Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:9420

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-11-2018
Datum publicatie
24-02-2021
Zaaknummer
C/10/547773 / HA RK 18-306
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek voorlopig deskundigenbericht deels afgewezen wegens het niet voldoen aan het bepaalde in artikel 21 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2021-0194
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rekestnummer: C/10/547773 / HA RK 18-306

Beschikking van 9 november 2018

in de zaak van

[naam verzoeker] ,

wonende te [woonplaats verzoeker] ,

verzoeker,

advocaat mr. J. Wildeboer te Rotterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

ERASMUS UNIVERSITAIR MEDISCH CENTRUM ROTTERDAM,

gevestigd te Rotterdam,

verweerster,

advocaat mr. J.A. de Clerck te Utrecht.

Partijen zullen hierna [naam verzoeker] en EMC worden genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met producties 1 t/m 5;

  • -

    het verweerschrift met producties 1 t/m 3;

  • -

    de door EMC nader ingediende productie 4;

  • -

    de mondelinge behandeling op 31 juli 2018, en de ter gelegenheid daarvan overgelegde pleitaantekeningen van mr. Wildeboer;

  • -

    het faxbericht van 1 oktober 2018 van mr. Wildeboer.

2. De feiten

2.1.

[naam verzoeker] is bekend met een proteïne C deficiëntie.

2.2.

Op 3 juni 2014 heeft [naam verzoeker] bij EMC een kijkoperatie ondergaan.

2.3.

Na de kijkoperatie is door EMC aan [naam verzoeker] geen tromboseprofylaxe toegediend.

2.4.

Op 11 mei 2015 heeft EMC erkend dat zij jegens [naam verzoeker] niet heeft gehandeld conform de medisch professionele standaard door na de kijkoperatie geen tromboseprofylaxe toe te dienen.

2.5.

Op 17 juni 2014 is in het Ikazia ziekenhuis te Rotterdam een CT-scan verricht die longembolieën en een longinfarct toonde bij [naam verzoeker] .

3. De standpunten van partijen

3.1.

[naam verzoeker] verzoekt een deskundigenonderzoek te bepalen dat wordt uitgevoerd door één van de in het verzoekschrift genoemde longartsen als deskundige, subsidiair door een door de rechtbank zelf gekozen longarts als deskundige, binnen welk onderzoek door deze deskundige na onderzoek van [naam verzoeker] en diens relevante medische dossier/informatie de vragen dienen te worden beantwoord vermeld in productie 5 bij het verzoekschrift, deze antwoorden te vermelden in een schriftelijke rapportage aan de rechtbank, met de bevoegdheid voor de te benoemen deskundige om in verband met de tromboseproblematiek in het been van [naam verzoeker] een vaatarts in te schakelen van eigen keuze, waarbij EMC wordt aangewezen als de partij die de kosten van de deskundige(n) en diens expertise/rapportage zal dragen.

3.2.

EMC voert geen verweer tegen het verzoek van [naam verzoeker] om een deskundigenonderzoek te bepalen dat wordt uitgevoerd door een longarts. EMC verzoekt echter wel rekening te houden met hetgeen door EMC is opgemerkt in het kader van de vraagstelling en de persoon van de deskundige. Ten aanzien van het premature verzoek om een oordeel te geven over het trombosebeen, concludeert EMC tot afwijzing nu onvoldoende is bewezen dat hier sprake van is (geweest).

3.3.

Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1.

Bij de beoordeling van het verzoek wordt uitgegaan van de volgende maatstaf. Aan de rechter die heeft te oordelen over het verzoek om een voorlopig deskundigenonderzoek te gelasten, komt geen discretionaire bevoegdheid toe. Hij dient het onderzoek in beginsel te gelasten, mits het daartoe strekkende verzoek ter zake dienend en voldoende concreet is en feiten betreft die met het deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden. Een verzoek kan evenwel worden afgewezen als de rechter van oordeel is dat de verzoeker daarbij geen belang heeft als bedoeld in artikel 3:303 BW, dat het verzoek in strijd is met de goede procesorde, dat misbruik wordt gemaakt van de bevoegdheid een voorlopig deskundigenbericht te verlangen, waarvan onder meer sprake kan zijn wanneer de verzoeker wegens de onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen in redelijkheid niet tot toepassing van die bevoegdheid kan worden toegelaten of als het verzoek afstuit op een ander door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar.

4.2.

Het verzoek van [naam verzoeker] om een deskundigenonderzoek te bepalen dat wordt uitgevoerd door een longarts en op de wet is gegrond, kan als onweersproken worden toegewezen.

de te benoemen deskundige en de aan de deskundige voor te leggen vragen

4.3.

