Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:7775

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-09-2018
Datum publicatie
19-09-2018
Zaaknummer
10/700498-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tweemaal ontucht met 14-jarige jongen, waarvan eenmaal samen met nog twee andere volwassen mannen. 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/700498-17

Datum uitspraak: 19 september 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. M.R. de Kok, advocaat te Rotterdam.

Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 5 september 2018.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A. Ekiz heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en met de bijzondere voorwaarden die zijn geadviseerd in het reclasseringsrapport van 24 juli 2018.

Waardering van het bewijs

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op 3 juli 2017 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had

bereikt, te weten met [naam slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2003),

buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die mede

bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het,

door verdachte en/of zijn mededaders,

- likken van de anus van die [naam slachtoffer] en

- brengen/stoppen/houden van zijn, verdachtes, penis in de mond en anus van

die [naam slachtoffer] en

- brengen/stoppen/houden van de penis van die [naam slachtoffer] in zijn, verdachtes, mond;

2.

hij op 7 juli 2017 te Rotterdam met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had bereikt, te weten met [naam slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2003),

buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het

- brengen/stoppen/houden van zijn, verdachtes, penis in de mond en anus van die [naam slachtoffer] .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Feit 1:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren

heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede

bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het feit wordt

gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Feit 2:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren

heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede

bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

Motivering straf

De verdachte heeft tweemaal ontucht gepleegd met een jongen van slechts veertien jaar oud.

De eerste keer deed hij dit samen met nog twee andere volwassen mannen. De verdachte had met deze mannen afgesproken om in de woning van één van hen seks te hebben. De medeverdachte heeft daarna via een homosite op internet met de jongen afgesproken dat hij zich bij hen zou aansluiten. Dit plan is vervolgens voorgelegd aan de verdachte en de andere man, en beide mannen hebben ermee ingestemd.

In de woning hebben de verdachte en zijn medeverdachten vèrgaande seksuele handelingen met de jongen verricht. Zij hebben hem onder meer beurtelings in de anus gepenetreerd en zij hebben zich ook door hem met de mond laten bevredigen.

Enkele dagen later heeft de verdachte opnieuw ontucht met dezelfde jongen gepleegd. Hij heeft de jongen toen met zijn auto opgehaald, is met hem naar een afgelegen plek gereden en heeft daar opnieuw anale en orale seks met hem gehad.

Seks met een minderjarige van tussen de twaalf en zestien jaar is strafbaar gesteld omdat iemand op die leeftijd nog volop in ontwikkeling is, ook op seksueel gebied. Om deze ontwikkeling normaal te laten verlopen, moet een minderjarige beschermd worden tegen seksueel contact met volwassenen.

Of er sprake is van dwang speelt voor de strafbaarstelling geen rol. Ook bij eventuele instemming door de minderjarige moet een volwassene zich onthouden van seksuele handelingen met die minderjarige. Dat de jongen zelf contact heeft opgenomen met de medeverdachte en expliciet heeft aangestuurd op de seks, is in dit kader dus niet relevant. Een minderjarige met dergelijke – voor zijn leeftijd toch wel vèrgaande – wensen, moet juist tegen zichzelf worden beschermd, nu hij de consequenties van zijn handelen onvoldoende kan overzien.

De stelling van de verdachte dat hij er van uitging dat de jongen zestien jaar oud was, doet niets af aan het kwalijke van zijn handelen. Iedereen die seksuele contacten aangaat, moet zich er van tevoren van vergewissen of de ander tenminste zestien jaar oud is. Daar komt nog bij dat de verdachte van beroep huisarts is. Op grond van zijn beroepsmatige kennis moet hij zeer wel in staat zijn geweest om een goede inschatting te kunnen maken van de leeftijd van de jongen. Het grote leeftijdsverschil tussen de volwassen mannen en de jongen en het karakter van de afspraak (een seksafspraak met vier mannen zonder dat daarbij in enige zin sprake was van een affectieve relatie) hadden hem bovendien extra alert moeten maken. Dat de verdachte desondanks de afspraak heeft voortgezet en zelfs enkele dagen later een tweede keer met de jongen heeft afgesproken, rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan.

Het is zeer kwalijk dat volwassen mannen hun eigen lustgevoelens voorop hebben gesteld, zonder oog te hebben voor de ernstige gevolgen van hun handelen voor het slachtoffer. Dat geldt te meer voor de verdachte, die vanuit zijn beroepservaring als geen ander de impact van dit soort feiten op minderjarigen had moeten inschatten.

De jongen heeft zich pas later gerealiseerd dat hij veel te jong was voor dergelijke seksafspraken. De moeder van het slachtoffer heeft ter zitting verteld dat bij hem een posttraumatische stress-stoornis is vastgesteld en dat hij met hulpverlening probeert zijn leven weer op de rit te krijgen.

De rechtbank realiseert zich dat de jongen in die periode ook met andere mannen seksafspraken heeft gehad en dat niet duidelijk is in welke mate de seksuele contacten met de verdachte aan de gevolgen hebben bijgedragen. Dit neemt niet weg dat het geheel aan buitensporige seksuele contacten bij de jongen tot psychische klachten en tot gevoelens van schaamte, onzekerheid en angst heeft geleid.

