Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:8590

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-10-2018
Datum publicatie
06-11-2018
Zaaknummer
5784968 \ CV EXPL 17-8285
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JERF Actueel 2018/416
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummers: 5784968 \ CV EXPL 17-8285 en 6163304 \ CV EXPL 17-24956

uitspraak: 12 oktober 2018

rolbeslissing van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak onder zaaknummer 5784968 \ CV EXPL 17-8285 (hoofdzaak)

van

de naamloze vennootschap

Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V.,

gevestigd te Utrecht,

eiseres bij exploot van 1 maart 2017,

gemachtigde: GGN Mastering Credit N.V. te Rotterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [plaatsnaam],

gedaagde,

gemachtigde: mr. L.H.E.M. Berendse-de Gruijl te Rotterdam,

in de zaak onder zaaknummer 6163304 \ CV EXPL 17-24956 (vrijwaring)

van

[gedaagde] ,

wonende te [plaatsnaam],

eiser in vrijwaring,

gemachtigde: mr. L.H.E.M. Berendse-de Gruijl te Rotterdam,

tegen

[gedaagde in vrijwaring] ,

gedaagde in vrijwaring,

gemachtigde: mr. R.J. Michielsen.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Zilveren Kruis’ respectievelijk ‘[gedaagde]’ en ‘[gedaagde in vrijwaring]’.

1 Overwegingen

1.1

In deze zaken heeft de kantonrechter de uitspraak nader bepaald op 26 oktober 2018. Er kan echter nog geen vonnis worden gewezen in verband met het volgende.

1.2

De hoofdzaak is vanaf oktober 2017 op verzoek van Zilveren Kruis aangehouden voor de duur van aanvankelijk een half jaar en daarna voor de duur van nog eens drie maanden. Dit in verband met de door [gedaagde] ingestelde beroepsprocedure, waarin op 8 mei 2018 uitspraak is gedaan. In de vrijwaringszaak is, nadat partijen waren uitgeconcludeerd, nog geen vonnis bepaald, maar is deze zaak bij rolbeslissing van 8 december 2017, gelet op de samenhang met de hoofdzaak uit oogpunt van proceseconomie ambtshalve aangehouden.

1.3

[gedaagde] is overleden op 8 november 2017.

1.4

Op 18 juli 2018 heeft Zilveren Kruis in de hoofdzaak een conclusie van repliek genomen.

1.5

Op 15 augustus 2018 is in de hoofdzaak aan de zijde van wijlen [gedaagde] een conclusie van dupliek genomen.

1.6

In artikel 225 lid 1 sub a Rv is bepaald dat de dood van een partij grond is voor schorsing van het geding. De schorsing vindt plaats door betekening van de ingeroepen grond voor schorsing aan de wederpartij dan wel door een daartoe strekkende akte ter rolle. Bij gebreke hiervan wordt het geding op naam van de oorspronkelijke partij voortgezet. Schorsing kan ingevolge lid 6 van het genoemde artikel niet meer plaats vinden nadat de dag is bepaald waarop het vonnis zal worden uitgesproken.

1.7

De kantonrechter stelt vast dat geen gebruik is gemaakt van de in artikel 225 Rv opgenomen schorsingsregeling, die kan worden ingeroepen na het overlijden van [gedaagde]. Wel is door de gemachtigde van wijlen [gedaagde] op de rolzitting van 15 augustus 2018 in de hoofdzaak namens hem gedupliceerd. Verder stelt de kantonrechter vast dat zich in de vrijwaringszaak niet de situatie voordoet zoals bedoeld in artikel 225 lid 6 Rv.

1.8

Gelet op het voorgaande ziet de kantonrechter aanleiding om mr. Berendse-de Gruijl in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de vraag door wie zij is gemachtigd om in de hoofdzaak een conclusie van dupliek te nemen, op een moment dat [gedaagde] al was overleden. Voorts dient Mr. Berendse-de Gruijl zich uit te laten over de vraag of in de vrijwaringszaak al dan niet gebruik gemaakt zal worden van de schorsingsregeling van artikel 225 Rv en namens wie zij in die zaak optreedt.
Mr. Berendse-de Gruijl zal op na te melden rolzitting in de gelegenheid worden gesteld om zich over een en ander uit te laten.

1.9

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

2 De beslissing

De kantonrechter:

in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak,

verwijst de zaak naar de rolzitting van de kantonrechter van woensdag 7 november 2018 om 14.30 uur teneinde mr. Berendse-de Gruijl de gelegenheid te bieden zich bij akte uit te laten als hiervoor onder 1.8 bedoeld;

bepaalt dat de door mr. Berendse-de Gruijl te nemen akte in tweevoud uiterlijk de dag vóór de rolzitting om 12 uur ter griffie ontvangen dient te zijn; ook kan de akte worden ingediend op de rolzitting zelf, maar dan dient rekening gehouden te worden met een wachttijd.

Deze beslissing is gegeven door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.