Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:8230

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-08-2018
Datum publicatie
04-10-2018
Zaaknummer
10/681207-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van zware mishandeling dmv een glas in het gezicht kapot slaan. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een taakstraf van 120 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/681207-17

Datum uitspraak: 22 augustus 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. A.A. van den Berg, advocaat te Bleiswijk.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 22 augustus 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie, mr. P. Wijnands, heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering is geadviseerd;

  • -

    dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering t.a.v. zware mishandeling

4.1.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de zware mishandeling. De verdachte zou het slachtoffer uit een opwelling hebben geslagen terwijl hij een glas in zijn hand hield. De verdachte had niet de intentie om het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Bovendien is het litteken dat het slachtoffer heeft overgehouden aan het incident relatief klein en bevindt het zich bij het oor van het slachtoffer en niet midden in het gezicht. Dit kan niet worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel.

4.1.2.

Beoordeling

De verdachte heeft tijdens een avond uitgaan een glas in het gezicht van de aangever kapot geslagen. Als men een ander met een glas in het gezicht slaat, is de kans op zwaar lichamelijk letsel aanmerkelijk. De verdachte heeft dan ook willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij de aangever zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen Blijkens de foto’s van het letsel in het dossier heeft de aangever een aanmerkelijk en zichtbaar litteken overgehouden in zijn gezicht ter hoogte van zijn oor. Dit letsel kan volgens vaste rechtspraak worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel.

4.1.3.

Conclusie

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan op die wijze dat:

hij op 23 juli 2017 te Sliedrecht aan [naam slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een blijvend litteken in het gezicht, heeft toegebracht door die [naam slachtoffer] met een glas in het gezicht te slaan.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

zware mishandeling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich in een drukke uitgaansgelegenheid schuldig gemaakt aan zware mishandeling van de aangever, door een glas in zijn gezicht kapot te slaan. Hieraan heeft de aangever een blijvend litteken overgehouden.

De verdachte heeft door zo te handelen geen enkel respect getoond voor de persoonlijke integriteit en gezondheid van de hem onbekende aangever. Daarnaast veroorzaken dergelijke feiten in het algemeen gevoelens van onrust en onveiligheid.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 20 juli 2018, waaruit blijkt dat de verdachte recentelijk eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit (uitgaansgeweld), maar deze uitspraak nog niet onherroepelijk is.

7.3.2.

Rapportage

Bouman GGZ, afdeling reclassering, heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 2 augustus 2018. Dit rapport houdt onder andere het volgende in.

Er is sprake van een beginnend en zorgelijk delict patroon en er is sprake van impulsiviteit, een gebrekkige zelfbeheersing en het ontbreken van inzicht in de gevolgen van zijn gedrag.

De verdachte geeft aan open te staan voor hulpverlening en gedragsverandering na te streven. Desondanks heeft hij gedurende het schorsingstoezicht meerdere afspraken met zowel de reclassering als de behandelaar afgezegd. Hij voert zijn angststoornis aan als reden hiervoor. Met betrekking tot het alcoholgebruik van de verdachte lijkt er geen sprake te zijn van een verslaving, maar als hij eenmaal begint met drinken zou hij het moeilijk vinden om maat te houden. Uit de tot nu toe gehouden alcoholcontroles in het kader van het schorsingstoezicht blijkt dat hij zich aan het alcoholverbod heeft gehouden.

De reclassering acht continuering van de huidige behandeling - inclusief medicijninname en diagnostiek indien nodig - in een (deels) voorwaardelijk kader noodzakelijk. Het continueren van het verbod op het gebruik van alcohol en een gedragsinterventie gericht op het veranderen van agressief en gewelddadig gedrag onder invloed van alcohol zijn eveneens belangrijk om het risico op recidive te beperken.

De reclassering adviseert de in het dictum genoemde bijzondere voorwaarden in het vonnis op te nemen. Hierbij adviseert de reclassering deze voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank zal echter afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, omdat dit het hulpverleningstraject van de reclassering zou doorkruisen. In plaats daarvan wordt een taakstraf opgelegd en een lange voorwaardelijke gevangenisstraf. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank de hierna genoemde voorwaarden verbinden aan het voorwaardelijke strafdeel.

De rechtbank acht het - gelet op het onderhavige feit dat verdachte pleegde onder invloed van alcohol en gelet op het rapport van de reclassering - aannemelijk dat de verdachte zonder behandeling in de toekomst opnieuw over zal gaan tot geweldsdelicten. Ter zitting heeft verdachte verklaard over een eerder incident van uitgaansgeweld waarbij hij onder invloed van alcohol een oor van iemand heeft afgebeten. Er moet daarom ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, en daarom zullen de op te leggen bijzondere voorwaarden en het op te leggen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 63 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

de veroordeelde zal zich melden bij Antes Reclassering, op het adres [adres reclassering] en zich blijven melden zo lang en frequent als die reclasseringsinstelling dat noodzakelijk vindt;

de veroordeelde zal actief deelnemen aan de gedragsinterventie Alcohol en Geweld of een andere gedragsinterventie die gericht is op agressiebeheersing, zulks ter beoordeling van de reclassering. De veroordeelde zal zich houden aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;

de veroordeelde zal de reeds gestarte behandeling bij Antes continueren, of bij een soortgelijke zorgverlener zulks ter beoordeling van de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering noodzakelijk vindt. De veroordeelde zal zich houden aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen en/of het uitvoeren van diagnostiek kan onderdeel zijn van de behandeling;

de veroordeelde zal geen alcohol gebruiken en zal meewerken aan controle op dit alcoholverbod. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak de veroordeelde zal worden gecontroleerd. De naleving hiervan wordt ondersteund door urinecontroles, de Alcoholmeter, bloed en/of blaastesten. De aansluiting op de Alcoholmeter zal uiterlijk 3 werkdagen na deze uitspraak worden gerealiseerd. De controles worden afgenomen gedurende de gehele proeftijd, of zoveel korter als de reclassering noodzakelijk vindt;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de genoemde bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderd-en-twintig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 116 (honderd-en-zestien) uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 58 (achtenvijftig) dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr.dr. M.M. Koevoets, voorzitter,

en mrs. W.J.M. Diekman en S.H. Poiesz, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Lobs-Tanzarella, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

primair

hij op of omstreeks 23 juli 2017 te Sliedrecht aan [naam slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een blijvend litteken in het gezicht, heeft toegebracht door die [naam slachtoffer] met een glas in het gezicht te slaan;

subsidiair

hij op of omstreeks 23 juli 2017 te Sliedrecht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [naam slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [naam slachtoffer] met een glas in het gezicht heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair

hij op of omstreeks 23 juli 2017 te Sliedrecht [naam slachtoffer] heeft mishandeld door die [naam slachtoffer] met een glas in het gezicht te slaan, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een blijvend litteken in het gezicht ten gevolge heeft gehad.