Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:7849

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-09-2018
Datum publicatie
20-09-2018
Zaaknummer
10/041337-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring voor het medeplegen van het vervoeren van 5776,5 gram heroïne, 645,6 gram cocaïne en 6,7 gram MDMA. GS voor de duur van 22 maanden. Vrijspraak voor het opzettelijk aanwezig hebben van 30,8 gram heroïne, 64,1 gram cocaïne, 8,3 gram MDMA en een vuurwapen. De enkele omstandigheden dat de verdachte in de nacht vóór de inval heeft verbleven in de woning waar de drugs lagen en dat de verdachte zich op de dag van zijn aanhouding heeft bezig gehouden met de overdracht en het vervoeren van verdovende middelen kunnen niet zonder meer de gevolgtrekking dragen dat hij (ook) wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen en het vuurwapen in de woning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/041337-18

Datum uitspraak: 6 september 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

opgegeven adres in Luxemburg:

[adres verdachte] , [postcode verdachte] Luxembourg,

raadsman mr. L. Bien, advocaat te Maastricht

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 23 augustus 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. R.H.I. van Dongen heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;

  • -

    primair (bij bewezenverklaring van de feiten 1, 2 en 3) veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 maanden met aftrek van voorarrest, subsidiair (bij bewezenverklaring van uitsluitend feit 1) tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden met aftrek van voorarrest;

  • -

    onttrekking aan het verkeer van de Volkswagen Passat met het Luxemburgse kenteken [kentekennummer] .

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Inleiding

Op 27 februari 2018 is de verdachte samen met de twee medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] aangehouden ter zake van verdenking van overtreding van de Opiumwet. Naar aanleiding van een tip van een FIOD-medewerker waren de verdachte en de medeverdachten op die bewuste dag gedurende enige tijd geobserveerd geweest. Tijdens de observatie ontstond bij de verbalisanten het vermoeden dat zij zich schuldig maakten aan de overdracht van verdovende middelen. De observatie heeft ertoe geleid dat het voertuig waarin de verdachte reed (een Volkswagen Passat met het Luxemburgse kenteken [kentekennummer] ), door de politie is gevolgd en gecontroleerd. Tijdens die controle trof de politie een verborgen ruimte aan waarin zich verschillende hoeveelheden verdovende middelen bevonden. In totaal is in de auto 5.776,5 gram heroïne, 645,6 gram cocaïne en 6,7 gram MDMA aangetroffen.

Kort na de aanhouding van de verdachte heeft de politie de woning aan de [adres delict] doorzocht. In een verborgen ruimte onder het keukenblad zijn hoeveelheden heroïne, cocaïne en MDMA aangetroffen. In totaal is er 30,8 gram heroïne, 64,1 gram cocaïne en 8,3 gram MDMA in beslag genomen. Tevens heeft de politie in de verborgen ruimte een vuurwapen aangetroffen.

De verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting - kort samengevat - verklaard dat hij wist dat de goederen in de verborgen ruimte van de Volkswagen Passat drugs betroffen, dat hij één nacht in de woning aan de [adres delict] heeft verbleven en dat hij geen wetenschap had van de aanwezigheid van het vuurwapen en de verdovende middelen in die woning.

4.2.

Bewijswaardering feit 1

De raadsman van de verdachte heeft zich ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde, met uitzondering van het medeplegen, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Voor zover de raadsman heeft willen betogen dat niet bewezen kan worden dat de medeverdachten wisten wat er werd overgeladen in de Volkswagen Passat en dat dus geen sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking, gaat de rechtbank niet mee in dit verweer. De observerende verbalisanten hebben gerelateerd dat medeverdachte [naam medeverdachte 2] de zaken uit de Volkswagen Golf haalde en deze overgaf aan de verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte 1] die de goederen vervolgens in de Volkswagen Passat laadden. Tevens relateren verbalisanten dat alle drie de verdachten tijdens het overladen van de goederen schichtig om zich heen keken. Daar komt bij dat de verbalisanten hebben waargenomen dat de verdachte en de medeverdachte [naam medeverdachte 1] door hun knieën moesten toen zij de goederen in het voertuig legden en dat past bij de plek in de auto waar de drugs zijn gevonden (een verborgen ruimte onder het middenconsole). Uit het gedrag en de handelingen van de medeverdachten kan worden afgeleid dat zij wisten dat zij bezig waren met illegale activiteiten, zodat ook het medeplegen bewezen kan worden.

4.3.

Vrijspraak feiten 2 en 3

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte wetenschap had van en beschikkingsmacht over de aangetroffen hoeveelheden drugs en het vuurwapen in de woning aan de [adres delict] . Daartoe is volgens de officier van justitie redengevend dat de verdachte de nacht vóór de inval in die woning heeft verbleven en dat de verdachte op de dag van de inval betrokken is geweest bij de overdracht en het vervoeren van hoeveelheden heroïne, cocaïne en MDMA.

