Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:6807

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-08-2018
Datum publicatie
04-09-2018
Zaaknummer
C/10/544162 / HA ZA 18-118
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verdeling huwelijksgemeenschap. Sluiten vaststellingsovereenkomst in convenant staat in de weg aan beroep op schenking onder uitsluitingsclausule en op dwaling/benadeling voor meer dan een kwart. Aanvaarding te harer bate en schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/544162 / HA ZA 18-118

Vonnis van 29 augustus 2018

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. R.J.S. Houtackers te Mierlo,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. M.W.F. van Wijk te Helmond.

Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 16 juli 2018.

1.2.

Vervolgens is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen. De rechtbank Oost-Brabant heeft bij beschikking van 5 juni 2015 de echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is op 17 juni 2015 ingeschreven in de registers van de Burgerlijke Stand.

2.2.

Partijen hebben op 3 maart 2015 een overeenkomst gesloten over onder meer de huwelijksvermogensrechtelijke gevolgen van hun echtscheiding. Dit document kent de titel ‘vaststellingsovereenkomst.’ Deze overeenkomst is tot stand gekomen met behulp van een mediator ( [persoon 1] , SKS Scheidingsspecialist te Helmond). De overeenkomst is gehecht aan de echtscheidingsbeschikking en maakt daar onderdeel van uit.

2.3.

In de overeenkomst staat onder meer:

“1.1. Wijziging van de vaststellingsovereenkomst

1.1.1

Deze vaststellingsovereenkomst kan slechts worden gewijzigd indien mevrouw [eiseres] en de heer [gedaagde] over de inhoud van de wijziging, alsmede over de gevolgen van deze wijziging overeenstemming hebben bereikt.

1.1.2

De wijziging is slechts van kracht indien zij schriftelijk is vastgelegd en door mevrouw [eiseres] en de heer [gedaagde] is ondertekend.

[..]

2.2.1

Voor de verrekening van bezittingen en schulden wordt uitgegaan van de waarde per peildatum 1-1-2015, tenzij anders uitdrukkelijk vermeld.

[..]

2.7

Auto’s, inboedel en onderneming(en)

2.7.1

Mevrouw [eiseres] en de heer [gedaagde] hebben hun inboedelgoederen

vastgelegd in een verdelingslijst die als bijlage is toegevoegd bij deze

vaststellingsovereenkomst (zie bijlage 4).

2.7.2

De Opel met [kenteken] en bouwjaar 2004 zal worden toebedeeld aan de heer

[gedaagde] (zie bijlage 5).

2.7.3

De Harley Davidson met [kenteken] en bouwjaar 2000 zal worden toebedeeld aan de

heer [gedaagde] (zie bijlage 6).

[..]

2.10

Overbedeling

2.10.1

In het kader van de overbedeling aan de zijde van de heer [gedaagde] is de heer

[gedaagde] , mevrouw [eiseres] een bedrag van € 4.250,00 verschuldigd.

2.10.2

De heer [gedaagde] zal hiertoe direct na de inschrijving van de echtscheiding in de

registers van de Burgerlijke Stand een bedrag van € 2.500,00 en vervolgens een bedrag van

minimaal € 145,85 per maand overmaken op [rekeningnummer] ten

name van mevrouw [eiseres] . Het volledige bedrag zal zodoende binnen 1 jaar volledig

voldaan zijn.

[..]

2.14

Erfenis, gift en/of aanverwante rechtsfiguren

2.14.1

Van enige thans (nog) te verdelen erfenis, gift en/of aanverwante rechtsfiguur is thans geen sprake. Mocht dat aan de orde komen in de komende periode tot de echtscheidingsdatum, al dan niet met uitsluitingsclausule ter exclusieve begunstiging van een partij, dan geldt vanaf heden dat enig zodanig recht zonder verrekening geheel ten gunste zal zijn en blijven van de partij die in wettelijk meest directe zin gerelateerd is aan de erflater/gever, tenzij deze uitdrukkelijk de ander met naam zou hebben genoemd om te begunstigen.

