Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:7304

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-07-2018
Datum publicatie
04-09-2018
Zaaknummer
C/10/505815 / HA ZA 16-697
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincidenten. Internationale bevoegdheid. Turkse gedaagden (vennootschappen). Forumkeuze (voor de Nederlandse rechter). Art. 25 Brussel Ibis-Vo. Toepasselijk recht op overeenkomst. Contractsoverneming. Rome I-Vo. Beroep op onbevoegde vertegenwoordiging van Turkse gedaagden. Artikelen 10:117 en 119 BW. Artikelen 3, 11 en 12 Haags Vertegenwoordigingsverdrag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/505815 / HA ZA 16-697

Vonnis van 25 juli 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LOCAL INSERT B.V.,

gevestigd te Dordrecht,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in de bevoegdheidsincidenten,

verweerster in de art. 843a-b Rv-incidenten,

advocaat mr. R. Faasen te Rotterdam,

tegen

1. de vennootschap naar buitenlands recht

SAMANYOLU YAYINCILIK HIZMETLERI A.S.,

gevestigd te Istanbul, Turkije,

gedaagde,

niet verschenen,

2. de vennootschap naar buitenlands recht

NTV BATI MEDYA HIZMETLERI A.S.,

gevestigd te Istanbul, Turkije,

gedaagde,

advocaat mr. T.C. Wiersma te Amsterdam,

3. de vennootschap naar buitenlands recht

CINER MEDYA A.S.,

gevestigd te Istanbul, Turkije,

gedaagde,

eiseres in het bevoegdheidsincident,

eiseres in het art. 843a-b Rv-incident,

advocaat (thans) mr. H.G.R. Meulmeester te Amsterdam,

4. de vennootschap naar buitenlands recht

KRALPOP AVRUPA RADYO VE TELEVIZYON YAYINCILIGI A.S.,

gevestigd te Istanbul, Turkije,

gedaagde,

advocaat mr. T.C. Wiersma te Amsterdam,

5. de vennootschap naar buitenlands recht

DOGUS MEDIA GROUP GMBH,

gevestigd te Berlijn, Duitsland,

gedaagde,

advocaat mr. T.C. Wiersma te Amsterdam,

6. de vennootschap naar buitenlands recht

TURKUVAZ TELEVIZYON VE RADYO ISLETMECILIGI A.S.,

gevestigd te Istanbul, Turkije,

gedaagde,

eiseres in het bevoegdheidsincident,

eiseres in het art. 843a-b Rv-incident,

advocaat mr. P.W. Tubbergen te Rotterdam,

7. de vennootschap naar buitenlands recht

PLANET TV A.S.,

gevestigd te Istanbul, Turkije,

gedaagde,

niet verschenen,

8. de vennootschap naar buitenlands recht

IHLAS MEDIA UND TRADE CENTER GMBH,

gevestigd te Mörfleden-Walldorf, Duitsland,

gedaagde,

niet verschenen,

Eiseres in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten, wordt hierna Local Insert genoemd. Gedaagden in de hoofdzaak worden hierna gezamenlijk Samanyolu c.s. genoemd. Waar nodig worden zij afzonderlijk aangeduid als Samanyolu, NTV, Ciner Medya, Kralpop, Dogus, Turkuvaz, Planet respectievelijk Ihlas.

NTV, Kralpop en Dogus, die gezamenlijk verweer voeren, worden gezamenlijk ook NTV c.s. genoemd.

1 De procedures

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

jegens Samanyolu c.s.

  • -

    de dagvaarding van 19 februari 2016;

  • -

    de akte houdende overlegging producties van Local Insert, met producties 1-43;

  • -

    de akte houdende vermeerdering van eis van Local Insert, met productie 44;

en voorts jegens Samanyolu en Planet (gedaagden 1 en 7)

- de verstekverlening tegen Samanyolu en Planet op de rol van 1 februari 2017;

en voorts jegens NTV, Kralpop en Dogus (gedaagden 2, 4 en 5)

- de conclusie van antwoord van NTV c.s., met één productie;

en voorts jegens Ciner Medya (gedaagde 3)

  • -

    de op de rol van 26 april 2017 door Ciner Medya genomen incidentele conclusie;

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord van Local Insert;

  • -

    de conclusie van repliek in incidenten van Ciner Medya;

  • -

    de incidentele conclusie van dupliek van Local Insert, met producties 1-4;

  • -

    de akte overlegging producties van Ciner Medya, met producties 1-3;

  • -

    de pleidooizitting van 25 januari 2018;

  • -

    de pleitaantekeningen van de advocaat van Ciner Medya;

  • -

    de pleitaantekeningen van de advocaat van Local Insert;

en voorts jegens Turkuvaz (gedaagde 6)

  • -

    de op de rol van 29 maart 2017 door Turkuvaz genomen incidentele conclusie houdende beroep op de exceptie van onbevoegdheid;

  • -

    de conclusie van antwoord in incident van Local Insert;

  • -

    de conclusie van repliek in het onbevoegdheidsincident, tevens houdende een vordering ex art. 843b Rv van Turkuvaz, met producties 1-2;

  • -

    de incidentele conclusie van dupliek van Local Insert, met producties 1-4;

  • -

    de akte van depot van Turkuvaz van 29 juni 2017 alsmede de daaraan ten grondslag liggende brief van de advocaat van Turkuvaz;

  • -

    de pleidooizitting van 25 januari 2018;

  • -

    de pleitaantekeningen van de advocaat van Turkuvaz;

  • -

    de pleitaantekeningen van de advocaat van Local Insert;

en voorts jegens Ihlas (gedaagde 8)

- de verstekverlening tegen Ihlas op de rol van 13 juli 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in de incidenten.

2 De vordering in de hoofdzaak

2.1.

Na eisvermeerdering vordert Local Insert - samengevat - dat de rechtbank, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

voor recht verklaart dat:

  1. Samanyolu c.s. de samenwerking en de MOU’s niet rechtsgeldig hebben beëindigd;

  2. Samanyolu c.s. in strijd hebben gehandeld met de redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 BW);

  3. Samanyolu c.s. in verzuim zijn de overeenkomsten neergelegd in de MOU’s na te komen;

  4. Samanyolu c.s. hoofdelijk aansprakelijk zijn althans ieder van hen individueel aansprakelijk is voor deze schade; en/of

  5. Samanyolu c.s. aansprakelijk zijn voor de schade die Local Insert heeft geleden, lijdt en nog zal lijden;

en Samanyolu c.s. hoofdelijk, althans ieder voor het haar toekomende deel, veroordeelt om aan Local Insert binnen 48 uur na betekening van het vonnis te vergoeden:

AUS$ 50.921,20, althans schadevergoeding op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 22 mei 2013, voor de kosten die Local Insert heeft gemaakt in verband met de aanpak van piraterij;

€ 434.330,17 te verminderen met een bedrag van AUS$ 50.921,20 (althans de tegenwaarde daarvan in euro’s) althans schadevergoeding op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 22 mei 2013, voor de operationele en stichtingskosten die Local Insert heeft moeten maken in verband met het opzetten van activiteiten in Australië; [dit onderdeel (e) is toegevoegd bij akte houdende vermeerdering van eis van 13 juli 2016, rb.]

