Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:7295

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-08-2018
Datum publicatie
03-09-2018
Zaaknummer
C/10/537139 / HA ZA 17-981
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schadevaring. Schuld van het schip. Art. 8:1004 BW. Art. 1.04 BPR (Binnenvaartpolitiereglement). De Waard, eigenaar van een bedrijfsgebouw en daaraan grenzende kade in de Sethehaven te Meppel, vordert schadevergoeding van de eigenaar van het binnenvaartmotorvrachtschip “Amaranthus” wegens het instorten van een deel van deze kade. Toen de “Amaranthus” zich op 7 november 2016 op een korte afstand bevond van de kade van De Waard heeft zij gedurende zes à negen minuten (tijdens beladingswerkzaamheden) continu met haar schroef gedraaid in de stand ‘stationair vooruit’, met waterverplaatsingen als gevolg. Het is een feit van algemene bekendheid dat zich in vaarwateren en havens kuilen in de bodem kunnen vormen door schroefwerking van schepen en dat als gevolg daarvan het zand onder de damwand kan worden weggezogen. De verzakking is in deze periode ontstaan (gelijktijdigheid). De schroefdraaiingen zijn dus beslissend geweest voor het ontstaan van de verzakking. Integrale toewijzing van de schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAV 2018/99
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/537139 / HA ZA 17-981

Vonnis van 8 augustus 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE WAARD GRONDVERZET B.V.,

gevestigd te Biddinghuizen (gemeente Dronten),

eiseres,

advocaat mr. R.E. van de Hoef te Almere,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DUO SHIPPING B.V.,

gevestigd te Oud-Beijerland,

gedaagde,

advocaat mr. T. Roos te Capelle aan den IJssel.

Partijen zullen hierna De Waard en Duo Shipping genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 10 oktober 2017, met producties 1-15;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de brief van de rechtbank van 20 december 2017 waarbij een comparitie van partijen is gelast;

  • -

    de zittingsagenda van 13 maart 2018;

  • -

    productie 16 van De Waard;

  • -

    de brief van de advocaat van Duo Shipping van 14 mei 2018, met één bijlage;

  • -

    de zittingsaantekeningen van mr. Van de Hoef;

  • -

    het van de zijde van De Waard tijdens de zitting overhandigde exemplaar in kleur van figuur 1 op p. 2 van het door De Waard als productie 5 in het geding gebrachte rapport van expertisebureau Vanderwal & Joosten;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 24 mei 2018;

  • -

    de brief van de advocaat van Duo Shipping van 12 juni 2018, met een bijlage met betrekking tot het proces-verbaal;

  • -

    de brief van de advocaat van De Waard van 12 juni 2018 met betrekking tot het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De vaststaande feiten

2.1.

De Waard houdt zich bezig met grond-, weg- en waterbouw, transport en overslag. De Waard heeft een vestiging in de Sethehaven te Meppel.

2.2.

Duo Shipping is eigenaar van het binnenvaartmotorvrachtschip “Amaranthus” (hierna: de Amaranthus).

2.3.

De Amaranthus is 109,96 meter lang en 11,45 meter breed. Zij heeft een maximale diepgang van 3,64 meter en een laadvermogen van ongeveer 3.238 ton.

2.4.

De Amaranthus is op 7 november 2016 de Sethehaven binnengevaren om daar goederen te laden bij de overslaglocatie van recyclingbedrijf Kok. De Amaranthus heeft toen ongeveer vier uur in de Sethehaven gelegen. De havendiepte van de Sethehaven is ongeveer 4,25 meter. De schipper van de Amaranthus was de heer [persoon 1] .

2.5.

De Sethehaven is een T-vormige haven die uitmondt op het Meppelerdiep. De overslaglocatie van Kok bevindt zich aan de noordoostelijke zijde van de steel van de T. Het deel van de kade van De Waard waar de onderhavige zaak betrekking op heeft, bevindt zich aan de bovenzijde van het dak van de T in het verlengde van de steel van de T. Zowel het vaarwater van de steel van de T als het vaarwater van het dak van de T is 40 meter breed. Op de kruising van steel en dak van de T is een zwaaikom in de vorm van een driehoek aangebracht, waar de schepen – met een toegelaten lengte tot 110 meter – bij het in- en uitvaren van het dak van de T kunnen manoeuvreren.

2.6.

Tijdens de periode waarin de Amaranthus in de Sethehaven lag heeft het schip (minimaal) drie keer gedurende zes tot negen minuten met haar schroef gedraaid met waterverplaatsingen als gevolg. In de periode voorafgaand aan 14.36 uur is bodemas op het middenschip van de Amaranthus geladen. Van (ongeveer) 14:36 tot 14:43 uur, tijdens het laden van de bodemas op het achterschip, heeft de Amaranthus met haar schroef gedraaid. Van (ongeveer) 16:10 tot 16:19 uur, toen de Amaranthus om het voorschip met bodemas te beladen was gekeerd en met het achterschip op korte afstand van de kade van De Waard lag, heeft de Amaranthus continu met haar schroef gedraaid in de stand ‘stationair vooruit’. Het schip lag toen aangemeerd aan de kade van Kok. Gedurende laatstgenoemde periode is in de kade van De Waard vlak achter de damwand een kuil ontstaan (hierna: de verzakking), die er op een foto als volgt uitziet:

2.7.