2.15

Finale kwijting en vrijwaring

2.15.1

Mevrouw [eiseres] en de heer [gedaagde] verklaren hierbij de tussen hen

bestaande huwelijksgemeenschap met inachtneming van de maatstaven van redelijkheid en

billijkheid te hebben verdeeld en zij verklaren tevens behoudens met betrekking tot de rechten

en verplichtingen genoemd in deze vaststellingsovereenkomst niets meer van elkaar te

vorderen te hebben en elkaar algehele en finale kwijting te verlenen. De schulden gemaakt

vanaf 1 januari 2015 vallen niet meer onder de huwelijks gemeenschap in welke vorm dan ook.

Degene die de schuld is aangegaan is vanaf 1januari 2015 hoofdelijk aansprakelijk voor deze

schuld.

2.15.2

Mevrouw [eiseres] en de heer [gedaagde] verklaren over en weer elkaar te

zullen vrijwaren, indien de ene partij wordt aangesproken tot voldoening van een schuld welke

ingevolge deze overeenkomst ten laste van de andere partij komt.

2.15.3

Mevrouw [eiseres] en de heer [gedaagde] verklaren naar eer en geweten alle

benodigde informatie te hebben aangeleverd die de grondslag zijn voor de financiële verdeling

en verrekening.

2.15.4

Bij ondertekening van de begeleidingsovereenkomst en aanvang van de scheidingsbegeleiding

waren mevrouw [eiseres] en de heer [gedaagde] onderhandelingsvaardig en in

staat tot het nemen van weloverwogen beslissingen.”

2.4.

De ouders van de vrouw ( [vader van de vrouw] en [moeder van de vrouw] ) hebben op 16 oktober 2006 een bedrag van € 21.700,- overgemaakt op een bankrekening die op naam van (alleen) de vrouw is gesteld. Op het desbetreffende bankrekeningafschrift van de vrouw staat onder het kopje ‘Omschrijving/ naam’ de tekst ‘[vader van de vrouw] EO overboeking.

2.5.

De vrouw legt onder meer de navolgende twee producties (twee verklaringen van haar ouders) over:

VERKLARING VAN SCHENKING

1. a. De heer [vader van de vrouw] , geboren te [geboorteplaats] , op [geboortedatum] , wonende te [woonplaats] aan het [adres] ,

gehuwd met

b. [moeder van de vrouw] , geboren te [geboorteplaats] op

[geboortedatum] , hierna gezamenlijk tevens te noemen “de schenker”, en

2. [eiseres] geboren op [geboortedatum]

te [geboorteplaats] , thans wonende te [woonplaats] aan het

adres [adres] , dochter van de schenker,

hierna tevens te noemen “de begiftigde”

verklaren als volgt:

De schenker verklaart op 16 oktober 2006 een bedrag van eenentwintigduizend zevenhonderd euro (€ 21.700) te

hebben geschonken aan de begiftigde. De schenking heeft plaatsgevonden middels bankoverschrijving.

Begiftigde verklaart het bedrag als schenking te aanvaarden.

De schenker bepaalt, dat deze schenking en de vruchten daarvan en al hetgeen door belegging of herbelegging

daarvoor in de plaats wordt verkregen, nooit zullen vallen in enigerlei goederengemeenschap onder welke

benaming of titel dan ook, waarin de begiftigde is gerechtigd of later gerechtigd mocht worden, ten gevolge van

een huwelijk dan wel geregistreerd partnerschap of enige andere samenlevings- of samenwoningsvorm, en dat deze schenking en vruchten daarvan en al datgeen wat door belegging of herbelegging daarvoor in de plaats wordt verkregen, niet bij enige verrekening terzake zullen worden betrokken. In afwijking van het hiervoor bepaalde wordt de waarde van de schenking en de vruchten daarvan wel in de verdeling of verrekening betrokken indien vorenbedoeld huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenleving van de begiftigde

eindigt door overlijden.