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de enkele omstandigheden dat de verdachte in de nacht vóór de inval heeft verbleven in de betreffende woning en dat de verdachte zich op de dag van zijn aanhouding heeft bezig gehouden met de overdracht en het vervoeren van verdovende middelen niet zonder meer de gevolgtrekking kunnen dragen dat hij (ook) wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen en het vuurwapen in de woning. Het dossier bevat onvoldoende aanwijzingen waaruit blijkt dat de verdachte daarvan op de hoogte was. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de verdovende middelen niet zijn aangetroffen in een eenvoudig toegankelijke plaats, maar in een verborgen ruimte. Gelet op het vorenstaande zal de verdachte worden vrijgesproken van het onder 2 en 3 ten laste gelegde.

4.4.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 27 februari 2018 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft vervoerd,

ongeveer 5.776,5 gram van een materiaal bevattende heroïne, en

ongeveer 645,6 gram van een materiaal bevattende cocaïne, en

ongeveer 6,7 gram, van een materiaal bevattende MDMA,

zijnde heroïne en cocaïne en MDMA,

telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf maatregel is gebaseerd

De verdachte heeft zich op 27 februari 2018 samen met anderen schuldig gemaakt aan het opzettelijk vervoeren van verschillende soorten en hoeveelheden verdovende middelen, te weten 5776,5 gram heroïne, 645,6 gram cocaïne en 6,7 gram MDMA. De verdachte heeft de drugs middels een verborgen ruimte in zijn voertuig vervoerd. Naar eigen zeggen was het de bedoeling de drugs naar Maastricht te brengen. Hij zou daarvoor betaald worden.

De vervoerde hoeveelheid drugs vertegenwoordigt een aanzienlijke waarde en was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding en handel in verdovende middelen gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door de gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. Kennelijk heeft de verdachte zich laten leiden door het oogmerk van financieel gewin ten koste van anderen.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 juli 2018, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De raadsman van de verdachte heeft verzocht de hoogte van de gevangenisstraf gelijk te laten zijn aan de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De rechtbank ziet hiervoor, gelet op de hoeveelheid aangetroffen drugs, geen aanleiding.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 In beslag genomen voorwerpen

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de Volkswagen Passat met het Luxemburgse kenteken [kentekennummer] te onttrekken aan het verkeer.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

8.3.

Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat het dossier geen kennisgeving van inbeslagneming met betrekking tot de Passat bevat. Ook is er geen beslaglijst waar deze auto op staat. Wel maakt het dossier er melding van dat de auto is afgevoerd naar een politiebureau. Nu er geen discussie over is dat de auto kennelijk in beslag genomen is en niet teruggegeven is, zal de rechtbank daar ook van uitgaan.

De in beslag genomen Volkswagen Passat zal worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet, nu deze auto een verborgen ruimte had die kennelijk bestemd was voor het vervoeren van verdovende middelen.

9 Schorsing voorlopige hechtenis

De voorlopige hechtenis van de verdachte is bij eerdere beslissing geschorst tot aan de einduitspraak. De verdediging heeft verzocht de schorsing na de einduitspraak te laten voortduren. Gelet op de veroordeling tot een langdurige gevangenisstraf is de rechtbank van oordeel dat de persoonlijke belangen van de verdachte niet langer behoren te prevaleren boven de belangen van strafvordering. De schorsing van de voorlopige hechtenis zal daarom niet worden verlengd.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36b, 36c, 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

11 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 (tweeëntwintig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

verklaart onttrokken aan het verkeer: de Volkswagen Passat met het Luxemburgse kenteken [kentekennummer] ;

wijst af het verzoek tot verlenging van de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. N. Doorduijn voorzitter,

en mrs. J. Bergen en A.A.T. Werner, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Witteman griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 27 februari 2018 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft vervoerd,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

ongeveer 5.776,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende heroïne, en/of

ongeveer 645,6 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende cocaïne, en/of

ongeveer 6,7 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende MDMA,

zijnde heroïne en/of cocaïne en/of MDMA,

(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 27 februari 2018 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk

aanwezig heeft gehad

ongeveer 30,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende heroïne en/of

ongeveer 64,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van

een materiaal bevattende cocaïne, en/of

ongeveer 8,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van

een materiaal bevattende MDMA,

zijnde heroïne en/of cocaïne en/of MDMA,

(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op of omstreeks 27 februari 2018 te Rotterdam tezamen en in vereniging

met een ander of anderen een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie

III van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van

artikel 1 onder 3 van die wet in de vorm van een pistool van het merk Ceska

Zbrovka (Cz), type 75, kaliber 9x19mm voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden,

voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven,

geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd