Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:8476

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-08-2018
Datum publicatie
15-10-2018
Zaaknummer
C/10/536302 / FA RK 17-8223
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Herroeping van een in Nederland uitgesproken adoptie ondanks de forse overschrijding van de termijn. De rb oordeelt dat de termijn in art. 1:231 lid 2 BW in strijd is met artikel 8 van het EVRM. De rechtbank acht zich op grond van artikel 3 Rv bevoegd kennis te nemen van het verzoek tot herroeping van de (eerdere) adoptie naar het recht van de Britse kroonkolonie Hong Kong. Verzoekster wordt in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het toepasselijk recht op die in het buitenland uitgesproken adoptie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2018/615
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2019/5146
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie

zaaknummer / rekestnummer: C/10/536302 / FA RK 17-8223

Beschikking van 14 augustus 2018 betreffende de herroeping van de adoptie

in de zaak van:

[naam verzoekster]

wonende te [woonplaats verzoekster] , [adres verzoekster] ,

hierna te noemen verzoekster,

advocaat mr. M. Veken te Rotterdam,

in welke zaak belanghebbende is:

[naam belanghebbende] ,

wonende te Hong Kong, [adres belanghebbende] , [woonplaats belanghebbende] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 02 oktober 2017.

1.2.

De behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 6 maart 2018.

Bij die gelegenheid zijn verschenen:

- verzoekster, bijgestaan door haar advocaat.

Na de zitting van 6 maart 2018 heeft de rechtbank kennis genomen van:

- het faxbericht van verzoekster, gedateerd 20 maart 2018;

- het faxbericht van verzoekster, gedateerd 7 mei 2018;

- de brief van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente

’s Gravenhage, gedateerd 28 mei 2018;

- het F 9 formulier van verzoekster, gedateerd 11 juni 2018.

2 De vaststaande feiten

2.1.

Verzoekster is geboren op [geboortedatum verzoekster] te Hong Kong (destijds een Britse kroonkolonie) als [voormalige naam verzoekster] , kind van [naam biologische vader] (vader) en [naam biologische moeder] (moeder).

2.2.

Bij beslissing van The Supreme Court of Hong Kong, gedateerd 14 augustus 1965 is uitgesproken de adoptie naar het recht van de Britse kroonkolonie Hong Kong van verzoekster door [naam adoptievader] en [naam adoptiemoeder] , hierna: de adoptieouders.

De namen van verzoekster werden bij de adoptie gewijzigd in [huidige naam verzoekster] .

2.3.

Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 3 maart 1970 is verzoekster, als [huidige naam verzoekster] , geboren [voormalige naam verzoekster] , op [geboortedatum verzoekster] te Hong Kong, naar Nederlands recht geadopteerd door [naam adoptievader] en [naam adoptiemoeder] . Deze adoptie is op 14 april 1970 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s Gravenhage.

2.4.

Bij beschikking van de rechtbank ’s Gravenhage van 9 februari 2004 is de voornaam van verzoekster gewijzigd in [huidige voornaam verzoekster] en werden de geboortegegevens van verzoekster ambtshalve vastgesteld. De geslachtsnaam [naam] bleef gehandhaafd.

2.5.

De adoptiemoeder [naam adoptiemoeder] is op 17 maart 2017 te Leiden overleden. De adoptievader [naam adoptievader] is op 17 september 2008 te Woerden overleden.

2.6.

De biologische moeder van verzoekster is op 16 februari 2012 te Hong Kong overleden.

3 De beoordeling

3.1.

Verzoekster verzoekt herroeping van de adoptie van [huidige voornaam verzoekster] , geboren op [geboortedatum verzoekster] , door [naam adoptievader] en [naam adoptiemoeder] , zoals uitgesproken bij vonnis van de rechtbank ’s Gravenhage (naar de rechtbank begrijpt moet dit zijn rechtbank Amsterdam) van 3 maart 1970. Uit het verzoekschrift alsmede in het licht van de overige stellingen van verzoekster kan worden opgemaakt dat verzoekster voor ogen staat met de herroeping van de door de rechtbank Amsterdam uitgesproken adoptie de banden met haar biologische ouders te herstellen en haar oorspronkelijke achternaam [achternaam biologische vader] te herkrijgen. Verzoekster maakt geen verschil tussen de twee toepasselijke adoptiebeslissingen, te weten de adoptie naar het recht van de kroonkolonie Hong Kong en de adoptie naar Nederlands recht, hoewel daartoe naar het oordeel van de rechtbank wel aanleiding bestaat.

3.2.

