Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:8658

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-10-2018
Datum publicatie
19-10-2018
Zaaknummer
ROT 18/5207
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Vovo. Bezetten van groenstrook met caravans door Sinti is een betoging. Element van feitelijke dwang is niet overheersend. Nu geen grond voor burgemeester om de betoging te verbieden. Schorsing tot 2 weken na beslissing op bezwaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Bestuursrecht 4

zaaknummer: ROT 18/5207

uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 oktober 2018 in de zaak tussen

[verzoekers ] , allen verblijvend te Spijkenisse, verzoekers,

gemachtigde: mr. C.C.J.L. Huurman – Ip Vai Ching,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard, verweerder,

gemachtigde: mr. M. Maas-Cooymans.

Procesverloop

Bij besluit van 8 oktober 2018 heeft verweerder verzoekers gelast een perceel aan de
[locatie ] te Spijkenisse, kadastraal bekend onder sectie F08171 te ontruimen en het perceel terug te brengen naar de staat zoals verzoekers het perceel aantroffen voor de ingebruikname op 1 oktober 2018, wat onder andere betekent dat het vuil moet worden verwijderd en het groen moet worden teruggebracht. Als verzoekers dat niet voor 8 oktober om 16.00 uur doen zal verweerder de last zelf uitvoeren op kosten van verzoekers (bestuursdwang).

Verzoekers hebben daartegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht het besluit te schorsen totdat op het bezwaar is beslist.

Het verzoek is op 12 oktober 2018 op zitting behandeld. Verzoekers en hun gemachtigde waren daarbij aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door
[gemeenteambtenaar 1] en [gemeenteambtenaar 2] , bijgestaan door zijn gemachtigde.

Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 12 oktober 2018 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en partijen in de gelegenheid gesteld om schriftelijk te reageren op een door de voorzieningenrechter aan hen voorgelegde vraag.

Bij brieven van 18 oktober 2018 hebben partijen een schriftelijke reactie gegeven.

Daarna is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Verzoekers hebben op 1 oktober 2018 drie caravans en een vouwwagen geplaatst op een groenstrook gelegen tussen de woonwagenstandplaatsen aan de [locatie ] [nummers] . Zij verblijven daar vanaf dat moment. Verweerder heeft daarop zijn besluit van 8 oktober 2018 genomen. Omdat verweerder de uitvoering van zijn besluit niet wilde opschorten totdat de voorzieningenrechter uitspraak op het verzoek zou doen, heeft de voorzieningenrechter de last onder bestuursdwang telefonisch geschorst totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan op het verzoek.

2. Verzoekers zijn Sinti zonder vaste woon- of verblijfplaats die graag op een woonwagenstandplaats in Spijkenisse zouden willen staan. Zij hebben geprobeerd zich in te schrijven op een wachtlijst voor de woonwagenlocatie Groenoord in Spijkenisse maar zij stellen dat dit door de beheerder is geweigerd of dat hen is gezegd dat er geen wachtlijst is. Verzoekers stellen dat in Spijkenisse jarenlang een afbouw- of bevriezingsbeleid is gevoerd. Zij wijzen op het Beleidskader gemeentelijke woonwagen- en standplaatsenbeleid van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van juli 2018 (het Beleidskader). Zij wijzen erop dat volgens het Beleidskader gemeenten die een afbouw- of bevriezingsbeleid hebben gevoerd in strijd met de mensenrechten van woonwagenbewoners hebben gehandeld en dat daarom bij behoefte aan standplaatsen een inhaalslag moet worden gemaakt door weer standplaatsen beschikbaar te stellen. Omdat verweerder volgens verzoekers nog niets in die richting onderneemt en er op de groenstrook aan de [locatie ] vroeger drie woonwagenstandplaatsen waren, hebben verzoekers daar hun caravans en vouwwagen neergezet.

3. Ter zitting hebben verzoekers laten weten dat het hun niet per se gaat om een standplaats op deze groenstrook, maar dat zij met deze actie verweerder willen bewegen om uitvoering te geven aan het Beleidskader. Zij hebben op de caravans en vouwwagen spandoeken opgehangen waarmee zij hun standpunt over het gebrek aan standplaatsen kracht bijzetten. Verder zoeken verzoekers actief de pers op om hun standpunt onder de aandacht te brengen. Verzoekers hebben verder met krantenartikelen laten zien dat hun actie onderdeel uitmaakt van een landelijke actie en dat er op verschillende plaatsen caravans zijn neergezet om aandacht te vragen voor het gebrek aan standplaatsen in heel Nederland en om druk te zetten op de uitvoering van het Beleidskader.

4. In deze procedure kan de voorzieningenrechter niet oordelen over het standplaatsenbeleid in Nissewaard of in Nederland in het algemeen. Beoordeeld moet worden of verzoekers op de groenstrook mogen blijven staan totdat op het bezwaar is beslist. Volgens verweerder mag dat niet vanwege strijd met het bestemmingsplan en omdat verzoekers ook elders kunnen staan. Verzoekers erkennen de strijd met het bestemmingsplan maar stellen dat er zicht is op legalisering en dat handhaving onevenredig is. Verder stellen verzoekers dat de overtreding gerechtvaardigd is en dat er sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel. Verder betwisten zij dat zij ergens anders kunnen staan.

