Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:7616

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-08-2018
Datum publicatie
11-09-2018
Zaaknummer
C/551065 JE RK 18-1609, C/10/549906 / JE RK 18-1373 en C/10/557666 / JE RK 18-2784
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Machtiging uithuisplaatsing voor specifieke instelling. Financieringsproblemen. De Raad en de GI moeten daar een oplossing voor zoeken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/551065 JE RK 18-1609, C/10/549906 / JE RK 18-1373 en C/10/557666 / JE RK 18-2784

datum uitspraak: 28 augustus 2018

beschikking

in de zaken van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Eindhoven,

en

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2001 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te Spijkenisse.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 31 mei 2018 en de daarin genoemde stukken;

- de instemmende verklaring d.d. 27 augustus 2018 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper;

- het mondelinge verzoek ter zitting van de GI, bevestigd door het schriftelijke verzoekschrift van 30 augustus 2018, ingekomen bij de griffie op 30 augustus 2018.

Op 28 augustus 2018 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn:

  • -

    [voornaam minderjarige] , bijgestaan door mr. E.R. Weening, advocaat te Rotterdam,

  • -

    de moeder,

- de vader, dhr. [naam vader] , als informant,
- een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster 1] ,

- een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam vertegenwoordigster 2] .

De feiten
Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder. [voornaam minderjarige] verblijft bij de Midgaard.

Bij beschikking van 17 mei 2018 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 11 mei 2019. De kinderrechter heeft bij beschikking van 31 mei 2018 een gesloten machtiging verleend met ingang van 6 juni 2018 tot 6 september 2018 en het overige verzochte aangehouden.

De verzoeken

De Raad heeft een machtiging verzocht om [voornaam minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden. Thans resteert het aangehouden deel van het verzoek, te weten de periode tot 6 december 2018.

De Raad heeft ter zitting het verzoek gewijzigd in een verzoek tot een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij Maaszicht voor de duur van drie maanden. Tevens heeft de Raad het verzoek betreffende de gesloten machtiging ingetrokken.

De GI heeft ter zitting een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij Maaszicht verzocht voor de duur van de ondertoezichtstelling.

Het standpunt van de Raad

De Raad heeft de verzoeken ter zitting als volgt toegelicht. [voornaam minderjarige] heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt tijdens zijn verblijf bij de Midgaard. Hij is er klaar voor om overgeplaatst te worden naar een zelfstandigere woonvorm. Gezien de gewijzigde omstandigheden die door de GI zijn aangegeven, ziet de Raad geen gronden meer voor de gesloten machtiging.

Het standpunt van de GI

De GI heeft het verzoek ter zitting als volgt toegelicht. [voornaam minderjarige] woont al heel lang niet meer thuis. Pas dit jaar is de GI betrokken geraakt toen hij vanuit het kamertrainingscentrum in de crisisopvang werd geplaats. Het plan was toen om hem vanuit de crisisopvang te laten doorstromen naar Pension Maaszicht. De financiering daarvoor was toen ook geregeld. Maar na incidenten op de crisisopvang is [voornaam minderjarige] gesloten geplaatst. Nu is [voornaam minderjarige] er klaar voor om uit te stromen. Er zijn geen gronden meer voor een gesloten machtiging. Hij kan nog steeds bij Pension Maaszicht terecht, maar de financiering daarvan is een probleem, omdat Pension Maaszicht geen contract heeft met de gemeente. Een andere jeugdhulpaanbieder die wel een contract heeft met de gemeente kan Pension Maaszicht contracteren in onderaanneming. Maar deze jeugdhulpaanbieder (Horizon) heeft dit geweigerd, omdat zij stelt dat zij voor [voornaam minderjarige] een goed alternatief kan bieden. Dit zijn ‘de Studio’s. Voor de Studio’s is echter ook een machtiging gesloten jeugdhulp nodig.

Het standpunt van belanghebbenden

Door en namens [voornaam minderjarige] is ingestemd met het verzoek van de GI.

De moeder heeft ingestemd met het verzoek van de GI. [voornaam minderjarige] heeft veel vooruitgang geboekt.

De vader heeft medegedeeld dat hij het belangrijk vindt dat [voornaam minderjarige] zijn opleiding afmaakt.

De beoordeling

Nu de Raad ter zitting het verzoek om de gesloten machtiging – voor zover daar nog niet eerder op was beslist – heeft ingetrokken, kunnen de gronden daarvan niet meer worden onderzocht. Dit verzoek zal dan ook worden afgewezen. Omdat dit een eerder aangehouden verzoek betrof, met een resterende duur van 3 maanden, is een wijziging naar een andersoortige machtiging voor langere duur strijdig met een goede procesorde. Ook dit verzoek zal worden afgewezen. In dit stadium, waarbij de GI de ondertoezichtstelling uitvoert, is de GI de aangewezen partij om een dergelijk verzoek te doen. Dit heeft zij ter zitting ook gedaan.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [voornaam minderjarige] een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. [voornaam minderjarige] heeft een intrinsieke motivatie getoond en hard aan zijn doelen gewerkt. Hij heeft een passende dagbesteding en gaat starten met een BBL-opleiding. Zowel de GI als de Raad zijn van oordeel dat er geen gronden meer zijn voor een machtiging gesloten jeugdhulp. De kinderrechter neemt dit oordeel over. Voor de studio’s van Horizon is dergelijke machtiging wel nodig. Zowel de GI als de Raad zijn van mening dat [voornaam minderjarige] beter op zijn plaats is bij Pension Maaszicht. [voornaam minderjarige] wil daar ook graag naartoe en zijn moeder staat daar ook achter. Pension Maaszicht heeft aangegeven een plek voor hem te hebben. [voornaam minderjarige] kan daar ook na zijn achttiende verjaardag blijven.

Nu de gronden voor een gesloten machtiging ontbreken, kan van een plaatsing bij de Studio’s geen sprake zijn. De kinderrechter vertrouwt erop dat de Raad en de GI ervoor (kunnen) zorgen dat de financiering voor de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij Pension Maaszicht rond komt.

Op grond van het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en de opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek). De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij Pension Maaszicht voor de duur van de ondertoezichtstelling verlenen.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in Pension Maaszicht, met ingang van

6 september 2018 tot 11 mei 2019;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2018 door mr. S.C.C. Hes-Bakkeren, kinderrechter, in tegenwoordigheid van S.F. Smidt als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 11 september 2018.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.