Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:7730

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-06-2018
Datum publicatie
17-12-2018
Zaaknummer
6751308
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Opvolgend werkgeverschap. Art. 38 CAO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-1414
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 6751308 VZ VERZ 18-6081

uitspraak: 1 juni 2018

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[Naam verzoekster] ,

wonende te Delft,

verzoekster,

gemachtigde: mw. F. Slinkert (DAS) te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Sensor Bedrijfsdiensten B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

verweerster,

gemachtigde: mr. R.D. Ouwerling te Rotterdam,

Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [verzoekster] ’ en ‘Sensor’.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

  • -

    het verzoekschrift met producties, ter griffie ontvangen op 21 maart 2018;

  • -

    het verweerschrift met producties;

  • -

    de brieven zijdens Sensor van 3 mei 2018 en 7 mei 2018, met tweemaal een aanvullende productie;

  • -

    de brief zijdens [verzoekster] van 7 mei 2018, met aanvullende producties.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 mei 2018. [verzoekster] is in persoon verschenen, vergezeld van haar zwager de heer [zwager] en bijgestaan door de gemachtigde. Namens Sensor is verschenen mevrouw [directrice] , eigenaar en directrice, alsmede mevrouw [rayonmanager] , rayonmanager, bijgestaan door de gemachtigde. De gemachtigde van [verzoekster] heeft een pleitnota overgelegd en voorgedragen. De gemachtigde van Sensor heeft eveneens een pleitnota overgelegd en voorgedragen. Van het overige ter zitting aangevoerde, heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

1.3.

De kantonrechter heeft de uitspraak van de beschikking bepaald op heden.

2 De feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van de volgende feiten.

2.1.

[verzoekster] verrichtte als werknemer van Cleaning Partners Nederland V.O.F. (hierna: Cleaning Partners Nederland) schoonmaakwerkzaamheden in de panden van Merin aan de Rivum Boulevard, Rietbaan en Westblaak. De opdracht voor het uitvoeren van deze werkzaamheden was door Merin gegeven aan Consensus die voor het uitvoeren daarvan Cleaning Partners Nederland heeft ingeschakeld.

Merin heeft vervolgens de opdracht tot het uitvoeren van onder meer de door [verzoekster] uit te voeren schoonmaakwerkzaamheden in de hierboven genoemde panden per 2 januari 2018 aan Sensor gegeven.

2.2.

Per e-mail van 7 december 2017 heeft Sensor aan Consensus voor zover van belang het volgende bericht.

“Goedemorgen [naam 1] ,

In voorbereiding op de start van het schoonmaakonderhoudscontract van de in de bijlage overeengekomen locaties stel ik het op prijs als je de huidige leverancier Consensus vandaag verzoekt ons binnen 3 werkdagen (uiterlijk 12 december 2017) schriftelijk te informeren over de medewerkers die vallen onder de bepalingen van artikel 38 van de cao in het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf.

(..)

Tot slot zullen wij [verzoekster] ( [verzoekster] , toevoeging kantonrechter), de medewerkster die onder andere werkzaam is bij jullie locatie aan de Rivium Boulevard en Westblaak, in overleg met [medewerker] , zo spoedig mogelijk contacten omdat Merin heeft aangegeven deze medewerkster graag te willen behouden, tevens als zij niet onder de overnameverplichting valt. Wij zullen haar een vrijblijvende aanbieding doen. ” (..)

2.3.

Consensus heeft op voormelde e-mail, voor zover thans van belang, op 11 december 2017 als volgt gereageerd:

“Geachte mevrouw [directrice] ,

Bedankt voor uw mail. Consensus heeft geen werknemers welke hieronder vallen. Inmiddels heb ik vernomen dat er contact is geweest met [verzoekster] en haar huidige werkgever, waarvoor dank.” (..)

2.4.

Bij brief van 15 december 2017 heeft Cleaning Partners Nederland aan [verzoekster] het volgende bericht.

“Betreft: Einde dienstbetrekking vanwege overname art 38 lid 3

Geachte mevrouw [verzoekster] , Beste [verzoekster] ,

Vanwege de contract beëindiging van onze schoonmaakwerkzaamheden bij de panden van Merin (via onze opdrachtgever Consensus) per 1-1-2018 hebben we met wederzijds goedvinden en met inachtneming van art 38 lid 3 uw contract van onbepaalde tijd per 1-1-2018 laten overnemen door het nieuwe schoonmaakbedrijf Sensor, welke het werk waar u al meer dan 15 jaar uw werkzaamheden heeft uitgevoerd gegund heeft gekregen.

Wij zullen z.s.m. het alsdan nog aan u verschuldigde loon, vakantiegeld met een eventuele verrekening van de niet genoten of de teveel genoten vakantiedagen aan u uitbetalen.

We willen jou bedanken voort je fijne samenwerking je inzet en je enorme motivatie.

Wij wensen je heel veel succes bij je nieuwe werkgever!”

2.5.

Op 11, 15 en 18 december 2017 hebben in het kader van de indiensttreding van [verzoekster] bij Sensor gesprekken plaatsgevonden tussen [verzoekster] en mevrouw [directrice] (hierna: [directrice] ) en mevrouw [rayonmanager] (hierna: [rayonmanager] ).

2.6.

Sensor heeft [verzoekster] een concept arbeidsovereenkomst ter beschikking gesteld. In artikel 6 is opgenomen dat de arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en dat geen sprake is van een proeftijd. Bij e-mail van 14 december 2017 heeft [verzoekster] Sensor, voor zover thans van belang, als volgt bericht:

“Goedemiddag [naam 3] ,

Nav de arbeidsovereenkomst heb ik de volgende vraag:

Dit staat er onder andere:

“De functie van de werknemer is overeenkomstig de cao ingedeeld in loongroep 1 met 0 dienstjaren”

Waarom vervallen mijn dienstjaren die ik bij CP heb gewerkt?

Je had het ook over een telefoon van de zaak?

Ik denk tot zover dat dit het belangrijkste was wat ik wilde vragen.

Alvast bedankt en ik zie je mail tegemoet!” (..)

2.7.

Sensor heeft op voormelde e-mail, voor zover thans van belang, op 15 december 2017 als volgt gereageerd:

“Goedemorgen [verzoekster] ,

Per 1 januari 2018 is er een nieuw loongebouw in de cao.

Dit betekent dat ervaringsjaren komen te vervallen en dienstjaren bij de werkgever een rol gaan spelen. De dienstjaren 0 tot en met 4 komen in de plaats voor de ervaringsjaren.

In gevallen van verplichte overname gaan dienstjaren mee. In jouw geval is het geen verplichte overname maar gaan we op ons beider verzoek een arbeidsovereenkomst met elkaar aan.

Ik heb even gebeld met het RAS (de eindverantwoordelijke voor de cao) en die geeft aan dat we jou in loongroep 1 met 4 dienstjaren mogen zetten omdat je een veel hoger loon hebt dan de cao. Je hebt volgens de cao dan recht op € 12,01 bruto per uur bij de maximale 4 dienstjaren in plaats van € 10,51 bij 0 dienstjaren. Allemaal volgens het nieuwe loongebouw met ingang van 2018. Jouw salaris is € 14,16 bruto per uur.

Wij zijn volgens de cao niet verplicht jou dit salaris aan te bieden maar gezien de omstandigheden dat je al zolang werkzaam bent vind ik mezelf dat verplicht. Het RAS gaf wel aan dat het salaris vanwege de hoogte boven de cao norm vastgezet kan worden tot die gelijk loopt met de hele schaal. Dit om problemen bij een eventuele overname in de toekomst te voorkomen (waar we niet van uitgaan maar niets in het leven is zeker). Dit heb ik aangepast in de overeenkomst.

Ik heb de dienstjaren aangepast en zal het contract maandag geprint meenemen. De eerste conceptversie van het contract is hierbij komen te vervallen.” (..)

2.8.

Op 1 januari 2018 heeft [directrice] een namens Sensor aan [verzoekster] ter beschikking gestelde auto bij [verzoekster] thuis afgeleverd. Ook is toen in de portiek van de flat van [verzoekster] de arbeidsovereenkomst tussen partijen ondertekend. In deze arbeidsovereenkomst is opgenomen dat [verzoekster] per 2 januari 2018 bij Sensor voor onbepaalde tijd in dienst treedt in de functie van medewerker algemeen schoonmaakonderhoud I, tegen een loon van € 1.840,80 bruto per maand exclusief 8% vakantietoeslag gedurende 30 uur per week verdeeld over vijf dagen. In artikel 5 van de arbeidsovereenkomst is opgenomen dat de werkzaamheden worden uitgevoerd op de volgende locaties:

Locatie Merin Rivium Boulevard

Locatie Merin Rietbaan

Locatie Merin Westblaak.

In artikel 6 is een proeftijd van twee maanden opgenomen.

2.9.

Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf (hierna: CAO) van toepassing. Artikel 38 van de CAO bepaalt, voor zover thans van belang, het volgende:

“Van een contractswisseling is sprake indien een schoonmaakbedrijf- of glazenwassersbedrijf als gevolg van een heraanbesteding hetzelfde (of nagenoeg hetzelfde) object verwerft. Van een heraanbesteding in de zin van de CAO is sprake, indien dezelfde opdrachtgever een ander schoonmaak- of glazenwassersbedrijf dan het zittende schoonmaak- of glazenwassersbedrijf in de gelegenheid stelt om tegen een bepaalde prijs, het werk, te gaan verrichten. Onder heraanbesteding wordt ook verstaan een aanbesteding als gevolg van opzegging van het contract door het schoonmaak/glazenwassersbedrijf. De bepalingen van dit artikel gelden ook als een schoonmaak- of glazenwassersbedrijf een object verwerft na tussenkomst van een derde niet-schoonmaak- of glazenwassersbedrijf.”

2.10.

[verzoekster] is haar werkzaamheden voor Sensor op 2 januari 2018 aangevangen. [verzoekster] heeft na enige tijd aan [rayonmanager] haar zorgen geuit over gebreken aan de auto (ondoorzichtig zijraam en rammelde buitenspiegel) en heeft gezegd dat zij zich in de auto onveilig voelde. [rayonmanager] heeft één en ander gemeld bij [directrice] .

2.11.

Op 26 januari 2018 heeft Sensor [verzoekster] ontslagen tijdens een gesprek op het kantoor van Sensor. Bij een brief gedateerd op 25 januari 2018 heeft Sensor [verzoekster] , voor zover thans van belang, nog als volgt bericht:

“Middels dit schrijven bevestigen wij dat wij uw tijdelijke arbeidsovereenkomst in proeftijd beëindigen.

Reden hiervoor is het gebrek aan vertrouwen in een goede samenwerking in de toekomst. Een en ander zullen wij u in persoonlijk gesprek op 26-01-2018 toelichten.

Ondanks het ontbreken van overnameverplichting conform de cao (artikel 38) hebben wij u op basis van vrijwilligheid een tijdelijke arbeidsovereenkomst aangeboden. U heeft op basis van vrijwilligheid ons aanbod aanvaard. De afgelopen vier weken hebben zich een aantal situaties voorgedaan waardoor wij tot de conclusie gekomen zijn dat u niet volledig past binnen onze visie en onze organisatie.

Wij betreuren deze beslissing enorm omdat wij graag wel het vertrouwen in de samenwerking hadden gezien. Wij hebben deze situatie ook reeds besproken met uw voormalig werkgever (onderaannemer van onze opdrachtgever) en met de managers van Merin.

Wij willen u desondanks hartelijk danken voor de kans die wij samen zijn aangegaan en wensen u oprecht heel veel succes met het vinden van een passende baan.”

3 Het verzoek en de grondslag daarvan

3.1.

