Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:6586

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-02-2018
Datum publicatie
09-08-2018
Zaaknummer
C/10/544815 / JE RK 18-436 en C/10/544897 / JE RK 18-452
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp 10-jarige en wijziging verblijfplaats. Gedragswetenschapper stemt reeds op basis van de dossierstukken niet in. Persoonlijk onderzoek heeft niet plaats gehad. Opheffing machtiging.”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2019/10.25
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/544815 / JE RK 18-436 en C/10/544897 / JE RK 18-452

datum uitspraak: 16 februari 2018

beschikking spoedmachtiging gesloten jeugdhulp en wijziging verblijfplaats

in de zaken van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,

en

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2007 te [geboorteplaats minderjarige] ,

hierna te noemen [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende te Rotterdam,

[namen grootouders vaderszijde] ,

hierna te noemen de grootouders vaderszijde (vz), wonende te Rotterdam.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de beschikking voorlopige ondertoezichtstelling en spoedmachtiging gesloten jeugdhulp van de kinderrechter in deze rechtbank van 13 februari 2018 en de daaraan ten grondslag liggende stukken,

- het mondelinge verzoek van de GI van 14 februari 2018, schriftelijk bevestigd op
15 februari 2018, ingekomen bij de griffie op 15 februari 2018.

Op 16 februari 2018 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn:

- de vader,

- de advocaat van [voornaam minderjarige] , mr. N. Bekri,

- de vertegenwoordigsters van de Raad, mevrouw [naam vertegenwoordigster 1] en mevrouw [naam vertegenwoordigster 2] ,

- de vertegenwoordigers van de GI, de heer [naam vertegenwoordiger 1] en mevrouw [naam vertegenwoordiger 2] .

Opgeroepen en niet verschenen zijn:

- [voornaam minderjarige] ,

- de grootouders vz.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de vader.

[voornaam minderjarige] verblijft sinds 13 februari 2018 in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp, te weten Juzt De Krabbebossen te Rijsbergen.

Bij beschikking van 13 februari 2018 is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 13 mei 2018. Voorts is een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van

13 februari 2018 voor de duur van vier weken voor de groep 12-min van Bergse Bos in Rotterdam, waarbij het verzoek voor het overige verzochte is aangehouden tot de zitting van 16 februari 2018. Tevens is bepaald dat uiterlijk op die zitting een instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper dient te worden overlegd.

De kinderrechter heeft op 14 februari 2018 het mondelinge verzoek van de GI tot wijziging van de verblijfplaats van [voornaam minderjarige] van Bergse Bos naar Juzt aangehouden tot de zitting van vandaag.

De verzoeken

De Raad heeft op 13 februari 2018 mondeling een machtiging verzocht om [voornaam minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, vooraf te gaan door een spoedmachtiging voor de duur van 4 weken.

De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht het als volgt toe. De Raad acht een machtiging gesloten jeugdhulp nog noodzakelijk uit veiligheidsoverwegingen, omdat een thuisplaatsing of een plaatsing in een open groep op dit moment teveel risico’s met zich meebrengt. [voornaam minderjarige] was thuis niet langer te handhaven. De grootmoeder vz is overbelast. Op

13 februari 2018 heeft [voornaam minderjarige] geweigerd naar het intakegesprek van Lucertis te gaan. De thuissituatie is toen geëscaleerd, waarna de Raad een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp heeft verzocht, in beginsel voor plaatsing binnen het Bergse Bos. Echter toen de spoedmachtiging werd afgegeven was daar geen plek meer beschikbaar. Zij is toen bij Juzt geplaatst. De Raad heeft kennis genomen van het feit dat geen instemmingsverklaring is afgegeven. Het KSCD heeft niet willen instemmen met de gesloten plaatsing, omdat de psychiatrische problematiek bij [voornaam minderjarige] de boventoon voert. De Raad heeft voortdurend aangedrongen op een GGZ-behandelplek. Echter deze plek is niet beschikbaar. Via de BOPZ is niet op korte termijn een plek voor [voornaam minderjarige] te krijgen; de Raad heeft alle mogelijkheden bekeken, maar dit heeft geen oplossing geboden. In feite staan de instanties met de rug tegen de muur.

