Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:6715

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-07-2018
Datum publicatie
15-08-2018
Zaaknummer
552748 / HA RK 18-652
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid. Uit het proces-verbaal blijkt dat de rechter ter zitting van 12 juni 2018 uitspraak heeft gedaan. Die uitspraak is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de zaak door de rechter is geëindigd. Het wrakingsverzoek is op 12 juni 2018 en – zoals blijkt uit de inhoud van het verzoek – na de uitspraak van de eindbeslissing ingediend. Uit het vorenstaande volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer voor wrakingszaken

Zaaknummer / rekestnummer: 552748 / HA RK 18-652

Beslissing van 9 juli 2018

op het verzoek van

[naam verzoeker] ,

wonende te [adres] ,

verzoeker,

strekkende tot wraking van:

mr. A.I. van Strien, senior rechter in de rechtbank Rotterdam, team bestuur 1 (hierna: de rechter).

1 Het procesverloop en de processtukken

Ter zitting van 12 juni 2018 heeft de rechter als voorzieningenrechter behandeld het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak van verzoeker en de burgemeester van de gemeente Rotterdam. Die procedure draagt als kenmerk ROT 18/2855.

Bij brief van 12 juni 2018 heeft verzoeker wraking van de rechter verzocht.

Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure/strafzaak, waarin zich onder meer bevindt het proces-verbaal uitspraak van de hiervoor bedoelde zitting.

Behalve de hiervoor genoemde stukken heeft de wrakingskamer voorts nog kennis genomen van de brief van de algemeen secretaris van de wrakingskamer aan verzoeker, gedateerd 18 juni 2018.

2 De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1

Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 8:15 Awb kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter reeds een einduitspraak heeft gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.

2.2

Uit het hiervoor genoemde proces-verbaal blijkt dat de rechter in de hiervoor omschreven procedure ter zitting van 12 juni 2018 uitspraak heeft gedaan. Die uitspraak is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de zaak door de rechter is geëindigd.

2.3

Het wrakingsverzoek is op 12 juni 2018 en – zoals blijkt uit de inhoud van het verzoek – na de uitspraak van de eindbeslissing ingediend.

Uit het vorenstaande volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan. Verzoeker is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de rechter. Het verzoek zal op die grond, met toepassing van het bepaalde in artikel 9.1, aanhef en onder c, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank worden afgewezen.

3 De beslissing

De rechtbank:

- wijst af het verzoek tot wraking van mr. A.I. van Strien wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.N. van Zelm van Eldik, voorzitter, mr. W.M.P.M. Weerdesteijn en mr. A.A. Kalk, rechters.

Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing door mr. W.M.P.M. Weerdesteijn uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2018 in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier en door hen ondertekend.

Verzonden op:

aan:

- verzoeker

- mr. A.I. van Strien