Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:7636

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-09-2018
Datum publicatie
12-09-2018
Zaaknummer
C/10/515619 / HA ZA 16-1334
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kredietovereenkomst en akte van borgtocht. Is het krediet besteed conform het doel van de overeenkomst of zijn borgen aansprakelijk onder de borgtocht? Uitleg van de doelomschrijving in de borgtocht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JONDR 2018/1088
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/515619 / HA ZA 16-1334

Vonnis van 5 september 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TSUNAMI B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. I.R. Köhne te Voorburg,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. M.A.A.M. van Brunschot-van der Sanden te Helmond,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EUROPEAN AVIATION MEDICAL CENTRE B.V.,

gevestigd te Rijen,

niet verschenen,

gedaagden.

Eiser zal hierna Tsunami B.V. worden genoemd. Gedaagden zullen hierna tezamen in meervoud [gedaagden] ., en afzonderlijk [gedaagde 1] (gedaagde sub 1), [gedaagde 2] (gedaagde sub 2) en EAMC (gedaagde sub 3), worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 14 november 2016,

  • -

    de akte overlegging producties namens Tsunami B.V.,

  • -

    de conclusie van antwoord, met vier producties,

  • -

    de akte ter comparitie namens Tsunami B.V.,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 9 januari 2018, met daaraan gehecht de ter zitting overgelegde overzichten (grootboekkaarten) en de brief van 8 februari 2018 namens Tsunami B.V.,

  • -

    de akte na tussenvonnis aan de zijde van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van 7 maart 2018,

  • -

    de antwoordakte na tussenvonnis aan de zijde van Tsunami B.V. van 18 april 2018.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 6 september 2013 zijn Tsunami B.V. en EAMC een overeenkomst van geldlening (hierna: de overeenkomst) aangegaan. Tsunami B.V. is hierbij vertegenwoordigd door de heer [persoon 1] (hierna: [persoon 1] ). EAMC is vertegenwoordigd door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .

2.2.

In de overeenkomst staat voor zover relevant het volgende opgenomen:

‘(…)

Rente

1. Over het opgenomen saldo van het krediet of het restant daarvan is een rente verschuldigd gelijk aan het driemaands euribor tarief op de eerste dag van elk kwartaal, vermeerderd met een opslag van vijf procent (5%), welke rente per kwartaal achteraf zal worden voldaan, voor het eerst op 30 september 2013.

(…)

Aflossing/inperking

3.1

Het krediet zal met ingang van 1 april 2015 per kwartaal worden ingeperkt met een bedrag van vijfduizend euro (€ 5.000,00); (…)

Opeisbaarheidsgevallen.

4. De hoofdsom wordt vanzelf en direct opvorderbaar met lopende en eventueel achterstallige rente alsmede met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 te worden terugbetaald:

a. bij niet nakoming door de schuldenaar van enige verplichting uit deze overeenkomst van geldlening indien niet binnen acht dagen na ingebrekestelling de betrokken verplichtingen alsnog is nagekomen;

b. bij beslag op een goed van schuldenaar, bij faillissement of surseance van een schuldenaar of aanvraag daartoe; (…)

Uitkering krediet

11. Het krediet zal door schuldeiser aan de leveranciers van de schuldenaar worden uitgekeerd door indiening van facturen ten behoeve van de verbouwing en inrichting van de vestiging van E.A.M.C. aan de [adres] .’

2.3.

Op 29 augustus 2013 hebben Tsunami B.V. en EAMC een pandakte bedrijfsuitrusting en bedrijfsvoorraad (eerste pandrecht) ondertekend. Hiermee verkrijgt Tsunami B.V. het volledige pandrecht op een deel van de door EAMC gekochte goederen, zolang de lening als bedoeld in de overeenkomt niet is afgelost.

2.4.