Tussen partijen bestond overeenstemming over de te benoemen deskundige, te weten prof. dr. J.W.J. Lammers. Namens prof. dr. Lammers is de rechtbank bij e-mail van 3 augustus 2018 bericht dat hij niet beschikbaar is om als deskundige te worden benoemd. [naam verzoeker] heeft de rechtbank daarop meegedeeld dat partijen overeenstemming hebben bereikt over een andere te benoemen deskundige en verzocht deze deskundige, te weten dr. J.S. van der Zee, te benoemen. De rechtbank zal overgaan tot benoeming van deze deskundige.

4.4.

Aan de deskundige zullen de door [naam verzoeker] voorgestelde vragen worden voorgelegd. De rechtbank ziet geen aanleiding om, zoals EMC voorstelt, de deskundige te verzoeken bij de beantwoording van de vragen specifiek rekening te houden met het kernpunt van het geschil. De deskundige zal dit af kunnen leiden uit het afschrift van het procesdossier, nu voor het enkel verstrekken van het medisch dossier aan de deskundige evenmin aanleiding bestaat. De deskundige moet een objectief medisch oordeel geven. Daar staat het verstrekken van het procesdossier, inclusief de verklaring van de huisarts van [naam verzoeker] , niet aan in de weg.

4.5.

Het verzoek van [naam verzoeker] om de te benoemen deskundige de bevoegdheid te verlenen om in verband met de tromboseproblematiek in het been van [naam verzoeker] een vaatarts in te schakelen, zal worden afgewezen.

Bij de beoordeling van dit verzoek stelt de rechtbank voorop dat EMC enkel de causaliteit tussen het medisch onzorgvuldig handelen en het optreden van longembolieën heeft erkend. Ten aanzien van de door hem gestelde trombose in zijn been, heeft [naam verzoeker] niet voldaan aan het bepaalde in artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Om aan deze bepaling te voldoen had [naam verzoeker] dienen te vermelden op welk moment de trombose in zijn been is ontstaan, wanneer de eerste klachten zijn ontstaan, of hij behandelingen heeft ondergaan en indien dat het geval is, wanneer die behandelingen hebben plaatsgevonden. Bovendien is onduidelijk of het om het rechter- of linkerbeen van [naam verzoeker] gaat. Bij gebreke van voornoemde feiten, die [naam verzoeker] ook niet aan EMC heeft voorgelegd waardoor EMC geen standpunt in heeft kunnen nemen, ziet de rechtbank geen aanleiding om de te benoemen deskundige de bevoegdheid te verlenen een vaatarts in te schakelen.

het voorschot

4.6.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de door de deskundige opgestelde begroting van het voorschot. [naam verzoeker] heeft geen bezwaar gemaakt tegen het door de deskundige begrote voorschot dat kan variëren van € 1.500,00 tot € 4.000,00 exclusief btw, afhankelijk van de omvang van de werkzaamheden mits EMC het voorschot voldoet. EMC heeft evenmin bezwaar gemaakt tegen het begrote voorschot. EMC heeft zich reeds in het verweerschrift bereid verklaard het voorschot op de kosten van de deskundige te deponeren. De rechtbank zal derhalve bepalen dat het voorschot op de kosten van de deskundige door haar moet worden gedeponeerd. Het door EMC te deponeren voorschot zal worden bepaald op een bedrag van € 4.840,00 inclusief btw.

de medewerkingsplicht

4.7.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

4.8.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1.

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

1. DE SITUATIE MET MEDISCHE FOUT

Anamnese

a. Hoe luidt de anamnese voor wat betreft de aard en de ernst van het letsel, het verloop van de klachten, de toegepaste behandelingen en het resultaat van deze behandelingen? Welke overige klachten en beperkingen op uw vakgebied worden desgevraagd gemeld? Wilt u in uw anamnese vermelden welke beperkingen op uw vakgebied de onderzochte aangeeft in relatie tot de activiteiten van het algemene dagelijkse leven (ADL), loonvormende arbeid en het uitoefenen van hobby’s, bezigheden in recreatieve sfeer en zelfwerkzaamheid?

Medische gegevens

b. Wilt u op basis van het medisch dossier van de onderzochte een beschrijving geven van:

- de medische voorgeschiedenis van de onderzochte op uw vakgebied;

- de medische behandeling van het letsel van de onderzochte en het resultaat daarvan.

Medisch onderzoek

c. Wilt u een beschrijving geven van uw bevindingen bij eventueel lichamelijk onderzoek en eventueel hulponderzoek?

Consistentie

d. Is naar uw oordeel sprake van een onderlinge samenhang als het gaat om de informatie die is verkregen van de onderzochte zelf, de feiten zoals die uit het medisch dossier naar voren komen en uw bevindingen bij onderzoek en eventueel hulponderzoek?

e. Voor zover u de vorige vraag ontkennend beantwoordt, wilt u dan aangeven wat de reactie was van de onderzochte op de door u geconstateerde inconsistenties en welke conclusies u daaruit trekt?

Diagnose

f. Wat is de diagnose op uw vakgebied? Wilt u daarbij uw differentiaal-diagnostische overweging geven?

