Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:8259

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-09-2018
Datum publicatie
05-10-2018
Zaaknummer
C/10/15/946 R
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verlenging termijn schuldsaneringsregeling ex artikel 349a Faillisementswet

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 349a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

verlenging termijn schuldsaneringsregeling ex artikel 349a Faillissementswet

insolventienummer : [nummer]

uitspraakdatum: 27 september 2018

In de schuldsaneringsregeling van:

[naam] ,

[adres]

[postcode] [woonplaats] ,

schuldenares,

bewindvoerder: J. Lagendaal,

verwijst de rechter-commissaris naar de inhoud van het dossier, in het bijzonder het proces-verbaal van het verhoor, gehouden op 10 september 2018 en het door schuldenares (tijdens het verhoor) overgelegde arbeidsmedisch onderzoekrapport van 14 augustus 2018.

Uit het dossier blijkt dat schuldenares gedurende de regeling is tekortgeschoten in de nakoming van haar sollicitatieverplichting, informatieverplichting en afdrachtverplichting. Schuldenares heeft in het begin van de regeling aangegeven dat de schuldsaneringsregeling haar rust gaf en dat zij graag wilde werken. Zij heeft vervolgens tot mei 2016 (naar behoren) voldaan aan de sollicitatieverplichting. Op 19 juni 2017 is een verhoor bij de rechter-commissaris gehouden omdat de regeling, met name de sollicitatieverplichting, niet goed verliep. Tijdens dit verhoor heeft schuldenares verklaard dat zij last had van psychische klachten en dat zij daarom haar verplichtingen niet naar behoren was nagekomen. Tevens heeft zij tijdens dit verhoor een vrijstelling van de sollicitatieverplichting van de gemeente Rotterdam overgelegd. De gemeente Rotterdam had schuldenares vrijgesteld van de sollicitatieverplichting van 13 december 2016 tot de uitslag van een arbeidsmedisch onderzoek.

Omdat de bewindvoerder door een misverstand niet op het verhoor van 19 juni 2017 is verschenen, is een nieuw verhoor gepland op 17 augustus 2017. Echter, schuldenares is op dit verhoor niet verschenen. Aangezien de tekortkomingen in de verplichtingen niet door schuldenares werden hersteld, en de bewindvoerder ook geen contact meer met schuldenares heeft kunnen krijgen, is op 1 november 2017 door de rechtbank een voordracht tot tussentijdse beƫindiging van de schuldsaneringsregeling behandeld. Deze voordracht is op 8 november 2017 door de rechtbank afgewezen omdat schuldenares in staat werd geacht de tekortkomingen te (kunnen) herstellen en het door de gemeente toegezegde arbeidsmedisch onderzoek nog niet had plaatsgevonden. Een eventuele tekortkoming in de nakoming van de sollicitatieverplichting kon derhalve, naar het oordeel van de rechtbank, (nog) niet worden vastgesteld. Schuldenares heeft ter zitting van de rechtbank toegezegd de boedelachterstand met hulp van haar moeder in te lopen, de ontbrekende informatie te verstrekken en maatschappelijk werk in te schakelen voor haar problemen. Voorts zou haar advocaat bij de gemeente aandringen op een spoedige uitvoering van het arbeidsmedisch onderzoek.

Tijdens het verhoor van 10 september 2018 is gebleken dat schuldenares de tekortkomingen in de regeling nog altijd niet heeft hersteld. Schuldenares heeft verklaard dat zij weer wil gaan werken, maar uitsluitend wil solliciteren op een baan die goed bij haar past. In juli 2018 heeft zij gesolliciteerd op een fulltime baan bij een advocatenkantoor. Eerst op 14 augustus 2018 is schuldenares arbeidsmedisch gekeurd. In het door schuldenares tijdens het verhoor overgelegde rapport van Calder Werkt wordt geen melding gemaakt van psychische klachten van schuldenares. Schuldenares heeft die ook niet gemeld aan de keuringsarts. Daarnaast heeft schuldenares ook niet onder behandeling gestaan voor haar (psychische) klachten. De fysieke klachten, die in het rapport worden geconstateerd, geven de bewindvoerder en de rechter-commissaris geen aanleiding te veronderstellen dat schuldenares vrijgesteld zou moeten worden van de sollicitatieplicht.

Er bestaat daarom, gelet op voorgaande, geen aanleiding om schuldenares van de sollicitatieverplichting vrij te stellen, ook niet met terugwerkende kracht. De tekortkoming in de sollicitatieverplichting bedraagt hierdoor ruim 32 maanden. Voorts is gebleken dat schuldenares zich ook niet heeft ingespannen om de andere problemen op te lossen. Zo is de benodigde informatie nog steeds niet ingeleverd en is ook de boedelachterstand niet opgelost. Schuldenares lijkt de verantwoordelijkheid hiervoor steeds buiten zichzelf te leggen. Zij heeft de door de rechtbank in het vonnis van 8 november 2017 geboden kans niet benut. Dit is in de visie van de rechter-commissaris aan haar te verwijten.

Om schuldenares een allerlaatste kans te geven haar regeling met een schone lei te beƫindigen, is met schuldenares besproken dat de rechter-commissaris de termijn van de schuldsaneringsregeling zal verlengen om de tekortkoming in de nakoming van deze verplichtingen te compenseren. Alleen als schuldenares gedurende die periode maandelijks tenminste vier keer aantoonbaar solliciteert, de vereiste informatie correct en tijdig aan de bewindvoerder verstrekt, en correct afdraagt aan de boedel, en ook de boedelachterstand alsnog oplost, maakt zij kans om een schone lei te krijgen voor haar schulden.

Gelet op het voorgaande zal als volgt worden beslist.

BESLISSING

De rechter-commissaris:

  • -

    stelt de termijn gedurende welke de toepassing van de schuldsaneringsregeling van kracht is vast op vijf jaar, ingaande op de dag van de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, derhalve tot 19 oktober 2020;

  • -

    bepaalt dat gedurende de verlenging alle verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling onverkort van toepassing zijn.

Deze beschikking is op 27 september 2018 gegeven door mr. A.J. van Spengen, rechter-commissaris.1

1 Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende vijf dagen na de dag van deze beschikking, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van de rechtbank dat van deze zaak kennis moet nemen.