In een e-mail van [persoon 1] aan [gedaagde 1] van 12 september 2013 staat voor zover relevant het volgende vermeld:

‘(…)

Ten aanzien van de uitkering van het krediet van € 80.000,00 zijn wij met elkaar overeengekomen dat uitkering hiervan zal geschieden door indiening van facturen ten behoeve van de verbouwing en inrichting van de vestiging van EAMC te [adres] . Zie artikel 11 van de overeenkomst. (…)’

2.5.

Op 16 september 2013 heeft Tsunami B.V. een bedrag van € 40.000,00 aan EAMC beschikbaar gesteld.

2.6.

In een e-mail van 24 september 2013 om 18.56 uur heeft [gedaagde 1] aan [persoon 1] het volgende gestuurd:

‘(…)

Vorige week dinsdag hebben wij 50% (zijnde € 40.000) van de toegezegde lening ad € 80.000 euro mogen ontvangen, waarvoor dank.

Deze lening is benodigd ter dekking van de aanloopkosten van de nieuwe Bv.

(…)

Wij hebben een totaalbedrag aan facturen overlegd ter grootte van € 56882,86.

Een aantal facturen en de BTW zijn blijkbaar niet betaald, en dit verbaast ons enigszins.

Onze verbazing ligt in het feit dat wij vanaf het begin hebben gesproken over een achtergestelde lening ter grootte van € 80.000,- voor inrichting én opstarten van EAMC gedurende 2013, waarbij Tsunami B.V. het volgende verkrijgt:

  • -

    een uitstekende rentevergoeding en recht op winstdeling

  • -

    een deel van de inventaris van EAMC als onderpand

  • -

    20% van de aandelen van EAMC voor een symbolisch bedrag

(…)’

2.7.

De heer P. Brandjes, vertegenwoordiger van Tsunami B.V., heeft in zijn reactie van 24 september 2013 om 21.58 uur aan [gedaagde 1] het volgende vermeld:

‘(…)

Ik had begrepen dat het bedrag benodigd was voor de investering in inventaris en verbouw van het gehuurde gebouw. Ik had niet begrepen dat het ook bedoeld was om de opstartkosten van de Bv te bekostigen. Het is ook wel gek dat de lening daarvoor nodig is. Verpanding en inventaris stelt dus niet veel voor want naar ik nu begrijp is slechts een deel van de 80.000 gebruikt voor inventaris en inrichting en de rest voor andere zaken welke geen enkele dekkingswaarde hebben.

Het gebruiken van de lening voor opstarten is mij ontgaan. Maar dat kan een omissie van mijn kant zijn. Als dat zo is moeten wij uitvoering geven aan wat is afgesproken.’

2.8.

In een e-mail van [persoon 1] aan [gedaagde 1] van 3 oktober 2013 staat voor zover relevant het volgende vermeld:

‘(…)

Tsunami B.V. heeft zich gecommitteerd tot het uitlenen van € 80.000,00 krachtens de overeenkomst. Jij vraagt nu om hiervan af te wijken en de gelden ook voor andere zaken betrekking hebbende op EAMC te gebruiken, zoals bijvoorbeeld jouw salaris.

Ik zie geen reden om aan dit verzoek tegemoet te komen.

Om toch een oplossing te kunnen bieden, kan ik wel aanbieden de resterende gelden ad € 40.000,00 in een keer uit te keren onder de voorwaarde dat jij en [gedaagde 2] in privé borg staan voor het aanwenden van deze gelden voor zover deze niet worden gebruikt door EAMC ten behoeve van de verbouwing en inrichting van de vestiging van EAMC (…)’

2.9.

In de e-mail van [gedaagde 1] aan [persoon 1] van 11 oktober 2013 staat voor zover relevant het volgende vermeld:

‘(…)

Onderwerp: borg in privé

(…)

Ik heb het concept ontvangen en besproken met [gedaagde 2] [Nb. [gedaagde 2] , opm. rechtbank].