AUS$ 49.564,92 (althans de tegenwaarde daarvan in euro’s) althans schadevergoeding op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 22 mei 2013, voor de kosten die Local Insert heeft moeten maken in verband met het weer liquideren van de activiteiten in Australië;

AUS$ 8.955.000,--, althans schadevergoeding op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 15 september 2015 althans de datum van het in dezen te wijzen vonnis, voor de schade die Local Insert heeft geleden en lijdt vanwege het derven van inkomsten in Australië;

met hoofdelijke veroordeling althans veroordeling van Samanyolu c.s. in de proceskosten.

2.2.

Hieraan legt Local Insert - voor zover relevant - de volgende stellingen ten grondslag:

- Local Insert is tezamen met haar zustervennootschap Marketing Bureau voor Programma Aanbieders B.V. (hierna: MBPA) actief op het gebied van de distributie van buitenlandse televisiekanalen aan uitzendorganisaties, zoals kabelbedrijven en satellietexploitanten; in dat verband wordt door Local Insert ten behoeve van verscheidene buitenlandse TV-kanalen bemiddeld en onderhandeld met zulke uitzendorganisaties;

- Sinds 2004 werken Local Insert en MBPA ook samen met de Turkse vennootschap Diva Media Hizmetleri Ticaret ve Sanayi Ltd. Sti (hierna: Diva Media), die verscheidene Turkse TV-kanalen vertegenwoordigt, zoals Samanyolu c.s.;

- Op enig moment heeft Diva Media als vertegenwoordigster van Samanyolu c.s. Local Insert gevraagd de Australische uitzendmarkt te gaan verkennen en daarbij te beginnen met het aanpakken van de piraterij op die markt; overleg tussen Diva Media en Local Insert in 2012 heeft erin geresulteerd dat Local Insert dit in Australië zou regelen/opzetten; verder was het voor beiden duidelijk dat het noodzakelijk was om een entiteit in Australië op te richten om lokaal zaken te kunnen doen;

- Nadat onderhandelingen waren gevoerd over de voorwaarden waaronder Local Insert activiteiten op de Australische markt zou gaan uitvoeren ten behoeve van Samanyolu c.s. gezamenlijk, heeft Local Insert met ieder van Samanyolu c.s. een Memorandum of Understanding (MOU) gesloten; eerst zijn de concepten van deze MOU’s door Diva Media beoordeeld en met Local Insert besproken, vervolgens zijn deze MOU’s na het akkoord van Diva Media door Samanyolu c.s. getekend;

- In overleg met Diva Media en Samanyolu c.s. heeft Local Insert ter uitvoering van haar afspraken met Samanyolu c.s. investeringen in Australië gedaan, waaronder het oprichten van een lokale vennootschap, MBPA Pty Ltd., het aannemen van personeel en het starten van procedures om piraterij aan te pakken;

- In lijn met deze met Samanyolu c.s. gemaakte afspraken heeft Local Insert aan haar Australische advocaat gevraagd om zogenaamde ‘long form agreements’ op te stellen die MBPA Pty Ltd. zou gaan sluiten met Samanyolu c.s.;

- In strijd met de MOU’s hebben Samanyolu c.s. deze plotsklaps eenzijdig beëindigd; door deze toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de MOU’s zijn zij van rechtswege in verzuim gekomen;

- Local Insert heeft hierdoor schade geleden waarvoor Samanyolu c.s. aansprakelijk zijn, namelijk (i) kosten om de piraterij op de Australische markt aan te pakken, (ii) kosten in verband met lokale bedrijfsactiviteiten (stichtingskosten, reiskosten, verblijfskosten, personeel, huur etc.) en kosten in verband met liquidatie van activiteiten in Australië en (iii) gederfde inkomsten;

- De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht, zoals volgt uit de forumkeuzebepaling in ieder van de MOU’s, en deze rechtbank is relatief bevoegd;

- Ten aanzien van het toepasselijke recht is in de MOU’s bepaald:

“The MOU will be governed by laws of the Netherlands, without giving effects to conflicts of law.”

3 Het geschil in het door Ciner Medya ingestelde bevoegdheidsincident

3.1.

Ciner Medya vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart kennis te nemen van deze procedure, met veroordeling van Local Insert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis in de proceskosten en de nakosten.

3.2.

Ciner Medya legt hieraan het volgende ten grondslag:

  • -

    Ingevolge het forumkeuzebeding in de MOU’s waarop Local Insert zich beroept is niet langer de Nederlandse rechter maar de rechter in Sydney exclusief bevoegd omdat inmiddels is voldaan aan de voorwaarde “LI assigns its rights and obligations under this MOU to an Australian affiliate”;

  • -

    De bevoegdheid van de Nederlandse rechter kan ook niet worden aangenomen op een andere grond; zo is er geen sprake van een ‘schadeveroorzakend feit’ dat zich in Nederland heeft voorgedaan in de zin van artikel 6 sub e Rv noch van de door artikel 7 lid 1 Rv vereiste samenhang tussen enerzijds het van Ciner Medya gevorderde en anderzijds het van (een of meer van) de andere gedaagden gevorderde.

Bij conclusie van repliek in het incident heeft Ciner Medya nog betwist dat de MOU namens haar bevoegdelijk is ondertekend.

3.3.

Local Insert concludeert tot afwijzing van deze incidentele vordering, met veroordeling van Ciner Medya bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis in de proceskosten en de nakosten binnen veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Hiertoe betwist Local Insert bovengenoemde stellingen van Ciner Medya en voert zij aan dat Samanyolu c.s. onrechtmatig hebben gehandeld, dat de Nederlandse rechter dus (ook) rechtsmacht heeft op grond van artikel 6 sub e Rv, en dat in deze zaak met meerdere gedaagden de Nederlandse rechter ook rechtsmacht heeft op grond van artikel 7 lid 1 Rv en deze rechtbank relatief bevoegd is op grond van artikel 107 Rv.

