Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:6707

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-08-2018
Datum publicatie
26-09-2018
Zaaknummer
7006425 VZ VERZ 18-14220
Rechtsgebieden
Aanbestedingsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

dingende reden beeindiging dienstverband met 5 werknemers ivm werkweigering. 7:677 lid 2, 7:673 lid 7 sub c BW, Loonvordering, transitie- en billijke vergoeding afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-1096
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 7006425 VZ VERZ 18-14220

uitspraak: 10 augustus 2018

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [plaatsnaam],

verzoeker,

gemachtigde: mr. H. Romeijn te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SOS Brielle B.V,

gevestigd te Oostvoorne,

gemachtigde: mr. S. Verweel-Nauman te Oostvoorne.

Partijen worden hierna aangeduid verzoeker als “[verzoeker]” en verweerster als “SOS Brielle”

Het verloop van de procedure

1.1 [verzoeker] heeft overeenkomstig het op 18 juni 2018 ontvangen verzoekschrift onder overlegging van stukken verzocht bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad,

in het incident:

  1. de eindafrekening (periode 9) ad € 3.698,17 bruto volledige uit te betalen, zonder inhouding van een gefixeerde schadevergoeding van € 1.788,38, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de opeisbaarheid tot de dag der algehele voldoening;

  2. een deugdelijke en gecorrigeerde salarisspecificatie van de eindafrekening te verstrekken waarin de betaling van sub a is verwerkt, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag voor elke dag na 2 dagen na de datum van de beschikking dat SOS Brielle hieraan niet voldoet;

  3. de wettelijke verhoging van 50% wegens vertraging over het aan eiser toekomende loon ex artikel 7:625 BW te voldoen;

  4. buitengerechtelijke incassokosten te voldoen conform de WIK staffel;

  5. SOS Brielle te veroordelen in de proceskosten.

in de hoofdzaak:

  1. SOS Brielle te veroordelen om aan [verzoeker] te betalen de gefixeerde schadevergoeding van € 1746,48 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de beschikking tot de dag der algehele voldoening;

  2. SOS Brielle te veroordelen om aan [verzoeker] te betalen € 1.925,00 bruto aan transitievergoeding ex artikel 7:673 BW, te vermeerderen met de wettelijke rente;

  3. SOS Brielle te veroordelen om aan [verzoeker] te betalen € 18.000,00 bruto aan billijke vergoeding ex artikel 7:681 BW, te vermeerderen met de wettelijke rente;

  4. SOS Brielle te veroordelen om aan [verzoeker] te betalen € 3.698,17 bruto, zijnde de eindafrekening (periode 9) zonder inhouding van een gefixeerde schadevergoeding;

  5. SOS Brielle te veroordelen om aan [verzoeker] een deugdelijke bruto-netto salarisspecificatie te verstrekken, waarin de bedragen onder a, b, en c zijn verwerkt, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag voor elke dag na 2 dagen na de datum van de beschikking dat SOS Brielle niet aan de beschikking voldoet;

  6. te verklaren voor recht dat SOS Brielle geen rechten meer kan ontlenen aan het overeengekomen relatiebeding;

  7. SOS Brielle te veroordelen om aan [verzoeker] te betalen de buitengerechtelijke kosten;

  8. SOS Brielle te veroordelen in de proceskosten.

1.2 SOS Brielle heeft een verweerschrift toegezonden, dat op 18 juli 2018 ter griffie is ontvangen;

1.3 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 juli 2018. Beide partijen zijn verschenen, [verzoeker] in persoon, bijgestaan door mr. Romeijn en SOS Brielle bij haar directeur [J.] vergezeld van projectmanager [K.], bijgestaan door mr. Verweel-Nauman. Partijen hebben hun standpunten doen toelichten door de respectievelijke gemachtigden. Van hetgeen op de zitting is besproken heeft de griffier aantekening gemaakt.

2 De vaststaande feiten

In het kader van de onderhavige procedure kan worden uitgegaan van de volgende vaststaande feiten.

2.1

SOS Brielle is een service-, onderhouds- en schoonmaakbedrijf dat onder andere actief is in de havens van Rotterdam en Amsterdam.

2.2

[verzoeker] is op 7 september 2015 in dienst getreden bij SOS Brielle, laatstelijk in de functie van medewerker algemeen. Met ingang van 7 september 2017 heeft [verzoeker] een arbeidsovereenkomst voor de duur van het project. [verzoeker] werkte gemiddeld 38 uur per week. Zijn loon bedroeg € 1.746,48 bruto per 4 weken.