De GI is van mening dat [voornaam minderjarige] bij Juzt moet blijven; dat is in haar belang. Omdat het Bergse Bos (uiteindelijk) geen plek bleek te hebben, is verzocht toestemming te verlenen de verblijfplaats van [voornaam minderjarige] te wijzigen in de accommodatie voor gesloten jeugdhulp Juzt De Krabbebossen voor de groep van 12-minners.

De GI handhaaft haar verzoek ter zitting en licht het als volgt toe. De GI kan geen instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper overleggen. Het KSCD heeft op basis van de schriftelijke informatie geconcludeerd dat geen instemming kan worden verleend, nu [voornaam minderjarige] psychiatrische behandeling nodig heeft. Het KSCD heeft [voornaam minderjarige] niet persoonlijk onderzocht. De GI heeft het standpunt van het KSCD niet op schrift ontvangen en kan het dus ook niet overleggen. De GI is van mening dat het belang van [voornaam minderjarige] vergt dat zij toch bij Juzt blijft, nu er geen plek voor haar beschikbaar is binnen de GGZ. Alleen op die manier kan haar veiligheid gegarandeerd worden. [voornaam minderjarige] heeft aansluiting gevonden bij haar groepsgenoten en is in de veronderstelling dat zij bij Juzt kan blijven. Volgens de GI is conform jurisprudentie niet altijd een instemmende verklaring nodig.

Mr. Bekri is van mening dat het verzoek tot gesloten plaatsing niet voldoet aan de wettelijke vereisten, nu de instemmende verklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper ontbreekt. Formeel juridisch kan de gesloten machtiging niet in stand blijven. Om dezelfde reden kan de wijziging van de verblijfplaats van [voornaam minderjarige] niet worden toegewezen. De advocaat is evenwel met de Raad van mening dat de veiligheid van [voornaam minderjarige] in de thuissituatie niet langer te waarborgen is. [voornaam minderjarige] verblijft sinds drie dagen bij Juzt, waar ze tot rust is gekomen. Volgens de advocaat wil [voornaam minderjarige] zelf graag blijven waar ze nu is. De advocaat vindt het spijtig dat een voorwaardelijke machtiging of een IBS geen optie is. De advocaat vindt het van belang dat [voornaam minderjarige] op een plek terecht komt waar zij de juiste behandeling kan krijgen voor haar problematiek.

De vader ziet het liefst dat [voornaam minderjarige] kan blijven waar ze nu is. De vader begrijpt dat dit wellicht niet mogelijk is.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet, dient onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk te zijn in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen van de jeugdige die de ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren of een ernstig vermoeden daarvan. Bovendien dient een uithuisplaatsing noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan de hulp die de jeugdige nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken.

Uit het verzoek van de Raad blijkt dat [voornaam minderjarige] sinds 7 jaar bij haar grootouders vz woont. Zij heeft een belast verleden en kindeigen problematiek. Volgens de school is [voornaam minderjarige] in de klas onhandelbaar. Al langere tijd doet zij suïcide-uitspraken. Zij heeft op 4 februari 2018 daadwerkelijk een zelfmoordpoging gedaan. Ook heeft zij grootmoeder vz geslagen, waarop grootmoeder vz haar heeft terug geslagen. [voornaam minderjarige] is zeer zelfbepalend. Grootmoeder vz heeft aangegeven dat zij de zorg voor [voornaam minderjarige] niet meer aankan en haar veiligheid niet kan garanderen. [voornaam minderjarige] weigert mee te werken aan de hulpverlening; zo heeft zij geweigerd naar het intakegesprek van Lucertis te gaan. Lucertis heeft daarop aangegeven niet op huisbezoek te zullen gaan. Lucertis verwacht dat het beeld ook niet verandert, omdat [voornaam minderjarige] niet praat. Lucertis kan geen psychiatrische indicatie geven, omdat er geen diagnose is. Voor een aanvraag van een IBS zijn volgens Lucertis te weinig indicaties.

