Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:736

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-01-2018
Datum publicatie
05-02-2018
Zaaknummer
C/10/540955 / KG ZA 17-1349
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Huurwoning met brandgevaar wegens ernstige vervuiling woning. Huurder verblijft in gesloten inrichting. Machtiging aan verhuurder ex art. 3:299 lid 1 BW om

huurwoning te betreden ter opheffing brandgevaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
WR 2018/77
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/540955 / KG ZA 17-1349

Vonnis in kort geding van 12 januari 2018

in de zaak van

de stichting

STICHTING MAASDELTA GROEP (MDG),

gevestigd te Spijkenisse,

eiseres,

advocaat mr. R.W.F. Heijmeriks te Spijkenisse,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende op een gesloten afdeling van de [woonplaats], gedaagde,

advocaat mr. S.R. Kwee te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Maasdelta en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de door beide partijen overgelegde producties

  • -

    de mondelinge behandeling.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Maasdelta verhuurt sinds 2006 aan [gedaagde] zelfstandige woonruimte op het adres [adres] in [adres]. Deze woning maakt onderdeel uit van een complex met meerdere huurwoningen.

2.2.

[gedaagde] heeft psychische problemen en zij is sinds november 2017 opgenomen op een gesloten afdeling van de [woonplaats].

2.3.

Een medewerker van de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (een overheidsorganisatie die namens de 15 gemeenten in de regio taken uitvoert op het gebied van onder meer rampenbestrijding, crisisbeheersing, risicobeheersing en brandweerzorg) heeft in een brief van 31 oktober 2017, gericht aan onder meer de regisseur woonoverlast van de gemeente [woonplaats], het navolgende medegedeeld:

“Op 19 oktober 2017 heb ik de woning gelegen aan de [adres] op uw verzoek bezocht. Ik heb dit bezoek samen met [persoon 1] (Wijkagent [woonplaats] Zuid-West) en u afgelegd. Ik heb daarbij moeten vaststellen dat de gehele woning vol staat en hangt met verzamelde spullen. Geconstateerde stapelhoogte gemiddeld 1 meter over de gehele oppervlakte van de woning.

De hoeveelheid opslag en de geschatte vuurlast zijn van invloed op een veilige inzet van de brandweer bij een calamiteit. De brandweer zal hinder ondervinden van de opgeslagen goederen. Tevens bemoeilijkt dit een eventuele redding van de bewoner bij brand. Door de hoge vuurlast is uitbreiding van brand naar

belendende percelen vermoedelijk niet te voorkomen.

Op dit moment voldoet de woning niet om hier veilig in te kunnen wonen.

Ik verzoek u de in de bijlage berekende vuurlastberekening tot u te nemen en het hieronder genoemd advies over te nemen.

Mijn dringende advies in deze is:

De bewoonster aan te schrijven en te sommeren de vuurlast terug te brengen tot een normale waarde zoals omschreven is in NEN 6090: 2006 (bepaling van de vuurbelasting): 950 Mj/m2. Dit kan door middel van het verwijderen van overtollige materialen, kleding, prullaria, verpakkingsmateriaal en kunststoffen.

Hierbij moet rekening worden gehouden dat kamers vrij bereikbaar en vluchtroutes niet geblokkeerd mogen zijn.

Belangrijke punten:

• Kamers en meterkast moeten goed bereikbaar zijn. Vloeren rondom de kasten en meubels/bed vrij van goederen/verzamelde materialen.

• Gang naar voordeur vrij van goederen/verzamelde materialen.

• Aanrecht/gasfornuis vrijmaken i.v.m. brandgevaar bij koken.

Tijdens het bezoek is eveneens vastgesteld dat er sprake is van onveilig gebruik van de elektriciteit in de woning zoals onveilig gebruik verlengsnoeren.”

3 Het geschil

3.1.

Maasdelta vordert

Primair:

dat de voorzieningenrechter bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad Maasdelta ex artikel 3:299 BW, jo. artikel 558 Rechtsvordering, machtigt tot binnentreding van de woning van [gedaagde] aan de [adres] te [adres], alsmede door Maasdelta aan te wijzen derden te machtigen tot binnentreden van de woning aan de [adres] te [adres]

, teneinde zodanige maatregelen te treffen dat aan de brandgevaarlijke situatie in de woning een einde wordt gemaakt, welke werkzaamheden onder andere bestaan uit het verwijderen van alle, niet tot de normale inboedel van de woning behorende zaken uit de woning, althans Maasdelta te machtigen zodanige maatregelen te treffen dat aan de brandgevaarlijke situatie in de woning aan de [adres] te [adres] een einde wordt gemaakt, inbegrepen het verwijderen van alle goederen, niet

behorend tot de normale woninginventaris uit de betreffende woning, althans een zodanige voorlopige voorziening als de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren;