Op de arbeidsovereenkomst is de CAO in het Schoonmaak- en glazenwassersbedrijf van toepassing.

2.3

[verzoeker] verrichtte zijn werkzaamheden gewoonlijk bij Enerco in Amsterdam.

2.4

Op 16 april 2018 ontvangt SOS Brielle een email van [M.] van Enerco

“(…) Ik wil jullie even attent maken op het gerucht, wat hier door de wandelgangen gaat, van het feit dat de Bulgaarse werknemers en masse opstappen.

Dit vanwege het arbeidsconflict met SOS. Te beginnen met [naam] binnenkort en de rest gaat mee (volgens de geruchten!)

Ik vertrouw erop dat jullie gepaste maatregelen nemen om te voorkomen dat onze productie voortgang in gevaar komt.

Wij worden graag geïnformeerd en op de hoogte gehouden van e.e.a.(…)”.

2.5

Op 29 april 2018 ontvangt SOS Brielle van [verzoeker] een WhatsApp

“Piet wij hebben vorige maand afgesproken dat we als de salaris niet goed zijn dan gaan wij mee stoppen. Morgen komt het de volgende mensen niet [voornaam] (ktr:([verzoeker]), [voornaam] [ktr: [achternaam]], [voornaam] [ktr: [achternaam]], [voornaam] [ktr: [verzoeker]], [voornaam] [ktr: [verzoeker]], [voornaam] [ktr: [achternaam]].”

2.6

Bij email van 29 april 2018 heeft SOS aan onder andere [verzoeker] het volgende bericht:

“Naar aanleiding van het gesprek dat wij [K.] en [J.] vanavond 29 april 2018 tussen 19.10 en 19.50 gehad hebben in de kelder van de winkel van Sali met jullie te weten: [voornaam] [verzoeker], [voornaam] [verzoeker], [achternaam] [verzoeker], [voornaam] [achternaam], Sian [verzoeker] en [voornaam] [achternaam] en dat jullie daarbij hebben aangegeven dat jullie per direct ontslag willen nemen. Wij hebben daarop verteld dat er een opzegtermijn van 1 maand na ontvangst van een schriftelijk verzoek tot ontslag van jullie. Zoals jullie ook bekend is gemaakt is dit gesprek op opgenomen waarin verteld wordt door mij dat de opzegtermijn gerespecteerd dient te worden en dat we eventueel in overleg kunnen bezien of het mogelijk is om deze maand opzegtermijn te verkorten. De basis is en blijft dat de maand opzegtermijn gerespecteerd dient te worden. Ook is aangegeven dat er door jullie een schriftelijke aanvraag van het ontslag op eigen verzoek gedaan dient te worden met daarop vermeld de datum waarop deze aanvraag gedaan wordt. Na ontvangst van dit schrijven kan de opzegtermijn in werking treden en kan er eventueel in overleg ook resterende verlofdagen opgenomen worden. We verwachten dat iedereen deze week de middagdienst werkt zoals ingeroosterd is zodat wij als SOS Brielle B.V. ook gewoon onze verplichtingen tegenover de opdrachtgever kan nakomen. (…).”

2.7

Bij e-mail van 30 april 2018 heeft SOS Brielle aan onder andere [verzoeker] het volgende bericht:

“(…) Naar aanleiding van het gesprek van gisteren alsmede het gisteravond aan jullie verstuurde mailbericht waarbij is aangegeven dat we verwachten dat jullie vandaag gewoon zouden gaan werken en dat de opzegtermijn van een maand na het indienen van een schriftelijk ontslagverzoek van jullie zou worden gerespecteerd zijn jullie vandaag 30 april 2018 ten onrechte niet aan het werk gegaan. Wel hebben jullie de toegangspassen voor de toegang tot de werklocatie ingeleverd bij [achternaam] van de opdrachtgever Enerco en hebben jullie ook de kledingkasten met daarin werkkleding alsmede eventuele persoonlijke spullen leeggehaald en opgeruimd en hierna de sleutels van deze kasten aan mij overhandigd. Er is door jullie wederom aangegeven dat jullie niet meer voornemens zijn om te komen werken. Onder inhouding van het salaris voor deze dag krijgen jullie nog eenmaal de gelegenheid om morgen 1 mei 2018 wel op het werk te verschijnen en bij gebreke zullen jullie op staande voet worden ontslagen, tevens zal de gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging worden gevorderd. (…)”

2.8

Bij brief van 1 mei 2018 is [verzoeker] op staande voet ontslagen.