[verzoekster] heeft verzocht bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. Sensor te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding van € 100.000,- aan [verzoekster] , dan wel een door de kantonrechter te bepalen billijke vergoeding;

II. aan [verzoekster] een transitievergoeding van € 14.395,06 toe te kennen;

III. aan [verzoekster] een vergoeding van € 7.719,48 bruto wegens onregelmatige opzegging toe te kennen;

IV. Sensor te veroordelen tot betaling aan [verzoekster] van de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de hiervoor genoemde bedragen tot aan de dag der algehele voldoening;

V. Sensor te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

Aan haar verzoek heeft [verzoekster] , naast de hiervoor vermelde vaststaande feiten en voor zover thans van belang, het volgende ten grondslag gelegd.

3.2.1.

Van 4 december 2000 tot 1 juli 2007 is [verzoekster] in dienst geweest van Cleaning Partners International V.O.F. (hierna: Cleaning Partners International). Vervolgens is zij per 1 juli 2017 in dienst getreden van Cleaning Partners Nederland. Bij beide werkgevers verrichtte [verzoekster] dezelfde werkzaamheden (het schoonmaken van de panden van thans Merin, daarvoor Uni-Invest). Op basis van artikel 38 van de CAO dan wel op basis van het feit dat de arbeidsovereenkomst met Cleaning Partners Nederland dezelfde vaardigheden en verantwoordelijkheden eisten en er tussen Cleaning Partners International en Cleaning Partners Nederland zodanige banden bestonden dat Cleaning Partners Nederland hetzelfde inzicht had in de hoedanigheid en geschiktheid van [verzoekster] als Cleaning Partners International was er sprake van opvolgend werkgeverschap. Vervolgens is [verzoekster] op grond van de in artikel 38 CAO opgenomen verplichting mee over gegaan naar Sensor. Aangezien zij de enige werknemer bij Cleaning Partners Nederland was die bij Merin werkzaamheden verrichtte, is er geen ander personeel mee overgegaan. Het betreft dan ook wederom een opvolgende arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, dit maal op grond van artikel 7:668 lid 2 BW.

3.2.2.

Het in de arbeidsovereenkomst opgenomen proeftijdbeding is nietig. Dit volgt uit artikel 7:652 lid 8 sub e BW. Er is sprake van een opvolgende arbeidsovereenkomst en Sensor moet geacht worden ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs de opvolger van Cleaning Partners Nederland te zijn. Het ontslag is niet rechtsgeldig gegeven.

Daarnaast heeft Sensor zonder enige voorafgaande toelichting of mededeling in de door partijen getekende arbeidsovereenkomst een proeftijd van twee maanden opgenomen terwijl in de eerder aangeboden versie was opgenomen dat er geen proeftijd gold. Het had op de weg van Sensor gelegen om [verzoekster] hiervan voor ondertekening op de hoogte te stellen. Dat Sensor dat niet heeft gedaan, getuigt niet van goed werkgeverschap.

3.2.3.

[verzoekster] wenst geen herstel van de arbeidsovereenkomst. Zij berust in de opzegging en maakt aanspraak op een billijke vergoeding ex artikel 7:681 BW van € 100.000,-. Sensor had geen mogelijkheid de arbeidsovereenkomst op een rechtmatige wijze te beëindigen. Het gegeven ontslag levert [verzoekster] veel stress op. Zij is per direct zonder inkomen komen te zitten en ontvangt geen uitkering voor 1 juni 2018, zij moet haar spaargeld aanwenden om deze periode te overbruggen. [verzoekster] had haar werkzaamheden bij Merin graag nog jaren, en niet ondenkbaar is tot haar pensioengerechtigde leeftijd van 67 jaar, willen voortzetten. Zij werkt daar al 17 jaar met veel plezier. Het vinden van een nieuwe baan zal, mede gelet op de leeftijd van [verzoekster] en haar opleidingen, zeer lastig zijn. Daarnaast bestaat een reële kans dat het loon lager zal liggen. Ook heeft de werkgever niet gehandeld als een goed werkgever, een omstandigheid die ook meegewogen moet worden bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding.

3.2.4.

