Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:7557

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-03-2018
Datum publicatie
17-09-2018
Zaaknummer
6214202 CV EXPL 17-27547
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet tijdig instellen rechtsvordering - het principale verjaringsverweer kan ook eerst bij dupliek worden gedaan, aangezien er bij antwoord reeds ten principale verweren waren opgeworpen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 6214202 CV EXPL 17-27547

uitspraak: 30 maart 2018

vonnis van de kantonrechter, zittinghoudende te Rotterdam

in de zaak van

[eiser] ,

woonplaats: [plaatsnaam],

eiser bij exploot van dagvaarding van 31 juli 2017,

gemachtigde: mr. M.W. Kox, advocaat te Utrecht,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Vloerenconcept B.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

gemachtigde: mw. A.M. Jansen van ARAG.

Partijen worden aangeduid als “[eiser]” en “Vloerenconcept”.

Het verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

  1. de dagvaarding;

  2. de conclusie van antwoord;

  3. de conclusie van repliek;

  4. de conclusie van dupliek;

  5. de rolbeslissing;

  6. de akte uitlating zijdens [eiser];

  7. de door partijen overgelegde bescheiden;

1 De feiten

Tussen partijen staat het volgende vast.

1.1

[eiser] heeft in september 2012 met Vloerenconcept een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot een partij vloertegels van het type 80x80 cm en 7x80 cm. Tegen een koopprijs van € 2.600,00.

1.2

[eiser] heeft de tegels eind 2012 laten leggen door Steevens Tegelzettersbedrijf op de benedenverdieping van zijn nieuwbouwwoning.

1.3

Bij brief van 8 april 2015 klaagt [eiser] over de kwaliteit van de geleverde tegels, stellende dat er over de hele vloer een waas (vlekken) te zien is, die niet weg te krijgen is.

Het product voldoen dan ook niet aan hetgeen hij daarvan mocht verwachten, zo geeft [eiser] aan. Hij geeft aan dat hij al eerder geklaagd heeft bij Vloerenconcept, op haar advies contact opgenomen met MOELLER Stone Care, het schoonmaakmiddel van dat bedrijf heeft gebruikt, maar dat de waas nog aanwezig is.

Hij sommeert tot herstel binnen 14 dagen.

1.4

Bij brief van 25 juni 2015 sommeert de rechtsbijstandsverzekeraar van [eiser] nogmaals Vloerenconcept om zorg te dragen voor herstel en zegt aan indien daartoe niet wordt overgegaan aanspraak te maken op vervangende schadevergoeding.

1.5

Bij brief van 20 juli 2015 reageert de rechtsbijstandsverzekeraar van Vloerenconcept.

Zij schrijft o.a.

….

Cliënte erkend dat er thans een waas over de tegels ligt en dit tot op heden niet is opgelost.

Al diverse partijen hebben de vloer bekeken, maar een oorzaak en oplossing is nog niet bekend geworden. Cliënte zal diens leverancier - Westvlaams Tegelhuis - aansprakelijk stellen, waarna die partij dit zal doorzetten naar de fabrikant. Deze zullen aansturen op een expertise, uitgevoerd door de fabrikant.

Onder voorbehoud van alle rechten en weren zijdens cliënte.

1.6

Er wordt door of namens Vloerenconcept, danwel de fabrikant geen expertise uitgevoerd.

1.7

[eiser] schakelt zelf ZNEB expertise en Taxatie B.V. in. Vloerenconcept wordt uitgenodigd bij het onderzoek aanwezig te zijn, maar geeft aan die uitnodiging geen gehoor.

1.8

ZNEB komt in haar rapport d.d. 22 februari 2016 tot de volgende conclusie:

In de gelegde tegelvloer van partij I zijn vlekken zichtbaar..

In principe betreft dit alle tegels..

De vlekken, lees waas, in de tegels waren praktisch gelijkend aan een ter plaatse aanwezige reservetegel.

Echter wij kunnen wel stellen dat hetgeen zichtbaar is bij de bij partij I verwerkte vloertegels een gelijkende was kent als in de reserve/niet gelegde tegels. Om die reden achten wij de oorzaak te zijn gelegen in het product an sich, ofwel in de door partij II geleverde tegels. Hiermee is ons inziens uitgesloten dat het gebrek te wijten is aan het legproces.

CONCLUSIE

Gelet op het bovenstaande dienen wij vast te stellen dat naar onze mening door partij II een non-conform product is geleverd.

1.9

[eiser] heeft nog een expertise bureau ingeschakeld, VBIT, welk bureau tot dezelfde conclusie voor wat betreft non-conformiteit komt en aangeeft dat de schade voor [eiser] als gevolg van de noodzakelijke vervanging van de vloer bedraagt € 18.528,08.

1.10

Bij brief van 8 maart 2016 wordt Vloerenconcept gesommeerd genoemd bedrag te voldoen en wordt aanspraak gemaakt op buitengerechtelijke kosten, wettelijke rente en gemaakte expertise kosten.

1.11

Bij brief van 24 juli 2017 ontbindt de huidige gemachtigde van [eiser] namens hem de litigieuze overeenkomst en maakt aanspraak op terugbetaling van het betaalde bedrag en de gevolgschade.

2 De vordering

2.1

[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad Vloerenconcept te veroordelen tot betaling van € 21.527,28, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de voldoening, alsmede tot betaling van de proceskosten binnen zeven dagen na het vonnis en de nakosten.

Het gevorderde bedrag bestaat uit:

aankoopsom € 2.600,00

kosten verwijderen tegelvloer plus herstel € 15.928,08

expertise kosten € 1.837,26

buitengerechtelijke kosten € 1.161,94

2.2

Ter onderbouwing van zijn vordering heeft [eiser], naast de hiervoor genoemde feiten het volgende aangevoerd.