Wij vinden het alleen een beetje vreemd dat er een boeteclausule in staat die niet in perspectief staat tov het bedrag en, rekening houdend dat wij partners zijn in de ruimste zin des woords, Tsunami B.V. inzicht heeft in de doelen waaraan het besteed is. (…)’

2.10.

In de e-mail van [persoon 1] aan [gedaagde 1] van 14 oktober 2013 staat voor zover relevant het volgende vermeld:

‘(…)

Op verzoek van [persoon 1] treft u onderstaand aan het overzicht op welke facturen de eerste storting betrekking heeft gehad.

Voor uitbetaling vanuit het krediet komt derhalve in aanmerking:

Totaalbedrag volgens opstelling [gedaagde 1]

56.882,86

Af: correctie creditnota Henry Schein

p.m.

Af: niet gebouwgebonden uitgaven

-Witlox VCS

-3.025,00

- Philipsen Beheer

-1.312,85

Saldo inclusief BTW

52.451,00

Af: BTW – voorfinanciering niet uit krediet

-9.103,00

Over te maken

43.348,00

Afronden naar € 40.000,00 en vandaag nog overmaken van Tsunami naar rekening EAMC (…)’

2.11.

In de e-mail van [persoon 1] aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van 31 oktober 2013 staat voor zover relevant het volgende vermeld:

‘(…)

Hierbij bevestig ik de zojuist gemaakte afspraak met [gedaagde 1] namens EAMC.

Namens Tsunami B.V. zullen wij vandaag het restant van de lening overboeken aan EAMC onder inhouding van de nog openstaande vorderingen jegens verhuurder ad € 4.250,13 met boete en rente ad € 151,24 is totaal € 4.401,37 rechtstreeks namens EAMC over te maken aan verhuurder (…) en dit in mindering brengen op het restant van de lening van Tsunami B.V. aan EAMC = € 40.000 -/-

€ 4.401,37 = € 35.598,63. (…)’

2.12.

In de ondertekende, maar niet gedateerde akte van persoonlijke borgtocht (borgakte) (hierna: de borgtocht), waarbij Tsunami B.V. als de schuldeiser en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] als borg hebben opgetreden, staat voor zover relevant het volgende opgenomen:

‘(…)

De borg verplicht zich gedurende de looptijd van de overeenkomst van geldlening tussen (…) Tsunami B.V. en (…) EAMC d.d. 6 september 2013, borg te staan in privé voor het aanwenden van deze gelden ten behoeve van het EAMC voor zover deze gelden weliswaar worden aangewend voor het opstarten van EAMC in [adres] , doch buiten de overeengekomen doelstelling van voormelde overeenkomst van geldlening vallen casu quo worden aangewend ten behoeve van de verbouwing en inrichting van de vestiging van het EAMC aan de [adres] .

Het is de borg uitdrukkelijk niet toegestaan de gelden voor andere doeleinden aan te wenden dan voor het operationeel starten van het EAMC, zulks op straffe van een onmiddellijk opeisbare boete van € 2.500,00 (…).

De borgstelling is voor de borg een ondeelbare schuld, zodat schuldeiser ook ieder van de borg zal kunnen aanspreken. (…)’

2.13.

Op 31 oktober 2013 is de tweede tranche van € 40.000,00 in twee deelbetalingen door Tsunami B.V. beschikbaar gesteld.

2.14.

Tot op heden is er door EAMC rente noch aflossing betaald.

2.15.

Op 5 april 2016 heeft Tsunami B.V. gesommeerd om een bedrag van € 30.235,16, bestaande uit achterstallige rente en achterstallige aflossing, te voldoen en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gesommeerd – in het geval dat EAMC niet aan de voormelde sommatie zou voldoen – de borgtocht na te komen. Zowel EAMC, als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben hieraan geen gehoor gegeven.

3 Het geschil

3.1.