In het rapport “ONTWERPBEREKENING DAMWANDCONSTRUCTIES NAT INDUSTRIETERREIN (OEVERS D) GEMEENTE MEPPEL” van 28 oktober 1999 (prod. 8 De Waard), dat betrekking heeft op de Sethehaven, wordt geconcludeerd dat de constructie van de damwand aan de daaraan te stellen vereisten voldeed.

2.8.

De Waard heeft Aquatec Diving BV verzocht een inspectie uit te voeren op de kademuur. Deze inspectie heeft plaatsgevonden op 11 november 2016. Drie duikers hebben de damwand visueel geïnspecteerd. Dit onderzoek van Aquatec Diving heeft geresulteerd in een expertiserapport, met de titel “Doc.Nr. 163149.R01 Inspectie kademuur [adres] IOV De Waard Transport & Overslag b.v.” (prod. 3 De Waard). In dit expertiserapport wordt het volgende geconcludeerd:

“6.0 BEVINDINGEN

Er werd een Inspectie uitgevoerd over de gehele lengte van de damwand, hierbij is alleen ter hoogte van de verzakking een onder loopsheid geconstateerd. De onder loopsheid die geconstateerd is, bevind zich ter hoogte van een korte plank (-07.30 NAP). Hier hebben scheepsbewegingen ong. 3 mtr. grond weggeblazen. De ruimte onder de korte plank bedraagt ongeveer 10 cm. Door het schroefwater van de schepen wordt hier de grond onder de damwand vandaan gezogen. Naar de damwand kijkend vanaf het water is naar links de bodem na 12 meter weer op normale diepte (-04.50 NAP) en naar rechts na 24 meter. Dit betekent dat zich een grote krater gevormd heeft met als diepste punt daar waar de uitspoeling plaats vindt. Een memory stick met de video-opnames zijn aan de opdrachtgever overhandigd.”

2.9.

Op 23 november 2016 is ter plaatse een onderzoek naar de omvang van de schade verricht door expertisebureau Vanderwal & Joosten B.V. Dit onderzoek heeft geresulteerd in een expertiserapport van Vanderwal & Joosten van 23 december 2016 (prod. 5 De Waard). In dit expertiserapport wordt het volgende opgemerkt:

“Het schip was tijdens laden/lossen aan de tegenovergelegen kade kennelijk zodanig aangemeerd dat de schroef continu werd gebruikt om het schip in positie te houden. Door een combinatie van het continu draaien van de schroef, de korte afstand 3 â 4 meter ten opzichte van de kade, de geringe waterdiepte langs de kademuur (4,25 m) en de diepgang van het schip (3,65 m), werd (volgens Aquatech) binnen een bereik van circa 36 m de bodem voor de kade weggespoeld. Vervolgens werd door de stroming ook circa 100 m3 zand en menggranulaat achter de damwand weggezogen. Dit leidde tot het inkalven van de kade en verzakken van de verharding […].”

2.10.

Aan het onder 2.9 genoemde onderzoek is (namens Duo Shipping) tevens deelgenomen door de heer [persoon 2] , schade-expert in dienst van EOC Expertise BV, het expertisebureau van de verzekeraar van Duo Shipping, wat geleid heeft tot een expertiserapport van EOC Expertise van 7 april 2017 (prod. 10 De Waard). In dit expertiserapport staat onder meer het volgende:

“Geconstateerde schade

De bestrating, betonsegmenten en het onderliggende zand was over een lengte van ca. 1200 meter direct achter het stalen damwand verzakt en deels weggespoeld. Uit zelf gedane peilingen aan de waterzijde van de damwand, alsmede het rapport van Aquatech diving, is gebleken dat er een aanzienlijke grondverplaatsing direct voor de damwand naar elders heeft plaatsgevonden.

Oorzaak van de schade

Door waterbewegingen bijvoorbeeld schroefwater is er zand direct voor de damwand

weggespoeld. Doordat het bodemniveau lokaal onder onderzijde damwand is geraakt,

is ook zand vanaf de walzijde van de damwand onder de damwand door richting

waterzijde weggespoeld, waardoor bestrating en de betonsegmenten hebben kunnen

verzakken.

Vlak voor de kade waarachter, de bestrating was verzakt, bevond zich volgens het

rapport van de duikbedrijf Aquatech een verdieping in het vaarwater in de vorm van

een kuil. Deze kuil zal een gevolg zijn van waterverplaatsingen als gevolg van

schroefwater van passerende en afmerende schepen. De ‘kuil’ kan mede zijn ontstaan

als gevolg van het schroefwater van de “AMARANTHUS”, maar dat kan niet worden

vastgesteld en/of is niet aangetoond.

