Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:6600

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-07-2018
Datum publicatie
13-08-2018
Zaaknummer
10/690120-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vervoeren en aanwezig hebben van een grote hoeveelheid xtc-pillen en amfetamine. First offender. De verdachte zocht een oplossing voor zijn financiële problemen in de drugshandel. Dat is niet gelukt. Veroordeling tot een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf en een maximale taakstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/690120-18

Datum uitspraak: 5 juli 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [land verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsvrouw mr. T. Sandrk, advocaat te Dordrecht.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 21 juni 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E.E. van Veen heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 166 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, alsmede tot een taakstraf voor de duur van 240 uur, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij, in de periode van 09 februari 2018 tot en met 09 maart 2018 te Helmond en/of Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, 3200 gram xtc-pillen bevattende MDMA, en 8,3 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde MDMA en amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij, op 09 maart 2018 te Helmond, opzettelijk aanwezig heeft gehad 416 gram xtc-pillen

bevattende MDMA, en 3348 en 61,9 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde MDMA en amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

en

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

2.

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd

De verdachte zag zich geconfronteerd financiële problemen terwijl hij op zijn werk geen kans meer zag om met overwerk extra geld te verdienen. Hij besloot daarom om xtc-pillen en amfetamine te gaan verkopen. De verdachte had een afspraak gemaakt om 8000 pillen te verkopen in Rotterdam. Hij is daar echter uiteindelijk aangehouden door de politie terwijl hij xtc-pillen en amfetamine in zijn bezit had. In de woning van de verdachte zijn tijdens een doorzoeking ook xtc-pillen en amfetamine aangetroffen.

Harddrugs, waaronder xtc-pillen en amfetamine, zijn stoffen die bedreigend zijn voor de volksgezondheid. Voor gebruikers kunnen zij schadelijke lichamelijke, psychische en sociale gevolgen met zich meebrengen. Ten slotte leidt handel in en gebruik van drugs veelal, direct en indirect, tot vele andere vormen van criminaliteit.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 1 juni 2018, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportage

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 5 juni 2018. Dit rapport houdt – onder meer en voor zover van belang – het volgende in.

De verdachte zag in de feiten een uitweg om snel geld te kunnen verdienen. Uiteindelijk zijn de financiële problemen voor de verdachte alleen maar groter geworden. De verdachte beseft dat hij in het vervolg terecht kan bij zijn familie voor advies en ondersteuning bij financiële problemen. Tevens is de verdachte in staat om eventuele hulp te zoeken bij een huisarts of een instantie voor schuldhulpverlening. Gelet op de beschermende factoren en de houding van de verdachte wordt de kans op recidive laag ingeschat. Verdere inzet van de reclassering is daarom niet geïndiceerd.

De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank zal echter afzien van het opleggen van een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan het reeds ondergane voorarrest, omdat de verdachte heeft verklaard dat de beslissing om zich in te laten met de bewezenverklaarde feiten een eenmalige misstap is geweest waarvan hij heeft geleerd. De verdachte komt daarin oprecht over. In plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal de rechtbank een taakstraf opleggen van maximale duur, met daarnaast een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf. Dat voorwaardelijke strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.

8 In beslag genomen voorwerpen

Aan dit vonnis is als bijlage een lijst gehecht van de in beslag genomen voorwerpen,

waarvan de inhoud als hier ingelast dient te worden beschouwd.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen voorwerpen, te weten geldbedragen, verbeurd te verklaren.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht om teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen geldbedragen.

8.3.

Beoordeling

Ten aanzien van de in beslag genomen geldbedragen zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte. Niet is vastgesteld dat de geldbedragen door middel van de strafbare feiten zijn verkregen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) dagen;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 166 (honderdzesenzestig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarde overtreedt;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

- gelast de teruggave aan verdachte van de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte lijst zijn genummerd 1 en 2;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I.W.M. Laurijssens, voorzitter,

en mrs. A. Hello en D. Visser, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij, in of omstreeks de periode van 09 februari 2018 tot en met 09 maart 2018 te Helmond en/of Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 3200 gram XTC-pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA/MDA, en/of ongeveer 8,3 gram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde XTC/MDMA/MDA en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij, op of omstreeks 09 maart 2018 te Helmond, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 416 gram XTC-pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende MDMA/MDA, en/of ongeveer 3348 en 66,9 gram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde XTC/MDMA/MDA en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.