Tsunami B.V. vordert – samengevat – veroordeling om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

  • -

    i) EAMC te veroordelen aan Tsunami B.V. te betalen een bedrag van € 80.000,00, vermeerderd met de contractuele rente, met dien verstande dat indien en voor zover [gedaagde 1] en/of [gedaagde 2] tot betaling overgaat/overgaan ook EAMC daardoor (gedeeltelijk) zal zijn gekweten;

  • -

    ii) [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen aan Tsunami B.V. te betalen een bedrag van € 40.000,00, vermeerderd met rente, met dien verstande dat indien en voor zover EAMC aan Tsunami B.V. meer betaalt dan een bedrag ad € 40.000,00 in hoofdsom ook [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voor dat meerdere zullen zijn gekweten;

  • -

    iii) [gedaagden] . te veroordelen in de kosten van de procedure, vermeerderd met rente en nakosten.

3.2.

Aan haar vordering legt Tsunami B.V. het volgende ten grondslag. Tsunami B.V. heeft aan EAMC krediet verstrekt dat bestemd was voor de verbouwing en inrichting van het pand van EAMC (zie r.o. 2.2). Nu EAMC de verplichtingen uit de overeenkomst niet nakomt, is de hoofdsom op grond van artikel 4 sub a van de overeenkomst direct opeisbaar geworden. Naast de overeenkomst is tussen Tsunami B.V. en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een akte van persoonlijke borgtocht tot stand gekomen (zie r.o. 2.11). [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben zich persoonlijk borg gesteld voor de tweede tranche van de overeenkomst

(€ 40.000,00) als de gelden worden besteed aan de opstart van EAMC, maar niet aan de verbouwing en inrichting van het pand van EAMC. Nu de tweede tranche nagenoeg geheel aan de opstart en aan privédoelen is besteed, dienen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de verplichtingen uit de borgtocht na te komen.

3.3.

De conclusie van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] strekt tot afwijzing van de vorderingen. Hiertoe voeren zij het volgende aan.

Het krediet is besteed conform het doel van de overeenkomst en dus conform het doel van de borgtocht. Het krediet is namelijk niet alleen verstrekt ten behoeve van de verbouwing en inrichting van het pand van EAMC, maar ook ten behoeve van de opstart van de onderneming EAMC in de ruimste zin des woords. Nu er meer dan € 40.000,00 is besteed aan de verbouwing en inrichting van de vestiging is van aansprakelijkheid onder de borgtocht geen sprake. Voorts betwisten [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de omvang van het te betalen bedrag.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

EAMC

4.1.

EAMC is niet in deze procedure verschenen en heeft geen verweer gevoerd. Nu de dagvaarding op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend is tegen haar verstek verleend zij het dat dit vonnis, nu [gedaagde 1] en [gedaagde 2] wel zijn verschenen, ook jegens haar heeft te gelden als een vonnis op tegenspraak. De vorderingen jegens EAMC komen de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voor, zodat deze worden toegewezen.

Aansprakelijkheid onder de borgtocht

4.2.

Ter zitting hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] erkend dat de borgtocht (ook) aan de eisen van particuliere borgstelling voldoet, zodat tussen partijen niet langer in geschil is dat de borgtocht tussen Tsunami B.V. en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] rechtsgeldig tot stand is gekomen. De vraag of de borgtocht al dan niet in de normale bedrijfsuitoefening is aangegaan kan gezien het voorgaande en de verhouding tussen partijen onbesproken blijven.

4.3.

De kern van het geschil ziet op de vraag of [gedaagde 1] en [gedaagde 2] onder de borgtocht in privé aansprakelijk zijn voor de uitgaven ten laste van het ter leen verstrekte bedrag. Gelet op hetgeen partijen over en weer aanvoeren is in dat kader allereerst van belang hoe de doelomschrijving in de borgtocht dient te worden uitgelegd.

Doelomschrijving borgtocht

4.4.