Op grond van artikel 7:673 lid 1 BW maakt [verzoekster] aanspraak op een transitievergoeding. Op grond van artikel 7:673 lid 4 sub b BW moeten voor de berekening van de hoogte van de transitievergoeding in het geval van opvolgend werkgeverschap ook de arbeidsovereenkomsten bij de voorgaande werkgevers (Cleaning Partners International en Cleaning Partners Nederland) worden meegeteld, zodat er sprake is van een 17-jarig dienstverband. De transitievergoeding bedraagt dan € 14.395,06 bruto.

3.2.5.

Er geldt tussen partijen op grond van artikel 10 van de CAO een opzegtermijn van vier maanden nu het dienstverband meer dan 15 jaar heeft geduurd. Op grond van artikel 7:668a lid 4 BW wordt de termijn van opzegging berekend vanaf het tijdstip van de totstandkoming van de eerste arbeidsovereenkomst, dat is dus 4 december 2000, zodat [verzoekster] meer dan 17 jaar in dienst is. Het loon over de periode van 26 januari tot 1 juni 2018 bedraagt € 7.719,48 bruto.

4 Het verweer

4.1.

Het verweer strekt tot afwijzing van het verzoek met veroordeling van [verzoekster] in de proceskosten.

4.2.

Sensor heeft daartoe - kort samengevat - het volgende aangevoerd.

4.2.1.

Er is geen sprake van opvolgend werkgeverschap tussen Cleaning Partners International en Cleaning Partners Nederland.

Het bestaan van een arbeidsovereenkomst met Cleaning Partners International wordt betwist. Ook wordt betwist dat [verzoekster] bij beide werkgevers dezelfde functie had en dat er op grond van een CAO een overnameverplichting bestond. Ook blijkt niet dat Cleaning Partners Nederland het schoonmaakcontract van Merin heeft overgenomen, de functie gelijk of vergelijkbaar was en Cleaning Partners Nederland inzicht had in de hoedanigheid en geschiktheid van [verzoekster] .

4.2.2.

Er is eveneens geen opvolgend werkgeverschap tussen Cleaning Partners Nederland en Sensor. Er bestond geen overnameverplichting op grond van artikel 38 CAO. Cleaning Partners Nederland was niet de opdrachtnemer van Merin en [verzoekster] was dan ook geen werknemer zoals bedoeld in de CAO. [verzoekster] is vrijwillig, na een uitgebreide sollicitatieronde, bij Sensor in dienst getreden en kon daar met een “schone lei” beginnen.

4.2.3.

Omdat er geen overnameverplichting bestond en ook geen opvolgend werkgeverschap is op grond van artikel 7:668a BW ( [verzoekster] is vrijwillig in dienst getreden van Sensor en heeft op eigen initiatief de arbeidsovereenkomst met Cleaning Partners Nederland beëindigd) stond het Sensor vrij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te gaan en is de proeftijd van twee maanden geldig.

4.2.4.

Sensor ontkent en betwist dat [verzoekster] niet wist dat in de uiteindelijk door beide partijen getekende versie een proeftijdbeding was opgenomen. Partijen hebben de arbeidsovereenkomst inhoudelijk artikelsgewijs doorgesproken en ondertekend.

4.2.5.

Er is geen transitievergoeding verschuldigd. [verzoekster] is geen 24 maanden in dienst geweest van Sensor.

Daarnaast is het dienstverband met Cleaning Partners Nederland, voor zover dat al is verbroken, op initiatief van [verzoekster] beëindigd, zodat ook om die reden Cleaning Partners Nederland geen transitievergoeding verschuldigd zou zijn.

Indien al een transitievergoeding verschuldigd is, kunnen alleen de dienstjaren van Cleaning Partners Nederland meetellen en niet die van Cleaning Partners International. Dit komt dan op een bedrag van € 8.626,- bruto.

4.2.6.

Er is geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen van Sensor. Het ontslag tijdens proeftijd en de aanleiding daartoe vormen een redelijke opzeggingsgrond. De gevorderde vergoeding van € 100.000,- is niet deugdelijk onderbouwd, nog daargelaten dat toewijzing van deze vergoeding, de financiële “doodsteek” voor Sensor zou betekenen.