Local Insert betwist bij incidentele conclusie van dupliek dat Ciner Medya onbevoegd is vertegenwoordigd bij het aangaan van de MOU met Local Insert.

4 Het geschil in het door Turkuvaz ingestelde bevoegdheidsincident

4.1.

Turkuvaz vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart kennis te nemen van de door Local Insert ingestelde vordering, met veroordeling van Local Insert in de proceskosten bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis.

4.2.

Hieraan legt Turkuvaz - samengevat - de volgende stellingen ten grondslag:

  • -

    Wegens onbevoegde vertegenwoordiging van Turkuvaz heeft zij nooit een MOU gesloten met Local Insert;

  • -

    Aan de in het forumkeuzebeding in de MOU’s waarop Local Insert zich beroept vermelde voorwaarde “LI assigns its rights and obligations under this MOU to an Australian affiliate” is voorafgaande aan deze zaak voldaan, zodat de hierin genoemde rechter in Sydney, Australië, exclusief bevoegd is en niet de Nederlandse rechter.

4.3.

Local Insert concludeert tot afwijzing van deze incidentele vordering, met veroordeling van Turkuvaz bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis in de proceskosten en de nakosten binnen veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente.

4.4.

Hiertoe betwist Local Insert bovengenoemde stellingen van Turkuvaz en voert zij aan dat Samanyolu c.s. onrechtmatig hebben gehandeld, dat de Nederlandse rechter dus (ook) rechtsmacht heeft op grond van artikel 6 sub e Rv, en dat in deze zaak met meerdere gedaagden de Nederlandse rechter ook rechtsmacht heeft op grond van artikel 7 lid 1 Rv en deze rechtbank relatief bevoegd is op grond van artikel 107 Rv.

5 De beoordeling in de hoofdzaak en in de bevoegdheidsincidenten

in de hoofdzaak

5.1.

Bij akte houdende vermeerdering van eis heeft Local Insert haar vordering vermeerderd. Zij heeft aan haar vorderingen toegevoegd hetgeen onder 2.1 onder (e) hierboven is weergegeven.

Ingevolge artikel 130 lid 3 Rv is een verandering of vermeerdering van eis uitgesloten tegen een partij die niet in het geding is verschenen. Dit betekent dat jegens Samanyolu, Planet en Ihlas, die niet in de procedure zijn verschenen, bij de beoordeling moet worden uitgegaan van de onder 2.1 weergegeven vordering zonder onderdeel (e). De andere partijen hebben geen bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging, en jegens hen geldt - nu de rechtbank ambtshalve geen bezwaar daartegen ziet - de gewijzigde vordering als weergegeven onder 2.1 inclusief onderdeel (e).

in de bevoegdheidsincidenten

Inleiding

5.2.

Omdat sprake is van een burgerlijke of handelszaak in de zin van artikel 1 Brussel Ibis-Vo en Local Insert haar vorderingen heeft ingesteld na 10 januari 2015 zoals vereist in artikel 66 Brussel Ibis-Vo, is deze verordening materieel en temporeel toepasselijk (Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking)).

De meeste rechtsmacht- en internationale bevoegdheidsregels van de Brussel Ibis-Vo gelden echter alleen voor gedaagden met woonplaats op het grondgebied van een Brussel Ibis-lidstaat. Ciner Medya en Turkuvaz hebben woonplaats in Turkije. Rechtsmacht van de Nederlandse rechter of internationale bevoegdheid van deze rechtbank kan dus jegens Ciner Medya en Turkuvaz slechts uit de verordening voortvloeien indien de toegepaste rechtsregels ook gelden voor partijen die niet in een Brussel Ibis-Vo-lidstaat woonplaats hebben. Slechts in zoverre is immers de Brussel Ibis-Vo formeel, geografisch, toepasselijk.

5.3.

Een dergelijke regel wordt gegeven in het door Local Insert ingeroepen artikel 25 Brussel Ibis-Vo, dat voor zover relevant luidt als volgt:

“1. Indien de partijen, ongeacht hun woonplaats, een gerecht of de gerechten van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, is dit gerecht of zijn de gerechten van die lidstaat bevoegd, tenzij de overeenkomst krachtens het recht van die lidstaat nietig is wat haar materiële geldigheid betreft. Deze bevoegdheid is exclusief, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. De overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt gesloten:

a. a) hetzij bij een schriftelijke overeenkomst of bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst;

(...)

5. Een beding tot aanwijzing van een bevoegd gerecht dat deel uitmaakt van een overeenkomst, wordt aangemerkt als een beding dat los staat van de overige bepalingen van de overeenkomst.

De geldigheid van het beding tot aanwijzing van een bevoegd gerecht kan niet worden bestreden op grond van het enkele feit dat de overeenkomst niet geldig is.”

5.4.

De forumkeuzeovereenkomst waarop Local Insert zich jegens Ciner Medya respectievelijk Turkuvaz beroept, is neergelegd in de MOU’s die zij - naar zij stelt - met Ciner Medya respectievelijk Turkuvaz maar ook met de verdere gedaagden heeft gesloten. Het betreffende beding luidt in iedere MOU als volgt:

“The Parties irrevocably consent to the jurisdiction and venue of The Netherlands until such time as LI assigns its rights and obligations under this MOU to an Australian Affiliate, at which time the parties irrevocably consent to jurisdiction and venue of the state and federal courts located in Sydney, Australia.”

5.5.

Gesteld noch gebleken is dat de forumkeuzeovereenkomst waarop Local Insert zich beroept nietig althans materieel ongeldig is als bedoeld in de aanhef van lid 1 van artikel 25 Brussel Ibis-Vo. De forumkeuzeovereenkomsten voldoen aan het in artikel 25 lid 1 onder (a) Brussel Ibis-Vo genoemde (vorm)vereiste.

Dat de MOU’s met inbegrip van de daarin neergelegde forumkeuzeovereenkomsten namens Ciner Medya en Turkuvaz zijn ondertekend en aan Local Insert zijn geretourneerd, is niet in geschil.

Wel in geschil is of de MOU’s en in het bijzonder de daarin neergelegde forumkeuzeovereenkomsten door [persoon 1] namens Turkuvaz en door [persoon 2] en [persoon 3] namens Ciner Medya bevoegdelijk zijn aangegaan.

5.6.