Tsunami B.V. stelt dat de doelomschrijving in de borgtocht zo moet worden uitgelegd dat als (een deel van) de tweede tranche van € 40.000,00 wordt aangewend voor de opstart van de onderneming, maar niet voor de verbouwing en inrichting van de vestiging van EAMC, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voor deze bedragen persoonlijk borg staan. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] betwisten dit en stellen dat het totale krediet mocht worden besteed aan de opstart van EAMC in de ruimste zin des woords, hetgeen ook is gebeurd, zodat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet persoonlijk aansprakelijk zijn.

4.5.

De rechtbank stelt voorop dat ingevolge het Haviltexarrest de uitleg van (een bepaling in) een overeenkomst niet alleen kan worden gegeven op grond van een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van de overeenkomst, maar dat het daarbij tevens aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkanders verklaringen en gedragingen en aan de bepalingen van dat geschrift mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Voorts volgt uit HR 20 februari 2004, NJ 2005, 493 (DSM/Fox) dat bij de uitleg van een geschrift telkens van beslissende betekenis zijn alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen, alsmede dat in praktisch opzicht vaak van groot belang is de taalkundige betekenis van de bewoordingen van het geschrift, gelezen in de context ervan als geheel, die deze in (de desbetreffende kring van) het maatschappelijk verkeer normaal gesproken hebben.

4.6.

Op grond van hierna te noemen omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de doelomschrijving in de borgtocht zo moet worden uitgelegd, dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in privé aansprakelijk zijn, als zij het krediet voor de opstart van EAMC hebben aangewend, maar de gelden niet zijn besteed aan de verbouwing en inrichting van het pand van EAMC. Artikel 11 van de overeenkomst in combinatie met de emailberichten van 12 september en 14 oktober 2013 (zie r.o. 2.4 en 2.10) zijn hierbij van doorslaggevende betekenis. Immers, hieruit volgt dat Tsunami B.V. van meet af aan heeft aangegeven dat zij het krediet uitsluitend heeft verstrekt ten behoeve van de verbouwing en inrichting van de vestiging van EAMC. Dit blijkt ook uit het gegeven dat feitelijk alleen de facturen die zien op de verbouwing en inrichting van de vestiging EAMC door Tsunami B.V. betaalbaar zijn gesteld. De stelling dat de nota ten aanzien van de software betaalbaar is gesteld en daaruit mag worden afgeleid dat het krediet aan de opstart van de onderneming mocht worden besteed is niet onderbouwd en wordt om die reden gepasseerd. Juist het feit dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een ruimere besteding van het krediet wensen leidt in oktober 2013 tot het opstellen (en ondertekenen) van een persoonlijke borgtocht door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . Het had op de weg van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gelegen om, als het doel van de borgtocht voor hen niet duidelijk was, hier navraag over te doen alvorens deze te tekenen. Het moment waarop [gedaagde 1] en [gedaagde 2] bij de e-mail van 11 oktober 2013 navraag doen over de boeteclausule van de borgtocht was daarvoor het voor de hand liggende moment. EAMC mocht er in ieder geval redelijkerwijs van uitgaan dat dit duidelijk was voor [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .

4.7.

Nu een uitleg van de doelomschrijving in de borgtocht met zich meebrengt dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in privé aansprakelijk zijn voor het krediet dat niet is besteed aan de verbouwing en inrichting van de vestiging van EAMC, is vervolgens de vraag aan de orde waarvoor de tweede tranche van € 40.000,00 is aangewend. Tsunami B.V., die zich erop beroept dat dit aan andere zaken dan de verbouwing en inrichting van de vestiging van EAMC is geweest, draagt de bewijslast en op haar rust ook de stelplicht.

Uitgaven tweede tranche van € 40.000,00

4.8.

Tijdens de comparitie is namens Tsunami B.V. een grootboekoverzicht overgelegd. Hieruit blijkt (en dit wordt door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ook bevestigd) dat EAMC één grootboekrekening heeft gehad. Uit de grootboekuitdraai van deze rekening kan worden afgeleid waaraan het krediet door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] is besteed. De rechtbank zal deze grootboekrekening dan ook als uitgangspunt nemen.