Wederpartij heeft ondergetekende geen bewijzen getoond waaruit blijkt dat de ‘kuil’,

niet, of ten dele, aanwezig was.

Daarbij merkt ondergetekende op dat de planken van de damwand volgens de

berekeningen slechts 2,80 tot 3,80 meter In de bodem staken, terwijl het gebruikelijk is

dat 2/3e van de lengte in de bodem steekt en 1/3e erboven. Hiervan was in dit geval

geen sprake.

Waterbewegingen als gevolg van schroefwater van passerende en manoeuvrerende

schepen in een haven als deze zijn normaal. Varen op het Meppelerdiep en in de

Sethehaven is toegestaan voor schepen tot en met 110,00 meter lengte, 71,50 meter

breedte en een diepgang van 3,25 meter. De “AMARANTHUS” voldeed hieraan.

Water- en grondverplaatsingen in een haven zijn een vrij normaal gevolg van

scheepvaart in een haven en een kanaal.

In de ontvangen ontwerpberekening wordt de maximaal toelaatbare belasting van de

kade vastgesteld. De berekening ziet echter niet op de bestendigheid van de kade

tegen de normale waterbewegingen die zich in de haven voordoen. De overlegde

berekening, waarvoor nog moet worden vastgesteld of dat de definitieve is, het is

immers een ontwerp’, is derhalve niet relevant.”

2.11.

Bij schrijven van 4 mei 2017 heeft Vanderwal & Joosten gereageerd op het onder 2.10 genoemde expertiserapport van EOC Expertise (prod. 11 De Waard). Hierin wordt onder meer het volgende opgemerkt:

“Hierbij onze reactie op de brief en het rapport van EOC d.d. 7 april 2017. (…)

1. Verweer EOC - samenvatting

EOC stelt dat geen sprake is van een “verwijtbare situatie jegens haar verzekerde Amaranthus”.

Wij gaan ervan uit dat EOC daarmee bedoelt dat de haven niet aan de geldende normen voldoet.

De waterverplaatsing in de haven zou inherent zijn aan de scheepvaart en het ontstaan van de

schade een gevolg van een onjuiste bouwwijze van de kade, welke volgens EOC uit langere

damwandplanken (elk 2/3e deel in de grond) zou moeten bestaan. De overlegde berekening van

de kade acht EOC niet relevant omdat deze volgens haar niet toeziet op de bestendigheid van de

kade tegen voornoemde waterbeweging. Dat de schade is ontstaan door het schroefwater van de

Amaranthus kan volgens EOC niet worden vastgesteld en/of aangetoond.

2. Beoordeling verweer EOC

Dat EOC stelt dat niet kan worden vastgesteld/aangetoond dat de schade is veroorzaakt door het

schroefwater van de Amaranthus bevreemdt ons. Er zijn foto’s/video’s verstrekt waarop duidelijk

de positie van de Amaranthus ten opzichte van de kade is vastgelegd, en tevens dat zij op korte

afstand van de kade met de hoofdschroef water en grond behoorlijk in beweging heeft gebracht

en dat de grond achter de kade daar is verzakt. Uit het verstrekte rapport en de video’s van

Aquatech — onderzoek drie dagen na incident uitgevoerd — blijkt dat er recent (te zien aan de

kleuren onderaan de damwand) een zeer lokale grote ontgrondingskuil van circa 3 m diep was

ontstaan. Het door Aquatech gerapporteerde schadebeeld komt overeen met de vastgelegde

positie van de Amaranthus c.q. de daardoor langs de kade veroorzaakte stroming en ontgronding.

Een dergelijke ontgronding c.q. schadebeeld valt zeker niet te verklaren door het schroefwater

van passerende en afmerende schepen, zoals EOC dit stelt.

Enerzijds omdat passerende en afmerende schepen niet zolang op één positie met hun schroef

zullen draaien en ook niet met zoveel kracht als hier de Amaranthus, maar met minder kracht

geleidelijk langs de kade of daarvan weg zullen varen, waarbij hooguit incidenteel minder diepe

kuilen zullen/kunnen ontstaan die zich geregeld weer met zand zullen vullen. Anderzijds omdat

de ontgronding langs de kade er dan qua richting en intensiteit anders uit had moeten zien. (…)

Het betoog van EOC over een niet juiste bouwwijze van de kade en haar opmerkingen over de

verstrekte (vermeend onvoldoende) berekening van de kade kunnen wij geheel niet plaatsen.

De kade c.q. de damwand is verankerd waardoor de inbinddiepte conform berekening korter kon

worden uitgevoerd. Een inbinddiepte zoals door EOC geschetst (elk 2/3e deel in de grond) komt

voort uit een gebruikelijke vuistregel voor niet verankerde damwanden en/of beschoeiingen.

