Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:863

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-02-2018
Datum publicatie
08-02-2018
Zaaknummer
10/750157-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Twee feiten mensensmokkel met een tussenpoos van een jaar worden bewezen. Voor feit 2 volgt ontslag van alle rechtsvervolging omdat een bestanddeel van het feit ontbreekt in de tenlastelegging. Het andere feit wordt bewezen verklaard en bestraft met gevangenisstraf en verbeurdverklaring van een personenauto en iPhone.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/750157-17

Datum uitspraak: 7 februari 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

adres: [adres verdachte] [woonplaats verdachte] ( [land verdachte] ),

preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel.

Raadsman mr. T.S. Kessel, advocaat te Dordrecht.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 24 januari 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. Blom heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde met uitzondering van het onder 1 ten laste gelegde levensgevaar;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

4 Ontvankelijkheid officier van justitie

4.1.

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat het Openbaar Ministerie geregeld heeft verzaakt om tijdig processtukken aan de verdediging te verstrekken. Ook heeft de officier van justitie niet gereageerd op e-mails over de in beslag genomen auto, waardoor de verdachte genoodzaakt was een klaagschriftenprocedure hierover te starten. Het Openbaar Ministerie heeft gelet op het voorgaande doelbewust en met grove veronachtzaming de processuele belangen van de verdachte geschonden. Dat levert een onherstelbaar vormverzuim op dat moet leiden tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging.

4.2.

Beoordeling

De rechtbank heeft tijdens de zitting op 1 november 2017 vastgesteld dat de vertraging in de aanlevering van sommige stukken aan de verdediging samenhangt met de omstandigheid dat het een omvangrijk onderzoek met meerdere verdachten betreft, wat invloed heeft op de wijze van dossiervorming. Toen en ook nu is niet gebleken dat die vertraging in de aanlevering van stukken doelbewust heeft plaatsgevonden om de verdachte een eerlijk proces te onthouden.

De verdediging heeft verder niet onderbouwd op welke wijze de verdachte is geschaad in zijn verdediging door de gestelde gebrekkige communicatie over de in beslag genomen auto. Dit betoog kan reeds hierom niet leiden tot het daarmee beoogde doel.

4.3.

Conclusie

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

5 Waardering van het bewijs

5.1.

Bewijswaardering

5.1.1.

Standpunt verdediging

Voltooide mensensmokkel?

De verdediging heeft ten eerste bepleit dat er geen sprake is van een voltooide mensensmokkel, omdat er geen transport naar het Verenigd Koninkrijk heeft plaatsgevonden. Uit het dossier kan hoogstens een poging tot smokkel worden afgeleid. Die is echter niet ten laste gelegd zodat de verdachte vrijgesproken dient te worden van de feiten 1 en 2.

Vrijwillige terugtred?

De verdediging heeft vervolgens bepleit dat er sprake is geweest van vrijwillige terugtred, omdat de verdachte heeft besloten om de smokkel naar het Verenigd Koninkrijk niet door te laten gaan. Om die reden dient vrijspraak vaan feit 1 te volgen.

Wetenschap van illegaal verblijf?

De verdediging heeft tot slot bepleit dat niet bewezen kan worden verklaard dat de verdachte wist of kon vermoeden dat de Vietnamezen en/of Syriërs (feit 1) respectievelijk de Afghanen (feit 2) die bij hem dan wel bij een medeverdachte zijn aangetroffen, illegaal in Nederland waren. Vanwege het ontbreken van die wetenschap dient eveneens vrijspraak te volgen.

Levensgevaar?

De verdediging heeft bepleit dat er onder feit 1 geen levensgevaar te duchten is geweest.

5.1.2.

Beoordeling

Voltooide mensensmokkel?

De rechtbank stelt vast dat de verdediging miskent dat het behulpzaam zijn bij het verschaffen van doorreis door Nederland, en het uit winstbejag behulpzaam zijn bij het verschaffen van verblijf in Nederland op zichzelf reeds voltooide strafbare feiten opleveren. Deze behulpzaamheidshandelingen, voor zover die de betrokkenheid van de verdachte betreffen, zijn reeds aangevangen bij het vervoer van de te smokkelen personen door Nederland en eindigen op het moment van het aantreffen van deze personen bij de verdachte en een medeverdachte onder de in de bewijsmiddelen genoemde omstandigheden. Dat deze personen nog niet op de beoogde eindbestemming waren gearriveerd, doet aan het behulpzaam zijn bij het plaatsvinden van die doorreis door en verblijf in Nederland niet af.

Vrijwillige terugtred?

Van vrijwillige terugtred kan alleen sprake zijn bij de poging (dan wel de voorbereiding) tot een bepaald misdrijf. In de onderhavige zaak is echter uitsluitend een voltooid delict ten laste gelegd. Hetgeen is aangevoerd met betrekking tot vrijwillige terugtred behoeft daarom geen bespreking.

Wetenschap van illegaal verblijf?