Indien de forumkeuzeovereenkomst niet bevoegdelijk is aangegaan namens namens Ciner Medya respectievelijk Turkuvaz, en deze ook niet door daartoe bevoegden naar het daarop toepasselijke recht is bekrachtigd, kan de Nederlandse rechter niet conform artikel 25 Brussel Ibis-Vo rechtsmacht ontlenen aan de forumkeuze.

Het door Local Insert ingeroepen leerstuk van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan niet leiden tot het oordeel dat een geldige forumkeuze is gedaan, nu vaste rechtspraak is dat voor een geldige forumkeuze ‘daadwerkelijke wilsovereenstemming’ is vereist.

In het geval geen Ciner Medya dan wel Turkuvaz bindende forumkeuze is gemaakt, moet de rechtbank beoordelen of er andere gronden bestaan voor rechtsmacht van de Nederlandse rechter. Zodanige gronden kunnen in ieder geval niet worden gevonden in de artikelen 2, 7 of 8 Brussel Ibis-Vo aangezien deze regels niet gelden voor Ciner Medya en Turkuvaz, die geen woonplaats hebben in een lidstaat.

De Nederlandse rechter kan in het hier bedoelde geval echter wel rechtsmacht ontlenen aan artikel 7 Rv. Artikel 7 Rv bepaalt dat een wanneer de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft ten aanzien van een van de gedaagden, hem ook rechtsmacht toekomt ten aanzien van de medegedaagden, mits tussen de vorderingen tegen de verschillende gedaagden een zodanige samenhang bestaat, dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen.

Aan deze voorwaarden is in dit geval voldaan.

Jegens NTV c.s., die in de procedure zijn verschenen zonder rechtsmacht of bevoegdheid te betwisten, is de rechtbank internationaal bevoegd op grond van artikel 26 Brussel Ibis-Vo.

Tussen de vorderingen tegen de verschillende gedaagden bestaat zodanige samenhang dat gezamenlijke behandeling daarvan de rechtbank doelmatig voorkomt. Local Insert stelt in de dagvaarding dat zij tussen Samanyolu c.s. (al dan niet vertegenwoordigd door Diva Media) en Australische uitzendorganisaties zou bemiddelen om hun televisiekanalen op de Australische markt te distribueren en voor hen de illegale piraterij op die markt zou bestrijden. De stukken ondersteunen op het eerste gezicht dat Local Insert zich hiermee heeft beziggehouden en dat de met de verschillende gedaagden gesloten MOU’s en nog te sluiten long form agreements met elkaar samenhingen. Voor uitgebreid onderzoek naar de juistheid van de achterliggende stellingen is in dit incident geen plaats.

Hoewel de vorderingen tegen de onderscheiden gedaagden afzonderlijk dienen te worden beoordeeld, en de feiten in de verschillende zaken verschillend kunnen zijn, hangen de onderscheiden vorderingen zodanig met elkaar samen dat het nuttig en proceseconomisch is om de zaken tegelijkertijd voor één forum te behandelen. Uit artikel 7 Rv volgt daarom dat de Nederlandse rechter - in dit scenario dat een bindende forumkeuze ontbreekt - ook rechtsmacht heeft ten aanzien van Ciner Medya en Turkuvaz, en dat deze rechtbank relatief bevoegd is op grond van 107 Rv.

Jegens Samanyolu en Planet, die niet in een Brussel Ibis-Vo-lidstaat wonen en niet zijn verschenen, en jegens Ihlas, die in Duitsland woonplaats heeft en evenmin is verschenen, ontleent de rechtbank overigens relatieve bevoegdheid aan artikel 25 Brussel Ibis-Vo, vanwege de jegens hen gestelde en onbetwist gebleven forumkeuze.

5.7.

Indien de forumkeuzeovereenkomst wel bevoegdelijk is aangegaan namens Ciner Medya respectievelijk Turkuvaz, of deze door daartoe bevoegden naar het daarop toepasselijke recht is bekrachtigd, is aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toebedeeld en komt aan deze rechtbank relatieve bevoegdheid toe op grond van artikel 108 Rv.

5.8.

Voor dit laatste geval betogen Ciner Medya en Turkuvaz echter dat de in het forumkeuzebeding neergelegde voorwaarde is vervuld, dat Local Insert haar rechten en verplichtingen onder MOU aan een Australische “Affiliate” heeft overgedragen (“assigned”), met als gevolg dat het forumkeuzebeding is gaan strekken tot exclusieve bevoegdheid van de gerechten van Sydney in Australië.

Indien de ingeroepen “assignment” heeft plaatsgevonden, verwijst het forumkeuzebeding naar de gerechten van Sydney in Australië. Partijen zijn het daarover in beginsel eens en de rechtbank zal hen hierin volgen. In dat geval moet de rechtbank zich op grond van artikel 8 Rv onbevoegd verklaren. Artikel 25 Brussel Ibis-Vo ziet niet op toedeling van rechtsmacht aan gerechten van een niet-lidstaat.

Indien echter niet komt vast te staan dat de “assignment” heeft plaatsgehad, is de rechtbank bevoegd op grond van de oorspronkelijke forumkeuze.

5.9.

Om redenen van proceseconomie zal de rechtbank eerst beoordelen of “assignment” heeft plaatsgevonden, zoals Ciner Medya en Turkuvaz beide stellen maar Local Insert betwist.

De voorwaarde in het forumkeuzebeding

5.10.

De voorwaarde luidt dat Local Insert “assigns its rights and obligations under this MOU to an Australian Affiliate”.

Niet in geschil is dat met “Australian Affiliate” is bedoeld MBPA Pty Ltd., dat deze vennootschap door Local Insert is opgericht, dat Local Insert beoogde dat MBPA Pty Ltd. de televisiekanalen van Samanyolu c.s. zou distribueren en daartoe met Samanyolu c.s. met ‘Long Form Agreements’ zou sluiten.

De vraag is of “assignment” door Local Insert aan MBPA Pty Ltd. heeft plaatsgevonden voordat de onderhavige procedure aanhangig werd gemaakt.

5.11.

Partijen hebben verschillende standpunten ingenomen over de uitleg en kwalificatie van de term “assignment”.

Bij gebreke van op dit punt voor Nederland geldende internationale regelingen die een regelingautonome kwalificatie meebrengen, zal de rechtbank mede gelet op de in de MOU’s gedane rechtskeuze voor het Nederlandse recht de in de voorwaarde bedoelde rechtsfiguur naar Nederlands recht duiden. Nu de voorwaarde uitdrukkelijk ziet op zowel rechten als verplichtingen, kan niet worden aangenomen dat de term “assignment” in de voorwaarde op cessie betrekking heeft. Cessie heeft immers alleen overgang van rechten tot gevolg. Kennelijk is een overdracht van zowel rechten als verplichtingen van Local Insert onder de MOU’s beoogd, welke overdracht naar Nederlands recht moet worden gekwalificeerd als contractsoverneming.

