 300,-, zodat ervan uitgegaan kan worden dat [naam gedaagde] van plan was om een vrij hoog bedrag te besteden aan het huwelijkscadeau voor haar nicht. Omdat [naam gedaagde] van plan was een aanzienlijk bedrag te besteden, had van [naam gedaagde] verwacht mogen worden dat zij een onderzoek zou doen naar de juistheid van de prijs van de ketting (artikel 3:11 BW). Zeker in deze tijd waarin via internet veel informatie beschikbaar is en het daardoor gemakkelijker is om prijzen te vergelijken, had van [naam gedaagde] verwacht mogen worden dat zij een onderzoek zou doen naar wat zij voor rond de € 400,- aan sieraden kon kopen.

5.7.

Omdat het om een witgouden ketting gaat zou dat onder meer een onderzoek moeten zijn naar de waardeverschillen tussen geelgoud en witgoud en tussen 14 en 18 karaat geel/witgoud maar ook naar de waarde van het aantal karaat aan diamanten. Bij de advertentie stond vermeld dat het ging om een witgouden ketting van 18 karaat met diamanten. Van [naam gedaagde] had gelet op de prijs van de ketting verwacht mogen worden dat zij bij haar onderzoek ook de specificatie behorende bij de ketting zou bekijken. In de specificatie staat namelijk dat de ketting niet alleen van 18 karaat witgoud is, maar ook dat de ketting is belegd met 176 briljant geslepen diamanten, smaragd en onyx van 1,23 karaat.

5.8.

Als [naam gedaagde] voldoende onderzoek had gedaan, dan had ze bij het zien van deze specificatie aan de prijs moeten twijfelen. Een gemiddeld geïnformeerd consument had namelijk geweten dat een sieraad van 18 karaat witgoud met 1,23 karaat diamanten een aanzienlijk hogere waarde vertegenwoordigt dan het bedrag waarvoor de ketting te koop werd aangeboden. Dit wordt ook bevestigd door de door [naam gedaagde] overgelegde advertenties. Deze zien namelijk op 14 karaat witgouden kettingen met slechts 0,05 diamanten en 0,04 karaat aan diamanten. Het aantal karaat aan diamanten op de door haar overgelegde advertenties staat niet in verhouding met de hoeveelheid diamanten die de ketting heeft. De stelling van [naam gedaagde] dat zij in Marokko voor tussen de € 200,- en € 300,- een 18 karaat witgouden ketting kan kopen is door [naam gedaagde] geheel niet onderbouwd, zodat dit er niet toe leidt dat [naam gedaagde] niet had moeten twijfelen aan de prijs van € 402,-.

5.9.

Dat het panterkopje van de ketting maar klein is, is onvoldoende indicatie dat de waarde van de ketting niet hoog kan zijn. Door de hoeveelheid briljant geslepen diamanten had [naam gedaagde] immers moeten twijfelen aan de juistheid van de prijs van € 402,-. Ook bij het zien dat de ketting opgehaald moest worden in de winkel had [naam gedaagde] het vermoeden kunnen ontlenen dat het om niet zomaar een ketting van € 402,- ging. Op de website van de Bijenkorf staat namelijk vermeld: “Voor 22.00 uur besteld, morgen gratis in huis”. Bij deze ketting stond dit echter niet vermeld, maar stond vermeld dat het opgehaald moest worden in de Cartier Boutique in het filiaal in Amsterdam. Voorts was op de website van de Bijenkorf ook niet vermeld dat het ging om een (stunt)aanbieding of op andere wijze bijzonder aanbod, waardoor er voor [naam gedaagde] geen aanleiding was om te twijfelen aan de prijs van de ketting.

5.10.

[naam gedaagde] heeft nog naar voren gebracht dat haar vertrouwen dat de prijs juist was is versterkt doordat zij twee ontvangstbevestigingen heeft gehad van de Bijenkorf en doordat de ketting in de winkel aan haar is meegegeven. Hoewel dit het vertrouwen aan de zijde van [naam gedaagde] wel in enige mate versterkt zal hebben, is dit is echter bij de beoordeling van de vraag of sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen niet relevant. Het vertrouwen moet namelijk zijn gebaseerd op feiten en omstandigheden die aanwezig waren ten tijde van de aanvaarding. De ontvangstbevestigingen en het ophalen van de ketting in de winkel zijn pas van na de aanvaarding van het aanbod, zodat deze er niet toe doen.