Daarbij is het uitgangspunt dat o.a. geen hydraulische grondbreuk mag optreden ter voorkoming

van bijvoorbeeld ‘piping’, te weten een zandtransport van achter de damwand naar voor de

damwand (onder de damwand door), veroorzaakt door te grote stroomsnelheden van grondwater,

waarbij o.a. achter de grondkerende damwand kuilvorming kan ontstaan. Wij maken uit de

verstrekte kadeberekening op dat er met aspecten als voornoemde hydraulische grondbreuk

rekening is gehouden. (…)”

2.12.

De kade van De Waard is inmiddels hersteld; de verzakking is ongedaan gemaakt.

3 Het geschil

3.1.

De Waard vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Duo Shipping veroordeelt tot:

I. betaling van € 29.171,--, exclusief BTW, ten titel van schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2017 tot de dag van de algehele voldoening;

II. vergoeding van de schade ex artikel 6:96 lid 2 sub c BW ad € 4.483,85, exclusief BTW, te voldoen binnen zeven dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van de volledige betaling;

III. tot vergoeding van de schade ex artikel 6:96 lid 2 sub c BW ad € 1.066,71, exclusief BTW, te voldoen binnen zeven dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van de volledige betaling;

IV. tot vergoeding van de proceskosten, te voldoen binnen zeven dagen na betening van het in dezen te wijzen vonnis.

3.2.

Duo Shipping voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van De Waard bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de daarover verschuldigde wettelijke rente.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna bij de beoordeling, voor zover zij daarvoor van belang zijn, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Standpunten partijen

4.1.

De Waard houdt Duo Shipping aansprakelijk voor de schade van in totaal
€ 29.171,-- die zij stelt geleden te hebben als gevolg van de verzakking. Volgens haar kwalificeert het incident als een schadevaring in de zin van artikel 8:1002 BW. Voor zover de rechtbank niettemin van oordeel is dat geen sprake is geweest van schadevaring, meent De Waard dat Duo Shipping jegens haar aansprakelijk is uit onrechtmatige daad. Volgens De Waard heeft de schipper van de Amaranthus, [persoon 1] , in strijd gehandeld met de geldende reglementen en (daarmee) met het goede zeemanschap door de kade van De Waard met (al dan niet continu) draaiende schroef te dicht te naderen. De Waard beroept zich in dat verband op de artikelen 1.04, 6.20 en 7.01 lid 3 van het Binnenvaartpolitiereglement (BPR).

Duo Shipping betwist haar aansprakelijkheid voor de verzakking. Duo Shipping betwist met name dat door schuld van de Amaranthus schade aan de kade van De Waard is veroorzaakt. Subsidiair betwist zij de schadeomvang.

Schadevaring

4.2.

Indien schade door een binnenschip is veroorzaakt zonder dat een aanvaring plaatshad (schadevaring) vinden de aanvaringsbepalingen (afdeling 1 van titel 11 van Boek 8 BW) eveneens toepassing. Van het veroorzaken van schade door een schip is onder meer sprake wanneer de schade het gevolg is van (een beweging van het schip, bijvoorbeeld in de vorm van) het draaien met de schroef van een schip (Parl. Gesch. Boek 8 BW, p. 569). Het hier bedoelde begrip ‘veroorzaken van schade’ is een puur feitelijk begrip; toerekening in de zin van artikel 6:98 BW speelt hier geen rol.

4.3.

Beoordeeld dient dus te worden of de schade aan de kade van De Waard is veroorzaakt door de Amaranthus.

4.4.

Ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv rust op De Waard de stelplicht en - bij voldoende betwisting - bewijslast van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de schade aan de kade van De Waard is veroorzaakt door de Amaranthus.

Met betrekking tot de vraag of het bewijs van de stelling dat de schade aan de kade van De Waard is veroorzaakt door de Amaranthus met de thans in het geding gebrachte stukken is geleverd, overweegt de rechtbank als volgt.

4.5.

Duo Shipping heeft bij conclusie van antwoord aangevoerd dat zij op zichzelf de door De Waard gestelde kuil, de spleet (onderspoeling) onder de damwandplank en het daardoor weggezogen zijn van zand achter de damwand niet betwist maar wel dat deze onder de gegeven omstandigheden (9 minuten matig met voortstuwingsschoef draaien, 1,75 meter kielspeling) door de werking van de voortstuwingsschroef van de Amaranthus (kunnen) zijn veroorzaakt. Ter onderbouwing van haar betwisting stelt Duo Shipping dat veeleer aannemelijk is dat de kuil en de uitspoeling van de damwand (inclusief het wegzuigen van het zand vanachter de damwand) in de loop der tijd zijn ontstaan doordat schepen daar ter plaatse met gebruikmaking van de voortstuwingsschroef (achterwaarts gericht) maar vooral de boegschroef (naar beneden gericht) hebben gemanoeuvreerd. Daarnaast heeft Duo Shipping aangevoerd dat bij het ontwerp van de damwand een inschatting van het risico op onderspoeling van de damwand door - door de schroefwerking van schepen veroorzaakte - kuilvorming in de bodem behoort te worden gemaakt en daarmee rekening moet worden gehouden. Uit de door De Waard overgelegde ontwerpberekening blijkt niet dat dat is gebeurd. Duo Shipping betwist dat de damwand geschikt was voor gebruik in de Sethehaven.