Vloerenconcept is toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst.

Ondanks sommatie daartoe is zij niet tot alsnog presteren overgegaan. Nu [eiser] de overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden ontstaan ongedaanmakingsverplichtingen en is Vloerenconcept aansprakelijk voor de schade die [eiser] lijdt als gevolg van de niet nakoming.

2.3

[eiser] wijst erop dat de gemachtigde van Vloerenconcept in haar mail van 18 augustus 2015 schrijft:

“….

Uw cliënt heeft de tegels laten leggen door een derde en na ongeveer een maand komt hij met de mededeling dat er een waas over de tegels blijft liggen. …

..”

2.4

Daarmee staat volgens [eiser] vast dat hij tijdig heeft geklaagd en dient er uitgegaan te worden van het vermoeden dat het product van aanvang af het gebrek vertoonde.

2.5

[eiser] meent dat een beroep op verjaring niet opgaat. Hij wijst erop dat hij binnen een maand telefonisch heeft geklaagd bij Vloerenconcept. Hij erkent dat hij vervolgens in april 2015 een ingebrekestelling stuurt.

[eiser] meent dat het beroep op verjaring niet opgaat, omdat blijkens de correspondentie die op de ingebrekestelling volgde, beide partijen in de veronderstelling verkeerden dat de waas met schoonmaakmiddel te verwijderen zou zijn.

Los daarvan meent [eiser] dat Vloerenconcept zich in strijd met de redelijkheid en billijkheid op verjaring beroept.

Tenslotte betoogt hij dat concentratie van verweer met zich meebrengt dat dit principale verweer reeds bij conclusie van antwoord gevoerd had moeten worden.

Het verweer

Vloerenconept heeft de vordering gemotiveerd betwist.

3.1

Primair stelt zij zich op het standpunt dat [eiser] niet heeft voldaan aan de klachtplicht van art. 7:23 lid 1 BW. Zij betwist dat [eiser] binnen twee maanden aan zijn klaagplicht heeft voldaan. Zo [eiser] al tijdig heeft geklaagd, dan is de vordering verjaard op grond van artikel 7:23 lid 2 BW.

3.2

Subsidiair betwist Vloerenconcept dat er sprake is van non-conformiteit en wijst erop dat [eiser] zich beroept op partijdeskundigen.

Voor zover er geoordeeld wordt dat er wel sprake is van non-conformiteit rechtvaardigt dit niet de algehele ontbinding. De tegels kunnen gebruikt worden en de gestelde waas is slechts esthetisch.

3.3

Meer subsidiair betwist Vloerenconcept de kosten van verwijdering en herstel verschuldigd te zijn. Zij wijst er in dit verband op dat de expert aangeeft dat de reservetegel ook de waas vertoont, zodat het gestelde gebrek al voor het leggen geconstateerd had kunnen worden.

3.4

Meer, meer subsidiair betwist zij het gevorderde bedrag van de ongedaanmaking, met name het bedrag gemoeid met het opnieuw leveren en leggen van de tegels.

3.5

Tenslotte betwist Vloerenconcept gemotiveerd de verschuldigdheid van buitengerechtelijke kosten en de expertisekosten.

4 De beoordeling van de vordering

4.1

Het verst strekkende verweer is het beroep op verjaring.

Met [eiser] is de kantonrechter van oordeel dat vast staat hij wel tijdig heeft geklaagd. Immers terecht wijst [eiser] erop dat de gemachtigde van Vloerenconcept schrijft in haar mail van 18 augustus 2015 dat ongeveer een maand na leggen is geklaagd. [eiser] heeft onbetwist gesteld dat de tegels eind 2012 zijn geleverd en vervolgens ook eind 2012 zijn gelegd. Daaruit wordt geconcludeerd dat [eiser] binnen twee maanden heeft geklaagd.

4.2

Echter, de rechtsvordering wordt pas ingesteld bij dagvaarding van 31 juli 2017. De brief van 8 april 2015 kan als een stuitingshandeling worden gezien, doch die brief komt ook op een moment dat er reeds twee jaar zijn verschenen na het klagen eind 2012/begin 2013. In die brief sommeert [eiser] Vloerenconcept het gebrek te herstellen en stelt onomwonden dat het product niet voldoet aan de in redelijkheid te stellen eisen.

Dat (de gemachtigde van) Vloerenconcept nog (buiten rechte) een oplossing zoekt naar aanleiding van die ingebrekestelling, betekent niet dat er in rechte geen beroep meer mag worden gedaan op verjaring. In de brief van de gemachtigde wordt uitdrukkelijk ook een voorbehoud voor alle rechten en weren gemaakt.

4.3

Anders dan [eiser] stelt, hoeft een principaal verweer niet gelijk bij antwoord te worden gevoerd. Zolang er maar in ieder geval een principaal verweer bij antwoord is gevoerd, kunnen die principale verweren nog in een later stadium worden aangevuld. Een beroep op verjaring kan zelfs nog voor het eerst in appel worden gedaan. Wel dient de wederpartij nog in de gelegenheid gesteld te worden daarop te reageren. Die gelegenheid heeft [eiser] gehad.

4.4

De voorgaande leidt tot de conclusie dat terecht door Vloerenconcept een beroep op verjaring wordt gedaan.

De vorderingen van [eiser] zullen dan ook worden afgewezen en [eiser] zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure, gevallen aan de zijde van Vloerenconcept.

De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [eiser] in de proceskosten gevallen aan de zijde van Vloerenconcept en tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 800,00 aan salaris voor de gemachtigde;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. Kemp-Randewijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

513