5.11.

De kantonrechter komt gelet op hetgeen hiervoor is overwogen tot de conclusie dat er geen sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen aan de kant van [naam gedaagde] , waardoor er door het ontbreken van een wil aan de zijde van de Bijenkorf geen koopovereenkomst tot stand is gekomen.

5.12.

Tijdens de zitting heeft de Bijenkorf aangeboden een onderzoek naar de cookie-gegevens over te leggen. Volgens de Bijenkorf blijkt uit dit onderzoek dat vanaf het IP-adres waarvan de ketting is besteld vaker op Cartier producten is gezocht en daarnaast ook op Gucci producten die in dezelfde prijscategorie vallen. Gelet echter op hetgeen hiervoor is overwogen staat al voldoende vast dat [naam gedaagde] er niet gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat het de wil van de Bijenkorf was om de ketting voor € 402,- te verkopen. Daarom wordt aan dit bewijsaanbod niet toegekomen.

5.13.

Nu er geen koopovereenkomst tot stand is gekomen, zal de vordering van de Bijenkorf worden toegewezen. De kantonrechter heeft de vordering van de Bijenkorf zo begrepen dat zij in de eerste plaats wil dat [naam gedaagde] de ketting teruggeeft, waarbij zij een bedrag aan schadevergoeding heeft gevorderd voor het geval [naam gedaagde] niet tot teruggave van de ketting overgaat.

5.14.

[naam gedaagde] heeft tegen de teruggave van de ketting aangevoerd dat zij de ketting niet kan teruggeven. De kantonrechter gaat aan dit verweer voorbij. In eerste instantie heeft [naam gedaagde] verklaard dat de ketting bij haar nicht in Marokko is en tijdens de zitting heeft [naam gedaagde] verklaard dat de ketting in Marokko kwijt is geraakt. [naam gedaagde] heeft haar stellingen echter niet onderbouwd, zodat de kantonrechter geen aanleiding ziet om de teruggave van de ketting niet toe te wijzen. De kantonrechter ziet evenmin aanleiding om [naam gedaagde] toe te staan te bewijzen dat de ketting kwijt is, omdat ook als dit vast komt te staan het tweede deel van de vordering blijft staan. Gelet op het voorgaande is immers geen koopovereenkomst tot stand gekomen, zodat als [naam gedaagde] niet tot teruggave van de ketting overgaat zij een bedrag aan schadevergoeding aan de Bijenkorf moet betalen. De Bijenkorf heeft gesteld dat haar schade € 39.798,- bedraagt (het verschil tussen de daadwerkelijke koopprijs van de ketting en het door [naam gedaagde] betaalde bedrag). Door [naam gedaagde] is de hoogte van dit bedrag niet betwist, zodat dit zal worden toegewezen. De kantonrechter acht het redelijk om de teruggavetermijn van de ketting te stellen op tien dagen na betekening van het vonnis.

5.15.

De door de Bijenkorf gevorderde wettelijke rente over de schadevergoeding zal als onbetwist en op grond van de wet als gevorderd worden toegewezen.

5.16.

[naam gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

6 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [naam gedaagde] om de ketting van Cartier uit de collectie ‘Panthere de Cartier’ van 18 karaat witgoud met diamanten die op 2 april 2018 door [naam gedaagde] is opgehaald in de boutique van Cartier in de Bijenkorf te Amsterdam binnen 10 dagen na betekening van dit vonnis te overhandigen en in het bezit te stellen van de Bijenkorf;

veroordeelt [naam gedaagde] om als zij niet tot teruggave van de hiervoor genoemde ketting binnen de hiervoor genoemde termijn overgaat aan de Bijenkorf bij wege van schadevergoeding te voldoen een bedrag van € 39.798,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 april 2018 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [naam gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de Bijenkorf vastgesteld op € 201,57 aan verschotten en € 800,- aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. van de Ven en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

31688