4.6.

In reactie op voormeld verweer is ter comparitie namens De Waard aangevoerd:

- dat de schepen altijd evenwijdig aan de kade van De Waard varen;

- dat het straatwerk van de kade bij De Waard bestaat uit losse klinkers;

- dat het in het straatwerk van de kade zichtbaar zou moeten zijn geweest als er sprake zou zijn geweest van een reeds aanwezige ontgronding voorafgaand aan het incident;

- dat het straatwerk aan de kade van De Waard de dag voor het incident in orde was;

- dat dit onder meer blijkt uit het feit dat er op de dag voor het incident zonder problemen een kraan van De Waard over de kade heeft gereden op de plaats waar de volgende dag de kuil is ontstaan;

- dat twee werknemers van De Waard vanaf de kade van De Waard het incident en het daaraan voorafgaande vaargedrag van de Amaranthus hebben waargenomen en bij het verhalen van de Amaranthus naar achteren constateerden dat het schip gevaarlijk dichtbij de kade kwam;

- dat dit voor hen aanleiding was om vanaf de kade van De Waard te seinen en te toeteren om de schipper en de bemanning van de Amaranthus te waarschuwen;

- dat één van de werknemers vervolgens is gaan filmen;

- dat uit het seinen, waarschuwen en filmen door het personeel van De Waard blijkt dat de door de schipper uitgevoerde manoeuvre geen gebruikelijke manoeuvre was.

4.7.

De rechtbank verwerpt het verweer van Duo Shipping. De rechtbank heeft Duo Shipping bij zittingsagenda verzocht het logboek/statement of facts van de Amaranthus van 7 november 2016 over te leggen. Duo Shipping heeft dit niet gedaan. Duo Shipping heeft de schipper meegenomen naar de comparitie en geen verklaringen van de overige bemanning overgelegd.

Met de verklaring dat de schepen altijd evenwijdig aan de kade van De Waard varen en dat de door de Amaranthus uitgevoerde manoeuvre met het achterschip op korte afstand van de kade van De Waard geen gebruikelijke manoeuvre was heeft De Waard de door Duo Shipping geopperde mogelijkheid dat de kuil/oorzaak van de verzakking in de loop van de tijd is ontstaan doordat schepen daar hebben gemanoeuvreerd gemotiveerd betwist. Gelet op die gemotiveerde betwisting had het op de weg van Duo Shipping gelegen de door haar geopperde mogelijkheid met feitelijke gegevens te onderbouwen. Te meer nu uit het rapport van de duikers van Aquatec valt op te maken dat de ontgrondingskuil voor de damwand recent was ontstaan: de duikers leiden dit af uit het feit dat eerst 2,5 meter vanaf de bodem van de ontgrondingskuil mosselen zichtbaar zijn op de damwand.

Hetgeen Duo Shipping heeft aangevoerd met betrekking tot het (niet) berekend zijn van de damwand op het risico van onderspoeling door schroefwerking van schepen en het niet geschikt zijn van de damwand voor gebruik in de Sethehaven is - in het licht van de door De Waard overgelegde constructieberekening (productie 8, bladzijde 5 onder sectie 3) - niet aannemelijk. Gelet op die berekening en de conclusie van Vanderwal & Joosten van 4 mei 2017 dat daarin met hydraulische grondbreuk rekening is gehouden had het op de weg van Duo Shipping gelegen haar stelling op dit punt nader te onderbouwen.

4.8.

Zoals Duo Shipping terecht heeft aangevoerd is het een feit van algemene bekendheid dat zich in vaarwateren en havens kuilen in de bodem kunnen vormen door schroefwerking van schepen en dat als gevolg daarvan het zand onder de damwand kan worden weggezogen, wat ook wel ‘onderspoeling’ van de damwand wordt genoemd.

Partijen debatteren over de afstand van het achterschip van de Amaranthus tot de kade van De Waard. De Waard stelt dat het drie à vier meter was. Duo Shipping stelt dat het zes à zeven meter was. Aan de hand van de filmopnames (productie 2 bij dagvaarding) schat de rechtbank de afstand op vier à zes meter.

Duo Shipping heeft niet betwist dat de verzakking is ontstaan toen de Amaranthus zich op 7 november 2016 van (ongeveer) 16:10 uur tot 16:19 uur met het achterschip op een afstand van vier tot zes meter van de kade van De Waard bevond en met haar schroef draaide. Daarmee is de gelijktijdigheid komen vast te staan van enerzijds de schroefdraaiingen van de Amaranthus toen het schip zich gedurende (ongeveer) negen minuten op een betrekkelijk korte afstand van de kade van de Waard bevond en anderzijds het ontstaan, het beginmoment, van de verzakking. Deze gelijktijdigheid blijkt ook uit de door De Waard als productie 2 overgelegde filmopnames van het achterschip van de Amaranthus waarop de waterverplaatsing door de schroefbeweging, de kuil (zoals onder 2.6 weergegeven) en het vallen van de betonnen rand zichtbaar is. De schroefdraaiingen zijn dus beslissend geweest voor het ontstaan van de verzakking.

Uit het schadebeeld dat door de duikers is geconstateerd kan worden opgemaakt dat de ontgrondingskuil voor de damwand recent is ontstaan op een plaats die overeenkomt met de op de foto en filmopname vastgelegde positie van de Amaranthus.

Uit het hiervoor onder 2.8 genoemde expertiserapport van Aquatec, dat is gebaseerd op een door duikers op 11 november 2016 ter plaatse verrichte inspectie, en de daarbij behorende filmopnames, volgt dat het verlies van grond achter de damwand is ontstaan door het onderspoelen van de damplank en niet door schade aan de damwand. Daaruit volgt ook dat de grond is verwijderd door bewegingen met de schroef van een schip.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen en de hiervoor weergegeven inhoud van de rapporten van Aquatec en Vanderwal & Joosten acht de rechtbank bewezen dat de schade aan de kade door de schroefdraaiingen van de Amaranthus is veroorzaakt.

Eigen schuld

4.9.

Duo Shipping heeft aangevoerd dat De Waard heeft nagelaten om regelmatig controles uit te voeren op de damwand waardoor zij het onderhoud heeft verwaarloosd en eigen schuld heeft aan de uitspoeling van de damwand en de schade.

4.10.

Dit verweer wordt verworpen. De Waard heeft gemotiveerd en onderbouwd betwist dat er al een ontgrondingskuil was gevormd voordat de Amaranthus op 7 november 2016 kwam laden. Dat een regelmatige controle de onderhavige schade had kunnen voorkomen is niet gebleken. Dat de schade mede een gevolg is van overige feiten of omstandigheden die aan De Waard kunnen worden toegerekend is gesteld noch gebleken.

Schuld van de Amaranthus

4.11.

Artikel 8:1004 lid 1 BW bepaalt dat een verplichting tot schadevergoeding op grond van afdeling 1 van titel 11 van Boek 8 BW slechts bestaat indien de schade is veroorzaakt door schuld. Verder is in artikel 8:1004 BW het volgende bepaald:

Er bestaat geen wettelijk vermoeden van schuld terzake van een aanvaring, doch het schip, dat in aanraking komt met een andere, zo nodig behoorlijk verlichte, vaste of te bekwamer plaats vastgemaakte zaak, geen schip zijnde, is aansprakelijk voor de schade, tenzij blijkt dat de schade niet is veroorzaakt door schuld van het schip.

Duo Shipping heeft terecht betwist dat dit bewijsvermoeden in de onderhavige zaak van toepassing is. Niet in geschil is immers dat de Amaranthus niet in aanraking is gekomen met een vast(gemaakt)e zaak. Daarom mist het bewijsvermoeden van artikel 8:1004 BW toepassing.

4.12.

Beoordeeld dient te worden of de Amaranthus schuld heeft aan het ontstaan van de schade aan de kade van De Waard. Ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv rust op De Waard de stelplicht en - bij voldoende betwisting - bewijslast van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de schade aan de kade van De Waard is veroorzaakt door schuld van de Amaranthus.

4.13.

In het arrest Casuele/De Toekomst (HR 30 november 2001 ECLI:NL:HR:2001:AD3922) heeft de Hoge Raad bepaald dat sprake is van ‘schuld van een schip’ indien de schade het gevolg is van: (a) een fout van een persoon voor wie de eigenaar van het schip aansprakelijk is volgens de art. 6:169-6:171 BW; (b) een fout van een persoon of personen die ten behoeve van het schip of van de lading arbeid verricht/verrichten of heeft/hebben verricht; (c) de verwezenlijking van een bijzonder gevaar voor personen of zaken dat in het leven is geroepen doordat het schip niet voldeed aan de eisen die men in de gegeven omstandigheden eraan mocht stellen.

4.14.

Nu het tegenovergestelde gesteld noch gebleken is, mag worden aangenomen dat [persoon 1] een werknemer is van Duo Shipping, de eigenaar van de Amaranthus, dan wel een persoon die zijn werkzaamheden heeft uitgevoerd in opdracht van Duo Shipping. In het geval van fouten van [persoon 1] is derhalve sprake geweest van schuld van de Amaranthus in de zin van genoemd arrest Casuele/De Toekomst.

4.15.

In de havenverordening van Meppel staan geen bijzondere voorschriften met betrekking tot het laden en lossen en de daarbij aan te houden afstand tot de kade. Verder is gesteld noch gebleken dat de Amaranthus vanwege haar afmetingen en/of diepgang volgens plaatselijke voorschriften geen toegang had tot (een bepaald gedeelte van) de Sethehaven.

4.16.

Van de door De Waard ingeroepen artikelen 1.04, 6.20 en 7.01 lid 3 van het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) is artikel 1.04 BPR van toepassing in onderhavige zaak. Artikel 1.04 BPR luidde in de ten tijde van het incident geldende versie van dat artikel als volgt:

Artikel 1.04 BPR

De schipper moet, ook bij ontbreken van uitdrukkelijke voorschriften in dit reglement, alle voorzorgsmaatregelen nemen die volgens goede zeemanschap of door de omstandigheden waarin het schip of het samenstel zich bevindt zijn geboden, teneinde met name te voorkomen dat:

a. het leven van personen in gevaar wordt gebracht;

b. schade wordt veroorzaakt aan andere schepen of aan drijvende voorwerpen, dan wel aan oevers of aan werken en inrichtingen van welke aard ook die zich in de vaarweg of op de oevers daarvan bevinden;

c. de veiligheid of het vlotte verloop van de scheepvaart in gevaar wordt gebracht.

4.17.

Artikel 1.04 BPR bepaalt dat de schipper alle voorzorgsmaatregelen moet nemen die volgens goede zeemanschap of door de omstandigheden waarin het schip zich bevindt, zijn geboden om schade aan oevers als de onderhavige schade, namelijk inzakking van een kade vlak achter een damwand, te voorkomen. Schipper [persoon 1] heeft dit niet gedaan.

4.18.

[persoon 1] heeft de schroef gedurende negen minuten op een afstand van vier tot zes meter van de kade laten draaien. [persoon 1] had de schade eenvoudig kunnen en moeten voorkomen door een grotere afstand te houden van de kade van De Waard, bijvoorbeeld door het schip in de zwaaikom te keren zodat het schip met de kop richting de kade van De Waard lag bij het beladen van het voorschip. De rechtbank komt tot het oordeel dat de schadevaring te wijten is aan de verkeerde wijze van varen door de Amaranthus en dus aan een fout van personen voor wie Duo Shipping verantwoordelijk is. Duo Shipping is jegens De Waard aansprakelijk voor de door De Waard als gevolg van de schadevaring geleden schade.

schade

4.19.

De Waard heeft gesteld dat haar schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    € 26.476 excl. BTW aan herstelkosten van de kade;

  • -

    € 2.695 excl BTW aan kosten voor het niet kunnen gebruiken van de kade.

De Waard stelt dat zij kosten heeft gemaakt ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid, te weten € 1.307 excl. BTW aan Aquatec en € 3.176,85 excl. BTW aan Vanderwal & Joosten, in totaal dus € 4.483,85.

4.20.

Duo Shipping heeft aangevoerd dat er twee offertes zijn uitgebracht voor het herstel van de kade van De Waard, te weten een offerte van Gebr. Van Werven B.V. (hierna: Van Werven) ad € 29.171 en een offerte van Wiers Waterbouw B.V. (hierna: Wiers) ad € 11.160 en dat het voor de hand had gelegen dat De Waard de opdracht aan Wiers zou hebben gegund. Wiers zou post A, onder meer leverantie van 500 m³ zand ad

€ 15.521, kunnen aanbieden voor € 3.900 omdat zij die hoeveelheid zand elders in de haven zou verwijderen en daarmee het spoelgat voor de damwand zou dichten. Het stond De Waard vrij om voor de dure reparatiemethode te kiezen maar gelet op haar schadebeperkingsplicht kan zij de daardoor ontstane extra kosten niet ten laste van gedaagde brengen. Aldus Duo Shipping.

4.21.

Ingevolge artikel 6:97 BW dient de schade te worden begroot op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. In gevallen van zaaksbeschadiging is uitgangspunt dat de eigenaar van de beschadigde zaak door die beschadiging een nadeel in zijn vermogen lijdt dat gelijk is aan de waardevermindering die de zaak heeft ondergaan. Volgens vaste rechtspraak zal het geldbedrag waarin deze waardevermindering kan worden uitgedrukt in het algemeen gelijk zijn aan de - naar objectieve maatstaven berekende - kosten die met het herstel zijn gemoeid (vgl. HR 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO2786).

4.22.

Tussen partijen is niet in geschil dat De Waard herstelkosten van de kade tot een bedrag van € 26.476 excl. BTW en kosten voor het niet kunnen gebruiken van de kade ad

€ 2.695 excl. BTW heeft gemaakt. Duo Shipping is gehouden om De Waard het bedrag van de noodzakelijke kosten te vergoeden. De rechtbank ziet in het gepleegde herstel en de betaling van de kosten hiervan voldoende reden om aan te nemen dat de schade € 29.171 bedraagt. Op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv rust op Duo Shipping, die zich op vermindering van zijn vergoedingsplicht beroept, de stelplicht en - bij voldoende betwisting - bewijslast van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat De Waard haar schadebeperkingsverplichtingen niet is nagekomen en de schade ook voor een geringer bedrag hersteld had kunnen worden.