Aan het ontslag zijn de volgende redenen ten grondslag gelegd:

“(...) Op 29 april 2018 hebben wij een gesprek gevoerd over uw wens om tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst te komen. Wij hebben aangegeven dat er een schriftelijke verzoek ingediend diende te worden en dat eerst na inachtneming van de wettelijke opzegtermijn van een maand de arbeidsovereenkomst beëindigd kon worden. Per emailbericht van 29 april 2018 is bovenstaande ook schriftelijk aan u bevestigd. Zolang de arbeidsovereenkomst niet is beëindigd dient u de werkzaamheden waarvoor u bent ingeroosterd uiteraard te blijven verrichten. In de email van 29 april is nog expliciet opgenomen dat u op maandag 30 april 2018 op de werkvloer verwacht werd. Desalniettemin bent u maandagmiddag 30 april 2018 niet op uw werk verschenen. Op maandagavond hebben wij u vervolgens op de hoogte gesteld van de mogelijke gevolgen van uw handelen, inhoudende dat wanneer u op dinsdag 1 mei 2018 wederom niet op uw werk zou verschijnen dit zou leiden tot een ontslag op staande voet. Tevens is u medegedeeld dat in het geval van een ontslag op staande voet de gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging gevorderd zou worden. Dinsdag 1 mei 2018 bent u ondanks deze waarschuwing wederom zonder enige berichtgeving niet op uw werk verschenen. Deze omstandigheden leveren een dringende reden ex artikel 7:677 BW jo. 7:678 BW op. (…)”

3 De stellingen van partijen

3.1

Aan het verzoek heeft [verzoeker] naast de hiervoor onder 2.1, 2.2, 2.3, 2.8 genoemde vaststaande feiten - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - de volgende stellingen ten grondslag gelegd.

3.2

Het ontslag op staande voet is onregelmatig gegeven. SOS Brielle heeft nagelaten een specifieke ontslaggrond ex artikel 7:678 lid 2 te benoemen. Ook is er geen sprake van een ernstig verwijtbaar handelen of nalaten aan de zijde van [verzoeker] en dus evenmin van een dringende reden voor een ontslag op staande voet voor SOS Brielle.

De salariëring zoals door SOS Brielle wordt gedaan is onjuist: zo betaalt zij uren niet uit, verlaagt zij toeslagen en gebruikt zij onjuiste functiecodes en functienamen. [verzoeker] en 5 andere werknemers hebben daarom eind maart 2018 een wilde staking aangekondigd, indien niet uiterlijk eind april 2018 het salaris en de overige emolumenten door SOS Brielle zouden zijn verhoogd. Omdat op 29 april bleek dat de salarissen niet waren verhoogd, hebben de werknemers aangegeven het werk stil te leggen. Deze staking was rechtmatig.

Nu de arbeidsovereenkomst door SOS Brielle is beëindigd zonder inachtneming van de opzegtermijn is SOS Brielle een gefixeerde schadevergoeding ad € 1.746,48 bruto verschuldigd.

Nu de arbeidsovereenkomst meer dan twee jaar heeft geduurd komt [verzoeker] bovendien een transitievergoeding als bedoeld in 7:673 BW van € 1.925 bruto toe.

SOS Brielle heeft ernstig verwijtbaar gehandeld door [verzoeker] ten onrechte op staande voet te ontslaan. [verzoeker] maakt daarom eveneens aanspraak op een billijke vergoeding van € 18.000,00.

Ook kan SOS Brielle geen rechten meer ontlenen aan het tussen partijen overeengekomen relatiebeding.

[verzoeker] heeft een spoedeisend belang bij zijn vordering: hij is voor de kosten van zijn levensonderhoud afhankelijk van het bij SOS Brielle te verdienen loon. SOS Brielle heeft ten onrechte een gefixeerde schadevergoeding ingehouden op de eindafrekening.

3.3

SOS Brielle heeft naast de hiervoor genoemde vaststaande feiten - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende verweer gevoerd:

[verzoeker] kan thans geen bezwaar meer maken tegen zijn functieomschrijving. Daarvoor had hij een beroep moeten instellen bij de commissie Functie-indeling RAS.

