Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:7718

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-09-2018
Datum publicatie
22-01-2019
Zaaknummer
NL18.15873
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een vreemdeling die met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde geeft daarmee te kennen dat hij geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. In de situatie dat een vreemdeling met onbekende bestemming uit de opvang vertrekt, is de enkele mededeling van de gemachtigde dat zij nog in contact staat onvoldoende om procesbelang aan te nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.15873


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

(gemachtigde: mr. M.M. Polman),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. L. Mol).

Procesverloop

Bij besluit van 29 augustus 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.16874, plaatsgevonden op 13 september 2018. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is van Algerijnse nationaliteit. Hij is geboren op 5 mei 2000.

2. De rechtbank ziet zich allereerst gesteld voor de vraag of eiser procesbelang heeft bij het onderhavige beroep.

3. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van

State, onder meer de uitspraak van 22 januari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:183) geeft een vreemdeling die met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde daarmee te kennen dat hij geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep.

4. In het bestreden besluit is opgenomen dat uit informatie van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers blijkt dat eiser zonder de beslissing op zijn aanvraag af te wachten op of omstreeks 23 mei 2018 met onbekende bestemming is vertrokken.

5. In de gronden van beroep heeft de gemachtigde van eiser aangegeven nog met eiser in contact te staan via zijn broer.

6. In de situatie dat een vreemdeling met onbekende bestemming uit de opvang vertrekt, is de enkele mededeling van de gemachtigde dat zij nog in contact staat onvoldoende om procesbelang aan te nemen. Bij de beoordeling of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij nog belang heeft een inhoudelijke behandeling van het beroep kan onder meer een rol spelen op welk moment de gemachtigde voor het laatste contact heeft gehad met de vreemdeling, waar hij verblijft en waarom hij vertrokken is zonder de beslissing op zijn aanvraag af te wachten, dat hij verweerder niet op de hoogte heeft gesteld van zijn verblijfplaats en of hij ter zitting bij de rechtbank is verschenen.

7. Omdat de gemachtigde van eiser op 6 september 2018 te kennen heeft gegeven dat zij en eiser niet ter zitting zullen verschijnen, heeft de rechtbank telefonisch contact met de gemachtigde van eiser opgenomen om te vragen wanneer zij voor het laatst contact met hem heeft gehad en of zij op de hoogte is van zijn verblijfplaats. De gemachtigde heeft te kennen gegeven dat zij op 15 augustus 2018 voor het laatst Whatsapp-contact heeft gehad met de broer van eiser. Waar eiser op dit moment verblijft kon gemachtigde desgevraagd niet aangeven.

8. Nu eiser met onbekende bestemming is vertrokken uit het asielzoekerscentrum, het laatste contact tussen gemachtigde en eiser dateert van vóór het bestreden besluit, dit contact verliep via zijn broer, zijn gemachtigde niet weet waar hij verblijft en hij ook niet ter zitting is verschenen, neemt de rechtbank aan dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland. Niet is gebleken dat eiser desondanks nog belang heeft bij een oordeel van de rechtbank over de rechtmatigheid van het bestreden besluit.

9. Het beroep zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het ontbreken van belang.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Bouter, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Jansen, griffier.

digitale handtekening griffier digitale handtekening rechter

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.