Betwist wordt dat de arbeidsovereenkomst met Sensor zeker nog wel 17 jaar zou hebben geduurd en dat de arbeidsmarktpositie van [verzoekster] niet goed is. Bovendien blijkt ook nergens uit dat [verzoekster] er qua salaris op achteruit zou gaan. Een eventuele transitievergoeding dient in mindering te worden gebracht op een eventuele billijke vergoeding.

4.2.7.

Er is sprake van een geldig proeftijdontslag zodat geen opzegtermijn in acht genomen hoefde te worden. In de arbeidsovereenkomst is een beding van tussentijdse opzegging opgenomen, waardoor ook eerder kon worden opgezegd.

Subsidiair wordt verzocht de gefixeerde schadevergoeding te matigen omdat de arbeidsovereenkomst niet langer dan vijf jaar heeft geduurd, waarbij een opzegtermijn van één maand geldt. Er is geen wettelijke rente of wettelijke verhoging aangezegd, zodat deze niet verschuldigd kan zijn vanaf 23 februari 2018.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt vast dat het verzoekschrift, gelet op de in artikel 7:686a lid 4 BW genoemde vervaltermijnen, tijdig is ingediend.

5.2.

Allereerst is aan de orde de vraag of er op de rechtsverhouding tussen partijen al dan niet een geldig proeftijdbeding van toepassing is en of [verzoekster] dus op rechtmatige wijze is ontslagen doordat Sensor hiervan gebruik heeft gemaakt

5.3.

De kantonrechter stelt voorop dat vaststaat dat Sensor aan [verzoekster] een arbeidsovereenkomst heeft aangeboden teneinde schoonmaakwerkzaamheden te verrichten op de locaties van Merin aan de Rivium Boulevard, Rietbaan en de Westblaak voor 30 uur per week verdeeld over vijf dagen en dat [verzoekster] dat aanbod heeft geaccepteerd waarna zij in dienst is getreden van Sensor. Van deze indiensttreding moet dan ook worden uitgegaan.

5.4.

Sensor heeft eerst ter gelegenheid van de zitting aangevoerd dat er geen sprake is van overgang van onderneming omdat er geen economische eenheid was. Hierbij heeft Sensor gesteld dat het bij de opdracht die zij van Merin heeft gekregen, gaat om meerdere schoonmakers die in wisselende samenstelling op verschillende panden van Merin schoonmaakwerkzaamheden verrichten. Van een afgebakend project (‘identiteit’) is dan ook geen sprake, aldus Sensor.

[verzoekster] heeft vervolgens gesteld dat hoewel Merin inderdaad meerdere gebouwen had waarin door verschillende opdrachtnemers met verschillende werknemers werd gewerkt, zoals door Sensor gesteld, zij al 17 jaar haar eigen schoonmaakklus (zij stelt dat zij al 17 jaar dezelfde werkplek had) had en zij deze alleen, en dus zonder collega’s (met uitzondering van periodieke werkzaamheden die zij niet uitvoerde en waarvoor anderen kwamen), uitvoerde. Laatstelijk werd zij, zowel bij Cleaning Partners Nederland als bij Sensor, ingezet om de panden van Merin aan de Rivium Boulevard, Rietbaan en Westblaak schoon te maken gedurende 30 uur per week verdeeld over vijf dagen, waarbij zij een vast weekrooster had, aldus nog steeds [verzoekster] . Dit is vervolgens ter zitting door Sensor niet betwist, zodat hiervan moet worden uitgegaan. Hierbij staat tevens vast dat Merin, nadat zij de opdracht tot het uitvoeren van de schoonmaakwerkzaamheden van deze panden aan Sensor had verstrekt, heeft laten weten dat zij voor deze schoonmaakklus [verzoekster] graag wilde behouden. Daarnaast zijn voor de opdracht die Merin eerst aan Consensus had gegeven (en waarvoor Consensus weer Cleaning Partners Nederland had ingeschakeld, die de opdracht alleen door inzet van [verzoekster] uitvoerde) en die vervolgens per 2 januari 2018 aan Sensor is gegeven, blijkens het onder 2.3 opgenomen bericht kennelijk geen andere werknemers van Consensus ingezet. Gelet op deze omstandigheden zou deze schoonmaakactiviteit die door [verzoekster] werd uitgevoerd als onderneming als bedoeld in artikel 7:662 lid 3 jo lid 2 BW kunnen worden beschouwd die op Sensor is overgegaan, met name nu kennelijk de enige aan deze schoonmaakwerkzaamheden verbonden werknemer ( [verzoekster] ) op Sensor is overgegaan (vide in dit verband HvJ EG 14-04-1994, ECLI:NL:XX:1994:AC3555, inzake [naam 2] ). Partijen hebben zich hierover en over alle overige met overgang van onderneming samenhangende omstandigheden echter nog niet voldoende kunnen uitlaten. Gelet hierop zal de kantonrechter partijen, eerst [verzoekster] en daarna Sensor, in de gelegenheid stellen hieromtrent een akte te nemen.

