Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:7150

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-08-2018
Datum publicatie
30-08-2018
Zaaknummer
C/10/554242 / JE RK 18-2202
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Het onttrekken als bedoeld in artikel 6.1.2, lid 2 onder b Jeugdwet omvat niet alleen het zich fysiek aan behandeling onttrekken door weg te lopen uit de instelling, maar ziet ook op gedrag waardoor de behandeling wordt bemoeilijkt en waarvoor dwangmiddelen noodzakelijk zijn die alleen in een gesloten setting mogen worden toegepast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2019/10.20
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/554242 / JE RK 18-2202

datum uitspraak: 14 augustus 2018

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp


in de zaak van

het College van B&W van de gemeente [naam gemeente] ,

hierna te noemen het college, gevestigd te [naam gemeente] ,

vertegenwoordigd door

de gecertificieerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2003 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [naam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] ,

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] .

Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoek met bijlagen namens het college van 6 juli 2018, ingekomen bij de griffie op 9 juli 2018;

- de verklaring d.d. 10 augustus 2018 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder;

- de instemmende verklaring d.d. 13 augustus 2018 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.

Op 14 augustus 2018 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn:

- [naam minderjarige] , die ook voorafgaand aan de zitting is gehoord, bijgestaan door zijn advocaat mr. M.P. Kloppenburg;

- de moeder;

- namens het college, een vertegenwoordiger van de GI, de heer B. Mees.

De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan de begeleidster van [naam minderjarige] , [naam begeleidster] .

Opgeroepen en niet verschenen is de vader.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders. [naam minderjarige] verblijft bij Horizon, locatie Rijnhove, bij Hand-in-Hand.

Het verzoek

Het college heeft een machtiging verzocht om [naam minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden.

De GI heeft het verzoek ter zitting als volgt toegelicht. [naam minderjarige] is van een gesloten afdeling naar een besloten afdeling gegaan en heeft daarmee meer vrijheden gekregen. [naam minderjarige] moet wennen aan het omgaan met vrijheden. Het vinden van een geschikte instelling voor [naam minderjarige] vraagt ook de nodige tijd. Nu het toekomstperspectief niet thuis ligt is de GI samen met [naam minderjarige] , de moeder en Horizon aan het kijken waar [naam minderjarige] voor langere duur kan gaan verblijven.

Het standpunt van belanghebbende

De moeder stemt in met het verblijf in een gesloten accommodatie. Ter zitting heeft de moeder aangegeven dat zij nu een goede band heeft met [naam minderjarige] , maar zodra hij thuis is gaat het niet goed. De moeder kan hem niet de begeleiding bieden die hij nodig heeft. Tijdens de vorige zitting werd aan een terugkeer naar huis gedacht, maar inmiddels is duidelijk dat dit niet de juiste plek is voor [naam minderjarige] . De moeder staat hier achter.

Door en namens [naam minderjarige] is ingestemd met het verzoek van het college. [naam minderjarige] werkt mee en hij heeft het naar zijn zin bij Hand-in-Hand. Wel merkt de advocaat op dat het twijfelachtig is of voldaan wordt aan de juridische gronden voor de machtiging gesloten uithuisplaatsing. Er is namelijk geen vrees voor onttrekking, maar er is bij [naam minderjarige] sprake van opstandig gedrag en terugval in verband met de omgang met vrijheden. Echter, op dit moment is iedereen het ermee eens dat de Hand-in-Hand groep de beste plek is voor [naam minderjarige] . De komende periode zal gezocht moeten worden naar een passende plek waar [naam minderjarige] voor langere duur kan gaan verblijven.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren de opneming en het verblijf noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

[naam minderjarige] is een jongen met forse en complexe psychiatrische en gedragsproblematiek met een langdurige en intensieve hulpverleningsgeschiedenis. [naam minderjarige] vertoont vanaf jonge leeftijd internaliserende en externaliserende gedragsproblematiek waarin hij weinig grenzen lijkt te kennen en zowel zichzelf als ook anderen in gevaar heeft gebracht. [naam minderjarige] is gediagnosticeerd met ADHD, kenmerken van autisme spectrum stoornis, PTSS en mogelijke hechtingsproblematiek.

Door de gebrekkige impulsregulatie en zijn behoefte aan spanning, gering inzicht in gevolgen van zijn gedrag, komt de veiligheid en gezondheid van [naam minderjarige] in gevaar. Binnen de gesloten jeugdhulp was door geboden de duidelijkheid en begrenzing een positieve ontwikkeling zichtbaar. Dit maakt dat [naam minderjarige] de overstap heeft kunnen maken naar Hand-in-Hand.

[naam minderjarige] is zijn vrijheden aan het uitbreiden, maar is nog onvoldoende toe aan een open instelling. Het lukt [naam minderjarige] niet goed om zijn gedrag te sturen en zich aan de bijbehorende afspraken te houden. Hij zoekt spanning en kan vanuit hier plannen maken om grensoverschrijdend gedrag te laten zien. Verder zijn er ook zorgen over zijn veiligheid. Ook gedragsmatig laat [naam minderjarige] een terugval zien. Hij zoekt meer grenzen en lijkt zichzelf ook af en toe te verliezen. [naam minderjarige] heeft een ingewikkelde zorgbehoefte die structureel en langdurige begeleiding vraagt. Het onttrekken als bedoeld in artikel 6.1.2, lid 2 onder b Jeugdwet omvat niet alleen het zich fysiek aan behandeling onttrekken door weg te lopen uit de instelling, maar ziet ook op gedrag, als waarvan bij [naam minderjarige] sprake is, waardoor de behandeling wordt bemoeilijkt en waarvoor dwangmiddelen noodzakelijk zijn die alleen in een gesloten setting mogen worden toegepast.

De moeder is, ook met inzet van hulpverlening, niet in staat om in een thuissituatie aan de zorgbehoefte van [naam minderjarige] te voldoen. De betrokken hulpverlening is van mening dat [naam minderjarige] nog gebaat is bij de beslotenheid van Hand-in-Hand en op dit moment nog niet in staat is om zich veilig verder te ontwikkelen zonder de kaders van geslotenheid. Een professionele opvoedingsomgeving waar de veiligheid en gezondheid van [naam minderjarige] voldoende kan worden gewaarborgd door begrenzing, duidelijkheid en begeleiding is wat hij de komende jaren nodig blijft hebben. De komende periode zal de GI, in samenwerking met de moeder, op zoek gaan naar een plek die dit aan [naam minderjarige] kan bieden.

De kinderrechter zal daarom de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen, en wel voor de periode van zes maanden.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 9 september 2018 tot 9 maart 2019 betreffende de minderjarige [naam minderjarige] .

Deze beschikking is gegeven door mr. R.H. de Vries, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.E. van Damme als griffier en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2018.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.