SOS Brielle heeft een juiste salariëring toegepast, gebaseerd op de CAO. [verzoeker] heeft schriftelijk uitleg gekregen over de salarisopbouw bij de productie Amsterdam.

Al vanaf november 2017 was bekend dat Enerco terug zou gaan naar een vijfdaagde werkweek en het weekend van 3 en 4 maart 2018 is dan ook het laatste weekend dat er volledig werd gedraaid bij Enerco. De omschakeling van een volcontinurooster naar een vijfdaagse werkweek had gevolgen voor het loon. Er waren minder mogelijkheden om extra uren te werken en er kon minder toeslag worden uitbetaald, omdat er in het weekend niet meer gewerkt werd.

[verzoeker] wilde meer salaris ontvangen en als dat niet gebeurde wilde hij stoppen. SOS Brielle verwijst daartoe naar een WhatsApp-bericht van 29 april 2018 van [verzoeker]. SOS Brielle heeft toen aangegeven dat hij in dat geval een opzegtermijn van één maand in acht dient te nemen en hem is expliciet gezegd dat hij op 30 april 2018 op het werk diende te verschijnen. Die dag heeft hij echter alleen zijn werkkleding en persoonlijke spullen opgehaald en de sleutel van de kledingkast ingeleverd. SOS heeft hem toen nog een kans gegeven om op 1 mei 2018 te komen werken, waarbij hem is medegedeeld dat als dat niet zou gebeuren, hij op staande voet zou worden ontslagen. Op 1 mei 2018 is hij wederom niet op het werk verschenen.

In de ontslagbrief is de ontslagreden uitdrukkelijk vermeld.

Over een staking is nooit gesproken.

SOS Brielle heeft door de houding van [verzoeker] onnodig kosten moeten maken.

Na het ontslag op staande voet hoorde SOS Brielle pas eind juni 2018 voor het eerst wat van [verzoeker].

Van een ernstig verwijtbaar handelen van SOS Brielle is geen sprake. De billijke vergoeding dient dan ook te worden afgewezen. Het is juist [verzoeker] die ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door niet op het werk te verschijnen en SOS Brielle en Enerco in de problemen te brengen.

Bovendien is niet aannemelijk dat [verzoeker] 2 jaar werkloos zal zijn, sterker, SOS Brielle verwacht dat [verzoeker] hoegenaamd geen werkloosheidsperiode hoeft te verwachten. SOS Brielle heeft vernomen dat [verzoeker] inmiddels al elders werkzaam is. Ook om die reden komt [verzoeker] geen billijke vergoeding toe.

4. De beoordeling van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening

4.1

Het verzoek voor het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen. [verzoeker] heeft geen belang bij het treffen van een voorlopige voorziening, nu uit hetgeen hierna wordt overwogen volgt dat in de hoofdzaak heden een eindbeschikking wordt gegeven.

5 De verdere beoordeling van het verzoek

5.1

In deze procedure dient beoordeeld te worden of de arbeidsovereenkomst door SOS Brielle onregelmatig is beëindigd, doordat zij [verzoeker] ten onrechte op staande voet heeft ontslagen en zij dus ten onrechte de opzegtermijn niet in acht heeft genomen.

5.2

Als niet betwist staat vast dat [verzoeker], ondanks dat hij daartoe uitdrukkelijk door SOS Brielle was opgeroepen, noch op 30 april noch op 1 mei 2018 op het werk is verschenen.

5.3

Het weigeren om op de werklocatie te verschijnen en aldus om werk te verrichten kan naar het oordeel van de kantonrechter in beginsel worden gekwalificeerd als een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677 lid 1 BW.

5.4

[verzoeker] meent dat het niet komen werken in casu gerechtvaardigd was, omdat hij op goede grond deelnam aan een wilde staking. SOS Brielle heeft echter gemotiveerd betwist dat [verzoeker] de werkzaamheden niet heeft verricht wegens zijn deelname aan een staking.

5.5

Van een staking is sprake wanneer een (groep) werknemer(s), die een geschil hebben met hun werkgever over arbeidsvoorwaarden, hun werkzaamheden tijdelijk niet uitvoeren, om aldus de werkgever te bewegen hun eisen alsnog in te willigen. Tot een staking mag niet lichtvaardig worden overgegaan. Het wordt geacht een laatste redmiddel te zijn: andere minder verstrekkende mogelijkheden dienen al door de werknemers zonder succes te zijn benut en hen resten dan ook geen andere middelen meer om het door hen beoogde doel te bereiken. Bovendien dient het stakingsmiddel in verhouding te staan tot de schade die derde daardoor lijden.