Beperkingen

g. Welke beperkingen op uw vakgebied bestaan naar uw oordeel bij de onderzochte in zijn huidige toestand, ongeacht of de beperkingen voortvloeien uit de medische fout? Wilt deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk beschrijven, op semi-kwantitatieve wijze weergeven en zo nodig toelichten ten behoeve van een eventueel in te schakelen arbeidsdeskundige?

Medische eindsituatie

h. Acht u de huidige toestand van de onderzochte zodanig dat een beoordeling van de blijvende gevolgen van de medische fout mogelijk is, of verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van het op uw vakgebied geconstateerde letsel?

i. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?

j. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?

k. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 1g)?

2. DE SITUATIE ZONDER MEDISCHE FOUT

Meestal zal het niet mogelijk zijn om onderstaande vragen (met name de vragen 2c - - 2e) met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te bieden. Wel wordt gevraagd of u vanuit uw kennis en ervaring op uw vakgebied uw mening wilt geven over kansen en waarschijnlijkheden. Het is dus de bedoeling dat u aangeeft wat u op grond van uw deskundigheid op uw vakgebied op deze vragen kunt antwoorden.

Klachten, afwijkingen en beperkingen voorafgaande aan de medische fout

a. Bestonden vóór het moment van de medische fout bij de onderzochte reeds klachten en afwijkingen op uw vakgebied die de onderzochte thans nog steeds heeft?

b. Zo ja, kunt u dan aangeven welke beperkingen vóór het moment van de medische fout uit deze klachten en afwijkingen voortvloeiden en thans nog steeds uit deze klachten en afwijkingen voortvloeien?

Klachten, afwijkingen en beperkingen zonder medische fout

c. Zijn er daarnaast op uw vakgebied klachten en afwijkingen die er ook zouden zijn geweest of op enig moment ook hadden kunnen ontstaan, als de medische fout aan de onderzochte niet was overkomen?

d. Zo ja (dus zonder medische fout ook klachten), kunt u dan een indicatie geven met welke mate van waarschijnlijkheid, op welke termijn en in welke omvang de klachten en afwijkingen dan hadden kunnen ontstaan?

e. Kunt u aangeven welke beperkingen uit deze klachten en afwijkingen zouden zijn voortgevloeid?

f. Verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van de op uw vakgebied geconstateerde niet medische fout gerelateerde klachten en afwijkingen?

g. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?

h. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?

i. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 2e)?

3. OVERIG

a. Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor het verdere verloop van deze zaak?

5.2.

benoemt tot deskundige:

Dr. J.S. van der Zee, longarts,

Afdeling Longgeneeskunde OLVG Oost,

correspondentieadres: Oosterpark 9,

1091 AC Amsterdam

telefoon: 020 - 5993588,

emailadres: j.s.vanderzee@olvg.nl

het voorschot

5.3.

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op een bedrag van € 4.840,00 inclusief btw,

5.4.

bepaalt dat EMC het voorschot dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

5.5.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

5.6.

bepaalt dat EMC haar procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,

5.7.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

5.8.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),

  • -

    de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,

  • -

    de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

5.9.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

het schriftelijk rapport

5.10.

draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

5.11.

wijst de deskundige er op :

  • -

    dat uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

  • -

    dat de deskundige [naam verzoeker] in de gelegenheid moet stellen om gebruik te maken van zijn inzage- en blokkeringsrecht als bedoeld in art. 7:464 lid 2 onder b BW en, indien [naam verzoeker] als eerste kennis wenst te nemen van het deskundigenrapport, een concept van dat rapport aan [naam verzoeker] (eventueel onder gesloten couvert via zijn advocaat) moet toesturen en [naam verzoeker] daarbij een termijn van twee weken moet bieden om aan te geven of [naam verzoeker] gebruik wil maken van zijn blokkeringsrecht (waarbij [naam verzoeker] zich van commentaar op het concept moet onthouden),

  • -

    dat, indien [naam verzoeker] binnen die termijn mededeelt gebruik te maken van zijn blokkeringsrecht, de deskundige de werkzaamheden onmiddellijk moet staken en dit aan de rechtbank moet mededelen,

  • -

    dat, indien [naam verzoeker] geen gebruik maakt van zijn inzage- of blokkeringsrecht, de deskundige het concept van het deskundigenrapport aan de advocaten van partijen moet toezenden,

5.12.

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren.

overig

5.13.

bepaalt dat de griffier aan de deskundige doet toekomen:

  • -

    een afschrift van deze beschikking,

  • -

    de Leidraad deskundigen in civiele zaken,

  • -

    de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken,

5.14.

bepaalt dat de deskundige ingeval van onduidelijkheden, vragen of opmerkingen over deze beschikking, het onderzoek of de kosten contact dient op te nemen met de contactpersoon van de rechtbank.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 9 november 2018.

[3078 / 2009]