Aldus eerder mondeling overeengekomen en thans schriftelijk in tweevoud opgesteld en getekend te

Aarle-Rixtel, 23 december 2006.

(handtekening) (handtekening)

1.a. [vader van de vrouw] 2. [eiseres]

(handtekening)

1.b. mevrouw [moeder van de vrouw] ”

en

“Hierbij verklaren wij, [vader van de vrouw] en [moeder van de vrouw] ,

Dat wij op 10 oktober 2006 met onze dochter [eiseres] hebben afgesproken dat zij een

bankrekening op haar eigen naam zou openen.

Deze bankrekening was bedoeld om de schenking van ons aan haar, ad € 21.7000,- apart te houden van de

goederengemeenschap.

Vervolgens hebben wij op 16 oktober 2006 de schenking gedaan op deze persoonlijke bankrekening.

Aarle-Rixtel, 31 augustus 2015

[vader van de vrouw]

(handtekening)

[moeder van de vrouw]

(handtekening)”

3 De vordering

3.1.

De vrouw verzoekt (de rechtbank begrijpt: vordert) om bij wege van vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

i. een verklaring voor recht af te geven, dat de in de dagvaarding omschreven motor (een Harley Davidson) haar eigendom is gebleven en niet in de verdeling betrokken had moeten worden;

ii. De man te veroordelen om de motor met toebehoren (sleutels, kenteken) per direct in goede staat aan de vrouw te retourneren en over te dragen op straffe van een niet voor matiging aan de vrouw toevallende dwangsom van € 1.000,- per dag of dagdeel dat de man binnen 48 uur na betekening van dit vonnis ingebreke blijft, althans tot veroordeling tot betaling aan de vrouw van een vervangende schadevergoeding van € 16.000,-;

iii. De verdeling door partijen van de huwelijkse gemeenschap te vernietigen en opnieuw in goede justitie vast te stellen en daarbij de motor in goede staat met toebehoren alsnog aan de vrouw toe te delen en/of (aanvullend) het bedrag te bepalen dat de man daarboven ten titel van schade c.q. overbedeling aan de vrouw dient te betalen, waarbij de vrouw deze schade begroot op € 16.000.- voorzover de motor niet alsnog in goede staat in haar feitelijke bezit kan worden gesteld;

iv. De overeenkomst waarbij partijen de huwelijkse gemeenschap hebben verdeeld, te

ontbinden en de man op straffe van een dwangsom van € 1000,- per dag of dagdeel

dat de man binnen 48 uur na betekening van dit vonnis ingebreke blijft, te veroordelen om de vrouw in het feitelijke bezit te stellen van deze motor in goede staat en met toebehoren en de man te veroordelen de schade die het gevolg is van de ontbinding nadat deze is vastgesteld op een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen wijze, aan de vrouw te vergoeden;

v. De man te veroordelen om de afspraken t.a.v. de overige inboedelgoederen (ketting,

zwembad, harde schijf met foto’s) alsnog behoorlijk na te komen door de vrouw in

het feitelijke bezit te stellen van deze goederen in goede staat en de man te veroordelen de vervangende schade nadat. deze is vastgesteld op een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen wijze, aan de vrouw te vergoeden;

vi. De man te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding, te voldoen binnen

veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de

proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de

wettelijke rente over de proceskosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor

voldoening, een en ander, voorzover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad;

3.2.

De vrouw stelt daartoe het volgende.

vorderingen i en ii

3.3.