In het verzoek heeft de Raad aangegeven dat voor [voornaam minderjarige] een plaats binnen de GGZ het meest geëigend is. Omdat daar op korte termijn geen plek zal zijn, is de Raad van oordeel dat gesloten jeugdhulp het meest passend is. Deze plaatsing dient zo kort mogelijk te duren, omdat [voornaam minderjarige] zo spoedig mogelijk doorgeplaatst moet worden naar een GGZ-plek waar observatie en diagnostiek kan plaats vinden. Vervolgens kan [voornaam minderjarige] dan passende behandeling krijgen.

De kinderrechter stelt voorop dat een gedwongen gesloten behandeling van jeugdigen een inbreuk vormt op hun vrijheid en privéleven. Het is bedoeld als uiterst middel, op het moment dat andere passende middelen niet (meer) beschikbaar zijn. Vanwege de forse inbreuk op het privéleven van de maatregel gesloten jeugdhulp bepaalt artikel 6.1.3, derde lid, Jeugdwet dat het verzoek moet zijn voorzien van de instemming van een gekwalificeerde gedragswetenschapper. Deze gedragswetenschapper moet in eigen persoon de jeugdige kort tevoren hebben onderzocht, tenzij onderzoek feitelijk onmogelijk is. Hij moet toetsen of de verlening van jeugdhulp in geslotenheid noodzakelijk is.

In het onderhavige geval zijn van begin af aan grote twijfels geweest bij de geschiktheid van een plaats in de gesloten jeugdhulp voor [voornaam minderjarige] , omdat zij vanwege haar problematiek op een plaats binnen de GGZ thuis hoort. Gezien de acute situatie op 13 februari 2018 heeft de kinderrechter mondeling een machtiging gesloten jeugdhulp afgegeven voor een plaats voor [voornaam minderjarige] bij de 12-min groep van het Bergse Bos in Rotterdam. De GI heeft [voornaam minderjarige] vervolgens, in afwijking van de verleende machtiging, bij Juzt geplaatst. Zowel op 13 als op 14 februari 2018 is door de kinderrechter aangedrongen op het met spoed verstrekken van een instemmende verklaring van de gedragswetenschapper. Vandaag is gebleken dat de gedragswetenschapper reeds op basis van het dossier tot de slotsom is gekomen dat niet ingestemd kan worden met verblijf van [voornaam minderjarige] binnen de gesloten jeugdhulp, omdat de psychiatrische problematiek voorliggend is. De gedragswetenschapper heeft blijkbaar persoonlijk onderzoek van [voornaam minderjarige] niet nodig geacht om tot zijn oordeel te komen. Een schriftelijke bevestiging van de visie van de gedragswetenschapper heeft de GI niet ontvangen van het KSCD.

Door het ontbreken van de instemmende verklaring wordt niet voldaan aan één van de belangrijkste vereisten voor een machtiging gesloten jeugdhulp. Op grond daarvan, en in samenhang met de feiten zoals hiervoor weergegeven, zal de kinderrechter de op 13 februari 2018 afgegeven machtiging per 17 februari 2018 om 10.00 uur opheffen. De GI heeft dan nog de gelegenheid tot laatstgenoemd moment een alternatieve plek voor [voornaam minderjarige] te zoeken.

In het verlengde van voornoemde beslissing zal ook het verzoek van de GI tot wijziging van de verblijfplaats van [voornaam minderjarige] worden afgewezen.

De beslissing

De kinderrechter:

heft op de op 13 februari 2018 verleende machtiging gesloten jeugdhulp voor [voornaam minderjarige] per

17 februari 2018 te 10.00 uur;

wijst af het verzoek van de GI.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias als griffier en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2018.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.