Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:8175

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-08-2018
Datum publicatie
03-10-2018
Zaaknummer
14.2446 ea
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Weigering schone lei omdat de rechtbank van oordeel is dat schuldenaar zich (ondanks fulltime dienstverband) niet dan wel onvoldoende heeft ingespannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 354
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2018/283
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

weigering schone lei

insolventienummer: [nummer]

uitspraakdatum: 28 augustus 2018

Bij vonnis van deze rechtbank van 26 november 2014 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:

[naam 1] ,

[adres]

[woonplaats]

schuldenaar,

bewindvoerder: H.A. Thomason,

advocaat: mr. W.H. Klein Meuleman.

1 De procedure

De bewindvoerder heeft op 20 september 2017 schriftelijk verslag uitgebracht over de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Op 17 april 2018 heeft de bewindvoerder de rechtbank bericht omtrent de laatste stand van zaken.

De beëindiging is behandeld ter terechtzitting van 21 augustus 2018. De bewindvoerder en schuldenaar, bijgestaan door mr. W.H. Klein Meuleman, zijn verschenen. Verder is verschenen, de heer [naam 2] , schuldeiser, bijgestaan door zijn advocaat, mr. T. Bruins.

Mr. Bruins heeft ter zitting pleitaantekeningen overgelegd.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De standpunten

De bewindvoerder heeft positief geadviseerd ten aanzien van het verlenen van de schone lei. Hiertoe heeft zij ter zitting onder meer aangevoerd dat schuldenaar gedurende de schuldsaneringsregeling fulltime heeft gewerkt en dat hij gezien zijn inkomsten steeds reële bedragen aan de boedel heeft afgedragen.

Mr. Bruins heeft namens de heer [naam 2] onder meer gesteld dat schuldenaar tijdens de schuldsaneringsregeling fulltime heeft gewerkt bij een bedrijf dat op papier van zijn zus is en dat hij daarvoor een veel te laag salaris ontvangt gelet op zijn handelsverleden en mogelijkheden. Onder meer heeft schuldenaar tijdens de schuldsaneringsregeling nationaal en internationaal diverse bedrijven gerund. Hoewel schuldenaar aanvankelijk, voor het uitspreken van de schuldsaneringsregeling, in staat was om € 825,-- per maand aan kinderalimentatie te betalen, heeft hij tijdens de schuldsaneringsregeling een inkomen genoten dat nog lager is dan het minimumloon voor het verrichten van zowel voor, tijdens als na de looptijd van de schuldsaneringsregeling exact dezelfde werkzaamheden. Schuldenaar heeft geenszins voldaan aan de op hem rustende inspanningsverplichting om tijdens de schuldsaneringsregeling zoveel mogelijk geld bij elkaar te verdienen om zijn schuldeisers een zo hoog mogelijke afdracht te kunnen verstrekken.

Mr. Klein Meuleman heeft onder meer aangegeven dat het inkomen dat schuldenaar tijdens de schuldsaneringsregeling heeft genoten het maximaal haalbare was en dat aan alle uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is voldaan. Hij ziet geen aanleiding om van schuldenaar méér inspanning te hebben mogen verwachten dan van elke andere schuldenaar in een schuldsaneringsregeling.

Schuldenaar heeft betwist dat hij een inkomen onder het minimumloon geniet. Aanvankelijk heeft hij als barista gewerkt en vervolgens heeft hij in diverse landen de marketing opgezet voor het bedrijf waarvoor hij werkzaam is. Nu de markt in Nederland is weggevallen, heeft hij per juli 2018 Spanje onder zich gekregen. Schuldenaar heeft verder verklaard dat hij na een burn-out inderdaad is geholpen door zijn zus. Schuldenaar wil de schuldsaneringsregeling en de ellende in zijn privéleven afsluiten en zijn doel is om, met de mogelijkheden die op zijn pad komen, weer geld te gaan verdienen.

3 De beoordeling

De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na drie jaar een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van circa € 50.000 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient de schuldenaar gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen en zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. Hiernaast mogen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling geen nieuwe schulden ontstaan. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen. De rechtbank oordeelt dat schuldenaar toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van een van de verplichtingen en overweegt daartoe als volgt.

Schuldenaar heeft gedurende de schuldsaneringsregeling dan wel een fulltime dienstbetrekking verkregen, maar hij heeft zich niet dan wel onvoldoende ingespannen om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.

Dat bovengenoemde tekortkoming schuldenaar niet te verwijten is, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aannemelijk geworden. De hoogte van het tijdens de schuldsaneringsregeling door schuldenaar genoten inkomen, afgezet tegen de aard van de door hem verrichte werkzaamheden (onder andere marketingactiviteiten voor diverse nationale en internationale vestigingen) komt de rechtbank te laag voor. Hierbij speelt ook een rol dat schuldenaar kennelijk in dienst was bij zijn zus, en genoemde werkzaamheden in de regel voor een hoger inkomen verricht worden dan hetgeen door schuldenaar gedurende de schuldsaneringsregeling is ontvangen.

Bovendien, als het ontvangen inkomen wel degelijk een reëel inkomen is geweest voor zijn verrichte werkzaamheden, geldt het navolgende. Gelet op de leeftijd, ervaring en het voormalig inkomensniveau van schuldenaar, alsmede gelet op de aard en omvang van zijn grootste schuld, had van schuldenaar verwacht mogen en moeten worden dat hij zich in elk geval zou hebben ingespannen een dienstbetrekking te vinden waarbij hij een hoger inkomen zou genieten. Ter zitting heeft schuldenaar voorts verklaard over het einde van de schuldsaneringsregeling: “Ik wil dat afsluiten en weer geld verdienen. Dat is mijn doel.”. Dit impliceert dat ook schuldenaar zelf van mening is dat hij meer inkomen kan genereren dan hij gedurende de schuldsaneringsregeling heeft gedaan. Het feit dat hij na het verstrijken van de termijn van de schuldsaneringsregeling enig zaakvoerder is geworden van een onderneming in Spanje, duidt hier overigens ook op.

De schone lei zal daarom worden geweigerd.

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

4 De beslissing

De rechtbank:

- stelt vast dat de schuldenaar toerekenbaar in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;

- bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenaar eindigen op 26 november 2017;

- stelt het salaris voor de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten, extra salaris in verband met hoger beroep, en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 4.179,93.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J.C.A.T. Frima, rechter, en in aanwezigheid van

A. Vervoorn, griffier, in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2018. 1

1 Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.