Subsidiair:

[gedaagde] te veroordelen de woning aan de [adres] te [adres] binnen één week na betekening van het in deze te wijzen vonnis te ontruimen en ontruimd te houden, alsmede Maasdelta ex artikel 3:299 BW, jo. artikel 558 Rechtsvordering, te machtigen tot binnentreding van de woning van [gedaagde] aan de [adres] te [adres], alsmede door Maasdelta aan te

wijzen derden te machtigen tot binnentreden van de woning aan de [adres] te [adres], teneinde zodanige maatregelen te treffen dat aan de brandgevaarlijke situatie in de woning een einde wordt gemaakt, welke werkzaamheden onder andere bestaan uit het verwijderen van alle, niet tot de normale inboedel van de woning behorende zaken uit de woning, althans Maasdelta te machtigen zodanige maatregelen te treffen dat aan de brandgevaarlijke situatie in de woning aan de [adres]

te [adres] een einde wordt gemaakt, inbegrepen het verwijderen van alle goederen, niet behorend tot de normale woninginventaris uit de betreffende woning, althans een zodanige voorlopige voorziening als de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren, welke ontruiming dient te worden bevolen voor de duur van de werkzaamheden zoals hierboven omschreven, door Maasdelta te verrichten, althans een zodanige voorlopige voorziening als de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren;

met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

Maasdelta stelt daartoe het volgende.

3.2.

De woning van [gedaagde] is zeer vervuild, staat overvol met spullen en er is aanmerkelijk brandgevaar. Dit levert een gevaarlijke situatie en overlast op, (ook) voor de andere huurders in het complex. Maasdelta verlangt gemachtigd te worden om de woning van [gedaagde] binnen te treden, zodat de voor de bewoning niet noodzakelijke goederen, waaronder huisvuil, papier en dergelijke, kunnen worden verwijderd. Van belang is voorts dat er thans geen enkel toezicht in de woning plaatsvindt. Als [gedaagde] wordt aangesproken op de situatie dan uit zij bedreigingen. Maasdelta heeft nog niet besloten of zij een procedure tot ontbinding van de huurovereenkomst zal opstarten.

3.3.

[gedaagde] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang volgt uit de (onderbouwde) stellingen van Maasdelta en uit de navolgende overwegingen.

4.2.

Indien gedurende de huurtijd dringende werkzaamheden aan het gehuurde moeten worden uitgevoerd, moet de huurder daartoe gelegenheid geven (artikel 7:220 lid 1 BW). Dringende werkzaamheden zijn niet alleen reparaties, maar alle werkzaamheden die niet zonder nadeel kunnen worden uitgesteld. Voorts is een huurder verplicht zich ten aanzien van het gebruik van het gehuurde zaak als een goed huurder te gedragen (artikel 7:213 BW).

4.3.

De onder “De feiten” aangehaalde brief van de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond en de door Maasdelta overgelegde foto’s (voor zover voldoende duidelijk) maken aannemelijk dat sprake is van een brandgevaarlijke situatie in de woning, dat de woning zeer vervuild is en ook is volgestouwd met allerlei goederen, waaronder, naar het zich laat aanzien, veel (papieren) rommel. Het getuigt niet van goed huurderschap om een brandgevaarlijke situatie te creëren en in stand houden in een huurwoning. Evenmin getuigt het van goed huurderschap om een woning aanmerkelijk te laten vervuilen. Dit levert veiligheidsrisico’s en/of overlast op, (ook) voor de omwonenden. Het is daarom eveneens aannemelijk dat de gevorderde werkzaamheden nodig zijn.

4.4.

Wanneer iemand (in dit geval: [gedaagde]) niet verricht waartoe hij/zij is gehouden, kan de rechter hem/haar jegens wie de verplichting bestaat, op diens/ haar vordering machtigen om zelf datgene te bewerken waartoe nakoming zou hebben geleid (art. 3:299 lid 1 BW). De machtiging kan op basis van deze bepaling verleend worden.

4.5.

Ter zitting is de wens van [gedaagde] besproken Maasdelta de door haar gevorderde werkzaamheden slechts te laten verrichten in aanwezigheid van maatschappelijk werk (en bij voorkeur ook haarzelf). Maatschappelijk werk zou dan kunnen controleren of in voldoende mate rekening wordt gehouden met de belangen van [gedaagde] en dat er (dus) niet te veel wordt weggegooid. Wat de ene persoon rommel vindt, kan voor de andere persoon immers een waardevol object zijn. Maasdelta heeft hiertegen het bezwaar ingebracht dat maatschappelijk werk soms stroperig functioneert zodat de uit te voeren werkzaamheden op de lange baan geschoven dreigen te worden.