De Harley Davidson, met een waarde van € 16.000,-, is gekocht met geld dat de vrouw als gift van haar ouders heeft ontvangen. Haar ouders hebben bij het doen van deze gift bepaald dat deze niet in de huwelijksgemeenschap zou vallen (de uitsluitingsclausule). Bewijs daarvan vormen de door de vrouw overgelegde verklaringen van haar ouders. Bovendien was het toepassen van de uitsluitingsclausule van tevoren besproken met de accountant van de ouders van de vrouw en had de vrouw speciaal een aparte bankrekening geopend, op eigen naam, om het geld gescheiden te houden van de gemeenschap. Volgens het leerstuk van de zaakvervanging is de Harley Davidson privé eigendom van de vrouw geworden. Daarom dient voor recht verklaard te worden dat de motor in eigendom aan de vrouw toebehoort en dient de motor aan haar geretourneerd moet worden, althans dient aan de vrouw een vervangende schadevergoeding van € 16.000,- betaald te worden, zijnde de huidige waarde van de motor. De vrouw stelt dat het convenant ten onrechte de titel vaststellingsovereenkomst kent.

vordering iii

3.4.

Subsidiair stelt de vrouw dat zij voor meer dan een kwart is benadeeld is bij de verdeling van de gemeenschap. Zij doet, verwijzend naar artikel 3:196 BW, een beroep op dwaling. De motor was volgens een taxatie van net na de echtscheiding € 16.000,- waard maar is voor slechts € 9.000,- meegenomen in de verdeling. De waarde was op € 9.000,- gesteld om te voorkomen dat de man een te hoge overbedelingsvergoeding zou moeten betalen. De waarde van de gemeenschap is vastgesteld op € 15.379,80. Een kwart daarvan is € 3.844,95. Zowel de meerwaarde van de motor van € 7.000,- als het bedrag van € 9.000,- waarvoor de motor ten onrechte in de verdeling is betrokken overstijgen dit kwart c.q. het bedrag van € 3.844,95. De wettelijke vervaltermijn van drie jaar is nog niet verstreken. Nergens in het convenant staat dat de vrouw de verdeling te harer bate en schade heeft aanvaard. Zij is bij het opstellen van het convenant niet bijgestaan door een deskundig advocaat.

vordering iv

3.5.

De vrouw vordert voorzover vereist voor dat doel ontbinding van de overeenkomst

op grond van niet-nakoming van de daarin neergelegde afspraken. Het recht op ontbinding is niet uitgesloten in het convenant. Alsdan ontstaan er ongedaanmakingsverbintenissen, waarbij de man de vrouw in bezit moet stellen van de motor met toebehoren.

vordering v

3.6.

De man heeft een aantal inboedelgoederen bewust beschadigd en achtergehouden. De vrouw wil deze alsnog ontvangen en vordert nakoming danwel vervangende schadevergoeding. De man is de afspraken uit het convenant niet nagekomen. Moedwillig zijn er spullen vernield (zwembad) of achtergehouden (o.a. ketting, twee harde schijven en ladder). Meerdere goederen die volgens de inboedellijst aan de vrouw zijn toegedeeld, zijn ten onrechte niet aan haar geleverd. De vrouw heeft foto’s van het zwembad bij aflevering en zij beschikt over e-mail- en appverkeer met de man en met de kinderen van partijen, waaruit de negatieve houding van de man blijkt. Zo ontkent hij in de ene mail dat er een harddrive is met foto’s om vervolgens via de dochter te laten weten dat de vrouw de harddrive met foto’s kan ruilen tegen de gordijnen.

4 Het verweer

4.1.

De man voert verweer en hij concludeert tot afwijzing van het gevorderde. De man voert aan dat partijen een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten en dat de vrouw aan die overeenkomst mag worden gehouden. De man betwist dat de door de vrouw ingeroepen twee verklaringen van haar ouders opgemaakt zijn ten tijde van het huwelijk. De man acht deze verklaringen ongeloofwaardig. De man betwist dat de handtekeningen op de verklaring van 31 augustus 2015 zijn geplaatst door de ouders van de vrouw, die volgens de man dement zijn. Een dochter van partijen heeft de man verteld dat de vrouw tegenover de dochter heeft erkend dat zij, de vrouw, zelf deze handtekening heeft geplaatst. Volgens de man had de gemeenschap een hogere waarde dan de vrouw stelt. De man betwist (inboedel) goederen vernield of achtergehouden te hebben. De man heeft het zwembad van zolder gehaald en deze in een doos aan de vrouw overhandigd. De man betwist dat daarbij sprake is geweest van vernieling. De man heeft de ketting al afgegeven aan de vrouw. De man heeft nogmaals de hele woning doorzocht maar kan nergens een ketting vinden. Een harde schijf met muziek en foto’s is de man niet bekend. Er was wel een harde schijf met alleen muziek maar die is gecrasht. De man heeft er geen enkel belang bij om een (functionerende) harde schijf achter te houden.