Ontvankelijkheid

3.2.1.

Rechtsmacht en toepasselijk recht

3.2.2.

Op grond van artikel 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering komt aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toe, omdat verzoekster haar woonplaats in Nederland heeft.

3.2.3.

Op grond van artikel 10:105 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is op de herroeping van een in Nederland uitgesproken adoptie het Nederlands recht van toepassing. Derhalve is op het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 3 maart 1970 het Nederlandse recht van toepassing. De rechtbank zal eerst het verzoek de herroeping van dit vonnis beoordelen.

3.2.4.

Op grond van artikel 1: 231 van het BW kan de adoptie door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van de geadopteerde worden herroepen. Het verzoek kan alleen worden toegewezen, indien de herroeping in het kennelijk belang van de geadopteerde is, de rechter van de redelijkheid der herroeping in gemoede overtuigd is, en het verzoek is ingediend niet eerder dan twee jaren en niet later dan vijf jaren na de dag, waarop de geadopteerde meerderjarig is geworden.

3.2.5.

Verzoekster realiseert zich dat de termijn voor de herroeping zoals genoemd in artikel 1:231 BW al lang is overschreden. Zij meent echter dat er redenen zijn haar desalniettemin ontvankelijk te verklaren in haar verzoek. Allereerst was verzoekster niet op de hoogte van de mogelijkheid van herroeping van de adoptie. Pas medio 2017 is verzoekster hierover door een advocaat in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap van de adoptieouders geïnformeerd. Als verzoekster eerder op de hoogte was geweest, had zij een verzoek tot herroeping gedaan zodra daarvoor wettelijk de mogelijkheid openstond.

Voorts beroept verzoekster zich op de bepalingen van artikel 8 lid 1 en 2 van het verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

Bovendien spelen de redenen waarom de wetgever aan de herroeping een termijn heeft verbonden in deze zaak niet en zal de herroeping van de adoptie geen inbreuk maken op de rechten en vrijheden van anderen. De adoptieouders zijn overleden evenals de biologische moeder van verzoekster. Verzoekster en haar echtgenote hebben geen kinderen van wie de rechten als gevolg van de herroeping zouden kunnen worden geschonden.

Het financieel vermogen van de biologische vader van de vrouw is minimaal zodat ook financiële onedele motieven niet aan de orde zijn.

3.2.6.

De rechtbank kan op grond van artikel 1:231 lid 2 BW de adoptie herroepen als het verzoek daartoe is ingediend tussen het tweede en vijfde jaar nadat de geadopteerde meerderjarige is geworden. Omdat verzoekster in 1982 meerderjarig is geworden en het verzoek in 2018 bij de rechtbank is ingediend, is genoemde termijn ruimschoots overschreden.

3.2.7.

Op grond van artikel 8 lid 1 en 2 van het EVRM heeft een ieder recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economische welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

3.2.8.

De mogelijkheid de adoptie te herroepen heeft rechtstreeks betrekking op de uitoefening van het recht van de geadopteerde op respect voor haar privéleven. De termijn waarbinnen een verzoek tot herroeping van de adoptie moet worden ingediend op grond van artikel 1:231 lid 2 BW is te beschouwen als een bij wet voorziene inmenging door het openbaar gezag in het recht op privé, familie- en gezinsleven.

3.2.9.

Gezien het voorgaande dient de rechtbank te beoordelen of het hanteren van de termijn in dit geval noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economische welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Anders dan verzoekster stelt, is de rechtbank van oordeel dat het stellen van wettelijke termijnen in beginsel geen ongerechtvaardigde inmenging in het recht op family life als bedoeld in artikel 8 van het EVRM is, omdat de in de wet gegeven termijnen noodzakelijk zijn in een democratische samenleving om rechtszekerheid te waarborgen en om de belangen te beschermen van de betrokkenen in de van toepassing zijnde wettelijke bepaling.

De rechtbank is in het onderhavige geval evenwel van oordeel dat de bescherming van voormelde belangen, rechten en vrijheden van anderen niet alleen kan worden gewaarborgd door het hanteren van de termijn. Er zijn geen belangen van anderen gebleken die worden geschaad door het niet hanteren van de termijn en ook de rechtszekerheid, veiligheid of het economisch welzijn is in dit geval niet in het geding als het verzoek in behandeling zou worden genomen ondanks het verstrijken van de termijn. Bovendien volgt uit de stellingen van verzoekster, nader onderbouwd met de medische verklaring van haar behandelaar van

2 september 2017, dat herroeping van de adoptie een voor de psychische gezondheid van verzoekster gewenste en passende vervolgstap in de behandeling is. Verzoekster wordt gelet hierop ontvankelijk verklaard in haar verzoek.

