Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:7581

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-09-2018
Datum publicatie
11-09-2018
Zaaknummer
ROT 18/4596 en ROT 18/4663
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2019:1779, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Omdat de Wet op de kansspelen niets regelt over openbaarmaking staat ter beoordeling of de wet openbaarheid van bestuur (Wob) een grondslag bevat om het aangevochten persbericht als besluit aan te merken of daarmee gelijk te stellen. Voorwaarde voor het kunnen aannemen van een besluit tot spontane informatieverstrekking is dat het, gelet op artikel 8, gelezen in verbinding met artikel 3, eerste lid, van de Wob, betrekking heeft op documenten, zoals bijvoorbeeld inspectierapporten en handhavingsbesluiten (ABRvS 13 mei 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AX6362 en ABRvS 2 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP2849). Het persbericht geeft geen informatie over documenten maar over feitelijk handelen, namelijk de doorzoekingen die hebben plaatsgehad onder leiding van het functioneel parket. Hieruit volgt dat ook de Wob geen grondslag biedt voor het nemen van enige publiekrechtelijke beslissing tot de publicatie van het persbericht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Bestuursrecht 1

zaaknummers: ROT 18/4596 en ROT 18/4663 (hoofdzaak)

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

7 september 2018 op het verzoek om voorlopige voorziening, tevens uitspraak in de hoofdzaak tussen

A.R.B. Automaten B.V., te Rotterdam, verzoekster, tevens eiseres (hierna: eiseres)

gemachtigde: mr. P. Koorn,

en

De Raad van bestuur van de Kansspelautoriteit, verweerder,

gemachtigde: mr. drs. R.G.J. Wildemors.

Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Voorts is verschenen [Naam], directeur/grootaandeelhouder van eiseres.

Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 7 september 2018 heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit geval de feiten en omstandigheden geen nader onderzoek vergen, zodat geen beletsel bestaat voor toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2. Op 28 augustus 2018 heeft de Kansspelautoriteit op haar website een persbericht (het persbericht) uitgebracht met de kop “Invallen Kansspelautoriteit in Rotterdam en Enschede”. Een medewerker van verweerder heeft eiseres per e-mailbericht van 31 augustus 2018 bericht dat verweerder geen aanleiding ziet tot intrekking of wijziging van het persbericht. Bij besluit van 5 september 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het persbericht niet-ontvankelijk verklaard.

3. Hoewel de brief van de gemachtigde van eiseres van 5 september 2018 aan duidelijkheid te wensen overlaat, omdat daarin wordt gesproken van het aanvullen van het beroep naar aanleiding van het bestreden besluit, terwijl er voordien nog geen beroep voorlag, ziet de voorzieningenrechter aanleiding die brief, waarin het eerder ingediende verzoek om een voorlopige voorziening te treffen is aangevuld, mede als een beroepschrift aan te merken, omdat daaruit wel de intentie naar voren komt dat eiseres beroep wil instellen tegen het bestreden besluit.

4. Centraal staat of verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat er geen primair besluit ten grondslag ligt aan het persbericht. Bij de beantwoording van deze vraag moet voorop worden gesteld dat de plaatsing van persberichten door een bestuursorgaan een feitelijke handeling is. Beoordeeld moet worden of in dit geval een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb aan het persbericht ten grondslag ligt of zou moeten liggen en of het e-mailbericht van verweerder van 31 augustus 2018, dat inhoudt dat hij geen aanleiding ziet tot intrekking of wijziging van het persbericht, een dergelijk besluit oplevert.

5. De door eiseres genoemde uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 december 2014 (ECLI:NL:RBROT:10583) ziet op de (spoed)waarschuwing op grond van de artikelen 1:94 (oud) en 1:95 (oud) van de Wet op het financieel toezicht (Wft). De Wet op de kansspelen (Wok), op basis waarvan verweerder haar publiekrechtelijke bevoegdheden uitoefent, regelt echter niets over de openbaarmaking van sancties of andere besluiten en voorziet evenmin in de mogelijkheid een waarschuwing aan het publiek te doen. De zojuist genoemde uitspraak kan reeds daarom niet overeenkomstig worden toegepast in deze zaak. Daar komt bij dat eiseres in het persbericht niet bij naam wordt genoemd, maar dat daarin het publiek – voor zover hier van belang – wordt gewaarschuwd tegen het illegale gebruik van zogenoemde cash centers om weddenschappen af te sluiten. Ook in zoverre verschilt het persbericht met een waarschuwing in de zin van die uitspraak. Verder stelt de voorzieningenrechter vast dat het door eiseres genoemde vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 16 oktober 2015 (ECLI:NL:RBAMS:2015:8380) ziet op een beoordeling in een civiel kort geding van een publicatie van de Autoriteit Financiële Markten op haar website inzake vergunningverlening, omdat de Wft daaromtrent niets regelt. Ook die uitspraak biedt daarom geen steun voor het betoog van verzoekster dat het persbericht een besluit is.

6. Omdat de Wok niets regelt over openbaarmaking en niet kan worden vooruitgelopen op een toekomstige aanpassing van de Wok die is voorzien met het wetsvoorstel kansspelen op afstand (Kamerstuk 33 996), staat ter beoordeling of de wet openbaarheid van bestuur (Wob) een grondslag bevat om het persbericht als besluit aan te merken of daarmee gelijk te stellen. Voorwaarde voor het kunnen aannemen van een besluit tot spontane informatieverstrekking is dat het, gelet op artikel 8, gelezen in verbinding met artikel 3, eerste lid, van de Wob, betrekking heeft op documenten, zoals bijvoorbeeld inspectierapporten en handhavingsbesluiten (ABRvS 13 mei 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AX6362 en ABRvS 2 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP2849).
Het persbericht geeft geen informatie over documenten maar over feitelijk handelen, namelijk de doorzoekingen die hebben plaatsgehad onder leiding van het functioneel parket. Hieruit volgt dat ook de Wob geen grondslag biedt voor het nemen van enige publiekrechtelijke beslissing tot de publicatie van het persbericht.

7. Dit betekent voorts dat het e-mailbericht van verweerder van 31 augustus 2018 geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb vormt. Tegen de weigering van verweerder het persbericht te verwijderen en tot rectificatie over te gaan staat daarom uitsluitend rechtsbescherming open bij de burgerlijke rechter.

8. Gelet op het voorgaande moet de vraag of het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard bevestigend worden beantwoord. Het beroep is daarom ongegrond. Gelet hierop zal de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afwijzen.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is op 7 september 2018 in het openbaar gedaan door mr. A.C. Rop, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. Stijnen, griffier.

griffier voorzieningenrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak, voor zover die ziet op de voorlopige voorziening, staat geen rechtsmiddel open.

Tegen deze uitspraak, voor zover die ziet op het beroep, kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.