5 De beoordeling

vorderingen i en ii

5.1.

De vorderingen van de vrouw zullen worden afgewezen. Daarbij is het volgende van belang.

5.2.

Een vaststelling ter beëindiging van onzekerheid of geschil op vermogensrechtelijk gebied is ook geldig als zij in strijd mocht blijken met dwingend recht, tenzij zij tevens naar inhoud of strekking in strijd komt met de goede zeden of de openbare orde (art. 7:902 BW).

5.3.

De vrouw heeft ter comparitie verklaard/ erkend:

- dat bij de mediator de kwestie uitdrukkelijk is besproken of de motor wel of niet in de gemeenschap viel, waarbij de mediator zich op het standpunt heeft gesteld dat de motor wel in de gemeenschap viel

- dat de man daarbij had gezegd dat de motor in zijn visie wél in de gemeenschap viel

- dat partijen op een gegeven moment niet meer normaal met elkaar konden praten bij de mediator (omdat ze ruzie hadden)

- dat de vrouw het convenant toch maar heeft getekend omdat zij ‘er van af wilde’ nu de man toch al had gezegd dat hij niet bereid was om de motor volledig te vergoeden aan de vrouw

- dat zij, toen partijen nog in echtscheiding lagen, spullen kwam uitzoeken op de zolder van de echtelijke woning, dat de man toen met een slot de toegang naar de zolder heeft afgesloten, en dat de vrouw toen tegen de mediator heeft gezegd dat zij de zolder niet meer zou bezoeken omdat zij bang was dat de man haar anders daar van af zou gooien.

Ook heeft de vrouw verklaard dat partijen in het zicht van de echtscheiding naar een officiële Harley Davidson dealer in Veghel zijn gereden en dat die dealer de motor heeft getaxeerd op een waarde van € 9.000,-. De rechtbank acht in deze verklaringen besloten liggen dat partijen een geschil hadden over de vraag of de motor in de gemeenschap viel en dat de vrouw vervolgens willens en wetens het convenant heeft getekend, ook al was dat kennelijk niet van harte (de vrouw wilde er van af). Ook heeft de vrouw willens en wetens ingestemd met een waarde van € 9.000,- (de man wilde toch niet nog meer gaan betalen, dus de vrouw heeft maar getekend). Daarom is het convenant geldig, ongeacht of de motor onderdeel uitmaakte van de huwelijksgemeenschap en ongeacht de toenmalige waarde van de motor.

5.4.

De vrouw stelt in de dagvaarding dat de tussen partijen gesloten overeenkomst geen vaststellingsovereenkomst is. De rechtbank passeert deze stelling, nu deze stelling niet is onderbouwd en in strijd is met hetgeen de vrouw zelf heeft verklaard op de comparitie van partijen.

5.5.

Aan het oordeel draagt verder bij dat partijen in het convenant elkaar over en weer finale kwijting hebben verleend en daarin ook nog eens uitdrukkelijk hebben verklaard dat geen sprake meer was van giften die krachtens een uitsluitingsclausule buiten de gemeenschap moesten blijven. Daarmee heeft de vrouw afstand gedaan van haar recht om daar thans nog op terug te mogen komen.

5.6.

Indien juist is de stelling van de vrouw dat de motor toch niet in de gemeenschap viel, en dat de motor veel meer waard was dan € 8.000,-, dan kan haar dat tegenover de man niet meer baten. Niet valt in te zien waarom aan de man zou mogen worden toegerekend indien (gesteld) de mediator en/of de taxateur van de Harley Davidson hun werk niet goed zouden hebben gedaan. De vrouw dient zich hiervoor tot de mediator of taxateur te wenden, maar niet tot de man. De man heeft mogen begrijpen dat met het sluiten van het convenant een finale regeling tussen partijen was getroffen.