4.6.

De voorzieningenrechter zal, zoals ter zitting al besproken, de vordering toewijzen in de vorm van een tweetrapsraket. Een aantal werkzaamheden kan geen uitstel dulden, zoals opheffing van het aanmerkelijke brandgevaar. Deze werkzaamheden dienen zo spoedig mogelijk uitgevoerd te worden, zodat niet gewacht hoeft te worden op de beschikbaarheid/ aanwezigheid van maatschappelijk werk en/of [gedaagde]. Nergens blijkt uit dat maatschappelijk werk op korte termijn beschikbaar is. Het is thans ook niet bekend wanneer [gedaagde] de gesloten afdeling zal mogen verlaten. Bovendien is (ook) dan nog niet gezegd dat het medisch verantwoord is dat [gedaagde] de gevorderde werkzaamheden zou kunnen bijwonen.

4.7.

Voor de overige, minder dringende werkzaamheden zal bepaald worden dat (in ieder geval) aan maatschappelijk werk de mogelijkheid moet worden geboden om al dan niet met [gedaagde] aanwezig te zijn.

4.8.

Voorts komt het geraden voor om te waarborgen dat de administratie van [gedaagde] behouden blijft. Maasdelta heeft ter zitting weliswaar verklaard dat zij hiermee zorgvuldig zal omgaan, maar dit komt naar voorlopig oordeel onvoldoende tot uitdrukking in de bewoordingen van haar petitum. Daarom zal hieromtrent expliciet een voorziening worden getroffen.

4.9.

Maasdelta heeft ter zitting verklaard dat zij het werk zelf zal uitvoeren, zodat de zorgvuldige uitvoering van het werk (meer) gewaarborgd is. Gevorderd wordt echter dat ook derden de woning mogen binnentreden. De voorzieningenrechter houdt rekening met de mogelijkheid dat de hulp van professionele derden moet worden ingeroepen, maar het wordt wenselijk geacht dat Maasdelta daarbij zelf ook aanwezig zal zijn teneinde een oogje in het zeil te houden. Beslist zal dus worden dat deze derden slechts gezamenlijk met Maasdelta de woning mogen betreden.

4.10.

[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van Maasdelta. Deze kosten worden begroot op € 1.250,31, zijnde € 527,- aan salaris advocaat (tarief eenvoudig kort geding volgens de Liquidatietarieven), € 626,- aan griffierecht en € 97,31 aan explootkosten dagvaarding.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

machtigt Maasdelta tot binnentreding van de woning van [gedaagde] aan de [adres] te [adres], alsdan desgewenst bijgestaan door derden die door Maasdelta zijn aangewezen, teneinde de navolgende maatregelen te treffen:

• Kamers en meterkast goed bereikbaar maken. Vloeren rondom de kasten en meubels/bed vrij maken van goederen/verzamelde materialen

• Gang naar voordeur vrij maken van goederen/verzamelde materialen

• Aanrecht/gasfornuis vrijmaken in verband met brandgevaar bij koken

• opheffen gevaarlijke situatie in verband met onveilig gebruik van de elektriciteit in de woning zoals onveilig gebruik verlengsnoeren;

5.2.

machtigt Maasdelta tot binnentreding van de woning van [gedaagde] aan de [adres] te [adres], alsdan desgewenst bijgestaan door derden die door Maasdelta zijn aangewezen, teneinde:

zodanige maatregelen te treffen dat ook voor het overige aan de brandgevaarlijke situatie in de woning een einde wordt gemaakt, door het verwijderen van alle goederen, niet behorend tot de normale woninginventaris uit de betreffende woning,

dit op voorwaarde dat aan maatschappelijk werk en [gedaagde] de gelegenheid is geboden om bij het treffen van deze maatregelen aanwezig te zijn (ter behartiging van de belangen van [gedaagde]) en dat een termijn van ten minste zeven dagen is gelegen tussen het bieden van deze mogelijkheid en de dag van aanvang van de werkzaamheden;

5.3.

bepaalt dat in ieder geval niet verwijderd mag worden de administratie van [gedaagde], bestaande in ieder geval uit het navolgende:

- juridische bescheiden

- bankafschriften en andere bescheiden van de bank

- bescheiden die betrekking hebben op de WSNP van [gedaagde]

- verzekeringsbescheiden

- bescheiden betreffende de uitkering van [gedaagde]

- medische bescheiden;

5.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van Maasdelta, tot op heden begroot op

€ 1.250,31;

5.5.

verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2018.

2517/2009 1

1 2517/2009