Gelet op de nauwe band tussen Local Insert als overdragende partij en MBPA Pty Ltd. als overnemende partij, de uit de stukken bij herhaling blijkende wens van Local Insert om op haar rechtsverhoudingen Nederlands recht toe te passen en de in de MOU’s neergelegde rechtskeuze voor Nederlands recht zal de rechtbank de vraag of contractsoverneming heeft plaatsgevonden beoordelen naar Nederlands recht. De Rome I Vo noopt niet tot een ander oordeel (Verordening (EG) Nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst).

5.12.

De vereisten voor contractsoverneming naar Nederlands recht zijn neergelegd in artikel 6:159 BW:

“1. Een partij bij een overeenkomst kan haar rechtsverhouding tot de wederpartij met medewerking van deze laatste overdragen aan een derde bij een tussen haar en de derde opgemaakte akte.

2. Hierdoor gaan alle rechten en verplichtingen over op de derde, voor zover niet ten aanzien van bijkomstige of reeds opeisbaar geworden rechten of verplichtingen anders is bepaald.

3. (...)”.

Dat een akte tussen Local Insert en MBPA Pty Ltd. tot stand is gekomen als bedoeld in het eerste lid van artikel 6:159 BW, is niet gebleken. Het tegendeel lijkt te volgen uit de door Ciner Medya en Turkuvaz ingeroepen e-mail van 8 mei 2013 van de Australische advocaatvan MBPA Pty Ltd. en Local Insert:

“a. Local Insert BV / MBPA Pty Ltd

As you know, the MOUs were signed by Local Insert BV. To avoid complications in court, Local Insert BV will need to formally assign its rights and obligations under the MOUs to MBPA Pty Ltd, with effect from 15 March 2013 (the date of incorporation of MBPA Pty Ltd).

We can prepare a very simple assignment document for each MOU, as well as a cover letter which simply informs each channel operator that as MBPA Pty Ltd has now been incorporated, Local Insert BY has assigned its rights to MBPA Pty Ltd.”

Uit deze e-mail leidt de rechtbank af dat in ieder geval op 8 mei 2013 nog geen akte (“a very simple assignment document”) bestond strekkend tot overdracht door Local Insert van haar rechten en verplichtingen onder enige MOU.

Ook de “To Whom It May Concern” brief van 30 maart 2013 en de concept “Long Form Agreement” van 23 april 2013 leiden niet tot een ander oordeel, nu deze niet voldoen aan de door artikel 6:159 BW gestelde eis van een akte. Weliswaar wekken deze, door de Australische advocaten van Local Insert opgestelde, documenten de indruk dat er een rechtstreekse contractuele band tussen MBPA Pty Ltd. en Ciner Medya respectievelijk Turkuvaz bestaat, maar bij gebreke van concrete aanwijzingen dat een akte als bedoeld in artikel 6:159 BW is opgesteld houdt de rechtbank het er in het kader van dit incident op dat deze mededelingen aan derden en concept-overeenkomsten een vereenvoudigd of op toekomstige ontwikkelingen vooruitlopend beeld van een juridische situatie schetsen. Dat deze vennootschap is opgericht en haar onderneming is ingericht rechtvaardigt niet de conclusie dat de vereiste akte is opgemaakt. Dat MBPA Pty Ltd. handelingen heeft verricht, bijvoorbeeld ter bestrijding van piraterij, vormt op zichzelf geen bewijs van het bestaan van de akte en de contractsoverneming, terwijl MBPA Pty Ltd. deze handelingen ook in andere hoedanigheid dan als wederpartij van Ciner Medya en Turkuvaz kan hebben verricht, bijvoorbeeld als vertegenwoordiger of opdrachtnemer van Local Insert.

Nu niet is gebleken dat aan de vereisten van artikel 6:159 BW is voldaan, neemt de rechtbank als vaststaand aan dat geen sprake is geweest van “assignment” in de zin van het forumkeuzebeding in de MOU’s.

5.13.

Het bovenstaande betekent dat de rechtbank, als zou blijken dat de forumkeuzeovereenkomsten met Ciner Medya en Turkuvaz bevoegdelijk zijn aangegaan of zijn bekrachtigd, zich niet (alsnog) onbevoegd hoeft te verklaren.

Consequenties van dit oordeel voor de bevoegdheid

5.14.

Uit het bovenstaande volgt dat zich niet het geval voordoet dat aan de gerechten van Sydney exclusieve bevoegdheid toekomt.

Aldus resteren nog twee mogelijkheden. Ten eerste dat de rechtsmacht van de Nederlandse rechter en de bevoegdheid van deze rechtbank om kennis te nemen van de vorderingen tegen Ciner Medya en tegen Turkuvaz voortvloeien uit een forumkeuze als bedoeld in r.o. 5.7. Ten tweede dat deze rechtsmacht en bevoegdheid voorvloeien uit - samengevat - de pluraliteit van gedaagden als bedoeld in r.o. 5.6. Scenario’s waarin deze rechtbank tot onbevoegdheid moet concluderen doen zich niet langer voor.

Dit betekent dat beide vorderingen tot onbevoegdverklaring zullen worden afgewezen.

Het beroep op onbevoegde vertegenwoordiging

5.15.

Aan het beroep op onbevoegde vertegenwoordiging komt in het kader van de bevoegdheidsincidenten geen belang meer toe. Maar omdat ditzelfde onderwerp in de hoofdzaak opnieuw aan de orde kan komen, nu dit ook in het algemeen de verbindendheid van de onderscheiden MOU’s raakt, merkt de rechtbank daarover nog het volgende op.

5.16.

Aan inhoudelijke beoordeling van het beroep van Ciner Medya op onbevoegde vertegenwoordiging komt de rechtbank niet toe, reeds omdat Ciner Medya dit beroep pas bij conclusie van repliek in het incident heeft gedaan, nadat zij zich in haar incidentele conclusie (van eis in het incident) omstandig en zonder voorbehoud had beroepen op de MOU die zij kennelijk verbindend achtte. De eisen van een goede procesorde staan niet toe dat zij bij repliek in het incident plotseling een tegengesteld standpunt inneemt.

De rechtbank neemt dan ook als vaststaand aan dat Ciner Medya gebonden is aan de door haar met Local Insert gesloten forumkeuzeovereenkomst. Het staat Ciner Medya echter vrij om in de hoofdzaak opnieuw te betogen dat de MOU niet bevoegdelijk namens haar is gesloten.

5.17.

Voor Turkuvaz geldt het volgende.

Niet in geschil is dat de heer [persoon 1] de MOU namens Turkuvaz heeft ondertekend. Volgens Turkuvaz was [persoon 1] echter niet zelfstandig bevoegd Turkuvaz te vertegenwoordigen.

Local Insert betwist dit, en betoogt dat zij er in ieder geval gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [persoon 1] vertegenwoordigingsbevoegd was en dat Turkuvaz de MOU ook heeft bekrachtigd.

5.18.

Aangezien sprake is van een internationale zaak, moet eerst de vraag beantwoord worden welk recht deze vertegenwoordigingskwestie beheerst.

Van belang is dat er twee typen van vertegenwoordiging aan de orde kunnen zijn.

Ten eerste is er het geval dat een orgaan of functionaris van een rechtspersoon binnen de grenzen van zijn wettelijke of statutaire bevoegdheid namens die rechtspersoon rechtshandelingen verricht. Op die situatie is het incorporatierecht van toepassing, het recht dat ook de oprichting van de vennootschap beheerst. Dit volgt uit de artikelen 10:117 en 119 BW en artikel 3 Haags Vertegenwoordigingsverdrag (Verdrag betreffende het toepasselijke recht op vertegenwoordiging van 14 maart 1978).

Ten tweede is er de ‘gewone’ vertegenwoordiging, waarin iemand namens de rechtspersoon (rechts)handelingen verricht zonder wettelijke of statutaire bevoegdheden dan wel met overschrijding van die bevoegdheden. Dat geval wordt bestreken door het recht dat door het Haags Vertegenwoordigingsverdrag wordt aangewezen.

5.19.

Het incorporatierecht ten aanzien van Turkuvaz is het recht van Turkije. Indien [persoon 1] naar Turks recht als orgaan of functionaris van Turkuvaz binnen de grenzen van zijn bevoegdheid heeft gehandeld, is Turkuvaz aan de MOU gebonden. Het Haags Vertegenwoordigingsverdrag speelt daarbij dan geen rol.

Indien [persoon 1] geen orgaan of functionaris is of zijn wettelijke of statutaire bevoegdheid als orgaan of functionaris heeft overschreden, dan moeten de gevolgen van zijn ondertekening van de MOU in de rechtsverhouding tussen Local Insert en Turkuvaz worden beoordeeld naar het door het verdrag aangewezen recht. Artikel 11 (en mogelijk ook artikel 12) Haags Vertegenwoordigingsverdrag verwijst echter ook dan naar het recht van Turkije.

Artikel 11 luidt immers:

In de verhouding tussen de vertegenwoordigde en de derde, worden het bestaan en de omvang van de bevoegdheden van de vertegenwoordiger, alsmede de gevolgen van het werkelijk of beweerdelijk uitoefenen van zijn bevoegdheden, beheerst door het interne recht van de Staat waarin de vertegenwoordiger zijn kantoor had op het tijdstip dat hij handelde.

Evenwel is het interne recht van de Staat waar de vertegenwoordiger heeft gehandeld toepasselijk, indien:

a. a) de vertegenwoordigde zijn kantoor of, bij gebreke daarvan, zijn gewone verblijfplaats in die Staat heeft en de vertegenwoordiger op naam van de vertegenwoordigde heeft gehandeld; of

de derde zijn kantoor of, bij gebreke daarvan, zijn gewone verblijfplaats in die Staat heeft; of

de vertegenwoordiger ter beurze heeft gehandeld of aan een veiling heeft deelgenomen; of

de vertegenwoordiger geen kantoor heeft.

Wanneer een der partijen verschillende kantoren heeft, verwijst dit artikel naar dat kantoor waarmee de desbetreffende handelingen van de vertegenwoordiger het nauwst zijn verbonden.”

Gelet op het verblijf van [persoon 1] in Turkije en zijn werkzame leven aldaar, waar Local Insert en Turkuvaz beide van uitgaan, moet de vraag of [persoon 1] Turkuvaz jegens Local Insert heeft gebonden derhalve (in beginsel) beantwoord worden naar Turks recht.

Dat een rechtskeuze ten aanzien van de vertegenwoordigingsvragen tussen Local Insert en Turkuvaz is gedaan als voorzien in artikel 14 van het verdrag is gesteld noch gebleken.

5.20.

De door Turkuvaz bij akte van depot overgelegde stukken en de e-mail van 19 oktober 2012 van [persoon 1] aan Turkuvaz doen vermoeden dat [persoon 1] een functionaris van Turkuvaz was die niet zelfstandig bevoegd was om namens de vennootschap de MOU aan te gaan maar daarvoor goedkeuring van (twee leden van) ‘the board’ nodig had. Denkbaar is echter dat naar Turks recht wel, zoals Local Insert betoogt, sprake kan zijn van aan Turkuvaz toe te rekenen schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid of van bekrachtiging van een eventueel onbevoegdelijk gesloten MOU. Indien dit onderwerp in de hoofdzaak nader aan de orde wordt gesteld, in verband met de verbindendheid van de MOU als geheel (in tegenstelling tot de in dit incident separaat beoordeelde forumkeuzeovereenkomst), wordt van de partij die zich op een en ander beroept verzocht om nadere inlichtingen te verstrekken over de inhoud van het Turkse recht op deze punten.

Conclusie

5.21.

De vorderingen tot onbevoegdverklaring zullen worden afgewezen.

5.22.

Ciner Medya zal als de in het door haar ingestelde incident in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten in het incident. Deze worden aan de zijde van Local Insert begroot op 2 punten à € 543,00 (conclusie (gemaximeerd op 1) en pleidooi) dus in totaal op € 1.086,00.

5.23.

Turkuvaz zal als de in het door haar ingestelde incident in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten in het incident. Deze worden aan de zijde van Local Insert begroot op 2 punten à € 543,00 (conclusie (gemaximeerd op 1) en pleidooi) dus in totaal op € 1.086,00.

5.24.

Nu aan de rechtbank bevoegdheid toekomt om over de hoofdzaken tegen Ciner Medya respectievelijk Turkuvaz te oordelen, komt zij toe aan beoordeling van door Ciner Medya respectievelijk Turkuvaz ingestelde vorderingen tot overlegging van stukken.

6. Het geschil in het door Ciner Medya ingestelde art. 843a-b Rv-incident en de beoordeling daarvan

6.1.

Ciner Medya vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Local Insert veroordeelt om binnen 30 dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis op kosten van Local Insert aan Ciner Medya te verstrekken:

I. de Overeenkomsten,

II. de Processtukken,

III. de Oprichtingsakte,

dan wel deze te deponeren ter griffie van de rechtbank, zodat Ciner Medya daarvan kennis kan nemen en kopieën kan maken, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag, voor elke dag dat Local Insert na betekening van het in dezen te wijzen vonnis in gebreke blijft hieraan te voldoen, met veroordeling van Local Insert in de kosten van dit incident.

6.2.

Ciner Medya doelt blijkens haar incidentele conclusie met ‘de Overeenkomsten’ op de (concept)overeenkomsten waarover Local Insert en/of MBPA Pty Ltd. hebben onderhandeld ter zake van het Haberturk televisiekanaal van Ciner Medya in Australië, waaronder begrepen de channel agreements en de distribution agreements.

Met ‘de Processtukken’ doelt Ciner Medya op de processtukken in de procedures tegen de piraten, onder andere opgesteld door Ashurst Attorneys, waaronder dagvaardingen, conclusies, aktes, correspondentie met de rechtbank en wederpartijen daarover.

Met ‘de Oprichtingsakte’ bedoelt Ciner Medya de akte van oprichting, statuten en aandeelhoudersregister van MBPA Pty Ltd, alsmede bewijs van inschrijving in de Australische Kamer van Koophandel.

Ciner Medya stelt in haar incidentele conclusie dat zij een rechtmatig belang heeft bij overlegging van deze stukken omdat, zo begrijpt de rechtbank, daaruit zou kunnen volgen dat MBPA Pty Ltd. is opgericht en ingevolge aan haar overgedragen rechten mocht optreden tegen piraten en dit daadwerkelijk heeft gedaan.

6.3.

Local Insert heeft verweer gevoerd en (impliciet) geconcludeerd tot afwijzing van deze incidentele vordering, met veroordeling bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis van Ciner Medya in de proceskosten en de nakosten binnen veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente.

6.4.

Het eerste verweer van Local Insert betreft de presentatie van de vordering als 843b Rv vordering. Local Insert betoogt dat onvoldoende is gesteld om een vordering op grond van dat artikel te kunnen toewijzen.

Ciner Medya heeft in reactie daarop verduidelijkt dat dit een schrijffout betrof en zij 843a Rv bedoelt. Daarmee is aan dit verweer het belang ontvallen.

6.5.

Als tweede verweer bestrijdt Local Insert dat Ciner Medya een rechtmatig belang heeft bij inzage van de genoemde documenten, op de grond dat Ciner Medya daarover geen duidelijke stellingen inneemt en onvoldoende is dat de opgevraagde documenten mogelijk steun bieden voor het eigen standpunt. Bovendien is niet in geschil dat MBPA Pty Ltd. is opgericht en namens dan wel samen met haar moedervennootschap Local Insert heeft onderhandeld en is opgetreden, zoals zij ook mocht doen, aldus Local Insert.

6.6.

In reactie op dit tweede verweer heeft Ciner Medya bij repliek in het incident aangevoerd dat haar belang bij de gevorderde stukken is gelegen in het kunnen bewijzen dat (niet Local Insert maar) MBPA Pty Ltd. bepaalde handelingen heeft verricht, dat de door Local Insert gestelde schade niet door haar maar door MBPA Pty Ltd. moet zijn geleden en dat de rechtbank niet bevoegd is.

6.7.

Local Insert heeft bij dupliek in het incident herhaald dat MBPA Pty Ltd. als haar vertegenwoordiger is opgetreden en dat daarvoor geen overdracht van rechten en verplichtingen was vereist. Zij betoogt ook dat niet is voldaan aan het vereiste dat ‘bepaalde bescheiden’ moeten worden opgevraagd, dat sprake is van een ‘fishing expedition’, dat niet is voldaan aan het wettelijk vereiste dat de stukken betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarbij Ciner Medya of haar rechtsvoorganger partij is en dat toewijzing van het verzoek tot onredelijke vertraging in de procedure zal leiden.

6.8.

Bij pleidooi in het incident heeft Ciner Medya betoogd dat zij specifieke stukken heeft opgenoemd en haar bewijsbelang ook terzake van de onbevoegdheid van de Nederlandse rechter herhaald, maar niet gesteld dat het gaat om stukken bij een rechtsbetrekking waarbij Ciner Medya of haar rechtsvoorganger partij is.

6.9.

Artikel 843a Rv houdt in, voor zover relevant:

Hij die daarbij rechtmatig belang heeft, kan op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft. (...)

Degene die de bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, is niet gehouden aan deze vordering te voldoen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.”

6.10.

Nog daargelaten of de gevraagde stukken (alle) voldoende specifiek zijn aangeduid en betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarbij Ciner Medya partij is, heeft Ciner Medya bij haar vordering onvoldoende belang en kan redelijkerwijs worden aangenomen dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verstrekking van de gevraagde bescheiden is gewaarborgd.

Het bevoegdheidsdebat is reeds beslist, en in beginsel bestaat in een incident nauwelijks ruimte voor bewijslevering of voor incidenten binnen het incident. Gelet hierop lag het op de weg van Ciner Medya om tijdig en duidelijk de wens naar voren te brengen om de via artikel 843a Rv te verkrijgen stukken in het bevoegdheidsincident in te brengen. Dit heeft zij niet gedaan zodat de rechtbank ervan uitgaat dat dit niet haar bedoeling is geweest.

Voor zover de stukken kunnen strekken tot bewijs van door Local Insert ingenomen of erkende feitelijke standpunten heeft Ciner Medya geen redelijk belang bij overlegging. Voor de door Ciner Medya betwiste schade en schadeomvang geldt dat niet Ciner Medya maar Local Insert deze dient te stellen, onderbouwen en zonodig bewijzen. Indien daartoe de door Ciner Medya gewenste stukken noodzakelijk zijn, en Local Insert deze niet overlegt, zal de rechtbank daaraan volgens de gewone bewijsregels conclusies verbinden. Toewijzing van de incidentele vordering is daarvoor niet noodzakelijk.

6.11.

De conclusie is dat de vordering van Ciner Medya zal worden afgewezen. Ciner Medya zal als in de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten in het incident. Deze worden aan de zijde van Local Insert begroot op 2 punten à € 543,00 (conclusie (gemaximeerd op 1) en pleidooi) dus in totaal op € 1.086,00.

7. Het geschil in het door Turkuvaz ingestelde art. 843a-b Rv-incident en de beoordeling daarvan

7.1.