Uit de bewijsmiddelen, ten aanzien van feit 1 in het bijzonder de telefoongesprekken van de verdachte en ten aanzien van feit 2 in het bijzonder de verklaringen van [naam getuige 1] en [naam getuige 2] , volgt naar het oordeel van de rechtbank zonder meer dat de verdachte wist dat de personen die hij vervoerde c.q. liet vervoeren en aan wie hij onderdak verschafte c.q. liet verschaffen illegaal in Nederland verbleven.

Levensgevaar?

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het onderdeel levensgevaar niet bewezen is.

5.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 19 april tot en met 23 april 2017 te 's-Gravenhage en/of Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, 12 (twaalf) personen onder wie 5 (vijf) minderjarige(n), met de Vietnamese en Syrische nationaliteit,

- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van doorreis door, en

- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland terwijl hij, verdachte en zijn mededaders wisten dat die doorreis en dat verblijf wederrechtelijk was, immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met anderen,

- contact onderhouden met en instructies gegeven aan / gekregen van één of meer mededader(s) betreffende het vervoer en verblijf van bovengenoemde personen, en

- bovengenoemde personen vervoerd / laten vervoeren door Nederland, en

- bovengenoemde personen onderdak geboden, en

- georganiseerd/laten organiseren dat een koelwagen en chauffeur beschikbaar waren om fruit te laden en (vervolgens) bovengenoemde personen te vervoeren, en

- bovengenoemde personen vervoerd/laten vervoeren naar de locatie waar

fruit in een koelwagen geladen zou worden,

(aldus) het verblijf in Nederland en de doorreis door Nederland van die genoemde personen georganiseerd en gecoördineerd en gefaciliteerd;

2.

hij op 15 februari 2016 te Rotterdam en Hoek van Holland, gemeente Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander, 13 (dertien), personen met de Afghaanse nationaliteit, althans van buitenlandse afkomst,

- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van doorreis door Nederland terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader

- contact onderhouden hebben met en instructies gegeven aan één of meer mededader(s) betreffende het vervoer van bovengenoemde personen, en

- bovengenoemde personen vervoerd / laten vervoeren door Nederland, en

- georganiseerd/laten organiseren dat een vrachtwagen en chauffeur beschikbaar waren om groente en/of fruit te laden en (vervolgens) bovengenoemde personen te vervoeren, en

- bovengenoemde personen laten vervoeren naar de locatie waar groente en/of fruit in een vrachtwagen geladen zou worden,

- voornoemde perso(o)n(en) in een afgesloten oplegger van die vrachtwagen (met daarin een (recent gebouwde) houten kooiconstructie, waarin voornoemde perso(o)n(en) zijn aangetroffen, vervoerd door Nederland, en

- een ticket aangeschaft, althans aan laten schaffen voor de ferry (Stena Line) naar Groot-Brittannië, en (aldus) de doorreis door Nederland van die genoemde personen georganiseerd en gecoördineerd en gefaciliteerd.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

6 Strafbaarheid feit

6.1.

Feit 1

Het bewezen verklaarde levert op:

de eendaadse samenloop van:

tezamen en in vereniging met één of meer anderen het een ander behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van doorreis door Nederland, terwijl hij weet dat die doorreis wederrechtelijk is

en

tezamen en in vereniging met één of meer anderen een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij weet dat dat verblijf wederrechtelijk is.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6.2.

Feit 2

Het bewezen verklaarde onder feit 2 is niet strafbaar, omdat in de tenlastelegging het bestanddeel van de wetenschap van de wederrechtelijkheid ontbreekt. Het bewezen verklaarde valt daarom niet onder een delictsomschrijving.

7 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

8 Motivering straf

8.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

8.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel. Bij mensensmokkel worden mensen die, om wat voor reden dan ook, hun land willen verlaten op illegale wijze naar een ander – veelal westers – land vervoerd. De smokkelaars maken daarbij misbruik van de afhankelijkheid van deze personen, door voor het transport uit winstbejag (veel) geld te vragen. De internationale georganiseerde smokkel van vreemdelingen is een fenomeen dat afbreuk doet aan de waardigheid van de mens omdat de mens daarbij slechts als handelswaar wordt gezien waarmee geld te verdienen valt. De verdachte heeft bijgedragen aan het in stand houden van een illegaal circuit en aldus aan genoemde onwenselijke activiteiten. Ook wordt hierdoor het beleid van de Nederlandse overheid om een gereguleerd asielbeleid te voeren – als onderdeel waarvan politieke vluchtelingen kunnen worden opgevangen – ondermijnd.

8.3.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

3 januari 2018, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

8.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De verdediging heeft verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf achterwege te laten. Hiervoor ziet de rechtbank echter geen aanleiding vanwege de ernst van het feit.

Anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, ziet de rechtbank geen aanleiding om een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk op te leggen. Omdat de verdachte niet in Nederland woont of verblijft is de rechtbank er niet van overtuigd dat een voorwaardelijk strafdeel bijdraagt aan het voorkomen van recidive.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen, waaronder de hieronder besproken verbeurdverklaring, passend en geboden. De straf is lager dan door de officier van justitie geëist, omdat de rechtbank slechts voor één van de tenlastegelegde feiten tot strafoplegging komt.

9 In beslag genomen voorwerpen

9.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen personenauto en telefoon verbeurd te verklaren.

9.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft om teruggave van de in beslag genomen goederen verzocht.

9.3.

Beoordeling

De in beslag genomen goederen vermeld op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst onder de nummers 1 (personenauto Mercedes C320) en 2 (Apple iPhone) zullen worden verbeurd verklaard. De voorwerpen behoren aan de verdachte toe en de rechtbank stelt vast dat het bewezenverklaarde strafbare feit 1 is begaan met behulp van deze voorwerpen.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 33, 33a, 55 en 197a van het Wetboek van Strafrecht.

11 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het onder 2 bewezen verklaarde geen strafbaar feit oplevert en ontslaat de verdachte ten aanzien daarvan van alle rechtsvervolging;

stelt vast dat het onder 1 bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor feit 1 de goederen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd: 1 en 2.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. G.M. Munnichs, voorzitter,

en mrs. W.J.M. Diekman en E.B.J. van Elden, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 19 april tot en met 23 april 2017 te 's-Gravenhage en/of Rotterdam, althans in Nederland, en/of België en/of Frankrijk tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, 12 (twaalf) personen onder wie 5 (vijf) minderjarige(n), in elk geval één of meer perso(o)n(en) met de Vietnamese en/of Syrische nationaliteit, althans van

buitenlandse afkomst,

- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door, en/of

- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of die perso(o)n(en) met de Vietnamese en/of Syrische nationaliteit (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft/hebben verschaft terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis en/of dat verblijf wederrechtelijk was, immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met, althans alleen,

- contact onderhouden met en/of instructies gegeven aan / gekregen van één of meer mededader(s) betreffende het vervoer en/of verblijf van bovengenoemde perso(o)n(en), en/of

- bovengenoemde perso(o)n(en) vervoerd / laten vervoeren van Frankrijk / België naar Nederland en/of door Nederland, en/of

- bovengenoemde perso(o)n(en) onderdak geboden, en/of

- georganiseerd/laten organiseren dat een koelwagen en/of chauffeur beschikbaar waren om fruit te laden en (vervolgens) bovengenoemde perso(o)n(en) te vervoeren, en/of

- bovengenoemde perso(o)n(en) vervoerd/laten vervoeren naar de locatie waar

fruit in een koelwagen geladen zou worden,

(aldus) het verblijf in Nederland en/of het transport en de doorreis door Nederland en/of België en/of Frankrijk van die genoemde perso(o)n(en) georganiseerd en/of gecoördineerd en/of gefaciliteerd, terwijl als gevolg hiervan levensgevaar voor een ander, te weten voornoemde 12 (twaalf), althans één of meer perso(o)n(en) met de Vietnamese en/of

Syrische nationaliteit, te duchten was;

2.

hij op of omstreeks 15 februari 2016 te Rotterdam en/of Hoek van Holland, gemeente Rotterdam, in elk geval in Nederland en/of België en/of Frankrijk, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, 13 (dertien), althans één of meer (meerderjarige en/of minderjarige) perso(o)n(en) met de Afghaanse nationaliteit, althans van buitenlandse afkomst,

- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door, en/of

- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of die voornoemde personen met de Afghaanse nationaliteit, althans van buitenlandse afkomst (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of

inlichtingen heeft/hebben verschaft terwijl hij, verdachte en/of zijn

mededader(s)

- contact onderhouden met en/of instructies gegeven aan / gekregen van één of meer mededader(s) betreffende het vervoer en/of verblijf van bovengenoemde perso(o)n(en), en/of

- bovengenoemde perso(o)n(en) vervoerd / laten vervoeren van Frankrijk / België naar Nederland en/of door Nederland, en/of

- georganiseerd/laten organiseren dat een vrachtwagen en/of chauffeur beschikbaar waren om groente en/of fruit te laden en (vervolgens) bovengenoemde perso(o)n(en) te vervoeren, en/of

- bovengenoemde perso(o)n(en) vervoerd/laten vervoeren naar de locatie waar groente en/of fruit in een vrachtwagen geladen zou worden,

- voornoemde perso(o)n(en) in een afgesloten oplegger van die vrachtwagen (met daarin een (recent gebouwde) houten kooiconstructie, waarin voornoemde perso(o)n(en) zijn aangetroffen, vervoerd door Nederland, en/of

- een ticket aangeschaft, althans aan laten schaffen voor de ferry (Stena Line) naar Groot-Brittannië, en/of (aldus) het verblijf in Nederland en/of het transport en de doorreis door

Nederland en/of België en/of Frankrijk van die genoemde perso(o)n(en) georganiseerd en/of gecoördineerd en/of gefaciliteerd.