5.5.

Indien sprake is van overgang van onderneming als bedoeld in de Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgeving van de lidstaten betreffende het behoud van de rechten van werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen, welke richtlijn als wet is omgezet in afdeling 8 van titel 10 van boek 6 van het BW, heeft te gelden dat de arbeidsovereenkomst van [verzoekster] met Cleaning Partners Nederland van rechtswege is overgegaan op Sensor. [verzoekster] heeft dan haar arbeidsvoorwaarden zoals deze golden bij Cleaning Partners Nederland behouden. Onder die omstandigheden gold er tussen hen geen proeftijdbeding en zou het ontslag niet op de gegeven wijze hebben mogen worden gegeven.

5.6.

Indien geen sprake is van overgang van onderneming geldt het volgende.

[verzoekster] heeft aangevoerd dat ook onder die omstandigheden er sprake is van een nietig proeftijdbeding omdat het beding is opgenomen in een opvolgende arbeidsovereenkomst tussen een werknemer en een andere werkgever, die ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moet worden de opvolger van de vorige werkgever te zijn zoals bedoeld in artikel 7:652 lid 8 sub e BW.

Dit artikel bepaalt dat elk beding waarbij een proeftijd is overeengekomen nietig is indien het beding is opgenomen in een opvolgende arbeidsovereenkomst tussen een werknemer en een andere werkgever die ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijze geacht moet worden de opvolger van de vorige werkgever te zijn.

[verzoekster] heeft gesteld dat nu er sprake is van een opvolgende arbeidsovereenkomst en een opvolgend werkgever zoals bedoeld in artikel 7:668a lid 2 BW, Sensor ten aanzien van de door [verzoekster] verrichte arbeid redelijkerwijs de opvolger van Cleaning Partners Nederland is zoals bedoeld in lid 8 sub e en er dus sprake is van een nietig beding.

5.7.

Sensor heeft echter betwist dat er tussen haar en Cleaning Partners Nederland banden bestaan, zodat niet voldaan is aan het zogenaamde bandencriterium zoals volgt uit het arrest Tuinen-Wolters (ECLI:NL:HR:2012:BV9603). Daarbij is eerst ter zitting aangevoerd dat dit criterium, hoewel niet meer van toepassing op artikel 7:668a lid 2 BW nog wel degelijk van toepassing is bij toepassing van artikel 7:652 lid 8 sub e BW.

De kantonrechter is van oordeel dat [verzoekster] , nu dit eerst ter gelegenheid van de zitting naar voren is gebracht, nog niet voldoende gelegenheid heeft gehad hierop deugdelijk te reageren, zodat zij hiertoe alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld. Hiertoe kan bovengenoemde akte kan worden aangewend.

5.8.

In afwachting van bovengenoemde aktewisseling worden alle overige beslissingen aangehouden.

6. De beslissing

alvorens verder te beslissen

stelt [verzoekster] in de gelegenheid een akte te nemen die uiterlijk op 15 juni 2018 door de kantonrechter en de wederpartij ontvangen moet zijn;

stelt vervolgens Sensor in de gelegenheid een antwoordakte te nemen die op 26 juni 2018 door de kantonrechter en de wedepartij ontvangen moet zijn.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Verkerk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

680/22294