5.7.

Aan dit het oordeel doet niet af de stelling van de vrouw dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om haar aan het convenant houden. De drempel om een dergelijke onaanvaardbaarheid te mogen aannemen is hoog en die wordt hier niet gehaald. De vrouw stelt geen feiten of omstandigheden om dit beroep te onderbouwen.

vordering iii (benadeling voor meer dan een kwart)

5.8.

Een rechtsvordering tot vernietiging van de verdeling vervalt door verloop van drie jaren na de verdeling (art. 3:200 BW). Het convenant houdende de regeling van de verdeling dateert van 3 maart 2015. De dagvaarding dateert van 29 december 2017. De vordering is dus nog niet vervallen.

5.9.

Artikel 3:196 BW bepaalt, voor zover van belang:

4 Een verdeling is niet op grond van dwaling omtrent de waarde van een of meer der te verdelen goederen en schulden vernietigbaar, indien de benadeelde de toedeling te zijnen bate of schade heeft aanvaard (art. 3:196 lid 4 BW).

5.10.

Als juist is de stelling van de vrouw dat de motor eigenlijk € 16.000,- waard was dan heeft de vrouw, naar zij zelf stelt en aldus erkent, ingestemd met de lagere waarde (de man wilde toch niet meer gaan betalen en de vrouw wilde er van af, dus heeft de vrouw maar getekend). Aldus is sprake van aanvaarding te harer bate en bate schade. Hierop strandt het beroep op dwaling en dus deze deelvordering.

vordering iv (ontbinding overeenkomst)

5.11.

Ontbinding vereist een tekortkoming. Het is niet de man die opzettelijk heeft verzwegen dat de motor niet in de gemeenschap viel. Het was de mediator die daaromtrent een standpunt heeft ingenomen waarmee de vrouw het thans niet eens meer is. Dat is geen tekortkoming van de man, maar een (gestelde) tekortkoming van de mediator. Hetzelfde oordeel geldt ten aanzien van de taxateur van de motor.

Als de man een aantal inboedelgoederen bewust heeft beschadigd en achtergehouden (hetgeen thans niet vaststaat), dan is dat een tekortkoming die van een te geringe betekenis is om de ontbinding te rechtvaardigen. De vrouw stelt niet hoe hoog haar schade is en haar stellingen wijzen er niet op dat het hier om wezenlijke bedragen gaat. De vrouw maakt ook niet duidelijk om welke goederen het precies gaat (“meerdere goederen zijn niet aan de vrouw afgeleverd”). Voorts weegt mee dat de vrouw nu pas in actie komt, terwijl het convenant dateert uit maart 2015. Vordering iv zal worden afgewezen. In dit oordeel weegt de rechtbank ook mee wat, hierna, zal worden overwogen over vordering V.

vordering v (bewust beschadigde en achtergehouden inboedelgoederen)

5.12.

Deze vordering zal worden afgewezen bij gebreke van een deugdelijke onderbouwing. Van de vrouw had verwacht mogen worden om te stellen om welke goederen het precies gaat en wat zij waard zijn. Enig schadebedrag is niet genoemd. De vrouw heeft ter comparitie al erkend dat zij zich realiseert dat het nu moeilijk is geworden om deze vordering nog te onderbouwen. Goederen waaromtrent geen vordering ligt (de man zou ook nog een voor de vrouw bestemd servies hebben beschadigd, maar hierover staat niets in de dagvaarding) mogen niet in de beoordeling worden betrokken.

5.13.

Gelet op de relatie tussen partijen (ex- echtelieden) zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6 De beslissing

De rechtbank

6.1.

wijst de vorderingen af,

6.2.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 29 augustus 2018.

2517/676