5.6

[verzoeker] heeft niet betwist dat zijn collega [achternaam] het WhatsApp bericht van 29 april 2018, als aangehaald in r.o. 2.5, mede namens hem heeft gezonden. Uit dat bericht volgt niet SOS Brielle is medegedeeld dat de daar genoemde werknemers, waaronder [verzoeker] met ingang van 30 april 2018 zullen gaan staken. Daarin is immers alleen aangegeven dat er een maand eerder een gesprek heeft plaats gevonden waarbij is aangegeven dat genoemde werknemers zouden stoppen als het salaris “niet goed zou zijn” en dat zij de volgende dag niet zouden komen werken.

Evenmin is door [verzoeker] betwist dat naar aanleiding van dit bericht tussen SOS Brielle en de werknemers een gesprek heeft plaatsgevonden. SOS Brielle voert aan dat ook uit dat gesprek volgde dat de werknemers het voornemen hadden om te stopen, omdat zij meenden dat zij te weinig verdienden. Die zienswijze van SOS Brielle volgt ook uit de email van [K.] van 29 april 2018 zoals hiervoor in r.o. 2.6 aangehaald. [verzoeker] heeft niet gesteld dat hij deze e-mail niet heeft ontvangen. Het moet dan ook voor [verzoeker] duidelijk zijn geweest dat SOS Brielle meende dat [verzoeker] de arbeidsovereenkomst wenste te beëindigen. Het had dan ook op de weg van [verzoeker] gelegen SOS Brielle te informeren dat hij en zijn collega’s alleen voornemens waren om te gaan staken en niet beoogden de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Dat hij zulks heeft gedaan is echter gesteld noch gebleken.

Voorts is door [verzoeker] niet betwist dat hij 30 april 2018 zijn kledingkast bij Enerco leeg heeft gehaald en de sleutel en toegangspas bij SOS Brielle danwel Enerco heeft ingeleverd en naar huis is gegaan. Ook dit duidt er op dat hij de arbeidsovereenkomst heeft willen beëindigen.

Bij e-mail van 30 april 2018, waarvan de ontvangst door [verzoeker] niet is betwist, is [verzoeker] er op gewezen wat de gevolgen zullen zijn als hij de volgende dag wederom niet op het werk zou verschijnen. Ook deze email heeft [verzoeker] er niet toe kunnen brengen SOS Brielle nader te informeren, noch om op het werk te verschijnen.

Ook na ontvangst van de ontslagbrief van 1 mei 2018 heeft [verzoeker] kennelijk geen contact met SOS Brielle opgenomen en aangegeven dat er van zijn kant geen sprake was dat hij de arbeidsovereenkomst heeft willen beëindigen, maar dat hij alleen heeft willen staken. Dit zou in het geval dat SOS Brielle ten onrechte zou hebben gemeend dat [verzoeker] beoogd had de arbeidsovereenkomst per direct te willen eindigen voor de hand hebben gelegen.

5.7

Gelet op het vorenstaande heeft [verzoeker] dan ook onvoldoende onderbouwd dat hij op 30 april en 1 mei 2018 gebruik gemaakt heeft van zijn stakingsrecht.

5.8

Door [verzoeker] is overigens ook onvoldoende onderbouwd dat hem een stakingsrecht toekwam. Hij heeft weliswaar aangevoerd dat hij een hoger salaris toekwam dan door SOS Brielle werd uitbetaald, maar hij heeft dit standpunt gelet op het gemotiveerde verweer van SOS Brielle, niet afdoende onderbouwd, hetgeen op zijn weg zou hebben gelegen. Hij heeft immers niet meer aangevoerd dan dat de salariëring niet klopte, omdat de toeslagen zijn verlaagd en er zouden uren niet zijn uitbetaald. SOS Brielle heeft echter aangevoerd dat de verlaging van de toeslagen het gevolg is van de overgang van een full-continurooster naar een vijfdaagse werkweek en dit conform de van toepassing zijnde CAO was, als ook dat zij, omdat dit een fors verschil met zich bracht, een overgangsperiode had ingelast waarin dat verschil door werkgever en werknemer gelijkelijk werd gedeeld. Voorts heeft SOS Brielle betwist dat zij minder uren heeft uitbetaald dan [verzoeker] had gewerkt.