4.9.

Tussen partijen is niet in geschil dat de tweede tranche van € 40.000,00 op 31 oktober 2013 betaalbaar is gesteld. In de periode van 31 oktober 2013 tot en met 2 april 2014 is volgens het grootboekoverzicht ruim € 40.000,00 uitgegeven. Tsunami B.V. betwist dat deze uitgaven zien op kosten ten behoeve van de verbouwing en inrichting van de vestiging van EAMC; zij stelt dat enkel de volgende uitgaven in voornoemde periode mogelijk op dergelijke kosten zien:

- Staples Office Centre € 324,59

- Kooij Optical 5.195,66

- Kruidvat 7061 Middelburg 49,99

- Action 1266 mid.burg 22,36

- Ikea breda 16,94

- Staples office centre 159,03

- 1078 action roosendaal 43,39

- Staples office centre 79,51

- 1172 action gilze 49,44

- Staples office centre 13,06

- Jysk I650 45,00

- Henry Schein 1.035,00

- Henry Schein 2.116,29

- Henry Schein 22,99 (debet)

- Henry Schein 1.871,20

Totaal € 11.021,46 (exclusief debet)

Ook van die uitgaven betwist Tsunami B.V. echter, bij gebreke van behoorlijke nadere toelichting, dat zij daadwerkelijk op dergelijke kosten zien.

4.10.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn in de gelegenheid gesteld om op het grootboekrekeningenoverzicht te reageren en uit te leggen waaraan de gelden van de tweede tranche – en in het bijzonder de andere uitgaven dan die zijn genoemd onder r.o. 4.9 – zijn besteed. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben volstaan met de stelling dat alle uitgaven zoals genoemd in de grootboekrekening zijn terug te vinden op het overzicht van uitgaven van EAMC (zie productie 2 van de conclusie van antwoord). De facturen ten aanzien van de huur en software vallen sowieso binnen het bestedingsdoel van de overeenkomst, zo stellen zij. Ook wordt gesteld dat er spullen via marktplaats zijn aangeschaft en dat de firma Persoonality de feitelijke inrichting van de vestiging heeft gedaan. Verder zijn er uitgaven gefinancierd met subsidies en/of belastingteruggaves.

4.11.

De rechtbank overweegt dat Tsunami B.V. haar stelling, dat EAMC de tweede tranche niet heeft aangewend voor de verbouwing en inrichting van de vestiging van EAMC, voldoende heeft onderbouwd en dat [gedaagden] . deze onvoldoende hebben weersproken. Daarbij neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Dat het overzicht van uitgaven (productie 2 bij conclusie van antwoord) overeen zou komen met het grootboekoverzicht is door [gedaagden] . niet, althans onvoldoende onderbouwd en is bovendien naar uit de betreffende producties blijkt feitelijk onjuist. Immers, de uitgaven zoals genoemd onder productie 2 van de conclusie van antwoord komen niet in het grootboekoverzicht terug en zien daarnaast op uitgaven die zijn gedaan voor 31 oktober 2013 (en dus voordat de tweede tranche betaalbaar is gesteld). Dat EAMC voor de betalingen gebruik heeft gemaakt van verstrekte subsidies (o.a. van Midpoint) is eveneens niet onderbouwd. Daar komt nog bij dat ingevolge het grootboekoverzicht de subsidies van Midpoint zijn ontvangen op 28 februari en 29 april 2013. Op 31 oktober 2013 was deze subsidie blijkens het grootboekoverzicht al ruimschoots besteed.

Dat de kosten die zijn gemaakt voor de firma Persoonality verband houden met de inrichting van de vestiging van EAMC is niet onderbouwd. Daarnaast volgt uit het grootboekoverzicht dat deze kosten eveneens zijn gemaakt voor 31 oktober 2013, namelijk op 9 augustus 2013. Dat EAMC via marktplaats spullen heeft aangeschaft wordt eveneens niet onderbouwd en om die reden gepasseerd.