Turkuvaz vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Local Insert veroordeelt om binnen 30 dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis op kosten van Local Insert aan Turkuvaz te verstrekken:

I. de Overeenkomsten,

II. de Processtukken,

III. de Oprichtingsakte,

dan wel deze te deponeren ter griffie van de rechtbank, zodat Turkuvaz daarvan kennis kan nemen en kopieën kan maken, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00 voor elke dag dat Local Insert na betekening van het in dezen te wijzen vonnis in gebreke blijft hieraan te voldoen, met veroordeling van Local Insert in de kosten van dit incident.

7.2.

Turkuvaz heeft deze vordering niet aanstonds maar pas tegelijkertijd met haar conclusie van repliek in het bevoegdheidsincident naar voren gebracht. Processueel is dat problematisch. Het instellen van een 843a Rv incident binnen het bevoegdheidsincident zou immers bij repliek als laattijdig moeten worden beschouwd. Turkuvaz heeft dit incident echter veeleer als incident in de hoofdzaak gepresenteerd. Maar gedurende het bevoegdheidsincident kunnen in beginsel geen incidentele vorderingen in de hoofdzaak worden ingesteld. Nu Local Insert tegen deze gang van zaken echter geen bezwaar heeft gemaakt en partijen tot aan pleidooi hebben voortgeprocedeerd in dit incident zal de rechtbank partijen daarin volgen.

7.3.

Turkuvaz doelt blijkens haar incidentele conclusie met ‘de Overeenkomsten’ op de (concept)overeenkomsten waarover Local Insert of MBPA Pty Ltd. heeft onderhandeld terzake van het kanaal van Turkuvaz in Australië, waaronder begrepen de Channel Agreements en de Distribution Agreements.

Met ‘de Processtukken’ doelt Turkuvaz op de processtukken in de procedures tegen de piraten, onder andere opgesteld door Ashurst Attorneys en/of door haar ingeschakelde barristers, waaronder dagvaardingen, conclusies, aktes, correspondentie met de rechtbank en de wederpartij daarover.

Met ‘de Oprichtingsakte’ bedoelt Turkuvaz de akte van oprichting, statuten en aandeelhoudersregister van MBPA Pty Ltd, alsmede bewijs van inschrijving in het Australische Handelsregister.

Turkuvaz stelt in haar incidentele conclusie dat, voor zover twijfel mocht bestaan over de overdracht van de vermeende rechten en verplichtingen uit hoofde van de MOU aan MBPA Pty Ltd., zij er belang bij heeft dat zij zich op deze stukken kan beroepen in het vervolg van de procedure.

7.4.

Local Insert heeft verweer gevoerd en concludeert (impliciet) tot afwijzing van deze incidentele vordering, met veroordeling bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis van Turkuvaz in de proceskosten en de nakosten binnen veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente.

7.5.

Local Insert bestrijdt dat is voldaan aan de eisen van artikel 843b Rv, nu Turkuvaz haar vordering op dat artikel heeft gegrond.

Local Insert bestrijdt ook dat Turkuvaz een rechtmatig belang heeft bij inzage van de genoemde documenten, op de grond dat Turkuvaz daarover geen duidelijke stellingen inneemt en onvoldoende is dat de opgevraagde documenten mogelijk steun bieden voor het eigen standpunt. Bovendien is niet in geschil dat MBPA Pty Ltd. is opgericht en namens dan wel samen met haar moedervennootschap Local Insert heeft onderhandeld en opgetreden, zoals zij ook mocht doen, aldus Local Insert.

7.6.

Bij pleidooi in het incident is Turkuvaz op deze vordering niet verder ingegaan.

7.7.

De rechtbank begrijpt uit de verregaande gelijkenis tussen deze incidentele vordering van Turkuvaz en die van Ciner Medya, in verbinding met de onderbouwing van de vordering, dat Turkuvaz de schrijffout van Ciner Medya heeft overgenomen en niet artikel 843b Rv maar 843a Rv voor ogen heeft gehad.

7.8.

Gelet op de - al in r.o. 6.10 aangehaalde - tekst van artikel 843a Rv heeft Turkuvaz onvoldoende gesteld om een vordering gegrond op artikel 843a Rv te kunnen toewijzen.

7.9.

De conclusie is dat de vordering van Turkuvaz zal worden afgewezen. Turkuvaz zal als in de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten in het incident. Deze worden aan de zijde van Local Insert begroot op 2 punten à € 543,00 (conclusie (gemaximeerd op 1) en pleidooi) dus in totaal op € 1.086,00.

8 De voortzetting van de procedures in de hoofdzaak

8.1.

De zaak zal naar de rol worden verwezen voor conclusies van antwoord van Ciner Medya en Turkuvaz. Gelet op de huidige vakantieperiode en het internationale karakter van de zaak zal daartoe een roldatum ruim na de zomer worden bepaald. Partijen dienen er rekening mee te houden dat in de incidenten overgelegde stukken geen deel uitmaken van de procedure in de hoofdzaak.

9 De beslissing

De rechtbank

in het door Ciner Medya ingestelde bevoegdheidsincident

9.1.

wijst de vordering af,

9.2.

veroordeelt Ciner Medya in de kosten van het incident, aan de zijde van Local Insert tot op heden begroot op € 1.086,00 aan salaris voor de advocaat;

9.3.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in het door Turkuvaz ingestelde bevoegdheidsincident

9.4.

wijst de vordering af,

9.5.

veroordeelt Turkuvaz in de kosten van het incident, aan de zijde van Local Insert tot op heden begroot op € 1.086,00 aan salaris voor de advocaat;

9.6.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in het door Ciner Medya ingestelde art. 843a-b Rv-incident

9.7.

wijst de vordering af,

9.8.

veroordeelt Ciner Medya in de kosten van het incident, aan de zijde van Local Insert tot op heden begroot op € 1.086,00 aan salaris voor de advocaat;

9.9.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in het door Turkuvaz ingestelde art. 843a-b Rv-incident

9.10.

wijst de vordering af,

9.11.

veroordeelt Turkuvaz in de kosten van het incident, aan de zijde van Local Insert tot op heden begroot op € 1.086,00 aan salaris voor de advocaat;

9.12.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in de hoofdzaak

9.13.

verwijst de zaak naar de rol van 3 oktober 2018 voor conclusie van antwoord aan de zijde van Ciner Medya en Turkuvaz,

9.14.

houdt ieder verder oordeel aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.M. van Schouwenburg-Laan en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2018.

901/1885