3.3.

Herroeping adoptie Nederland

3.3.1.

Zoals hiervoor vermeld onder 3.2.4. kan het verzoek alleen worden toegewezen indien de herroeping in het kennelijk belang van de geadopteerde is en de rechter van de redelijkheid van de herroeping in gemoede overtuigd is. Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting is de rechtbank van oordeel dat herroeping van de adoptie van de rechtbank in het kennelijk belang van verzoekster is.

3.3.2.

Hierbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verzoekster in het verzoekschrift en ter zitting gemotiveerd heeft gesteld dat zij haar jeugd in het adoptief gezin als zeer traumatisch heeft ervaren. Er was sprake van jarenlange psychische en lichamelijke mishandeling ten gevolge waarvan verzoekster een post traumatische stress stoornis (PTSS) heeft opgelopen. Verzoekster is hiervoor sinds 1999 tot heden onder behandeling bij verschillende GGZ instellingen. Verzoekster verklaart nog steeds veel pijn en verdriet te ervaren als gevolg van de wijze waarop de adoptieouders met haar zijn omgegaan. Op haar 18e jaar is verzoekster vertrokken uit de woning van de adoptieouders en heeft sindsdien, tot hun overlijden, sporadisch contact met hen gehad.

In 1988 is verzoekster op zoek gegaan naar haar biologische ouders. In 2013 vond verzoekster haar familie terug. Haar biologische moeder was toen al overleden. Sinds 2013 heeft verzoekster intensief contact met haar biologische familie. Verzoekster hecht groot belang aan het herstel van de juridische band met haar biologische familie. Bovendien wordt met de herroeping elke band tussen haar en de adoptiefouders en hun zoon verbroken. Dit zou voor verzoekster de afsluiting van een zeer akelige jeugd betekenen.

De rechtbank zal het verzoek om de adoptie te herroepen dan ook toewijzen in die zin dat de bij beschikking van de rechtbank Amsterdam van 3 maart 1970 uitgesproken adoptie naar Nederlands recht zal worden herroepen.

3.4.

Herroeping adoptie Hong Kong

3.4.1.

Voor het geval verzoekster mede beoogt te verzoeken dat de rechtbank tevens de beslissing van The Supreme Court of Hong Kong, gedateerd 14 augustus 1965 herroept waarbij verzoekster naar het recht van de Britse kroonkolonie Hong Kong door de adoptieouders is geadopteerd, wordt verzoekster in de gelegenheid gesteld een dergelijk verzoek nader te onderbouwen en zich nader uit te laten over het toepasselijk recht op die in het buitenland uitgesproken adoptie. De rechtbank is voorshands van oordeel dat aansluiting gezocht dient te worden bij artikel 10:105 lid 4 BW en dat toegepast dient te worden het recht dat op de adoptie zelf is toegepast. De rechtbank heeft voor ogen dat verzoekster zich tevens uitlaat over de (on)mogelijkheden van herroeping die toepassing van het betreffende recht tot gevolg heeft en de zienswijze van verzoekster daaromtrent.

3.4.2.

Voor het geval verzoekster niet beoogt te verzoeken dat de beslissing van The Supreme Court of Hong Kong, gedateerd 14 augustus 1965 wordt herroepen, verzoekt de rechtbank dit eveneens aan de rechtbank te berichten.

3.4.3.

Op grond van het hiervoor vermelde zal de zaak in afwachting van een nadere reactie van verzoekster pro forma worden aangehouden.

3.5.

Achternaam

Het verzoek van de vrouw een certificaat af te geven ex artikel 53 van de Brussel I bis-verordening zal, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, eveneens pro forma worden aangehouden.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

herroept de bij beschikking van de rechtbank Amsterdam van 3 maart 1970 uitgesproken adoptie naar Nederlands recht van [huidige naam verzoekster] , geboren [voormalige naam verzoekster] , door [naam adoptievader] en [naam adoptiemoeder] ;

4.2.

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s Gravenhage een latere vermelding van de herroeping van de adoptie naar Nederlands recht toe te voegen aan de daarvoor in aanmerking komende akte(s);

en alvorens verder te beslissen:

4.3.

houdt iedere verdere beslissing aan tot 1 oktober 2018.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. van Dijk, rechter tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.I.J. de Roo op 14 augustus 2018.

Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, staat tegen deze beschikking hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.

Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden voor het instellen van hoger beroep.