5.1

Verweerder heeft zijn besluit gebaseerd op strijdigheid met het bestemmingsplan.
Wat verzoekers daartegen aanvoeren, overtuigt de voorzieningenrechter niet. Er is geen rechtvaardiging voor de overtreding, er is geen concreet zicht op legalisering, handhaving is op zich niet onevenredig en er is geen sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel.

De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat het verblijf van verzoekers in de caravans en vouwwagen op de groenstrook moet worden aangemerkt als betoging in de zin van de Wet op de openbare manifestaties. Zij willen met hun actie aandacht vragen voor het gebrek aan standplaatsen voor woonwagens in Nederland in het algemeen en in Spijkenisse in het bijzonder en willen druk zetten op de uitvoering van het Beleidskader. Daarmee gaat het om het uiten van gemeenschappelijke gedachten op politiek en maatschappelijke gebied. Verder is er weliswaar door de bezetting van de groenstrook een element van feitelijke dwang, maar dat is niet overheersend. Verzoekers hebben immers herhaaldelijk te kennen gegeven dat zij niet per se op de groenstrook een standplaats willen innemen maar dat het aanwijzen van de groenstrook naar hun mening in het licht van het Beleidskader wel voor de hand ligt omdat daar voorheen ook standplaatsen waren en familieleden aan weerszijden wonen. Als verweerder echter een andere plaats aanwijst in Spijkenisse kunnen verzoekers daar ook mee leven. De last onder bestuursdwang houdt daarom feitelijk een verbod op het voortzetten van de betoging in. Verzoekers hebben daarom een belang bij schorsing van het besluit van verweerder totdat op het bezwaar is beslist.

5.2

In het bestuursdwangbesluit is geen aandacht besteed aan de vraag of de actie van verzoekers als betoging moet worden aangemerkt en of die betoging mag worden beëindigd. Het houden van een betoging is een grond- en mensenrecht en een betoging kan daarom niet zo maar worden verboden. Dat betekent echter niet dat een betoging altijd en in elke vorm is toegestaan. De burgemeester kan een betoging verbieden of daaraan voorschriften of beperkingen stellen. Om de burgemeester in staat te stellen die bevoegdheden uit te oefenen moet een betoging op grond van de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Nissewaard vooraf schriftelijk worden gemeld. Hoewel verzoekers stellen dat zij mondeling wel hebben laten weten aan de gemeente wat zij van plan waren, is er geen schriftelijke melding bij de burgemeester gedaan. De burgemeester is daarom op grond van artikel 5 van de Wet op de openbare manifestaties op zich bevoegd om de betoging te verbieden. Hij kan echter in het licht van artikel 2 van de Wet op de openbare manifestaties in samenhang met artikel 11 van het EVRM en artikel 9 van de Grondwet van deze bevoegdheid alleen gebruik maken ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. Van gezondheidsrisico’s of verkeersproblemen veroorzaakt door de actie van verzoekers is niet gebleken. Van wanordelijkheden is ook niet gebleken. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat er in de buurt van de groenstrook enige overlast door open vuur, muziek en optrekkende motoren wordt ervaren. Hoe vervelend dat voor omwonenden ook is, dat soort overlast kan niet worden aangemerkt als wanordelijkheden. Die overlast is dus onvoldoende reden voor beëindiging van de betoging. Bovendien staan de burgemeester bij overlast van een betoging ook andere, minder ver strekkende maatregelen ter beschikking zoals het stellen van voorschriften en beperkingen over bijvoorbeeld open vuur of geluidsoverlast. Bij overtreding van dergelijke voorschriften kan de burgemeester alsnog besluiten tot een verbod op de betoging. Daarvan is nu echter geen sprake.

5.3

Gelet daarop is de voorzieningenrechter van oordeel dat er op dit moment geen grond is voor de burgemeester om de betoging te beëindigen. De voorzieningenrechter heeft daarom de verwachting dat het besluit van verweerder in bezwaar geen stand zal kunnen houden. Daarom schorst hij dat besluit tot twee weken na het nemen van het besluit op bezwaar. Dat betekent dat verzoekers tot dat moment in hun caravans en vouwwagen op de groenstrook mogen verblijven.

6. De voorzieningenrechter ziet hierin aanleiding te bepalen dat verweerder het door verzoekers betaalde griffierecht (€ 170,-) aan hen moet vergoeden. Verder zal verweerder de proceskosten van verzoekers moeten betalen. Die stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op een bedrag van € 1.252,50 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het bijwonen van de zitting, 0,5 punt voor het indienen van een schriftelijke reactie op een vraag van de voorzieningenrechter, met een waarde per punt van € 501,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- schorst het besluit van verweerder van 8 oktober 2018 tot twee weken na het nemen van het besluit op bezwaar;

- bepaalt dat verweerder aan verzoekers het door hen betaalde griffierecht (€ 170,-) vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 1.252,50.

Deze uitspraak is op 19 oktober 2018 in het openbaar gedaan door mr. A.C. Rop, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M.P. Meijer, griffier.

griffier rechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is ter zitting aan partijen uitgereikt.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.