Voor de strafbaarstelling is niet relevant dat er geen sprake is geweest van dwang. Bij de bepaling van de strafmaat laat de rechtbank in het voordeel van de verdachte wel meewegen dat het seksuele contact plaatsvond met instemming van het slachtoffer.

De verdediging heeft naar voren gebracht dat de media voorafgaand aan de behandeling van de strafzaak uitgebreid hebben bericht over de feiten, waarbij ook werd vermeld dat de verdachte huisarts is.

De rechtbank realiseert zich dat de verdachte nadelige gevolgen heeft ondervonden en zal ondervinden van (de publiciteit rond) deze strafzaak, zowel bij de uitoefening van zijn beroep als in zijn privésfeer. Tegelijkertijd is de rechtbank van oordeel dat de verdachte, anders dan het slachtoffer, als volwassene in staat was om voorafgaand aan de seksafspraken de mogelijke negatieve consequenties van zijn handelen te overzien. Dit heeft hem er niet van weerhouden om de strafbare feiten te plegen. Hij heeft de eventuele gevolgen daarvan kennelijk op de koop toe genomen.

De rechtbank betrekt bij haar oordeel dat uit een uittreksel uit de justitiële documentatie van 8 augustus 2018 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Reclassering Nederland concludeert in haar rapport van 24 juli 2018 dat de kans op herhaling laag is. Daarbij wordt opgemerkt dat deze inschatting is gebaseerd op onvolledige gegevens. Om die reden valt volgens de reclassering niet geheel uit te sluiten dat de verdachte opnieuw de fout in gaat. Mede daarom adviseert de reclassering een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een behandelverplichting bij Fivoor of een soortgelijke ambulante forensische instelling, een contactverbod met het slachtoffer en de verplichting geen minderjarigen te behandelen buiten de aanwezigheid van een volwassene.

De verdediging heeft bepleit dat aan de verdachte – naast een onvoorwaardelijke straf, gelijk aan het voorarrest – alleen een voorwaardelijke gevangenisstraf en/of een taakstraf wordt opgelegd.

De rechtbank zal dit voorstel niet volgen. Alleen een gevangenisstraf doet voldoende recht aan de ernst van de feiten.

Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank allereerst gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Dit resulteert in een lagere straf dan de officier van justitie heeft geëist.

Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de bijzondere voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er ook toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

De officier van justitie heeft geëist dat aan het voorwaardelijk strafdeel een proeftijd van drie jaar wordt verbonden, in plaats van de meer gangbare twee jaar. De rechtbank ziet hiertoe - gelet op de inhoud van het reclasseringsrapport - geen aanleiding.

Vordering benadeelde partij/schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde] , ter zake van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 500,00 aan immateriële schade.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en heeft verzocht aan de verdachte ter zake van het aan de benadeelde partij toe te wijzen bedrag de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering onvoldoende is onderbouwd en dat de benadeelde partij om die reden niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering.

Beoordeling

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard, aangezien de vordering wordt betwist en onvoldoende met bewijsstukken is onderbouwd. De benadeelde partij wordt in de proceskosten veroordeeld, aan de zijde van de verdachte begroot op nihil.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 245 en 248 van het Wetboek van Strafrecht.

Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

- de veroordeelde zal zich onder ambulante behandeling stellen van Ambulant Centrum Fivoor te Dordrecht of een soortgelijke ambulante forensische instelling en zal zich houden aan de aanwijzingen die door die instelling worden gegeven, gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering noodzakelijk acht ;

- de veroordeelde zal gedurende de proeftijd op geen enkele wijze contact (laten) opnemen, zoeken of hebben met [naam slachtoffer] ;

- de veroordeelde zal in zijn hoedanigheid van huisarts geen minderjarigen behandelen zonder een daarbij aanwezige volwassen derde, gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dit noodzakelijk vindt;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;

verklaart de benadeelde partij [naam slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.M. Havik, voorzitter,

en mrs. T.M. Riemens en J.C. Tijink, rechters,

in tegenwoordigheid van J.P. van der Wijden, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 september 2018.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 3 juli 2017, in elk geval in of omstreeks de periode van [geboortedatum slachtoffer] tot en met 3 juli 2017 te Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had

bereikt, te weten met [naam slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2003),

buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede

bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het,

door verdachte en/of zijn mededader(s), meermalen,

- likken van de anus van die [naam slachtoffer] en/of

- brengen/stoppen/houden van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of anus van

die [naam slachtoffer] en/of

- brengen/stoppen/houden van de penis van die [naam slachtoffer] in zijn, verdachtes,

mond;

2.

hij op of omstreeks 7 juli 2017, in elk geval in de periode van 1 juli 2017 tot en met 29 juli 2017 te Rotterdam, althans in Nederland,

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had

bereikt, te weten met [naam slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2003),

buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede

bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het

- brengen/stoppen/houden van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of anus

van die [naam slachtoffer] ;