4.12.

Ten aanzien van de betalingen aan de verhuurder van het bedrijfspand en de software merkt de rechtbank het volgende op. Dat Tsunami B.V. € 4.401,37 rechtstreeks aan de verhuurder heeft betaald staat als zodanig vast (zie r.o. 2.11). Dat Tsunami B.V. geen voorbehoud heeft gemaakt en door het doen van deze betaling afstand van haar recht op terugbetaling zou hebben gedaan is niet onderbouwd en wordt om die reden gepasseerd. Daarnaast heeft Tsunami B.V. gesteld – en dit wordt door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet betwist – dat de deelbetaling aan de verhuurder juist op verzoek van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] is gebeurd.

Ten aanzien van het betaalde bedrag van € 9.250,00 aan software geldt dat als niet weersproken vaststaat, dat Tsunami B.V. dit bedrag (coulancehalve) reeds bij de eerste betaling van € 40.000,00 aan EAMC betaalbaar heeft gesteld. Dit volgt ook uit het feit dat de datum van deze factuur 1 juli 2013 is (zie productie 5 van de conclusie van antwoord). Derhalve is deze nota van de software niet relevant voor beantwoording van de vraag waaraan de bedragen na 31 oktober 2013 zijn besteed.

Op de onder 4.9 bedoelde posten hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] geen nadere onderbouwde toelichting gegeven.

4.13.

Al met al heeft Tsunami B.V. voldoende onderbouwd haar stelling, dat de tweede tranche van € 40.000,00 niet is besteed aan de verbouwing en inrichting van de vestiging van EAMC. Het had op de weg van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gelegen om per post op het grootboekoverzicht – inclusief de posten zoals genoemd onder r.o. 4.9 – aan de hand van een deugdelijke onderbouwing (met facturen, bonnen, etc.) te verklaren welke uitgaven na 31 oktober 2013 hebben gezien op de verbouwing en inrichting van de vestiging van EAMC. Aangezien [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de administratie van EAMC hebben opgehaald zijn zij hier ook voldoende toe in de gelegenheid geweest. Nu zij dit hebben nagelaten neemt de rechtbank als vaststaand aan dat de tweede tranche van € 40.000,00 niet is besteed aan de verbouwing en inrichting van de vestiging van EAMC, zodat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hiervoor in privé aansprakelijk zijn. De vorderingen van Tsunami B.V. zijn daarmee toewijsbaar. De gevorderde wettelijke rente zal als onbetwist eveneens worden toegewezen.

4.14.

[gedaagden] . zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Tsunami B.V. worden begroot op:

- dagvaarding € 79,81

- griffierecht 3.903,00

- salaris advocaat 2.685,00 (2,5 punt × tarief € 1.074,00)

Totaal € 6.667,81

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt EAMC om aan Tsunami B.V. tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 80.000,00 (zegge: tachtig duizend euro), vermeerderd met de contractuele rente van driemaands euribor op de eerste dag van elk kwartaal met een opslag van 5 %, op jaarbasis, met ingang van 1 juli 2013 tot de dag van volledige betaling, met dien verstande en indien en voor zover [gedaagde 1] en/of [gedaagde 2] tot betaling overgaat/overgaan ook EAMC daardoor (gedeeltelijk) zal zijn gekweten,

5.2.

veroordeelt [gedaagden] . hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan Tsunami B.V. tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 40.000,00 (zegge: veertig duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 april 2016, met dien verstande dat indien en voor zover EAMC aan Tsunami B.V. méér betaalt dan een bedrag van € 40.000,00 in hoofdsom (vermeerderd met de rente en de kosten ter zake), ook [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voor dat meerdere zullen zijn gekweten,

5.3.

veroordeelt [gedaagden] . hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van Tsunami B.V. tot op heden begroot op € 6.667,81, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.4.

veroordeelt [gedaagden] . hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagden] . niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 5 september 2018. 3008/106