4.23.

De Waard heeft ter comparitie gesteld dat de herstelmethode van Wiers niet geschikt en verantwoord was omdat daarmee het risico op onderspoeling elders in de haven wordt vergroot. Zij heeft deze stelling onderbouwd met een verklaring van schade-expert [persoon 3] van Vanderwal & Joosten van 9 mei 2018. [persoon 3] stelt voorts dat hij heeft geconstateerd dat de offerte van Wiers niet voorzag in:

- een tijdelijke bemaling en drains;

- het herstel van beschadigingen bij de damwandkassen;

- de aanwezigheid van een bestaande laag menggranulaat;

- het aanvoeren en verwerken van extra gestabiliseerd zand.

[persoon 3] acht deze posten noodzakelijk voor herstel overeenkomstig de bestaande situatie en acht het verwijderen en daarna hergebruiken van een dusdanig grote hoeveelheid bodem (als hier aan zand ter opvulling van de ontgronding noodzakelijk was) uit andere plekken van de haven geen verantwoorde en geschikte herstelmethode.

4.24.

Duo Shipping heeft een brief van Wiers van 11 mei 2018 overgelegd waarin deze reageert op de verklaring van [persoon 3] van 9 mei 2018 en onder meer aangeeft dat herstel van beschadigingen aan de damwandkassen niet in de offerte was inbegrepen omdat Wiers niet bekend was met beschadigingen aan de damwandkassen. Wiers stelt dat het hen onjuist lijkt om het gat in de haven te vullen met nieuw zand, terwijl het bestaande zand, wat verspreid in de haven ligt, gewoon kan worden teruggelegd en merkt op dat dit zand, als men dit niet weghaalt en aansluitend teruglegt of afvoert leidt tot ondieptes in de haven, die er voorheen, in de oorspronkelijke situatie, niet waren.

4.25.

Tegenover de gemotiveerde en met de verklaring van [persoon 3] onderbouwde stelling van De Waard dat de door Wiers gedane offerte onvolledig was en de door Wiers voorgestelde methode niet verantwoord was heeft Duo Shipping onvoldoende gemotiveerd gesteld dat van De Waard verwacht kon worden dat zij de werkzaamheden door Wiers zou laten uitvoeren.

Het verschil in de offertes wordt verklaard doordat Van Werven de levering van 500 m³ zand heeft opgenomen terwijl Wiers dit elders uit de haven zou halen, en doordat het herstel van de beschadigingen aan de damwand niet in de offerte van Wiers is opgenomen. Bij deze stand van zaken lag het op de weg van Duo Shipping om concreet en met meer objectieve gegevens, bijvoorbeeld met gegevens waaruit blijkt dat de door Wiers voorgestane methode toegestaan en verantwoord is, toe te lichten dat de door Wiers voorgestelde methode haalbaar was en zou leiden tot herstel in de oorspronkelijke staat.

Dat betekent dat niet is komen vast te staan dat De Waard in strijd met haar verplichting tot beperking van schade heeft gehandeld. Er zal dus een bedrag van in totaal € 29.171 aan schadevergoeding worden toegewezen, te vermeerderen met de – niet betwiste – wettelijke rente vanaf 24 januari 2017.

4.26.

De Waard maakt aanspraak op een vergoeding van expertisekosten van in totaal

€ 4.483,85, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding, zijnde 10 oktober 2017. Deze vordering zal als onweersproken worden toegewezen.

4.27.

De Waard maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en heeft gesteld dat zij buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt. Duo Shipping heeft dit niet betwist. Voldaan dient te worden aan het vereiste dat alleen redelijke kosten die in redelijkheid zijn gemaakt kunnen worden toegewezen. In dit geval is niet gebleken dat niet aan dit vereiste is voldaan, zodat de rechtbank de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten van € 1.066,71 zal toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2017.

4.28.

Duo Shipping zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De aan de zijde van De Waard gemaakte kosten worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 84,33

  • -

    griffierecht € 1.924

  • -

    salaris advocaat € 1.390 (2 punten x tarief € 695)

totaal € 3.398,33.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt Duo Shipping tot betaling aan De Waard van een bedrag van € 29.171 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2017 tot aan de dag van volledige betaling;

5.2.

veroordeelt Duo Shipping tot betaling aan De Waard van een bedrag van

€ 4.483,85 aan expertisekosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2017 tot aan de dag van volledige betaling

5.3.

veroordeelt Duo Shipping tot betaling aan De Waard van een bedrag van

€ 1.066,71 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2017 tot aan de dag van volledige betaling;

5.4.

veroordeelt Duo Shipping in de proceskosten, aan de zijde van De Waard tot op heden begroot op € 3.398,33;

5.5.

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2018.

1573/901/32