5.9

Verder heeft [verzoeker] niet aangevoerd, laat staan onderbouwd dat de gestelde staking een laatste redmiddel was, omdat alle andere mogelijkheden om beter arbeidsvoorwaarden af te dwingen reeds zonder succes waren benut. Hij heeft immers niet meer aangevoerd dan dat er reeds eerder een gesprek tussen de betreffende werknemers en SOS Brielle over de arbeidsvoorwaarden heeft plaatsgevonden, maar dat dit niet heeft geleid tot verhoging van het loon.

5.10

Dit leidt tot het oordeel dat SOS Brielle door [verzoeker] op staande voet te ontslaan de arbeidsovereenkomst niet onregelmatig heeft beëindigd.

5.11

SOS Brielle is jegens [verzoeker] dan ook niet schadeplichtig. De vordering tot toekenning aan [verzoeker] van de vordering tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding ad € 1.746,48 bruto wordt dan ook afgewezen.

5.12

Nu er in rechte van moet worden uitgegaan dat [verzoeker] door op 30 april en 1 mei 2018 niet op het werk te verschijnen ernstig verwijtbaar heeft gehandeld is SOS Brielle gelet op het bepaalde in artikel 7: 673 lid 7 sub c BW geen transitievergoeding verschuldigd. Gesteld noch gebleken is dat er sprake is van een situatie als bedoeld in het achtste lid van voornoemd artikel, zodat de kantonrechter geen aanleiding ziet aan [verzoeker] desondanks (gedeeltelijk) een transitievergoeding toe te kennen. Dit deel van de vordering wordt dan ook afgewezen.

5.13

Voorts is van een ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van SOS Brielle evenmin sprake, zodat de vordering ter zake van de billijke vergoeding ad € 18.000,00 eveneens wordt afgewezen.

5.14

Artikel 7:677 lid 2 BW bepaalt dat de partij die door opzet of schuld aan de wederpartij een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen aan de wederpartij een vergoeding verschuldigd is indien de wederpartij van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. In het derde lid wordt de omvang van die vergoeding nader uitgewerkt.

5.15

Tussen partijen is niet in geschil dat [verzoeker] een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd was aangegaan en korter dan 5 jaar in dienst is geweest, zodat de opzegtermijn één maand zou zijn geweest. Artikel 7:677 lid 3 sub a BW bepaalt dat in dat geval de vergoeding gelijk is aan het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. SOS Brielle heeft [verzoeker] een vergoeding in rekening gebracht van € 1.788,38. Gelet op de door [verzoeker] overgelegde loonspecificaties is dit bedrag lager dan zijn het bruto basisloon omgerekend per maand, vermeerderd met 8% vakantietoeslag.

5.16

Het voorgaande brengt met zich dat de vordering tot volledige uitbetaling van de eindafrekening zonder inhouding van een gefixeerde schadevergoeding dient te worden afgewezen.

5.17

Hetzelfde heeft te gelden voor de vordering om SOS Brielle te veroordelen om aan [verzoeker] een schriftelijke en deugdelijke bruto-netto salarisspecificatie te verstrekken.

5.18

De vordering ter zake van de verklaring voor recht dat SOS Brielle geen rechten meer kan ontlenen aan het overeengekomen relatiebeding wordt als onvoldoende onderbouwd eveneens afgewezen. De enkele omstandigheid dat [verzoeker] door SOS Brielle op staande voet is ontslagen noopt zonder nadere toelichting die ontbreekt niet tot toewijzing van deze vordering.

5.19

Gelet op het vorenstaande wordt ook de vordering ter zake van de buitengerechtelijke kosten afgewezen, nog daargelaten dat dit deel van de vordering in het geheel niet is onderbouwd.

5.20

[verzoeker] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. Gelet op de samenhang met de andere 5 zaken die tegelijkertijd zijn behandeld, wordt het salaris vastgesteld op € 150,00 per punt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening

wijst het verzoek af;

in de hoofdzaak

wijst af de vorderingen van [verzoeker].

veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van SOS Brielle vastgesteld op € 300,00 aan salaris voor haar gemachtigde;

verklaart deze beschikking voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. van Die en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

898